Snijsla wordt vaak verward met pluksla. Snijsla is sla die men vlak boven de grond afsnijd als de blaadjes 10 tot 15 cm groot zijn. Bij pluksla of stengelsla worden telkens de onderste bladeren geplukt zodat de plant kan doorgroeien waardoor uiteindelijk een kale stengel ontstaat. In dit artikel gaan we in op snijsla, voor pluksla geldt dezelfde teeltbeschrijving als kropsla. Snijsla is ideaal om het hele jaar door te telen en vele malen makkelijker op te kweken dan kropsla. De teelt lijkt veel op die van spinazie.
Snijsla Zaaien
Er zijn vele mengsels met verschillende sla en vaak ook koolgewassen. De smaak gaat van mild tot pittig. De volgende groenten worden vaak gebruikt in snijsla mengsels maar in principe kan elke sla soort die dicht op elkaar wordt gezaaid dienen als snijsla mengsel: tuinkers, winterkers, bladkoriander, eikenbladsla, mizuna, mosterdblad, bladkool en rucola.
Snijsla wordt dik gezaaid en kan zowel op rijen als breedwerpig gezaaid worden. Net als kropsla vraagt snijsla een vochtvasthoudende grond. Voor de rest groeit snijsla vrijwel overal zonder problemen. De teeltduur van snijsla is kort waardoor teeltwisseling maar beperkt nodig is.
Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1 - 1,5 cm diepte en zaai de zaden dun uit. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. Uitdunnen is niet nodig; snijsla vormt namelijk geen krop, maar aparte blaadjes die snel en rechtop groeien. De afstand tussen de rijen bedraagt 10-20 cm. Zaai elke twee weken voor een continue oogst. Elke slasoort (dus ook de zaden van kropsla, pluksla, veldsla) kunnen gebruikt worden als snijsla.
Een andere zaaimethode is die van het dun en gelijkmatig uitstrooien van het zaad op een geprepareerd zaaibed. Deze methode is ook zeer goed bruikbaar in potten.
Bemesten
Een speciale bemesting is niet nodig bij snijsla. Het in de herfst inwerken van goed verteerde mest of compost is een prima basis bemesting. Bemesten vlak voor of na het zaaien is niet aan te raden, evenals bijmesten tijden het groeien.
Verzorging
Geef sla voldoende water, de grond mag niet uitdrogen omdat sla dan snel doorschiet. Bescherm de plantjes tijdens koude perioden.
Oogsten
Snijsla wordt geoogst als de blaadjes 10 – 20 cm hoog zijn (afhankelijk van de soorten in het mengsel). Snijd ze met een mest 2 cm boven de grond af zodat ze opnieuw zullen uitgroeien voor een tweede oogst. Snijsla is vele malen makkelijker dan kropsla en bovendien makkelijker te doseren.
Wat er mis kan gaan
Ziekten en plagen bij sla.
Teeltfase / Kenmerk | Periode / Afstand |
|---|---|
Zaaien (binnenshuis) | Februari - april |
Zaaien (direct buiten) | Maart - november |
Uitplanten | April - september (indien voorgezaaid) |
Plantafstand | 0,5 - 5 cm |
Tussen rijen | 10 - 20 cm |
Oogsten | April - oktober (wanneer nodig) |
Standplaats | Volle zon tot halfschaduw |
Bodem | Humusrijke, vochtige, goed doorlatende grond |
pH | 6,0 - 7,0 |
Optimale temperatuur | 10 - 20 °C |
Teeltduur | 30 - 60 dagen |
Planthoogte | 10 - 25 cm |
Groeiwijze | Losbladig; vormt geen vaste krop |
Bladoogst | Doorlopend mogelijk (cut-and-come-again: jonge bladeren steeds plukken) |
Waterbehoefte | Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid voorkomt bitterheid en doorschieten |
Winterhardheid | Licht vorstgevoelig; sommige rassen kunnen milde kou verdragen |
Bijzonderheden | Snijsla en pluksla zijn snelle, hergroeiende slatypes die ideaal zijn voor continue oogst gedurende het seizoen. |
Aanbevolen reacties
Doe mee aan dit gesprek
Je kunt dit nu plaatsen en later registreren. Indien je reeds een account hebt, log dan nu in om het bericht te plaatsen met je account.