Alternaria / vroege aardappelziekte - (early blight) – Alternaria solani
De Alternaria-schimmel komt steeds vaker voor in aardappelgewassen en kan leiden tot vroegtijdige bladveroudering en gewasafsterving. Ook tomaat kan worden aangetast. De ziekte wordt vaak verward met de aardappelziekte (Phytophthora infestans), maar verschilt duidelijk in aantastingspatroon en omstandigheden.
Symptomen / herkennen
Op de bladeren ontstaan kleine bruine tot bruinzwarte vlekken die in het begin slechts enkele millimeters groot zijn en verspreid over het blad voorkomen. Deze vlekken zijn scherp begrensd en vaak enigszins hoekig van vorm, vooral wanneer bladnerven de uitbreiding beperken. De eerste symptomen verschijnen meestal op oudere, onderste bladeren en breiden zich daarna omhoog door het gewas uit. Kenmerkend zijn de concentrische ringen (“stierogenpatroon”) in de grotere vlekken, wat een belangrijk onderscheid is met Phytophthora.
Naast bladeren kunnen ook stengels en bladstelen worden aangetast, waar langwerpige donkere vlekken kunnen ontstaan.
Zie hier op de foto de duidelijke concentrische bladvlek of schietschijfvlek genoemd, van opeenvolgende donkere en lichte ringen.
![]()
This file is licensed under the Creative Commons Attribution 3.0 United States license. Wikipedia
Oorzaak
De Alternaria-ziekte in aardappel wordt veroorzaakt door de schimmels Alternaria solani en A. alternata. Vooral bij hoge temperaturen en wisselingen tussen droge en natte periode treedt de aantasting op. Een hoge luchtvochtigheid is bevorderend. In het voorjaar worden sporen door opspattende water of wind naar de onderste bladeren van het aardappelgewas verspreid. De sporen hebben voor kieming water nodig of zeer hoge luchtvochtigheid. De optimumtemperatuur voor kieming ligt tussen de 20-30 ºC.De vlekken kunnen na regen of bij veel dauw en bij temperaturen tussen 5-30 º C sporen produceren. Er worden vooral veel sporen geproduceerd als er regelmatig wisselingen optreden tussen droge en natte perioden.
Maatregelen
Aangetaste bladeren en plantenresten dienen te worden verwijderd en afgevoerd om verdere verspreiding te voorkomen. Ontsmetting van gereedschap is belangrijk om overdracht tegen te gaan. De schimmel kan overwinteren in gewasresten en knollen, waardoor wisselteelt essentieel is. Het telen van resistente rassen vermindert de kans op aantasting. Bespuitingen zijn mogelijk afhankelijk van de teelt en beschikbare middelen.
|
|
|
|
|
Aantasting van stengels
Bij Alternaria solani kunnen naast de bladeren ook de stengels en bladstelen worden aangetast. Op de stengels ontstaan langwerpige, donkerbruine tot zwartbruine vlekken die vaak enigszins ingezonken zijn. Deze vlekken kunnen zich uitbreiden en soms samenvloeien, waardoor grotere necrotische zones ontstaan. De aantasting blijft meestal relatief oppervlakkig, maar kan de stengel verzwakken en bijdragen aan vroegtijdige veroudering en afsterven van het gewas. In tegenstelling tot Phytophthora infestans, waarbij stengelaantasting vaak snel uitbreidt en een meer waterige, onregelmatige verkleuring geeft, is de aantasting bij Alternaria droger, scherper begrensd en meer geleidelijk verlopend.
![]()
Licensed under the Creative Commons Attribution 3.0 United States license. Wikipedia
Aantasting van knollen
Ook knollen kunnen door Alternaria worden aangetast, meestal via wonden of beschadigingen. De aantasting blijft doorgaans oppervlakkiger dan bij Phytophthora. Op de knol ontstaan donkere, ingezonken plekken die droog en stevig aanvoelen. Het weefsel onder de schil is meestal droog, bruin tot donkerbruin en duidelijk afgebakend van gezond weefsel. De rot breidt zich minder grillig en minder diep uit dan bij late blight en blijft vaak beperkt tot de buitenste lagen van de knol.
Sandra Jensen, Cornell University, Bugwood.org Licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial 3.0 License. |
Sandra Jensen, Cornell University, Bugwood.org Licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial 3.0 License. |
Verschil met Phytophthora infestans
Het onderscheid met late blight is vooral zichtbaar in zowel blad- als knolaantasting. Alternaria veroorzaakt droge, scherp begrensde vlekken met concentrische ringen op het blad en een meer geleidelijke, verouderingsachtige aantasting van het gewas, vaak beginnend onderin.
Phytophthora infestans daarentegen veroorzaakt snel uitbreidende, vochtige en onregelmatige vlekken zonder duidelijke ringen, met vaak een lichtgroene of gele randzone rond de aantasting. In knollen veroorzaakt Phytophthora een roodbruine, relatief zachte en korrelige interne rot die onregelmatig en dieper in het weefsel kan doordringen, terwijl Alternaria een drogere, meer oppervlakkige en scherp begrensde aantasting geeft.
Kort samengevat:
Alternaria: droog, scherp begrensd, concentrische ringen, oppervlakkiger knolrot.
Phytophthora: vochtig, onregelmatig, geen ringen, diepere roodbruine interne rot.
Alternaria solani en Alternaria alternata in de moestuin
In de moestuin kunnen zowel Alternaria solani als Alternaria alternata bladvlekken veroorzaken, vooral op tomaten en aardappelen. Hoewel de symptomen soms op elkaar lijken, is er een belangrijk verschil tussen beide schimmels.
Alternaria solani is de belangrijkste veroorzaker van de klassieke vroege aardappel- en tomatenziekte (early blight). Deze schimmel veroorzaakt karakteristieke bruine vlekken met concentrische ringen en kan zich actief uitbreiden, waardoor het aantal aantastingen op de plant toeneemt.
Alternaria alternata komt daarentegen van nature al in grote hoeveelheden voor in de omgeving. Hierdoor wordt deze schimmel vaak aangetroffen in bestaande bladvlekken en soms ten onrechte als oorzaak van de schade aangewezen. Vooral bij vlekken die ontstaan door fysiologische stress, zoals hitte, droogte, voedingstekorten of andere niet-infectieuze oorzaken, wordt A. alternata regelmatig teruggevonden.
Onderzoek heeft aangetoond dat het kunstmatig aanbrengen van hoge concentraties A. alternata niet leidde tot een toename van het aantal bladvlekken. Bij inoculatie met A. solani ontstonden daarentegen wel duidelijk meer aantastingen. Dit bevestigt dat A. solani een veel agressievere ziekteverwekker is, terwijl A. alternata vaak een secundaire rol speelt en bestaande beschadigingen koloniseert.
Daarnaast komt Alternaria alternata veel voor op dood en afstervend plantmateriaal, waaronder plantenresten in de composthoop. Omdat deze schimmel een belangrijke rol speelt bij de afbraak van organisch materiaal, wordt hij vaak aangetroffen zonder dat hij daadwerkelijk de oorzaak is van een ziekte op levende planten.
Voor moestuinders betekent dit dat de aanwezigheid van A. alternata in een bladvlek niet automatisch bewijst dat deze schimmel de oorspronkelijke oorzaak van het probleem is. Ook factoren zoals droogtestress, zonnebrand, voedingsonevenwichtigheden of andere beschadigingen kunnen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van de eerste symptomen.
Alternaria solani en Alternaria alternata zijn beide schimmels uit het geslacht Alternaria, maar ze verschillen in hun waardplanten, ziektebeeld en levenswijze.
Kenmerk | Early Blight (A. solani) | A. alternata |
|---|---|---|
Belangrijkste waardplanten | Aardappel, tomaat en andere nachtschaden. | Zeer breed waardbereik: groenten, fruit, sierplanten en granen. |
Bekende ziekte | Vroege aardappelziekte (early blight). | Alternaria-bladvlekkenziekte op diverse gewassen. |
Symptomen | Grote bruine vlekken met duidelijke concentrische ringen ("schietschijfpatroon"). | Vaak kleinere, donkerbruine tot zwarte vlekken, soms met gele rand. |
Levenswijze | Meer gespecialiseerd op nachtschaden. | Veel algemener; kan ook als saprofyt leven op dood plantmateriaal. |
Economisch belang | Grote schade in aardappel- en tomatenteelt. | Schade in veel verschillende teelten en soms opslagrot. |






Aanbevolen reacties
Doe mee aan dit gesprek
Je kunt dit nu plaatsen en later registreren. Indien je reeds een account hebt, log dan nu in om het bericht te plaatsen met je account.