Komkommer (Cucumis sativus) is een eenjarige vruchtgroente die behoort tot de familie van de meloen en de courgette. Bij komkommers zijn er twee hoofd types te omschrijven: glaskomkommers en buitenkomkommers. Voor glaskomkommers spreekt de naam voor zich: ze groeien het beste onder glas. Deze rassen hebben vaak een wat gladdere schil, zijn zo’n 30 cm lang en de moderne rassen moeten niet bevrucht worden. Buitenkomkommers hebben vaker een wat ruwere schil, soms met stekels en zijn iets kleiner dan glaskomkommers.
Zaaien van komkommers
Omdat komkommers zich slecht laten verplanten zaai je direct één of twee zaden in een potje waar de planten enkele weken in kunnen blijven staan tot uitplanten. Vul 9-12cm potjes met potgrond en druk de grond licht aan. Leg in elk potje 1 of 2 zaden en bedek ze met zaaigrond. De zaaidiepte bedraagt ongeveer 1,5-2 cm in potgrond. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar maar zorg er voor dat de potgrond niet te vochtig is waardoor de zaden gaan rotten. Om de zaden snel en goed te laten kiemen worden de potjes op een warme plaats gezet (20 graden).
Na ongeveer 10 dagen zijn de zaden gekiemt. Zet de zaailingen nu op een lichte plaats, bijvoorbeeld voor het raam. De temperatuur mag dalen tot 15 tot 18 graden en houdt de potgrond licht vochtig. Indien je twee zaden in een potje hebt gezaaid, behoud je na opkomst alleen de sterkste zaailingen. Steun de zaailingen met een stok naarmate ze groter groeien. Komkommers houden niet van verspenen. Direct in de volle grond zaaien kan ook maar pas na half mei als de meeste kans op vorst geweken is en de temperatuur hoog genoeg is. Zaai dan meerdere zaden per plantgat op de juiste plantafstand (zie hieronder) en dun later de zaailingen uit.
Tip
Net als bij courgette is het aan te raden om enkele weken na opkomst van de zaden nogmaals te zaaien zodat men groeikrachtige planten heeft tot in het najaar.
Planten van komkommer
Plant komkommer uit vanaf half Mei tot begin Juni als de kans op vorst geweken is en de plant minimaal vier tot zes echte bladeren hebben. Bij koude nachten afdekken met vlies doek. Onder glas kan je afhankelijk van het weer eerder uitplanten rond begin mei, maar de temperatuur mag niet onder de 16 graden komen. Komkommers kunnen ongeveer 4 weken na zaaien uitgeplant worden. Hard ze eventueel nog af voor uitplanten (wiki: Afharden).
Komkomkommers zijn warmteminnende planten en groeien het beste bij een temperatuur van van 18-30 graden. Temperaturen onder de 10 graden zorgen voor schade. Plant komkommers op een beschutte plek met veel zon maar bescherm bij intense zonnestraling. Zorg voor een goed gedraineerde grond die toch nog voldoende vocht vasthoudt door compost onder te werken. Komkommer hebben maar een oppervlakkig wortelstelsel, ze hebben een grote hoeveelheid vocht nodig, laat de grond absoluut niet uitdrogen maar zorg er ook voor dat de plant niet te nat staat. Komkommers doen het ook goed in grote potten op een zonnig plekje in de tuin of tuinkas.
De plantafstand bedraagt voor: Klimmende rassen: 40-45 cm Kruipende rassen: 55-75 cm. Leidt de klimmende rassen aan draden, wigwams of frames omhoog, ze doen dit maar beperkt zelf en hebben dus hulp nodig.
Bemesten van komkommer
Bemest komkommers ruim voor het planten/zaaien met een rijke gift verteerde mest of compost. Een bemesting met koemestkorrels kan natuurlijk ook. Het zijn gulzige planten, zowel wat betreft voeding als vocht. Ideaal is een geprepareerd bed van 30cm breed en 30 cm diep per plant waar veel goed verteerde mest / compost door de grond wordt gewerkt. Tijdens en na de vruchtvorming wordt bijgemest met een samengestelde (kunst)meststof met veel kalium (tomatenmest) of een vergelijkbare organische bemesting. Doe dit ongeveer om de 2 weken, zeker in potten.
Dagelijkse verzorging
Geef regelmatig water, de bodem mag niet uitdrogen, zeker niet in potten. Als de plant slap heeft gehangen duurt het even voordat deze hersteld is. Voor bemesting zie hierboven. Oudere rassen hebben zowel mannelijke en vrouwelijke bloemen. Als deze komkommers bestoven worden door de mannelijke bloem vormen ze bittere komkommers met veel zaad. Daarom verwijder je bij de oudere rassen de mannelijke bloemen zo snel mogelijk. De vrouwelijke bloem heeft een kleine verdikking (het vruchtbeginsel - mini komkommer) de mannelijke bloem niet. De meeste moderne rassen bloeien echter geheel met vrouwelijke bloem. Doordat er alleen vrouwelijke bloemen zijn is de kans op bestuiving veel kleiner. Ze kunnen nog wel bestoven worden door andere komkommerachtigen.
Snoeien van komkommer
Alleen bij klimmende glaskomkommers kan het nodig zijn om te snoeien. Het makkelijkst is om de planten op te kweken met één stengel en enkele kort uitgegroeide okselscheuten. Knijp de groeipunten van de okselscheuten af als er 6 bladeren zijn maar laat de vruchtbeginselen zitten. Laat één vrucht per bladoksel ontwikkelen of als de groei afneemt om en om (in de ene bladoksel wel een vrucht, bij de volgende uitnijpen, bij de daaropvolgende bladoksel weer wel, etc). Top de komkommerplant wanneer ze het dak van de kas heeft bereikt of laat enkele zijscheuten ontwikkelen tot een nieuwe hoofdscheut die naar beneden geleid kan worden.
Oogsten van komkommer
Oogst regelmatig om de vruchtvorming te bevorderen. Laat komkommers niet te groot worden (niet zo groot als in de supermarkt).
Wat er mis kan gaan
Soms zijn komkommers bitter. De oorzaak is een plant die geen geleidelijke opkweek heeft gehad door onder andere te weinig water, hoge temperaturen of beperkte bemesting. Bitterheid is vaak ook ras afhankelijk. Verbeter de groeiomstandigheden en de nieuw gevormde komkommers zullen minder / niet meer bitter zijn. Als het een terugkomend probleem is probeer dan eens een ander ras (er zijn speciale rassen die minder snel bitter worden). Zie verder wiki: ziekten en plagen bij de pompoenfamilie.
Teeltfase / Kenmerk | Periode / Afstand |
|---|---|
Zaaien (binnenshuis) | April - mei |
Zaaien (direct buiten) | Mei - juni (alleen bij warm weer) |
Uitplanten | Mei - juni (na laatste vorst) |
Plantafstand | 40 - 45 cm |
Tussen rijen | 40 - 45 cm |
Oogsten | Vanaf Juli |
Standplaats | Volle zon, warm en beschut (liefst kas) |
Bodem | Voedselrijke, humusrijke, vochtige maar goed doorlatende grond |
pH | 6,0 - 7,5 |
Optimale temperatuur | 20 - 30 °C |
Teeltduur | 60 - 90 dagen |
Planthoogte | 150 - 300 cm (klimmend) |
Ondersteuning | Klimrek, touw of gaas aanbevolen voor verticale teelt |
Vruchtontwikkeling | Langwerpige vruchten die continu worden gevormd tijdens het groeiseizoen |
Oogstwijze | Regelmatig jonge vruchten oogsten voor maximale productie |
Waterbehoefte | Hoog; gelijkmatig vochtig houden, vooral tijdens vruchtvorming |
Winterhardheid | Niet winterhard; zeer gevoelig voor kou en vorst |
Bijzonderheden | Komkommer is een warmteminnend gewas dat in Nederland de hoogste opbrengsten geeft in een kas of op een zeer beschutte, zonnige plek. |
Zelf zaad winnen
Zelf zaad winnen van komkommer is een goede manier om sterke rassen te behouden en beter te begrijpen hoe de plant zich ontwikkelt. De komkommer (Cucumis sativus) is een eenhuizige plant met eenslachtige bloemen: op één plant komen zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen voor. Omdat komkommer relatief eenvoudig zaad vormt, is het een geschikte groente voor beginnende zaadtelers. Wel moet je rekening houden met kruisbestuiving tussen rassen en met de korte bloeitijd van de bloemen. Door gezonde planten te selecteren en goede isolatie toe te passen, blijft het ras zuiver.
Bestuiving bij komkommer
Komkommerplanten dragen twee soorten bloemen. De mannelijke bloemen groeien meestal eerst en staan op lange, dunne steeltjes. De vrouwelijke bloemen herken je aan het kleine verdikte vruchtbeginsel onder de bloem: dit lijkt op een mini-komkommer die na bestuiving uitgroeit. De bloemen leven maar één dag en moeten in die korte periode bestoven worden. Dat gebeurt meestal door insecten, vooral bijen en hommels. Hoewel zelfbestuiving binnen dezelfde plant mogelijk is, vindt in de praktijk vooral kruisbestuiving plaats via insecten. Alle rassen van Cucumis sativus kunnen onderling kruisen. Kruising met verwante soorten zoals meloen, watermeloen of pompoen komt niet voor.
Isolatie en raszuiverheid
Om ongewenste kruising tussen verschillende komkommerrassen te vermijden, is afstand belangrijk. In open teelt houd je idealiter ongeveer 1 kilometer afstand tussen twee rassen. Wanneer er een natuurlijke barrière aanwezig is, zoals een haag of bosrand, kan 500 meter soms voldoende zijn.
In een tuinomgeving kan je ook andere methodes gebruiken:
Een ras volledig afschermen met insectengaas en daaronder een hommelnest plaatsen voor bestuiving.
Twee rassen afwisselend afschermen, zodat ze om de beurt door insecten bezocht worden.
Handmatige bestuiving uitvoeren door mannelijke en vrouwelijke bloemen zelf te combineren (meer arbeidsintensief).
Teeltcyclus en selectie
De teelt voor zaad verloopt grotendeels hetzelfde als bij komkommers voor consumptie. Belangrijk is dat je voldoende planten selecteert: minstens 6 zaaddragers, maar bij voorkeur een tiental of meer om genetische diversiteit te behouden.
Kies alleen sterke, gezonde planten die goed voldoen aan de raskenmerken. Verwijder planten die ziek zijn of duidelijk afwijkende eigenschappen tonen.
De vruchten worden normaal onrijp geoogst voor consumptie, maar voor zaadteelt laat je ze volledig uitrijpen. De komkommer wordt dan groter, de schil wordt harder en de kleur verandert. Je kan ze ook iets vroeger oogsten en verder laten narijpen op kamertemperatuur. Dit helpt vaak om beter zaad te verkrijgen.
Zaad oogsten, fermenteren en reinigen
Wanneer de vruchten volledig rijp zijn voor zaadwinning, worden ze geoogst wanneer ze volledig uitgegroeid en overrijp zijn volgens consumptiestandaard. De komkommer heeft dan een gele tot geelbruine kleur, voelt hard en leerachtig aan en is niet meer geschikt om te eten. De vrucht wordt vervolgens in de lengte opengesneden. Het zaad met het omliggende vruchtvlees wordt eruit gelepeld en in een glazen pot of kom verzameld.
Laat de pot tijdens de fermentatie losjes afgedekt staan (bijvoorbeeld met een doek of los deksel), zodat er lucht bij kan maar geen vuil of insecten in de pot komen.
Laat het mengsel vervolgens 2 tot 4 dagen fermenteren bij kamertemperatuur (20–30 °C). Tijdens dit proces wordt de slijmlaag rond de zaden afgebroken, waardoor het zaad later beter kan worden schoongemaakt en een hogere kiemkracht krijgt. Roer het mengsel tijdens de fermentatie eventueel één keer per dag even door. Wanneer de zaden bij het roeren gemakkelijk loskomen van het vruchtvlees en vrij bewegen, is dit een duidelijke aanwijzing dat de fermentatie goed op gang is. De duur van het fermentatieproces hangt af van de temperatuur en van het suikergehalte van het vruchtvlees. Bij warm weer kan het proces al binnen 48 uur klaar zijn, terwijl het bij koelere omstandigheden iets langer duurt. Tijdens de fermentatie kan zich aan het oppervlak een dunne witte laag vormen. Dit is normaal en hoort bij het natuurlijke gistingsproces. Door af en toe te roeren voorkom je dat deze laag te dik wordt en zorg je voor een gelijkmatige fermentatie. Belangrijk is om de fermentatie niet te lang te laten doorgaan. Wanneer zaden hun slijmlaag hebben verloren en te lang in vocht blijven, kunnen ze soms al beginnen te kiemen, waardoor ze onbruikbaar worden voor bewaring.
Belangrijk: de zaden moeten tijdens deze fase nat blijven en volledig ondergedompeld zijn in het vruchtvlees. Het is de bedoeling dat ze in dit natte mengsel fermenteren; ze mogen dus niet uitdrogen.
Na de fermentatie wordt het mengsel met water verdund en goed omgeroerd. Daarna laat je het bezinken of giet je het voorzichtig af. Goed zaad zinkt meestal naar de bodem, terwijl lege of slechte zaden en drijvende resten boven blijven drijven en kunnen worden verwijderd. Wanneer de zaden duidelijk loskomen van het vruchtvlees en schoon in het water bewegen, en het grootste deel van de pulp zich heeft losgemaakt of boven komt drijven, is het fermentatieproces voltooid en kan het zaad worden schoongemaakt. Het zaad wordt vervolgens grondig gespoeld in een zeef onder stromend water tot alle resten van vruchtvlees en slijm verdwenen zijn.
Belangrijk: vanaf dit moment mag het zaad niet meer nat blijven liggen of opnieuw gaan fermenteren. Het moet zo snel mogelijk worden gedroogd om schimmel en verlies van kiemkracht te voorkomen.
Daarna wordt het zaad uitgespreid op een goed geventileerde, droge plek in de schaduw om te drogen. Regelmatig omroeren voorkomt klonteren en zorgt voor een gelijkmatige droging. Wanneer het zaad volledig droog is, voelt het hard aan en plakt het niet meer. Het kan eventueel nog losgewreven worden zodat zaden die aan elkaar kleven weer afzonderlijk komen te liggen.
Bewaren van komkommerzaad
Bewaar het zaad in een goed afgesloten zakje of pot en voorzie het altijd van een label met soort, ras en oogstjaar. Opschriften kunnen vervagen, dus duidelijke labeling is belangrijk.
Enkele dagen diepvriesopslag helpt om eventuele insecten of larven te doden zonder het zaad te beschadigen.
Komkommerzaad blijft gemiddeld 6 jaar kiemkrachtig, en soms zelfs langer wanneer het koel en droog wordt bewaard. Eén gram bevat ongeveer 30 tot 40 zaden.
Aanbevolen reacties
Doe mee aan dit gesprek
Je kunt dit nu plaatsen en later registreren. Indien je reeds een account hebt, log dan nu in om het bericht te plaatsen met je account.