Palmkool (Brassica oleracea var. palmifolia) is een oud en robuust koolgewas dat steeds populairder wordt in de moestuin. Het wordt ook wel cavolo nero of zwarte kool genoemd. De plant valt op door zijn lange, smalle, donkergroene bladeren met een licht gebobbeld oppervlak. Palmkool is bijzonder winterhard en kan, net als boerenkool, goed tegen kou. Door vorst wordt de smaak vaak zelfs wat zachter en zoeter. Palmkool kan zowel in de herfst als in de winter worden geteeld en geoogst. Het is een vrij makkelijke groente die weinig eisen stelt, maar wel profiteert van een goede verzorging en voedzame grond.
Foto @appelvrouw topic |
Foto @appelvrouw & @Jorieke123 |
Foto @Jorieke123 |
Soorten palmkool
In Nederland is het assortiment palmkoolrassen relatief beperkt. Het meest geteelde en verkrijgbare ras is Nero di Toscana (ook bekend als Cavolo Nero, Black Tuscan of Toscaanse palmkool). Dit ras heeft lange, smalle, donkergroene tot bijna zwarte bladeren met een bobbelige structuur en staat bekend om zijn zachte, lichtzoete smaak en goede winterhardheid. Dankzij deze eigenschappen is het uitstekend geschikt voor de Nederlandse teeltomstandigheden en blijft het ook na lichte vorst van goede kwaliteit. Zaden van Nero di Toscana zijn ruim verkrijgbaar bij Nederlandse zaadleveranciers, zowel in reguliere als biologische uitvoering. Andere palmkoolrassen, zoals Black Magic, een uniforme F1-hybride met hoge opbrengst, en Scarlet Kale, een paarsbladige sier- en eetbare variant, zijn eveneens verkrijgbaar, maar worden minder vaak aangeboden en zijn vooral via gespecialiseerde zaadhandel te verkrijgen. Hierdoor is Nero di Toscana veruit het belangrijkste en meest gebruikte palmkoolras voor de Nederlandse moestuin en professionele teelt.
Zaaien van palmkool
Palmkool wordt meestal voorgezaaid in potjes of een zaaibakje voordat de plantjes in de volle grond worden uitgeplant. Zaaien kan vanaf mei tot en met juli, afhankelijk van wanneer je wilt oogsten. Vul potjes met fijne zaaigrond en druk deze licht aan. Leg de zaadjes op de grond met voldoende tussenruimte en bedek ze met een dun laagje aarde, zodat ze net niet meer zichtbaar zijn. Geef voorzichtig water met een plantenspuit of fijne broes. Zet de zaaibakjes op een lichte plek bij een temperatuur van ongeveer 15 - 20 graden. Binnen 5 tot 10 dagen zullen de zaden meestal kiemen. Zodra de zaailingen opkomen, hebben ze veel licht nodig om lange, slappe groei te voorkomen. Bij kouder weer kun je ze tijdelijk binnen of in een kas zetten. Als de plantjes twee echte blaadjes hebben, verspeen je ze naar individuele potjes. Kies daarbij de sterkste zaailingen uit en plant ze iets dieper, tot net onder de kiemblaadjes. Palmkool kan ook direct in de volle grond worden gezaaid in juni of juli. Zaai op ongeveer 1 cm diepte en houd een plantafstand aan van ongeveer 50 - 80 cm na het uitdunnen.
Planten van palmkool
Palmkool groeit goed op een voedzame, humusrijke en goed doorlatende grond. De plant doet het zowel in de volle zon als in halfschaduw, maar zon geeft vaak de beste groei. Uitplanten gebeurt meestal tussen juni en augustus, wanneer de plantjes ongeveer 15 - 20 cm groot zijn. Hard de planten vooraf goed af als ze binnen zijn opgekweekt. Zet de planten iets dieper in de grond dan ze in het potje stonden en druk de aarde stevig aan. Houd een plantafstand van 50 - 75 cm aan tussen de planten.
Teeltfase / Kenmerk | Periode / Afstand |
|---|---|
Zaaien (binnenshuis) | Maart - mei |
Zaaien (direct buiten) | April - juni |
Uitplanten | Mei - juli |
Plantafstand | 50 - 80 cm |
Tussen rijen | 60 - 75 cm |
Oogsten | Oktober - maart |
Standplaats | Volle zon tot halfschaduw |
Bodem | Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende grond |
pH | 6,0 - 7,5 |
Optimale temperatuur | 10 - 20 °C |
Teeltduur | 120 - 200 dagen |
Planthoogte | 80 - 150 cm |
Bladoogst | Buitenste bladeren geleidelijk plukken (doorlopende oogst) |
Waterbehoefte | Regelmatig; vooral tijdens warme en droge periodes |
Winterhardheid | Zeer goed winterhard; verdraagt stevige vorst en smaak verbetert na kou |
Bijzonderheden | Palmkool is een sterke bladkool die lang door kan groeien in de winter en weinig last heeft van kou. |
Bemesten van palmkool
Palmkool is een echte bladgroente en heeft daarom voldoende voeding nodig. Werk ruim voor het planten een flinke hoeveelheid compost of verteerde mest door de grond. Tijdens de groei kan extra voeding worden gegeven, bijvoorbeeld met organische mest of korrelmest voor bladgewassen. Dit bevordert de bladontwikkeling en zorgt voor stevige, donkergroene planten.
Verzorging van palmkool
Palmkool is relatief eenvoudig te verzorgen. Houd de grond vochtig, vooral in droge periodes, en verwijder onkruid rondom de planten zodat ze voldoende ruimte en voeding krijgen. De onderste bladeren kunnen na verloop van tijd worden verwijderd, zodat de plant energie steekt in nieuwe bladgroei. Bescherm jonge planten eventueel tegen slakken, die vooral in het begin schade kunnen aanrichten. Palmkool kan vrij hoog worden; bij harde wind kan ondersteuning met een stok nodig zijn.
Oogsten van palmkool
Oogsten kan meestal vanaf de herfst en gaat vaak door tot in de winter en zelfs het vroege voorjaar. Je begint met het plukken van de onderste, volgroeide bladeren.
De bladeren kunnen 20 - 40 cm lang worden en worden één voor één geoogst. De plant blijft doorgroeien en vormt steeds nieuwe bladeren vanuit het hart.
Lichte vorst verbetert de smaak, maar de plant blijft goed eetbaar na koude periodes. Zodra de plant gaat doorschieten, wordt de smaak minder en is het beter om te oogsten of te ruimen.

Foto @appelvrouw
Tweede jaar: oogst de bloemtopjes
In het tweede groeijaar zal palmkool, net als andere koolsoorten, bloemstengels gaan vormen. Voordat de gele bloemen volledig openen, verschijnen er jonge bloemtopjes die uitstekend eetbaar zijn. Deze malse scheuten hebben een zachte, lichtzoete koolsmaak die vaak wordt vergeleken met broccoli of broccolini. Oogst de bloemtopjes wanneer de knopjes nog gesloten zijn voor de beste smaak en textuur. Door regelmatig de jonge scheuten te plukken, kun je de oogst nog enkele weken verlengen voordat de plant uiteindelijk volledig in bloei komt.

Foto @Jorieke123 topic.
Palmkool winterhard: hoe goed kan deze groente tegen vorst?
Palmkool is een van de meest winterharde bladgroenten die je in de moestuin kunt kweken. Deze bijzondere koolsoort, is uitstekend bestand tegen lage temperaturen. Afhankelijk van het ras en de groeiomstandigheden kan palmkool temperaturen van ongeveer -10 °C tot zelfs -15 °C verdragen. Hierdoor blijft de plant vaak de hele winter op het land staan en kun je ook tijdens de koudste maanden verse bladeren oogsten.
Een groot voordeel van palmkool is dat de smaak juist verbetert na een periode van lichte vorst. Wanneer de temperatuur daalt, zet de plant een deel van het aanwezige zetmeel om in natuurlijke suikers. Dit is een beschermingsmechanisme tegen bevriezing, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat de bladeren zachter, zoeter en minder bitter smaken. Veel moestuiniers wachten daarom bewust met oogsten tot na de eerste nachtvorst. Hoewel palmkool zeer winterhard is, zijn er wel grenzen. Langdurige periodes met strenge vorst onder de -15 °C, vooral in combinatie met harde wind en een bevroren bodem, kunnen schade veroorzaken. De buitenste bladeren kunnen dan slap worden of bevriezen. Meestal blijft het groeipunt echter intact, waardoor de plant zich in het voorjaar weer kan herstellen zodra de temperaturen stijgen.
Om palmkool optimaal door de winter te helpen, is een goede standplaats belangrijk. Kies een zonnige plek met een goed doorlatende bodem, zodat overtollig water gemakkelijk weg kan. Natte grond in combinatie met vorst vergroot namelijk de kans op wortelschade. Een laag mulch van stro, bladeren of compost rondom de plant helpt bovendien om de wortels te beschermen tegen sterke temperatuurschommelingen en voorkomt dat de grond te snel bevriest. In gebieden waar zeer strenge winters voorkomen, kan extra bescherming nuttig zijn. Met behulp van vliesdoek of een kleine koude kas blijven de bladeren langer mooi en kan de oogstperiode aanzienlijk worden verlengd. In de meeste Nederlandse en Belgische winters is deze bescherming echter niet noodzakelijk, omdat palmkool uitstekend bestand is tegen het gematigde winterklimaat.
Tijdens de winter kun je steeds de onderste en oudste bladeren oogsten. Laat het hart van de plant altijd intact, zodat deze nieuwe bladeren kan blijven vormen. Hierdoor kun je vaak maandenlang genieten van een continue oogst. Wanneer de dagen in het voorjaar langer worden, zal de plant uiteindelijk bloemstengels vormen. Op dat moment worden de bladeren taaier en is het einde van de oogstperiode in zicht. De jonge bloemknoppen zijn overigens ook eetbaar en hebben een smaak die doet denken aan broccoli.

Foto @Jorieke123 Zie blog.
Wat er mis kan gaan
Ziekten
Palmkool is gevoelig voor verschillende schimmel- en bodemziekten. Knolvoet veroorzaakt verdikkingen aan de wortels, waardoor de plant minder water en voedingsstoffen opneemt. Deze ziekte komt vooral voor op zure, natte gronden en kan jarenlang in de bodem aanwezig blijven. Valse meeldauw en echte meeldauw kunnen optreden tijdens vochtige weersomstandigheden (te natte of slecht gedraineerde grond). De bladeren krijgen een wit schimmelpluis of gele vlekken, waardoor de groei afneemt en de kwaliteit vermindert.
Plagen
Net als andere koolgewassen wordt palmkool aangetast door diverse insecten en andere plaagdieren. De koolvlieg legt eitjes bij de plantvoet; de larven vreten aan de wortels, waardoor jonge planten kunnen verwelken. Rupsen van het koolwitje eten gaten in de bladeren en kunnen bij een zware aantasting veel bladverlies veroorzaken. Daarnaast vormen slakken vooral in het voorjaar een probleem, omdat zij jonge planten en bladeren kunnen wegvreten. Ook bladluizen en aardvlooien kunnen incidenteel schade veroorzaken.
Doorschieten
Palmkool is een tweejarige plant, maar wordt meestal als eenjarige geteeld. Wanneer de plant wordt blootgesteld aan een langere periode van kou, gevolgd door hogere temperaturen, kan zij voortijdig een bloemstengel vormen. Dit proces wordt doorschieten genoemd. Zodra de plant doorschiet, stopt de productie van nieuwe, malse bladeren en neemt de eetkwaliteit af. Vroege uitplant en sterke temperatuurschommelingen vergroten de kans op doorschieten.
Groeiproblemen
Ook zonder ziekten of plagen kunnen groeiproblemen ontstaan. Een tekort aan stikstof leidt tot lichtgroene of gele bladeren en een trage groei. Een te natte bodem veroorzaakt zuurstofgebrek bij de wortels en vergroot de kans op wortelrot. Tijdens langdurige droogte groeien de planten minder snel en kunnen de bladeren taai worden. Onvoldoende plantafstand zorgt bovendien voor een slechte luchtcirculatie, waardoor schimmelziekten zich gemakkelijker ontwikkelen.
Preventieve maatregelen
Veel problemen zijn te voorkomen door een ruime vruchtwisseling van minimaal vier jaar aan te houden, gezonde grond te gebruiken en te zorgen voor een goede drainage. Het afdekken van jonge planten met insectengaas voorkomt aantasting door koolvlieg en koolwitjes. Regelmatige controle op plagen en het tijdig verwijderen van aangetaste bladeren helpen om schade te beperken. Daarnaast dragen een evenwichtige bemesting en voldoende water bij aan sterke, gezonde planten die minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen.
Zelf zaad winnen
Zelf zaad winnen van palmkool is een goede manier om een ras in stand te houden en minder afhankelijk te worden van aangekochte zaden. Palmkool (Brassica oleracea var. acephala) is een tweejarige plant. In het eerste jaar vormt de plant bladeren, terwijl in het tweede jaar – na een koudeperiode in de winter – een bloeistengel wordt gevormd. Na de bloei ontwikkelen zich peulen waarin de zaden rijpen. Voor een goede zaadwinning is het belangrijk om meerdere gezonde planten aan te houden. Omdat palmkool een kruisbestuiver is, is bestuiving tussen verschillende planten noodzakelijk voor een goede zaadzetting. Daarnaast moet rekening worden gehouden met kruisbestuiving met andere koolgewassen die tot dezelfde soort (Brassica oleracea) behoren.
Tip
Palmkool is een tweejarige plant. Laat meerdere gezonde planten overwinteren en oogst de zaden wanneer de peulen geelbruin en droog zijn. Wacht niet te lang met oogsten, omdat rijpe peulen gemakkelijk openspringen.
Bestuiving bij palmkool
Palmkool behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De plant vormt in het tweede jaar lange bloeistengels met talrijke gele bloemen. Elke bloem bezit zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen, maar palmkool is grotendeels zelf-incompatibel. Dat betekent dat stuifmeel van dezelfde plant meestal geen bevruchting veroorzaakt. Bestuiving vindt daarom vooral plaats tussen verschillende planten door insecten, zoals bijen, hommels en zweefvliegen.
Palmkool kruist gemakkelijk met andere vormen van Brassica oleracea, zoals boerenkool, spruitkool, sluitkool (witte-, rode- en savooiekool), bloemkool, broccoli en koolrabi. Wanneer raszuiver zaad gewenst is, mogen deze gewassen niet gelijktijdig binnen bestuivingsafstand bloeien.
Om ongewenste kruisbestuiving te voorkomen zijn er verschillende mogelijkheden:
Houd een isolatieafstand aan van minimaal 500 meter tot 1 kilometer van andere bloeiende Brassica oleracea-gewassen.
Gebruik een afgesloten kooi met insectengaas waarin uitsluitend het gewenste ras staat, samen met enkele bestuivende insecten.
Teel slechts één ras tegelijk voor de zaadwinning.
Teeltcyclus en werkwijze
Tijdens het eerste groeijaar worden de beste planten geselecteerd. Kies alleen gezonde, krachtige planten met de gewenste bladvorm, bladkleur en groeikracht. Planten die vroeg doorschieten, ziek zijn of afwijkende eigenschappen vertonen, worden verwijderd. Op deze manier blijven de gewenste raseigenschappen behouden. Voor voldoende genetische variatie worden bij voorkeur minimaal 20 tot 30 planten geselecteerd. In de winter kunnen de planten meestal buiten blijven staan, omdat palmkool goed winterhard is. Alleen bij zeer strenge vorst of op natte gronden kan bescherming of tijdelijke uitgraving noodzakelijk zijn. In het voorjaar ontwikkelen de planten lange bloeistengels die vaak 1,5 tot 2 meter hoog worden. Door de hoogte is ondersteuning met stokken of gaas aan te bevelen om omwaaien te voorkomen. Na de bloei ontstaan lange, smalle peulen waarin de zaden rijpen. De peulen rijpen niet allemaal tegelijk. Daarom worden de planten regelmatig gecontroleerd. Zodra ongeveer twee derde van de peulen geelbruin kleurt, kan de hele plant worden afgesneden en ondersteboven worden opgehangen op een droge, goed geventileerde plaats om verder na te drogen. Hiermee wordt voorkomen dat rijpe peulen openspringen en zaden verloren gaan.
Dorsen, schonen en bewaren van zaad
Wanneer de planten volledig droog zijn, kunnen de peulen worden gedorst. Dit gebeurt door de stengels voorzichtig te slaan of tussen de handen te wrijven, zodat de peulen openspringen en de ronde, donkerbruine zaden vrijkomen. Het zaad wordt vervolgens gezeefd om grotere plantedelen te verwijderen. Door het zaad daarna voorzichtig te wannen of met behulp van een lichte luchtstroom schoon te maken, worden stof en lichte kafresten verwijderd. Het volledig droge zaad wordt bewaard in een goed afgesloten papieren zakje of glazen pot. Vermeld altijd de soort, het ras en het oogstjaar. Door het zaad koel en droog te bewaren, bijvoorbeeld bij een temperatuur van 5 °C of lager, blijft het doorgaans 4 tot 6 jaar goed kiemkrachtig. Bij vriesbewaring kan de kiemkracht zelfs nog langer behouden blijven.
Palmkool in de keuken
Palmkool is een veelzijdige bladgroente met een volle, licht nootachtige en iets zoete koolsmaak. De bladeren zijn steviger dan die van boerenkool en behouden ook na bereiding een aangename structuur. Door een periode van vorst worden de bladeren zachter van smaak, omdat een deel van het zetmeel wordt omgezet in suikers. Jonge bladeren zijn geschikt om rauw te eten, terwijl oudere bladeren vooral worden gebruikt in warme gerechten.

Foto @Gitta Quiche met o.a. palmkool
Rauw gebruik
Jonge, malse bladeren van palmkool kunnen rauw worden gegeten in salades. Omdat de bladeren steviger zijn dan gewone sla, worden ze vaak fijn gesneden of kort gemasseerd met wat olijfolie en citroensap. Hierdoor worden de bladeren zachter en beter verteerbaar.
Palmkool combineert goed met ingrediënten zoals appel, peer, granaatappel, noten, zaden en harde kazen zoals Parmezaanse kaas. Ook een dressing op basis van citroen of balsamico past goed bij de licht aardse smaak van de bladeren.
Gekookt, gestoofd en geroerbakt
Palmkool wordt vooral gebruikt in warme gerechten. De bladeren kunnen enkele minuten worden gekookt, waarna ze worden verwerkt in stamppot, pasta of groentegerechten. Door de stevige bladstructuur behoudt palmkool meer beet dan boerenkool.
Ook gestoofd met ui, knoflook en olijfolie komt de groente goed tot zijn recht. In roerbakgerechten is een korte bereiding voldoende om de bladeren zacht te maken zonder dat ze hun structuur verliezen. In Italië wordt palmkool vaak bereid met olijfolie, knoflook en chilipeper als eenvoudig bijgerecht.
In soepen en ovengerechten
Palmkool is een geliefd ingrediënt in stevige wintersoepen. Vooral in de Toscaanse keuken wordt de groente verwerkt in de bekende bonensoep Ribollita, waarin palmkool wordt gecombineerd met witte bonen, brood, tomaat en groenten.
Daarnaast is palmkool geschikt voor ovenschotels, lasagne en hartige taarten. De bladeren kunnen worden gecombineerd met aardappelen, pompoen, kaas, champignons of gehakt. Ook als topping op pizza of verwerkt in een quiche geeft palmkool een stevige, hartige smaak.
Smaak en combinaties
De smaak van palmkool is voller en minder bitter dan die van veel andere koolsoorten. De groente combineert goed met knoflook, ui, olijfolie, boter, room, spek, worst en gerookt vlees. Ook peulvruchten, aardappelen, paddenstoelen en pasta vormen klassieke combinaties.
Voor een fris accent passen citroen, sinaasappel of appel uitstekend bij palmkool. Noten, zoals walnoten en hazelnoten, versterken de nootachtige smaak van de bladeren.
Gebruik per leeftijd van het blad
Jonge bladeren zijn mals en kunnen rauw worden gegeten in salades of verwerkt worden in groene smoothies en pesto. Middelgrote bladeren zijn geschikt voor roerbakgerechten en pasta's. Oudere bladeren zijn steviger en worden bij voorkeur gekookt of gestoofd. Het is aan te raden de dikke bladnerf van oudere bladeren te verwijderen, omdat deze taai kan blijven tijdens de bereiding.
Palmkool invriezen, wecken en inmaken
Palmkool kan uitstekend worden ingevroren. Hiervoor worden de bladeren eerst gewassen, de dikke nerven verwijderd en de bladeren één tot twee minuten geblancheerd. Na snel afkoelen in ijswater worden de bladeren goed uitgelekt en verpakt. In de vriezer blijft palmkool ongeveer tien tot twaalf maanden goed.
Wecken is eveneens mogelijk, al wordt dit minder vaak toegepast. De bladeren worden hiervoor kort geblancheerd en vervolgens in schone weckpotten gedaan. De potten worden afgevuld met heet water of een lichte zoutoplossing en daarna volgens de gebruikelijke weckmethode verhit. Door het wecken wordt de structuur zachter dan bij verse of ingevroren palmkool, waardoor de groente vooral geschikt is voor soepen, stoofgerechten en stamppot.
Hoewel inmaken minder gebruikelijk is, kunnen jonge bladeren ook kort worden ingelegd in een zoetzure marinade. Dit levert een bijzondere groente op die goed past in salades of als bijgerecht.
Palmkoolchips
Een populaire moderne bereiding is het maken van palmkoolchips. De bladeren worden van de dikke nerven gehaald, in stukken gescheurd en gemengd met een beetje olijfolie, zout en eventueel kruiden zoals paprikapoeder of knoflookpoeder. Daarna worden ze ongeveer 10 tot 15 minuten geroosterd in een oven van circa 150 °C tot ze knapperig zijn. Palmkoolchips zijn een gezond alternatief voor aardappelchips en behouden veel van hun voedingsstoffen.
Gerelateerde forumtopics
Kopfoto door truller



Aanbevolen reacties
Doe mee aan dit gesprek
Je kunt dit nu plaatsen en later registreren. Indien je reeds een account hebt, log dan nu in om het bericht te plaatsen met je account.