Jump to content
Image Image Image Image Image
Image

Zwarte 'schimmel' op loof van uien (vooral de witte/gele)


Recommended Posts

Mijn uien hebben maar pecht dit jaar. Ze zijn goed gegroeid, maar ik heb er al aardig wat uit moeten halen omdat er duidelijk zichtbaar aantasting was van de uienvlieg. Die uien hebben we steeds maar geoogst en gegeten. Maar er zit vast in elke ui wel 1 pop van die uienvlieg, en dus kan ik ze niet bewaren. Toch?

En nu ziet het loof er ronduit slecht uit. Het is nog niet overal gaan strijken (of hoe zeg je dat ), maar het wordt langzaam steeds zwarter. Er zit een soort schimmel op. Geen pluis, maar meer een soort poeder. Ik krijg het niet goed op de foto, de close-up functie is niet goed.

Zou dat een vergevorderde staat van bladvlekkenziekte kunnen zijn? Of wat anders? Het zal de bewaarbaarheid ook weer niet bevorderen... of wel? En wat moet ik dan eens met al mij uien?

 

Volgend jaar gaat er veel (uien, kolen, prei) onder tunneltjes met Ikea vitrage. Vind er dan weinig meer aan... maar goed. Blijkbaar is het nodig hier.

 

Al zou dat tegen schimmel dan weer niets doen..

 

Ik ga nog even proberen om een betere foto te maken. En anders maar een slechte

Link to comment
Share on other sites

Als het echt een drama is kan je de witte uien o.a. op zuur zetten of wecken met kruiden. Wat ook kan heel vaak gevulde uien of uiensoep eten.

Onkruid bestaand niet, het is slechts ongewenste vegetatie en het verschil tussen een bloem en een onkruid is een oordeel. www.peperschrift.nl

Link to comment
Share on other sites

Jorieke, kijk hier eens naar:

http://www.kennisakker.nl/kenniscentrum/handleidingen/teelthandleiding-zaaiuien-ziekten-en-plagen

3.2.2. Valse meeldauw (Peronospora destructor)

In Nederland was schade door valse meeldauw in uien al bekend vóór 1938. Tot in het midden van de jaren zestig was de veroorzaker van deze ziekte de belangrijkste loofschimmel in uien. Echter na 1968 werd aantasting in Nederland nauwelijks meer waargenomen; vanaf 1986 vond weer een geleidelijke uitbreiding plaats.

 

De schimmel overwintert voornamelijk in uien, hetzij in de schuur, hetzij op het veld. Hierbij kan gedacht worden aan plantmateriaal voor de teelt van tweedejaars plantuien, zaaduien en aan winteruien. In het voorjaar kunnen vanuit deze primaire infectiebronnen (systemisch zieke planten) andere planten en gewassen, waaronder zaaiuien, besmet worden. Andere mogelijkheden van overwintering zijn via zaad (aan zaad aanhangend schimmelmateriaal) of via öosporen (rustsporen), die jarenlang in de grond levenskrachtig kunnen zijn. Het belang van deze mogelijke infectiebronnen wordt gering geacht, maar met name besmetting via öosporen moet niet worden uitgesloten. De toename van de ziekte in de afgelopen jaren is voornamelijk tot stand gekomen vanuit tweedejaars plantuien.

Het eerste symptoom van de ziekte zijn lichtgroene tot geelkleurige ovaalvormige vlekken, die afsteken tegen het groene, gezonde weefsel. Deze vlekken ontstaan vrijwel steeds aan de top of midden in het blad. Op deze vlekken kan de schimmel uitbundig sporuleren, zodat van hieruit gezonde bladeren aangetast kunnen worden. Rondom deze vlek kan de schimmel zich in concentrische ringen uitbreiden. Het aangetaste blad, waarop zich bovendien secundaire parasieten kunnen vestigen (zwartgekleurde schimmel), wordt vervolgens necrotisch en sterft af. De schimmel kan zo massaal toeslaan dat ernstige schade ontstaat (30% opbrengstderving) en dat zelfs de bewaarbaarheid van de uien wordt verminderd en de uien een afwijkende vorm krijgen wanneer het loof al vóór het strijken afsterft. In dat geval hebben de uien immers nog een te dikke hals.

 

De groei en verspreiding van de schimmel wordt in sterke mate bepaald door de weersomstandigheden in het gewas (microklimaat). Sporulatie kan verwacht worden wanneer de relatieve luchtvochtigheid gedurende minimaal de laatste vier uur vóór zonsopgang boven de 95% lag bij temperaturen tussen 4 en 24° C, de temperatuur de voorafgaande dag gemiddeld geringer dan 23° C was en de afgelopen nacht geen neerslag is gevallen, uitgezonderd een lichte bui van maximaal 2 mm vóór 01.00 uur. De schimmel kan niet sporuleren op een blad dat bedekt is met een waterfilm, maar wanneer vrij water in druppels op het blad ligt verhindert dit de sporulatie niet. Ongeveer 1 à 2 uur na zonsopkomst worden bij dalende relatieve luchtvochtigheid de sporen vervolgens massaal verspreid. Deze sporen hebben een korte levensduur en kunnen alleen kiemen in aanwezigheid van vrij water op het blad gedurende minimaal 4-6 uren. Vindt de verspreiding van sporen plaats op een dag waarop in de ochtend de bladeren al snel opdrogen en pas weer laat in de avond nat worden, dan zal verspreiding van de ziekte uitblijven. De ziekte heeft overigens een incubatietijd van 10-16 dagen.

Link to comment
Share on other sites

Join the conversation

You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.

Guest
Reply to this topic...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoji are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.

×
×
  • Create New...