Ga naar inhoud
Bekijk in de app

Een betere manier om deze website te gebruiken. Meer informatie.

Moestuin Forum

Een app met volledig scherm op uw startscherm met pushmeldingen en meer.

Om deze app op iOS en iPadOS te installeren
  1. Tik op Deelpictogram in Safari
  2. Blader door het menu en tik op Toevoegen aan startscherm.
  3. Tik op Toevoegen in de rechterbovenhoek.
Om deze app op Android te installeren
  1. Tik op het menu met drie puntjes (⋮) in de rechterbovenhoek van de browser.
  2. Tik op Toevoegen aan startscherm of App installeren.
  3. Bevestig door op Installeren te tikken.

Aardappels


De aardappel behoort tot de nachtschadefamilie, net als de tomaat en de paprika. Er zijn meer dan 400 aardappelrassen met allemaal verschillende eigenschappen als bewaarbaarheid, ziektegevoeligheid, vorm en kleur van de knollen.

Kies voor rassen met een sterke resistentie tegen ziekten. Aardappels uit de supermarkt kunnen schimmels bevatten en zijn behandeld met een anti-spruitmiddel. Koop daarom (NAK) gecertificeerd pootgoed bij de zaadhandel, tuincentrum of op de markt, zo kan je er bijna zeker van zijn dat je gezond pootgoed gekocht hebt. Tegenwoordig wordt pootgoed (vooral op de markt) ook in kleine aantallen verkocht.

Aardappels laten spruiten

Het spruiten van aardappels geeft enige voorsprong (twee weken). Leg de aardappels in een platte schaal of in eierdoosjes met die kant van de aardappels naar boven waar de meeste ogen zitten. Zet ze op een lichte, vorstvrije maar goed geventileerde plaats voor ongeveer 4-6 weken. 10 graden is ideaal. Te warm of te donker resulteert in lange, tere en bleke scheuten die bij het minste geringste afbreken. Laat twee tot drie spruiten per pootaardappel zitten, wrijf de overige er af. Scheuten van ongeveer 2-3 cm zijn ideaal voor het planten, maar de lengte maakt verder niet veel uit.

Planten van aardappels

Aardappels groeien het beste op een zonnige plek met een vruchtbare, goed gedraineerde grond. Planten van aardappels doe je wanneer er nog maar weinig kans is dat het loof bij zware vorst zal afvriezen.

Vroege aardappels kunnen meestal vanaf half februari tot half april gepoot worden. De beste tijd om aardappels te poten is van half maart tot begin april. Late aardappelen kunnen gedurende de gehele maand april - begin mei gepoot worden. De beste pootdatum is in dit geval de eerste helft van april vanwege het risico op de aardappelplaag later in het seizoen.

Aardappels worden meestal op rijen geplant. De plantafstand bedraagt bij: Vroege aardappelen: 30-35 cm tussen de planten zelf en 40-45 cm tussen de rijen. Middel / late aardappelen: op 38 – 40 cm tussen de planten en 60-75 cm tussen de rijen.

De plantdiepte bedraagt ongeveer 5-10 cm. Plant de aardappels rechtop, met de ogen of spruiten naar boven en bedenk met grond. Aandrukken is niet nodig. Bij kans op vorst dekken we de aardappels af met fleeche. Wanneer de plantjes groot genoeg zijn kan je er wat grond tegen aan werken (aanaarden), zie verzorging hiernaast.

Teeltfase / Kenmerk

Periode / Afstand

Voorkiemen

Februari - maart

Poten

Midden mei

Uitplanten

Niet van toepassing

Plantafstand

35 - 40 cm

Tussen rijen

50 - 70 cm

Oogsten

Juni – oktober (afhankelijk van vroege, middelvroege of late rassen)

Standplaats

Volle zon

Bodem

Losse, diep bewerkte, humusrijke en goed doorlatende grond

pH

5,0 - 6,5

Optimale temperatuur

15 - 20 °C

Teeltduur

90 - 150 dagen

Planthoogte

40 - 100 cm

Knolvorming

Ondergrondse knollen ontwikkelen zich aan uitlopers van de plant

Aanaarden

Meerdere keren tijdens de groei om knollen te beschermen tegen licht

Oogstwijze

Rooien zodra loof afsterft of, bij vroege aardappelen, wanneer de knollen voldoende groot zijn

Waterbehoefte

Gemiddeld tot hoog; vooral belangrijk tijdens knolvorming

Winterhardheid

Niet winterhard; knollen verdragen geen langdurige vorst in de grond

Bijzonderheden

Aardappelen worden ingedeeld in vroege, middelvroege en late rassen. Voorkiemen versnelt de groei en de oogst. Regelmatig aanaarden voorkomt groene, giftige knollen door blootstelling aan zonlicht.

Bemesting van aardappels

Werk enkele maanden voor het poten een rijke gift (een emmer per vierkante meter) verteerde compost of mest onder. Twee weken voor het planten strooi je nog wat koemestkorrels uit over de grond. Tijdens het planten en aanaarden is het aan te raden om nog wat patentkali te strooien. Bij het poten kan er nog wat compost in het plantgat gedaan worden. Aardappels vragen een gemiddelde hoeveelheid stikstof, te veel stikstof resulteert in veel loof. Pas dus op met kippen en duivenmest.

Verzorging

We aarden aardappels aan omdat anders de aardappels die boven de grond komen groen worden, ter bescherming van de jonge scheuten tegen de koude nachten en om later makkelijker te kunnen rooien. Aanaarden wordt voor het eerst uitgevoerd als de stengels hoog genoeg zijn om er grond tegen te werken. Dus wanneer de stengels ongeveer 15-25 cm zijn aard je ze 10 cm aan, dit aanaarden kan je naar behoefte ongeveer 1 of 2 keer herhalen (tot max 30 cm hoge walletjes).

 

De eerste weken na poten moeten we het onkruid nog wieden, later is dit niet meer nodig omdat het loof van de aardappelen de grond dusdanig beschaduwt dat onkruidgroei vrijwel onmogelijk wordt. Bij kans op vorst dekken we de aardappels af met vliesdoek om vorstschade (wiki: vorstschade )te voorkomen. Ook aanaarden behoort tot de mogelijkheden. Bij langdure droogte geef je regelmatig water.

Wisselteelt is bij aardappelen van groot belang omdat het gewas gevoelig is voor een opeenstapeling van bodemziekten en plagen. Wanneer aardappelen te vaak op dezelfde plek worden geteeld, kunnen schadelijke organismen zoals aaltjes, schimmels en ziekteverwekkers zich in de bodem ophopen. Dit leidt niet alleen tot lagere opbrengsten, maar ook tot een hogere kans op ernstige teeltproblemen die meerdere jaren in de grond kunnen blijven aanwezig zijn. Daarom wordt in de praktijk vrijwel altijd een teeltpauze van minimaal drie tot vier jaar aangehouden voordat aardappelen opnieuw op hetzelfde perceel worden verbouwd.

Daarnaast is het belangrijk om geen andere gewassen uit de nachtschadefamilie (Solanaceae) voorafgaand of in rotatie met aardappelen te telen. Tot deze familie behoren onder andere tomaat, paprika, aubergine en kaapse kruisbes (physalis). Deze gewassen zijn namelijk gevoelig voor grotendeels dezelfde ziekten en plagen als aardappelen, zoals phytophthora infestans en diverse aaltjessoorten. Door deze verwante gewassen in dezelfde rotatie te plaatsen, blijft de infectiedruk in de bodem hoog en neemt de kans op uitbraken aanzienlijk toe.

Een goede wisselteelt voor aardappelen bestaat juist uit gewassen die de bodem verbeteren of in elk geval niet dezelfde ziekten delen. Peulvruchten zoals bonen en erwten zijn bijzonder gunstig omdat zij stikstof binden in de bodem en daarmee de vruchtbaarheid verhogen. Ook bladgewassen zoals sla en spinazie passen goed in de rotatie, omdat zij weinig bodembelasting veroorzaken en snel groeien. Daarnaast kunnen granen of gras-klavermengsels bijdragen aan een gezonde bodemstructuur en het onderdrukken van bepaalde bodemgebonden ziekten.

Aan de andere kant zijn er ook duidelijke ongeschikte voorteelten. Alle nachtschades moeten worden vermeden, evenals aardappelen zelf wanneer er sprake is van achtergebleven knollen in de grond die opnieuw kunnen uitlopen. Deze zogenaamde “opslagplanten” kunnen ziekten in stand houden en vormen een directe besmettingsbron voor nieuwe teelten. Door een doordachte wisselteelt toe te passen blijft de bodem gezond, wordt de ziektedruk verlaagd en kan een stabiele en hoge opbrengst van aardappelen op lange termijn worden gewaarborgd.

Categorie

Gewas

Wel / Niet

Reden

Nachtschades

Tomaat

Niet

Delen phytophthora en aaltjes, hoge ziekteoverdracht

Nachtschades

Paprika

Niet

Zelfde ziekten als aardappel (o.a. phytophthora)

Nachtschades

Aubergine

Niet

Verhoogt ziektedruk van nachtschadeziekten

Nachtschades

Physalis (kaapse kruisbes)

Niet

Zelfde familie,zelfde bodemziekten

Knolgewassen

Aardappelen (opslag)

Niet

Achtergebleven knollen houden ziekten in stand

Fruitgewas

Aardbeien

Matig

Geen directe ziekten, maar intensieve teelt kan bodem “uitputten”

Peulvruchten

Bonen / erwten

Wel

Verbeteren bodem door stikstofbinding

Bladgewassen

Sla / spinazie

Wel

Lage ziekte-overlap, weinig bodembelasting

Granen

Tarwe / gerst / haver

Wel

Breken ziektencyclus en verbeteren structuur

Groenbemester

Gras-klaver

Wel

Herstelt bodem en onderdrukt aaltjes deels

Rustgewas

Afwisseling/braak

Wel

Vermindert opbouw van bodemziekten en aaltjes

4-jaars rotatieschema voor aardappelen

Jaar

Gewas

Functie in de rotatie

Waarom dit goed werkt

Jaar 1

Aardappelen

Hoofdteelt

Maximale benutting van vruchtbare, schone grond zonder recente ziekte-opbouw.

Jaar 2

Peulvruchten (bonen/erwten)

Bodemverbetering

Binden stikstof en herstellen bodemvruchtbaarheid na aardappelteelt.

Jaar 3

Granen of bladgewassen (tarwe, gerst, sla)

Ziekteonderbreking

Breekt cyclus van aardappelziekten en vermindert aaltjesdruk.

Jaar 4

Groenbemester (gras-klaver of rustgewas)

Bodemherstel

Bouwt organische stof op en onderdrukt bodemziekten en aaltjes.

Teelt in ruggen vs vlakveld

Bij de teelt van aardappelen wordt meestal gekozen voor ruggenbouw, waarbij de planten in verhoogde ruggen worden geteeld. Deze ruggen worden tijdens de groei verder opgebouwd door aanaarden, waardoor de knollen dieper en beter bedekt in de grond liggen. Dit vermindert de kans op vergroening door licht en zorgt ervoor dat de aardappelen beter beschermd zijn tegen temperatuurwisselingen en mechanische beschadiging. Daarnaast maakt ruggenbouw het rooien van de aardappelen efficiënter en minder schadelijk voor de knollen. Ook verbetert deze methode de afwatering, omdat overtollig water makkelijker uit de verhoogde ruggen weg kan zakken.

Vlakveldteelt daarentegen gebeurt zonder het vormen van verhoogde ruggen, waardoor de aardappelplanten op een vlak perceel groeien. Deze methode wordt minder vaak toegepast en is vooral geschikt voor specifieke bodems of omstandigheden. Omdat de knollen minder diep en minder goed bedekt liggen, is er meer risico op vergroening en kan water zich sneller ophopen rond de planten. Hierdoor vraagt vlakveldteelt meer aandacht voor bodemstructuur, vochtbeheer en het voorkomen van kwaliteitsverlies.

Oogsten en bewaren aardappels

Oogst naar behoefte voor vers gebruik. Vroege aardappels: 100-110 dagen na het planten Middel: 110-120 dagen na het planten Laat: 125-140 dagen na het planten.

Het exacte aantal dagen is afhankelijk van het ras, het weer, de bodem en nog een aantal factoren. Het bloeien van aardappels is meestal ook een teken dat vanaf nu de vroege aardappels geoogst kunnen worden. Echter niet alle rassen bloeien en het is daarom verstandig om eerst één plant uit te graven. Ook het verdorren en vergelen van het loof is een teken dat er geoogst kan worden.

Voor aardappels die bewaard moeten worden snijdt men het loof 5cm boven de grond af en laat de aardappels nog twee weken in de grond zodat de schil harder wordt en ze verder afrijpen. Rooi de aardappels op een droge zonnige dag en laat ze nog even in de zon drogen. Haal de aardappels voor de eerste vorst uit de grond. Bewaren op een vorstvrije, goed geventileerde koele plek (niet lager dan 5 graden anders wordt zetmeel omgezet in suiker).

Groene aardappels ontstaan wanneer knollen (deels) aan licht worden blootgesteld tijdens groei of bewaring. In dat geval vormt de plant het giftige stofje solanine, waardoor deze delen niet meer eetbaar zijn en verwijderd moeten worden.

Tijdens de bewaring is het daarom belangrijk dat aardappels altijd in het donker liggen, omdat licht niet alleen vergroening veroorzaakt maar ook de kwaliteit sneller achteruit laat gaan. De beste bewaaromstandigheden zijn een koele, vorstvrije en goed geventileerde ruimte met een temperatuur van ongeveer 4 tot 7 graden. Bij deze temperatuur blijven de knollen het langst goed zonder dat ze snel uitlopen of bederven.

Beschadigde of aangetaste aardappels moeten bij het opslaan direct worden weggehaald, omdat deze sneller gaan rotten en schimmels kunnen verspreiden naar de rest van de partij.

Aardappels.jpg

Foto door Pexels

Water en stress

Aardappelen hebben vooral tijdens de knolvorming een regelmatige en gelijkmatige watervoorziening nodig. In deze fase bepaalt voldoende vocht in belangrijke mate de uiteindelijke opbrengst en knolgrootte. Wanneer de plant in deze periode te weinig water krijgt, kan droogtestress ontstaan, wat leidt tot een lagere opbrengst en kleinere of misvormde knollen doordat de groei wordt verstoord.

Ook een sterk wisselend vochtgehalte in de bodem kan problemen veroorzaken. Afwisselend droge en natte periodes vergroten de kans op gewone schurft, een aantasting waarbij ruwe, kurkachtige plekken op de schil van de knol ontstaan. Dit beïnvloedt vooral de kwaliteit en het uiterlijk van de aardappelen, maar maakt ze in principe nog wel eetbaar.

Wat er mis kan gaan

Ziekten:

Plagen / Insecten van aardappel in Nederland

Aardappelen worden in Nederland door verschillende insecten en bodemorganismen aangetast. Sommige plagen vreten aan het blad of de knollen, terwijl andere vooral indirect schade veroorzaken door het overbrengen van ziekten of het verzwakken van de plant. Hieronder staan de belangrijkste plagen die in de Nederlandse teelt voorkomen.

  • Coloradokever - Vreet bladeren kaal, vooral in het larvenstadium kan de schade zeer snel oplopen bij warme zomers.

  • Bladluizen - Zuigen plantensap en zijn vooral gevaarlijk doordat ze virussen zoals aardappelvirus Y kunnen overbrengen.

  • Aardappelcystenaaltjes (Globodera rostochiensis en G. pallida) - Microscopisch kleine aaltjes die de wortels aantasten en jarenlang in de bodem kunnen overleven, met grote opbrengstverliezen als gevolg.

  • Ritnaalden (larven van kniptorren) - Vreten gangen in de knollen waardoor deze minder goed bewaarbaar en onverkoopbaar worden.

  • Slakken - Vooral jonge planten zijn gevoelig; slakken vreten aan stengels en bladeren, vooral bij vochtig weer.

Gerelateerde forumtopics

Feedback gebruiker

Aanbevolen reacties

Er zijn geen reacties om weer te geven.

Doe mee aan dit gesprek

Je kunt dit nu plaatsen en later registreren. Indien je reeds een account hebt, log dan nu in om het bericht te plaatsen met je account.

Gast
Reageer op deze pagina...
Feedback over deze pagina?

Je kunt je opmerkingen en suggesties delen via deze link. Vermeld daarbij duidelijk op welke pagina je feedback betrekking heeft. Je kunt aangeven of je fouten hebt gevonden, bijvoorbeeld niet-werkende afbeeldingen of video's, gebroken links, of suggesties voor verbetering. Als je foto's hebt die wij mogen gebruiken, kun je deze uploaden op het forum via de bovenstaande link. Wil je actief meewerken aan onze encyclopedie? Lees dan meer over hoe je kunt bijdragen via deze pagina.

Account

Navigatie

Zoeken

Account

Navigatie

Zoeken

Zoeken

Browser pushmeldingen instellen in uw browser

Chrome (Android)
  1. Tik op het slotpictogram naast de adresbalk.
  2. Tik op Machtigingen → Meldingen.
  3. Pas uw voorkeuren aan.
Chrome (Desktop)
  1. Klik op het hangslotpictogram in de adresbalk.
  2. Selecteer Site-instellingen.
  3. Zoek Meldingen en pas uw voorkeuren aan.