Ga naar inhoud
Bekijk in de app

Een betere manier om deze website te gebruiken. Meer informatie.

Moestuin Forum

Een app met volledig scherm op uw startscherm met pushmeldingen en meer.

Om deze app op iOS en iPadOS te installeren
  1. Tik op Deelpictogram in Safari
  2. Blader door het menu en tik op Toevoegen aan startscherm.
  3. Tik op Toevoegen in de rechterbovenhoek.
Om deze app op Android te installeren
  1. Tik op het menu met drie puntjes (⋮) in de rechterbovenhoek van de browser.
  2. Tik op Toevoegen aan startscherm of App installeren.
  3. Bevestig door op Installeren te tikken.

Sla


Sla (lactuca sativa capitata) is het hele jaar door te telen. In de koude maanden teelt men speciale rassen die goed tegen lage temperaturen kunnen, bij voorkeur in de kas. In de zomermaanden kiest men rassen die minder snel doorschieten.

Sla zaaien

Zaai sla vanaf januari-februari binnen, vanaf maart-april onder glas en de rest van het jaar buiten. Vul potjes, een zaaibakje of een zaaitray met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond. Sla is namelijk een lichtkiemer, dat betekent dat het zaad nauwelijks onder de oppervlakte mag liggen. Bedek de zaden dus met een zeer dun laagje grond en bevochtig met een vernevelaar/plantenspuit. Het zeer dunne laagje zaaigrond mag niet uitdrogen tijdens het kiemen. Controleer dit regelmatig en bevochtig de grond met een vernevelaar indien nodig. Sla kiemt het beste bij 10-15 graden Celsius. Bij temperaturen hoger dan 20 graden kiemt sla nauwelijks, zaai je in de zomer zorg dan voor een koele plek. Je kunt de zaaigrond ook eerst van te voren afkoelen door deze te begieten met water. Direct in de volle grond zaaien kan ook. Zaai op een zaaibed en verplant de zaailingen als ze ongeveer 6 cm hoog zijn of zo’n vijf tot zes blaadjes hebben op onderstaande plantafstand. Dun zwakke plantjes tijdig uit en gebruik ze in een salade. Zie ook snijsla/pluksla.

Sla.jpg

Licentie van Pixelbay

Tip

Zaai sla om de twee weken om continu over verse sla / kropsla te beschikken.


Na ontkiemen van de zaadjes zet je de plantjes op een lichte plaats, bij voorkeur buiten als de temperatuur dat toelaat. De temperatuur moet zo tussen de 12-20 graden schommelen, bij hogere of lagere temperaturen schieten plantjes later sneller in het zaad. Heb je de zaadjes in een zaaibakje gezaaid en staan ze dicht op elkaar? Verspeen de plantjes dan als de eerste blaadjes te zien zijn naar kleine potjes of een zaaitray met verse potgrond. Laat de grond niet uitdrogen.

Sla planten

Plant sla als de zaailingen ongeveer 6 cm hoog zijn of zo’n vijf tot zes blaadjes hebben en de potjes goed geworteld zijn. Hard de plantjes af voor het uitplanten. De plantafstand bedraagt 20-30 cm in alle richtingen, plant je dichter bij elkaar dan neemt de grootte van de krop af en is er meer kans op ziekten en schimmels. Plant de sla even diep als dat ze tijdens het verspenen zijn gezet, de kluit gelijk met de grond of net iets erboven. Zorg wel voor voldoende licht (al is in de zomer de halfschaduw ook prima).

Sla bemesten

Werk ruim van te voren een basis bemesting van goed verteerde mest, compost, koemestkorrels of kippenmestkorrels onder. Bemesten van sla voor het planten/zaaien en tijdens de groei is niet aan te raden.

Wintersla

Speciale aandacht voor het zaaien van speciale winterrassen eind september-oktober. Zaai deze voor in potjes, verspeen ze naar aparte potjes en plant ze daarna uit in de kas. Planten in de volle grond behoort ook tot de mogelijkheden maar de kans is aanwezig dat ze de strenge vorst niet overleven. Dek de plantjes in de volle grond in ieder geval tijdig af met een dubbele laag vliesdoek!

Verzorging

Geef sla voldoende water, de grond mag niet uitdrogen omdat sla dan snel een bloemstengel aanmaakt. Water geven op de laatste 10 dagen voor de oogst komt de kwaliteit van de sla ten goede. Bescherm de plantjes tijdens koude perioden. Strooi eventueel slakkenkorrels.

Sla oogsten

Snijd de krop vlak boven de grond af. De bladeren van kropsla zijn los te oogsten maar wachten tot er een krop is gevormd is ideaal.

Wat er mis kan gaan

Ziekten en plagen bij sla

Teeltfase / Kenmerk

Periode / Afstand

Zaaien (binnenshuis)

Februari - april

Zaaien (direct buiten)

Januari - november

Uitplanten

Maart - november (indien voorgezaaid)

Plantafstand

20 - 30 cm (kropsla) / 15 - 25 cm (pluksla)

Tussen rijen

20 - 30 cm

Oogsten

Mei - oktober

Standplaats

Volle zon tot halfschaduw

Bodem

Humusrijke, vochtige, goed doorlatende grond

pH

6,0 - 7,0

Optimale temperatuur

10 - 20 °C

Teeltduur

45 - 90 dagen (afhankelijk van type en ras)

Planthoogte

15 - 30 cm

Kropvorming / groeiwijze

Kropsla vormt een gesloten krop; pluksla groeit los en kan herhaald geoogst worden

Waterbehoefte

Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid voorkomt doorschieten en bittere smaak

Winterhardheid

Licht vorstgevoelig; sommige winterrassen verdragen lichte vorst

Bijzonderheden

Sla is gevoelig voor hitte en kan bij hoge temperaturen snel doorschieten; voorjaars- en najaarsteelt geven de beste kwaliteit.

Sla.jpg

Een soort krulsla. Foto TonyPrats @ Pixelbay

Zelf zaad winnen bij sla

Zelf zaad winnen van ijsbergsla is een interessante manier om een ras te behouden en meer zelfvoorzienend te worden in de moestuin. IJsbergsla is een eenjarige plant die in de eerste fase een krop vormt en daarna, onder invloed van temperatuur en daglengte, doorschiet en in bloei komt.

Wanneer de plant doorschiet, vormt hij een lange bloemstengel met gele bloemetjes. Na de bloei ontstaan er zaden die kunnen worden geoogst zodra ze goed rijp en droog zijn. Dit gebeurt meestal in de zomer, wanneer de plant volledig is doorgeschoten en uitgegroeid.

Het winnen van zaad vraagt wel wat aandacht, omdat ijsbergsla gemakkelijk kan kruisbestuiven met andere slarassen. Dit kan invloed hebben op de raszuiverheid en de eigenschappen van het nageslacht. Daarom is het belangrijk om alleen gezonde, typische planten te selecteren en deze zoveel mogelijk gescheiden te houden van andere slasoorten in bloei.

IJsbergsla is in vergelijking met sommige andere gewassen wat lastiger als zaadteeltgewas, omdat de bloei sterk afhankelijk is van temperatuur en groeistress. Een goede opkweek en het toelaten van doorschieten op het juiste moment zijn daarom belangrijk voor een geslaagde zaadoogst.

Bestuiving bij sla

Sla vormt bloemen in zogeheten hoofdjes (capitula). In elk hoofdje zitten kleine bloemetjes waarin zowel mannelijke als vrouwelijke delen aanwezig zijn. Daardoor kan de plant zichzelf in principe bevruchten en is sla dus grotendeels zelfbestuivend.

Ondanks deze eigenschap kan er toch kruisbestuiving plaatsvinden. Insecten kunnen stuifmeel van de ene plant naar de andere brengen, waardoor verschillende rassen met elkaar kruisen. Dit gebeurt vooral wanneer meerdere slarassen tegelijk in bloei staan.

Om dit te beperken is het verstandig om verschillende rassen die je voor zaadteelt gebruikt zo goed mogelijk van elkaar te scheiden. In een moestuin is een afstand van enkele meters vaak al nuttig. Bij grotere teelten of in warmere gebieden is een ruimere afstand nodig om de kans op kruising te verkleinen. Een alternatief is het gebruik van insectengaas of aparte afscherming zodat bestuivende insecten niet bij andere rassen kunnen komen.

Daarnaast kun je ook werken met verschillende bloeitijden. Door rassen op gespreide momenten te zaaien, bloeien ze niet tegelijk en is kruisbestuiving vrijwel uitgesloten. Belangrijk is wel dat elke plant voldoende tijd krijgt om volledig door te schieten, te bloeien en zaad te vormen.

Teeltcyclus bij sla (zaadteelt)

Voor de zaadteelt wordt sla op dezelfde manier opgekweekt als sla voor consumptie. De planten krijgen eerst de kans om een gezonde bladontwikkeling of krop te vormen, waarna ze mogen doorschieten en uitgroeien tot zaaddragers.

Voor een goede zaadoogst is het belangrijk om voldoende planten aan te houden. Meestal wordt uitgegaan van minimaal tien planten om voldoende genetische variatie te behouden. Bij de selectie van deze zaaddragers is het belangrijk om goed te letten op de raszuiverheid. Kies planten die duidelijk de kenmerken van het ras laten zien, zoals bladvorm, kleur en groeitype. Zo blijven de eigenschappen van het ras goed behouden voor de volgende generatie.

Tijdens de teelt is selectie belangrijk. Planten die afwijken van het ras of te vroeg doorschieten, worden beter verwijderd. Deze planten zijn vaak minder goed ontwikkeld en kunnen de kwaliteit van het zaad nadelig beïnvloeden.

Sommige slatypes hebben moeite met het omhoog groeien van de bloemstengel, vooral wanneer er een zeer compacte krop is gevormd. In dat geval kan het helpen om de krop voorzichtig iets open te maken zodat de stengel ruimte krijgt om door te groeien. Hierbij moet de groeipunt altijd intact blijven. Ook kunnen enkele buitenste bladeren worden verwijderd om het hart meer ruimte te geven. Bij nat weer is extra aandacht nodig, omdat bladeren kunnen gaan rotten; aangetaste delen worden dan best tijdig verwijderd.

Naarmate de planten verder uitgroeien, worden de bloemstengels hoog en hebben ze vaak ondersteuning nodig om omvallen te voorkomen. Dit kan individueel of in groepen gebeuren.

De bloei en zaadrijping verlopen niet overal tegelijk. Op één plant kunnen tegelijk bloemknoppen, bloemen en rijpende zaden aanwezig zijn. Het rijpingsproces duurt gemiddeld 12 tot 24 dagen, afhankelijk van het weer. Om te controleren of het zaad oogstrijp is, kan een uitgebloeid bloemhoofdje worden geopend en tussen duim en wijsvinger worden gewreven. Als de zaden nog niet gemakkelijk loskomen, moeten ze nog verder narijpen.

Wanneer de zaden gemakkelijk uit de bloemhoofdjes loskomen, is het moment van oogsten aangebroken. Vooral de zaden aan de hoofdstengel zijn doorgaans het best ontwikkeld en van de hoogste kwaliteit.

Het weer speelt hierbij een belangrijke rol. Regen en langdurige vochtigheid kunnen de bevruchting verstoren en zorgen ervoor dat rijpend zaad gaat schimmelen. Daarom is het aan te raden om zaaddragers op een droge, beschutte plek te laten uitgroeien wanneer het weer onstabiel is.

Er zijn verschillende manieren om slazaad te oogsten:

  1. Selectieve oogst van rijpe hoofdjes.
    Oogst eerst alleen de rijpe bloemhoofdjes. Plaats een emmer, zak of vel papier onder de plant en schud of wrijf de zaden voorzichtig los. Zo kun je geleidelijk oogsten en verlies je geen goed rijp zaad.

  2. Oogst van de hele plant.
    Wanneer meer dan de helft van de hoofdjes rijp is, kan de volledige plant worden afgeknipt. Plaats deze in een grote, goed ademende zak en hang deze op een droge, beschutte plek. De zaden kunnen zo verder narijpen en vanzelf loskomen uit de bloemhoofdjes.

  3. Uittrekken bij slecht weer.
    Bij langdurig nat en ongunstig weer kan de hele plant met wortel en al worden uitgegraven. De wortels worden in een zak gestoken om te voorkomen dat er aarde tussen het zaad komt. Vervolgens worden de planten ondersteboven opgehangen op een droge, goed geventileerde plek, zodat het zaad alsnog kan narijpen en drogen.

Dorsen, schonen en bewaren van slazaad

Om slazaad te dorsen moeten de bloeistengels volledig droog zijn. Droog materiaal zorgt ervoor dat de zaden gemakkelijk loskomen zonder te beschadigen. Wrijf de bloemhoofdjes tussen de handen zodat de meeste zaden vanzelf vrijkomen. Niet alle bloemen zijn altijd bevrucht, waardoor er ook lege zaden of lege hulzen kunnen voorkomen.

Een andere methode is het dorsen door de droge bloeistengels voorzichtig te slaan tegen de binnenkant van bijvoorbeeld een emmer of bak. Hierdoor komen de zaden los uit de bloemhoofdjes.

Na het dorsen volgt het schonen van het zaad. Dit gebeurt door de zaden te zeven met fijn- en grofmazige zeven om grotere plantenresten en vuil te verwijderen.

Vervolgens wordt het zaad gewand. Hierbij worden de laatste lichte restjes, zoals stof en lichte kafdeeltjes, verwijderd. Dit kan door het zaad op een bord of schaal te leggen en er voorzichtig over te blazen, zodat de lichte deeltjes wegwaaien en het zwaardere zaad overblijft. Ook kan dit buiten met behulp van wind gebeuren, door het zaad rustig uit te gieten boven een bak of doek zodat de wind de lichte resten meeneemt.

Na het schonen wordt het zaad verpakt in een goed afgesloten zakje of potje, voorzien van een etiket met de naam van het ras, het oogstjaar en eventueel de herkomstlocatie.

Voor de opslag kan het zaad enkele dagen worden ingevroren om eventuele larven van insecten te doden. Slazaad blijft onder goede bewaaromstandigheden gemiddeld ongeveer 5 jaar kiemkrachtig, maar door invriezen en koel, droog bewaren kan deze periode worden verlengd tot circa 9 jaar of langer. Slecht opgeslagen zaad verliest daarentegen snel zijn kiemkracht.

Een gezonde zaadplant kan doorgaans 10 tot 15 gram zaad opleveren.

Feedback gebruiker

Aanbevolen reacties

Er zijn geen reacties om weer te geven.

Doe mee aan dit gesprek

Je kunt dit nu plaatsen en later registreren. Indien je reeds een account hebt, log dan nu in om het bericht te plaatsen met je account.

Gast
Reageer op deze pagina...
Feedback over deze pagina?

Je kunt je opmerkingen en suggesties delen via deze link. Vermeld daarbij duidelijk op welke pagina je feedback betrekking heeft. Je kunt aangeven of je fouten hebt gevonden, bijvoorbeeld niet-werkende afbeeldingen of video's, gebroken links, of suggesties voor verbetering. Als je foto's hebt die wij mogen gebruiken, kun je deze uploaden op het forum via de bovenstaande link. Wil je actief meewerken aan onze encyclopedie? Lees dan meer over hoe je kunt bijdragen via deze pagina.

Account

Navigatie

Zoeken

Account

Navigatie

Zoeken

Zoeken

Browser pushmeldingen instellen in uw browser

Chrome (Android)
  1. Tik op het slotpictogram naast de adresbalk.
  2. Tik op Machtigingen → Meldingen.
  3. Pas uw voorkeuren aan.
Chrome (Desktop)
  1. Klik op het hangslotpictogram in de adresbalk.
  2. Selecteer Site-instellingen.
  3. Zoek Meldingen en pas uw voorkeuren aan.