Alles dat geplaatst werd door rorror
-
Aardbei bladluis of iets anders?
Dat zijn inderdaad bladluizen. Luizen zijn er in verschillende kleuren. Als je nog geen lieveheersbeestjes heb gezien, dan even inspuiten. Shot glaasje spiritus, en scheutje afwasmiddel op een liter water. Niet spuiten als de zon er op staat. 30minuten wachten, en daarna alles ruim afspoelen met water.
-
Wat heb je vandaag (of gisteren) in de tuin gedaan? 2022
Rupsen geplukt, stuk of 50 uit verschillende boompjes en struikjes. Luisjes geplet. Veel onkruid in potten, dus deze verwijderd. Slakken vliegles gegeven, met eindbestemming sloot. Hierna slakken korrels gestrooid. Heerlijk relax met de tuinslang watergeven.
-
Wat heb je net gegeten, of ga je nog eten (uit eigen tuin) 2022
Het eerste knoflookje van dit seizoen geoogst, ik was benieuwed hoe ver ze waren. De helft van de knoflook staat in potten waar straks half mei de pepers in moeten. Dat wordt komende weken dus die potten leeg eten. De andere helft kan wel blijven staan totdat ze afsterven.
-
Insecten: Foto's, verhalen en identificatie.
@Arja Blijkbaar helemaal niet vroeg dus. Ik zie ze liever niet dan wel, wordt altijd helemaal onrustig als ze om me heen vliegen. Waarschijnlijk omdat je het over franse veldwespen had, kwam die vandaag even bij me op bezoek om te laten zien dat die er ook zijn.
-
Japanse esdoorn takken sterfte
Sinds dat ik een paar jaar geleden een japanse esdoorn heb gekocht. Is het sinds het eerste jaar al raak met dat de tak punten afsterven. Na wat googlen denk ik dat dit misschien de ziekte Verticilium is. Maar het kan ook aan de standplaatst liggen. Volle zon, direct onder een druppelslang, en op een winderige plek. Van alle drie houd de japanse esdoorn niet van. Wie kan met zekerheid zeggen waar het door komt? Dit jaar is er wel heel erg veel van dood gegaan, en als het zo doorgaat. Dan gaat deze weg, want mooier wordt die er niet op. Op de afbeelding drukken om te vergroten.
-
Wat heb je vandaag (of gisteren) in de tuin gedaan? 2022
Oude fuchia's van vorige jaar zijn allemaal door taxuslarva opgegeten en dood gegaan. Ik wist dat het ging gebeuren, dus begin winter overal stekken van gemaakt. Zoals ik al eerder schreef, ben ik bij veel planten al naar onorganische substraat gegaan. Geen taxuslarva, en geen varenroumugjes meer. Zo zien ze er uit na 3maanden in het raam te hebben gestaan. Zijn mooi stekken geworden met genoeg wortels. Meteen opgepot, alleen even nachten kouder dan 5 graden in de gaten houden.
-
Zoete aardappel
Zoete aardappelZoete aardappels (Ipomoea batatas) hebben weinig gemeen met de gewone aardappel. Ze behoren tot de windefamilie (Convolvulaceae) en vormen zoete, zetmeelrijke knollen. Hoewel de oranje varianten het bekendst zijn, bestaan er ook rassen met witte, gele, roze of paarse knollen. Zoete aardappels zijn oorspronkelijk afkomstig uit tropische en subtropische gebieden en houden van warmte. Dankzij nieuwe, vroeg afrijpende rassen kunnen ze tegenwoordig ook in Nederland goed worden geteeld, zowel in de vollegrond als in een kas. Een warme zomer zorgt doorgaans voor een grotere opbrengst. Foto @jootje Foto @Jorieke123 Foto @Frans Soorten en rassenEr bestaan honderden rassen zoete aardappel die verschillen in kleur, smaak, vorm en groeiduur. De bekendste rassen hebben oranje vruchtvlees, maar er zijn ook soorten met wit, geel of paars vruchtvlees. Over het algemeen zijn rassen met oranje vruchtvlees zoeter en rijk aan bètacaroteen, terwijl witte en paarse rassen vaak een wat stevigere structuur hebben. Voor de teelt in Nederland zijn vooral vroeg afrijpende rassen geschikt. Enkele populaire rassen zijn: Ras Sterke eigenschappen Aandachtspunten Tainung 65 Zeer hoge opbrengst (2–3 kg per plant), grote knollen, betrouwbaar ras. Knollen worden vaak erg groot en wat onregelmatig van vorm, daardoor soms minder praktisch in gebruik. Witte van Ecohoeve Een mutatie van Tainung 65. Meer knollen per plant (langwerpig), wit vruchtvlees en witte schil worden gewaardeerd. Gemiddeld iets lichtere knollen dan Tainung 65. Beiden kunnen ze ongeveer 2-3 kilo knollen per plant geven. Radiosa Handzamere knollen, aantrekkelijk tweekleurig vruchtvlees, decoratief diep ingesneden blad. Lagere opbrengst dan Tainung 65, knollen zijn fors kleiner en dunner, maar bij een goed jaar zijn ze wel handzamer dan die enorme grote knollen. Kies bij voorkeur een ras dat geschikt is voor het Nederlandse klimaat, zeker wanneer je in de vollegrond teelt. Hier is nog een leuk topic met een handleiding over de zoete aardappel bataat. Zaaien en plantenIn tegenstelling tot veel andere groentegewassen worden zoete aardappelen meestal niet uit zaad geteeld. Nieuwe planten worden doorgaans opgekweekt uit een knol of uit stekken (ook wel slips genoemd) die van een knol afkomstig zijn. Beide methoden worden hieronder beschreven. Planten van knollenPlant zoete aardappels pas wanneer de grond voldoende is opgewarmd, vergelijkbaar met het plantmoment van gewone aardappelen. Maak verhoogde ruggen of bedden van ongeveer 30 cm hoog. Houd bij meerdere ruggen een afstand van ongeveer 75 cm aan. Verhoogde ruggen zorgen voor een luchtige, goed doorlatende bodem waarin de knollen zich gemakkelijk kunnen ontwikkelen. Plant de knollen 5 tot 8 cm diep en houd een plantafstand van 25 tot 30 cm aan. Vermeerderen via stekkenDe meest gebruikte methode is het nemen van stekken van jonge scheuten. Hiervoor worden vaak in het voorjaar binnenshuis knollen voor een zonnig raam of in een verwarmde kas opgekweekt. Neem gezonde, krachtige scheuten en knip deze met een scherpe snoeischaar af. Verwijder de onderste bladeren en kort de stekken in tot ongeveer 20 à 25 cm lengte. Zet ze in potten van circa 15 cm doorsnee en laat ze binnenshuis of in de kas wortelen. Een temperatuur rond de 25 °C is ideaal. De stekken kunnen ook rechtstreeks in de vollegrond worden geplant door ongeveer de helft van de stengel in de grond te steken. Het opkweken van zoete aardappels door middel van zaad is niet aan te raden en behandelen we derhalve niet. Zie ook het bericht en de onderstaande foto's van @Frans voor een mooi voorbeeld van het stekken van zoete aardappelen. Tip StandplaatsZoete aardappels hebben een zonnige, warme en beschutte standplaats nodig. De planten vormen lange kruipende stengels die onder gunstige omstandigheden meer dan 3 meter lang kunnen worden. Voor een goede groei en knolvorming moet de bodem: vruchtbaar zijn; goed waterdoorlatend zijn; voldoende organische stof bevatten; een #pH hebben tussen 5,5 en 6,5. Een kas of tunnel biedt de beste omstandigheden voor een hoge opbrengst, maar diverse moderne rassen kunnen ook in de vollegrond een goede oogst geven. De optimale groeitemperatuur ligt tussen 24 en 26 °C. Bij temperaturen onder 10 °C stagneert de groei en kan schade optreden. Groeiwijze van zoete aardappelenZoete aardappelen nemen in de tuin vrij veel ruimte in beslag, omdat ze niet omhoog groeien maar juist lange, kruipende ranken vormen die zich gemakkelijk over de grond verspreiden. Eén plant kan in het groeiseizoen al snel meerdere meters ruimte innemen, waardoor ze andere gewassen kunnen overwoekeren als je niet oplet. Ze houden van een zonnige, warme plek waar ze rustig kunnen uitgroeien en goed hun energie kunnen steken in de knolvorming. Teelt op de grondJe kunt zoete aardappelen los over de grond laten groeien, wat de meest natuurlijke manier is en vaak ook een goede opbrengst geeft, al vraagt het wel veel ruimte in de tuin. De ranken spreiden zich hierbij vrij uit en bedekken al snel een groot oppervlak. Teelt langs rek of hekHet is ook mogelijk om de ranken langs een hek of rek te leiden om ruimte te besparen, maar in de praktijk blijven ze vooral horizontaal groeien en zakken ze vaak weer naar beneden. Daarom werkt een open, zonnig stuk grond in de meeste Nederlandse tuinen meestal het meest praktisch. Foto @Frans Teelt op de grond. Foto @Rookie VerzorgingGeef tijdens droge perioden regelmatig water, vooral tijdens de vorming van de knollen. Houd het gewas onkruidvrij en zorg voor voldoende voeding. Zoete aardappels kunnen zich sterk uitbreiden. Houd de planten compact door lange scheuten eventueel terug te knippen of langs een rek te leiden. Verwijder groeipunten van scheuten die langer worden dan ongeveer 60 cm wanneer de planten te veel ruimte innemen. BemestingWerk voor het planten ruim compost of goed verteerde stalmest door de grond. Geef tijdens het groeiseizoen eventueel iedere twee tot drie weken een algemene organische meststof. Je kunt ook patentkali gebruiken. Dien dan 40 tot 60 gram patentkali per m² toe (oftewel 4 tot 6 kg per 100 m²). Deze gift geef je eenmalig. Strooi de patentkali gelijkmatig over de grond en hark deze vervolgens licht in. Een tweede gift patentkali is tijdens het groeiseizoen niet nodig. Pas op! Let op met stikstofrijke bemesting: te veel stikstof stimuleert bladgroei ten koste van de knolvorming. OogstenDe jonge bladeren van de zoete aardappel zijn eetbaar en kunnen worden bereid zoals spinazie. Oogst de knollen wanneer het blad begint te vergelen, maar vóór de eerste nachtvorst. Rooi de knollen voorzichtig uit de grond, vergelijkbaar met het oogsten van gewone aardappelen. Laat beschadigingen zoveel mogelijk achterwege, omdat de knollen daardoor minder lang bewaard kunnen worden. Na het oogsten kunnen de knollen één tot twee weken worden nagehard op een warme plek (circa 25-30 °C). Hierdoor ontwikkelen ze meer smaak en zijn ze beter houdbaar. Tip Controleer tijdens het oogsten de knollen op beschadigingen. Beschadigde knollen zijn minder lang houdbaar en kunnen beter als eerste worden gegeten. Gezonde knollen kunnen, mits droog en vorstvrij bewaard, meerdere maanden worden opgeslagen. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Stekken opkweken (slips) Februari – april Planten (direct buiten) Mei – juni (na de laatste vorst, bij voldoende warme grond) Uitplanten Mei – juni Plantafstand 25 - 30 cm Tussen rijen 75 cm Oogsten September - oktober (vóór de eerste vorst) Standplaats Volle zon, warm en beschut Bodem Luchtige, losse, goed doorlatende, humusrijke grond pH 5,5 - 6,5 Optimale temperatuur 24 - 26 °C Teeltduur 90 - 140 dagen (afhankelijk van ras) Hoogte ruggen ± 30 cm Planthoogte 20 – 40 cm Groeiwijze Kruipende plant met lange ranken van 1 – 3 meter Knolvorming Vormt verdikte opslagwortels onder de grond Oogstwijze Rooien vóór de eerste vorst wanneer het loof begint te vergelen Waterbehoefte Gemiddeld; regelmatig water tijdens groei, minder richting oogst Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor kou en vorst Bijzonderheden Zoete aardappel (Ipomoea batatas) wordt meestal geteeld uit stekken (slips) in plaats van uit knollen. Een warme zomer, zwarte mulchfolie of kas verhoogt de opbrengst aanzienlijk in het Nederlandse klimaat. Ziekten en plagenZoete aardappels hebben in Nederland relatief weinig last van ziekten en plagen in vergelijking met gewone aardappelen. Doordat ze niet tot dezelfde plantenfamilie behoren, zijn ze bijvoorbeeld niet gevoelig voor aardappelziekte (Phytophthora infestans). Mogelijke problemen zijn: Slakken Vooral jonge planten kunnen worden aangevreten. Woelmuizen Kunnen schade veroorzaken aan de knollen onder de grond. Bladluizen Kunnen zich ophopen op jonge scheuten en plantensappen opzuigen. Spint Komt vooral voor in warme, droge omstandigheden in de kas. Wortel- en stengelrot Ontstaat meestal door een te natte bodem of slechte drainage. Om problemen te voorkomen is het belangrijk de planten op een zonnige plek in goed doorlatende grond te zetten en overmatige watergift te vermijden. Een ruime vruchtwisseling van minimaal drie jaar helpt bovendien om bodemgebonden ziekten te voorkomen. Foto @Jorieke123 Wraatschade door engerlingen. Gerelateerde forumtopicshttps://www.moestuinforum.nl/topic/624-ervaringen-zoete-aardappel-bataat/ https://www.moestuinforum.nl/topic/23985-zoete-aardappel-in-kas-of-in-zak/ https://www.moestuinforum.nl/topic/57883-zoete-aardappelen-2026/ https://www.moestuinforum.nl/topic/52986-zoete-aardappelen-2025/
-
Wortel
Wortels (Daucus carota) zijn er in diverse soorten: langwerpig, rond, vroeg, laat en in diverse kleuren. Een leuk weetje is dat wortels niet altijd oranje zijn geweest. Pas in de 16 eeuw zijn Nederlandse telers de oranje variant gaan verbeteren en promoten voor het koninklijke huis. Een wortel staat ook wel bekend onder de naam: peen. Zaaien van wortelenHet zaaien van wortelen kan vanaf februari tot begin augustus. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1-1,5 cm diepte. Zaai wortelen direct in de volle grond, ze laten zich slecht verplanten. Zaai dun op ongeveer 2,5 cm van elkaar. Wanneer de zaailingen verschijnen dun je uit op 3-5 cm tussen de zaailingen: dit geeft gemiddeld grote wortelen. Trek de plantjes niet uit maar knijp of knip ze af boven de grond. Uitdunnen of zaaien met een grotere tussenruimte geeft grotere wortelen (max 10 cm tussen de plantjes). Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. De afstand tussen de rijen bedraagt bij zomerwortelen 12-15 cm en bij winterwortelen 25 cm. Wil men eerder zaaien of is het nog te koud, zaai dan vanaf januari wortelen in de koude kas of onder bedekking van fleeche of plastic. Verwijder de bedekking na enkele weken maar dek opnieuw af als de temperatuur daalt. Tip Uitdunnen : knijp of knip de bladeren af in plaats van de plantjes in zijn geheel uit de grond te trekken. Dit beperkt de wortelgeur die de wortelvlieg aantrekt. Bemesting van wortelenWerk een lichte bemesting compost of verteerde mest in de grond. Doe dit bij voorkeur in de herfst. Wortelen hebben weinig stikstof nodig. Wortelen groeien het beste in een mulche van compost. Geef in het voorjaar nog wat patentkali. Let op met stikstofEen teveel aan stikstof (Nitrogen), bijvoorbeeld door stikstofrijke meststoffen of verse, niet-gecomposteerde mest, zorgt ervoor dat de plant vooral energie steekt in het produceren van weelderig, groen loof. Ondertussen blijft de wortelontwikkeling achter. Het resultaat kan zijn: Kleine of misvormde wortels. Korte of “stompe” wortels. Vertakte of “harige” wortels. Oorzaken van misvormde wortelenNiet alleen bemesting speelt een rol. Ook de bodemstructuur en teeltomstandigheden zijn belangrijk: 1. Verdichte grond of stenen. Als een penwortel een harde kluit, steen of compacte kleilaag tegenkomt, zal hij zich splitsen of kronkelen om eromheen te groeien. 2. Verse mest. Onverteerde organische mest stimuleert niet alleen overmatige stikstofvrijgave, maar kan ook direct wortelvervorming veroorzaken. 3. Te dicht zaaien. Wanneer wortelen niet worden uitgedund, concurreren ze om ruimte. Dit kan leiden tot vervormde of in elkaar verstrengelde wortels. OogstenOogst de wortelen wanneer ze groot genoeg zijn, trek dus af en toe een wortel uit om te controleren hoe groot de wortels zijn. Voor vroege rassen is dat 7 – 9 weken na het zaaien, voor latere rassen 10-12 weken. (Winter)wortelen moeten voor de eerste vorst geoogst worden. Zaai elke twee weken voor een continue oogst. Tip Zaai op rijen en oogst een hele rij per keer, door deze oogstmethode kan je voorkomen dat de wortelvlieg de wortelen aantast. Lees meer op de wiki: wortelvlieg Foto door svklimkin Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Niet gebruikelijk Zaaien (direct buiten) Maart - juli Uitplanten Niet van toepassing Plantafstand 3 - 5 cm (na uitdunnen) Tussen rijen 20 - 30 cm Oogsten Juni - november Standplaats Volle zon Bodem Diepe, losse, steenarme, humusrijke grond pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 70 - 140 dagen (afhankelijk van ras) Planthoogte 30 - 50 cm (blad) Wortelvorming Vormt lange penwortel of korte, dikke wortel afhankelijk van ras Uitdunnen Noodzakelijk voor rechte, goed ontwikkelde wortels Oogstwijze Oogsten zodra gewenste worteldikte is bereikt Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vocht voorkomt scheuren en misvormingen Winterhardheid Goed winterhard; kan in de grond overwinteren Bijzonderheden Wortels groeien het best in losse grond zonder stenen; verdichting of obstakels zorgen voor vertakte of misvormde wortels.
-
Witlof
Witlof kan vanaf mei gezaaid worden om in oktober de wortels te rooien of te forceren. Er zijn voor het verkrijgen van de bekende gebleekte stronkjes twee methoden: met dekgrond (in de grond) of zonder dekgrond (bijvoorbeeld in kelder). Zaaien van witlofWitlof zaait men ter plaatse rond mei op een losse, goed en diep bewerkte bodem met een fijne structuur. Zaai om de 3-4 cm een zaadje op 1-3 cm diepte. De afstand tussen de rijen bedraagt 30-35 cm. Nadat de zaailingen enkele weken boven de grond staan (4-6 weken na het zaaien) en zeker niet meer dan 4-5 blaadjes hebben start men met uitdunnen. Dun uit tot 10-14 tot zelfs 20 cm tussen de plantjes. Verplanten van de zaailingen kan maar loopt vaak uit tot een mislukking. Wil je dit toch proberen, zaai dan bij voorkeur op een zaaibed zodat men na 6-8 weken na het zaaien de jonge witlofzaailingen op de afstand zoals hierboven beschreven is kan verplanten. Kort eventueel de bladeren wat in om er voor te zorgen dat de plantjes goed aanslaan. Gebruikt men het uitdunsel van de op rijen gezaaide witlof dan dunt men uit zoals hierboven beschreven maar kiest er dan voor om ongeveer 6 cm tussen de plantjes aan te houden en dan nog 2-3 weken te wachten om uiteindelijk het middelste plantje te verplanten. Zo ontstaat een plantafstand van 12 cm tussen de rijen en heeft de verplante zaailing een betere kans van slagen. VerzorgingZorg er voor dat de eerste weken na zaaien onkruid niet de overhand kan krijgen. Daarna alelen water geven op warme dagen om te voorkomen dat de grond niet uitdroogt. Bemesting van witlofOm goede wortels te bekomen is een trage groei gewenst. Wij raden derhalve aan om witlof niet te bemesten maar te laten profiteren van de mest die vorig seizoen is achter gelaten door andere gewassen. Voeg geen compost toe omdat dit, afhankelijk van de samenstelling, een te hoog gehalte aan stikstof kan hebben. Te veel stikstof is negatief voor de groei van witlof (te veel blad en minder kwalitatieve wortel). Wat er mis kan gaanEen deel van de problemen die kunnen ontstaan zijn hierboven al besproken. Verder moet men ten alle tijden alert zijn op rotting van de wortels, zowel tijdens de teelt als tijdens het inkuilen met of zonder dekgrond. Resumerend hebben losse kroppen een aantal oorzaken: onvoldoende gerijpte wortels, te hoog afgesneden loof, zware (stikstof) bemesting, te nat of juist te droog opgekweekt en een bacterie of schimmel die de kracht van de wortel laat afnemen. Oogsten van de wortelsHet is van belang dat de wortels volgroeid zijn. Dit zal omstreeks Oktober – November zijn. Haal de wortels met een riek of spitvork uit de grond en laat ze nog een aantal dagen op het land liggen. Bekijk de zaadverpakking goed omdat er steeds vaker rassen zijn waarbij het narijpen minder van belang is. Leg de wortels bij voorkeur onder een afdak zodat ze niet nat kunnen regenen en daardoor gaan rotten. Snijdt nu de bladeren op ongeveer 2,5 cm van de wortel af (het hart dient in tact te blijven: donkergroene stip in het midden). Hieruit ontstaat de nieuwe krop. Als je de bladeren te hoog afsnijd ontwikkeld er zich een losse krop. Bewaar de wortels in de schuur op een droge plaats bij een temperatuur van 0-5 graden. Lucht regelmatig om rotting en schimmels te voorkomen. Zonder dekgrondDe meest makkelijke manier om witlof te telen. Zie ook dit bericht op het forum. Deze methode kan zowel toegepast worden in emmers als in kisten, potten, etc. Zet de geoogste wortels (zie hieronder) naast elkaar op een laagje zand in de bak. Vul de ruimte tussen de wortels weer op met zand en zorg er voor dat het zand vochtig wordt / is. Door de emmer eerst enkele dagen op een koele plek te zetten behaalt men het beste resultaat. Zet de emmer daarna bij een temperatuur van 15 graden zodat de wortels uitlopen en er zich witlofkroppen vormen. Het spreekt voor zich dat de wortels / witlof ten alle tijden in het donker moeten staan. Met dekgrondLaat de wortels in de grond zitten en snijdt het loof 2,5 cm boven de grond af. Bedek de stompen met losse en luchtige grond tot zo’n 15 cm boven de grond. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) April - juni Zaaien (direct buiten) April - juni Uitplanten Mei - juni Plantafstand 3 - 4 cm Tussen rijen 30 - 35 cm Oogsten (wortel) Oktober – november Oogsten (witlofstronk) November - maart (trekfase) Standplaats Volle zon Bodem Diepe, luchtige, humusrijke en goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 12 - 20 °C (wortelteelt), 10 – 18 °C (trekfase) Teeltduur 120 - 200 dagen (incl. trekfase) Planthoogte 30 - 60 cm (bladfase) Wortelvorming Vormt lange penwortel (cichoreiwortel) voor forcing Trekfase Wortels worden in het donker “getrokken” tot witte kroppen Oogstwijze Eerst wortels rooien, daarna in het donker witlof laten groeien Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatig vocht bevordert rechte wortels Winterhardheid Goed winterhard (wortels kunnen in grond overwinteren) Bijzonderheden Witlof wordt in twee fasen geteeld: eerst wortelteelt in de volle grond, daarna het “trekken” van de kroppen in het donker voor bleke, compacte witlofkroppen.
-
Winterui
Winteruien worden in de nazomer gezaaid of geplant. De oogst van dit gewas valt vanaf maart als zeer jonge busselui en half juni in het daarop volgend jaar. Winteruien zijn slecht te bewaren en voornamelijk geschikt voor vers gebruik. Gebruik speciale rassen (radar is het bekenste en meest gebruikte winterras). Zaaien winteruiDe beste zaaitijd valt omstreeks 15 en 25 augustus. De planten moeten voor het invallen van de winter drie echte bladeren hebben gevormd. Zaai direct in de volle grond. Planten winteruiPlantuitjes hebben de voorkeur. De beste planttijd voor winterplantuien is vanaf half september tot half november. Planten in september verkrijgt de voorkeur. Bescherm de plantjes bij hele strenge vorst. Het is ook mogelijk om vanaf oktober tot begin januari onder glas te planten. Het planten gaat als normale plantuien: de topjes net boven de grond. Plantafstand 10 cm tussen de planten en 15-25 cm tussen de rijen. Zie ook uien. Standplaats en problemenGedurende de overwinteringsperiode kunnen veel planten wegvallen. Dit kan worden veroorzaakt door bevriezen, maar ook door wateroverlast en dichtslempen van de grond. Zorg dus voor een goed waterdoorlaatbare bodem en bescherm de uien bij strenge vorst met materiaal zoals stro, hooi of fleechedoek. Uien gezaaid in de late zomer / herfst zijn gevoelig voor doorschieten (het vormen van een bloemstengel ). Uien zijn namelijk tweejarig en vormen pas zaad in het volgende seizoen. Een periode van kou triggert de aanmaak van bloemstengels. Wie wel eens winterprei heeft staan kent dit fenomeen. Uien worden echter alleen getriggerd om een bloemstengel aan te maken als ze groot genoeg zijn. Zoals beschreven in dit artikel is de zaaiperiode van eind augustus ideaal, de planten zijn groot genoeg om te overwinteren maar te klein om al een bloemstengel te vormen. Zie verder: Overzicht ziekte, plagen en gebreken bij alliums (ui, prei, knoflook, etc) Rooien van winteruienHet rooien van winteruien is een belangrijk onderdeel van de teelt en oogst, waarbij het juiste moment bepalen het verschil kan maken tussen een goede oogst en een teleurstelling. Over het algemeen wordt aanbevolen om te wachten met rooien totdat de uien volledig rijp zijn, wat te herkennen is aan verwelkte en afstervende bladeren en stevige, volle uikoppen; de bovenste bladeren worden geel en dor, terwijl de onderste al droog zijn. De ideale periode om te oogsten ligt meestal tussen eind juni en begin juli, afhankelijk van de variëteit en de groeiomstandigheden. In sommige gevallen kunnen de stengels echter knakken of beschadigd raken door storm, zware regen of mechanische schade, waardoor het verstandig kan zijn om de uien toch te rooien om rot of verlies van kwaliteit te voorkomen. Daarnaast kan eerder rooien ook nodig zijn wanneer de uien direct gebruikt moeten worden of wanneer de voorraad op dreigt te raken, waardoor niet altijd wordt gewacht op volledige afrijping. Ook spelen weersomstandigheden een belangrijke rol, omdat rooien bij droog weer de voorkeur heeft; natte grond kan zorgen voor vervuiling, beschadiging en slechtere bewaring. Soms wordt het loof al vóór het rooien geknakt of platgelegd om de afrijping te versnellen en het drogen van de hals te verbeteren. Bij het rooien zelf wordt de ui voorzichtig uit de grond getrokken met een hooivork of ui-rooier, waarbij het belangrijk is de uien niet te beschadigen omdat beschadigingen de bewaring bemoeilijken en de kans op schimmel of rot vergroten. Na het rooien is het belangrijk dat de uien niet te lang op het land blijven liggen, vooral niet bij vocht of fel zonlicht, omdat dit de kwaliteit kan aantasten; ze worden daarom zo snel mogelijk naar een droge, goed geventileerde plek gebracht om verder te drogen en uit te harden voor bewaring. Het drogen (uitharden) na het rooienNa het rooien worden winteruien op een droge, goed geventileerde plek gelegd om te drogen; dit drogen is essentieel om de uien te laten uitharden en schimmelvorming te voorkomen. Dit proces, ook wel “uitharden” of “curing” genoemd, is een belangrijke stap om de houdbaarheid te maximaliseren. Bij goed weer kunnen de uien direct na het rooien in dunne lagen op het veld blijven liggen, zodat ze alvast kunnen nadrogen door zon en wind. Wanneer het weer wisselvallig is, worden ze verplaatst naar een beschutte maar goed geventileerde ruimte zoals een schuur, loods of afgedekte open opslag. Belangrijk is dat er voldoende luchtcirculatie is rondom de uien: ze mogen niet in dikke hopen liggen, maar los verspreid of in open kisten, zodat alle kanten goed kunnen drogen. Tijdens het droogproces moeten de uien beschermd blijven tegen regen en vocht, omdat dit snel kan leiden tot schimmel en kwaliteitsverlies. Het drogen duurt meestal één tot drie weken, afhankelijk van temperatuur, luchtvochtigheid en ventilatie. Je herkent goed gedroogde uien aan een droge, papierachtige buitenhuid en een stevig, ingedroogd halsgedeelte, waarbij het loof volledig is uitgedroogd en gemakkelijk loslaat. Zodra dit stadium is bereikt, kunnen de uien worden gesorteerd en opgeslagen in een koele, droge en donkere ruimte voor langdurige bewaring. BemestingVer van te voren bemesten zoals te lezen op de uien pagina. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - maart Zaaien (direct buiten) Augustus - september Uitplanten September - oktober (indien voorgezaaid) Plantafstand 8 - 12 cm Tussen rijen 25 - 30 cm Oogsten Mei - juli Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, goed doorlatende, humusrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 5 – 15 °C (sterk koudebestendig in jonge fase) Teeltduur 200 - 300 dagen Planthoogte 30 - 60 cm Bolvorming Vormt vroege of middelgrote bollen na overwintering Oogstwijze Oogsten in het voorjaar/zomer zodra bollen voldoende ontwikkeld zijn Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatige vochtigheid in herfst en voorjaar Winterhardheid Zeer goed winterhard; speciaal geschikt voor overwintering in volle grond Bijzonderheden Winteruien worden in de nazomer gezaaid en overwinteren als jonge planten; ze leveren een zeer vroege oogst in het voorjaar.
-
Uien
Uien (Allium Cepa) zijn relatief makkelijk te telen en vragen weinig aandacht. Zaaien van uienZaaien van uien vergt wat ervaring en experimenteren. Om grote uien te krijgen zaai je in Januari/februari onder glas of binnenshuis bij een temperatuur van 10-16 graden. Vul potjes een zaaibakje met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond en bedek de zaden licht met zaaigrond zodat ze net niet meer zichtbaar zijn. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar. Als je gebruik maakt van kleine potjes of modulen zaai je 5-6 zaden per module. Zet de zaaibakjes na opkomst op een koele en lichte plaats. Plant de zaailingen uit als ze 15 cm hoog zijn als het weer dat toelaat. De plantafsand tussen de plantjes is zo’n 10 cm of 25 cm tussen de modulen. Hard de plantjes goed af (wiki: afharden) omdat anders door de schok bij uitplanten de uien sneller doorschieten. Vanaf maart tot april kun je direct in de volle grond zaaien (oogst in augustus / september). Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1-1,5 cm diepte en leg elke 2 cm een zaadje. De afstand tussen de zaaigeulen bedraagt ongeveer 25 cm. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat deze contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. Uien van 7 cm vinden wij zelf een mooi formaat (reguliere plantafstand van 10 cm). Dun de plantjes na opkomst uit op 10 cm tussen de uien, de uitgedunde plantjes kunnen gegeten worden als bosui. Andere mogelijkheden zijn -na uitdunnen van de ontkiemde zaden- 4 cm voor gemiddeld grote uien en 5-12 cm voor grote uien. Dichter op elkaar planten zorgt bijna altijd voor kleinere uien. Bemesten van uienUien verdragen geen verse bemesting en ook halfverteerd kan dit tot problemen leiden. Hierdoor werk je voor ui gevaarlijke schimmels en de uienvlieg (wiki: uienvlieg) aan. Werk bij voorkeur in de herfst / najaar veel stalmest onder. Geef een bemesting met een hoog kalium gehalte zoals houtasse of patentkali. Uien hebben weinig stikstof nodig omdat ze anders meer blad en minder ui vormen. Geef tijdens de teelt geen mest meer! Verzorging van uienOnkruid wieden is noodzakelijk, zie hieronder bij uien en daglicht. Uien wortelen oppervlakkig, wees dus voorzichtig met schoffelen en harken. Gieten of sproeien van water is af te raden. Winteruien plantenZie winteruien planten. Uien en daglichtHoe meer ruimte uien hebben om te groeien hoe meer voedingstoffen en water ze op kunnen nemen. Maar dat is niet de enige sleutel tot succes. Uien dicht op elkaar geplant, op een schaduwrijke plek of omgeven met onkruid ontvangen minder licht. Uien zijn gevoelig voor licht: bij een tekort aan licht gaat de ui zich meer richten op het afronden van de groei (en de vorming van de bloemstengel). Daardoor wordt de ontwikkeling van de groei van de ui zelf afgeremd en wordt deze niet zo groot. Uien geplant op een schaduwrijke plaats of met veel onkruid blijven kleiner. Uien groeien voornamelijk op de langste dagen, dat is ook de reden dat in het voorjaar en de winter niet groeien. Het aantal bladeren en de grote van de bladeren zijn ook belangrijk voor de groei, daarom zaai je het liefst in januari binnen voor. Planten van uienPlantuien worden vanaf eind februari en voornamelijk in maart geplant. De oogst valt in juli / augustus. Het puntje moet net boven de grond uitkomen. Druk het plantuitje gewoon de grond in. Uien van 7 cm vinden wij zelf een mooi formaat, de plantafstand tussen de uitjes bedraagt dan ongeveer 10 cm. Andere mogelijkheden zijn 4 cm voor gemiddeld grote uien en 5-12 cm voor grote uien. Dichter op elkaar planten zorgt bijna altijd voor kleinere uien. De afstand tussen de rijen bedraagt 25 cm. Om zelf plantuitjes te kweken kijk je op wiki: Plantuitjes kweken Oogsten van uienWacht voor bewaaruien tot de bladeren van nature zijn afgestorven. Plantuien kunnen eerder geoogst worden dan zaaiuien, zie bij zaaien. Het met de hand platdrukken is niet aan te raden. Voor de bewaarbaarheid is het beter om te oogsten als het loof gevallen is en het voor 50/80 % (2/3e) aan het afsterven is. Vroeger oogsten geeft opbrengstverlies doordat de uien nog groeien nadat het loof gaat liggen en afsterven. Laat ze nog zo’n tien dagen drogen in de zon. De huid en de bladeren moeten geheel droog zijn voor de uien bewaard kunnen worden. Bewaar bij een temperatuur van 0-7 graden en een luchtvochtigheid onder de 40% Eerder oogsten is alleen aan te raden bij vers gebruik of bij een schimmelaantasting. Oogst voor vers gebruik is niet gebonden aan een periode. Daarnaast kunnen de groene bladeren van jonge plantjes en uitdunsel gebruik worden als bosui. Doorgeschoten uien zijn niet te bewaren en kunnen in een vroeg stadia wel vers gebruikt worden. Ziekten en plagenZie Overzicht ziekten, plagen en gebreken bij aliums (ui, prei, knoflook, etc). Zaaien of planten?We raden aan om pootuitjes te gebruiken in plaats uien te zaaien. Zaad is goedkoop, er is meer keus in soorten en de uitgedunde plantjes kunnen in salade verwerkt worden. Nadelen van zaaien zijn een moeilijke opkweek door een traag en kwetsbaar kiemstadium. Daarnaast hebben uien een lang groeiseizoen nodig om mooie uien te ontwikkelen. Plantuitjes daarentegen hebben een voorsprong. Ze zijn makkelijk te planten en de plantafstand is goed en efficiënt in te delen. Nadelen zijn de beperkte keus aan soorten, de prijs tov een zakje zaad en de gevoeligheid voor doorschieten. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Januari - april Zaaien (direct buiten) Maart Uitplanten April – mei (indien voorgezaaid) Plantafstand 5 – 15 cm Tussen rijen 25 - 30 cm Oogsten Juni - september Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, goed doorlatende, matig voedselrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 120 - 170 dagen Planthoogte 30 - 60 cm Bolvorming Vormt een enkele grote bol onder de grond Oogstwijze Oogsten wanneer loof omvalt en vergeelt Waterbehoefte Gemiddeld; minder water richting oogst voor betere bewaring Winterhardheid Matig winterhard; jonge planten kunnen lichte vorst verdragen Bijzonderheden Uien zijn gevoelig voor concurrentie van onkruid; een goede start en regelmatig wieden is belangrijk voor een goede bolvorming.
-
Stengelui
De smaak en vorm van stengelui (Allium fistulosum) zit tussen bosui, normale uien en prei in. Het groene blad is pijpvormig en hol zoals bij ajuin, het witte gedeelte vormt geen tot weinig bol (in tegenstelling tot bosui) en lijkt op de schacht van prei. Daarnaast is stengelui goed winterhard. Zaaien en planten van stengeluiTer plaatse zaaien heeft de voorkeur maar net als prei kan stengelui prima voorgezaaid en verplant worden. Met een beetje plannen oogst je heel het jaar stengelui. Zaai in februari in potjes of modulen binnenshuis of onder glas voor. Bij gunstig weer kan men het ook meteen in de volle grond proberen (lees verder). Plant de zaailingen uit in april / mei zoals bij prei. Zaai in April direct in de volle grond op rijen van 30 cm, dun na ontkiemen uit tot 5 à 8 cm. Zaai in augustus tot oktober in ruien en dun uit tot 5 à 8 cm. Plantafstand bedraagt 30 cm. Stengelui kan behoorlijk wat vorst verdragen en kiemt bij lage temperaturen. Kortom stengel ui kan vanaf het vroege voorjaar tot begin van de winter gezaaid worden. Bemesten en standplaatsBemest stengelui door een matige hoeveelheid compost onder te werken. Stengelui mag aangeaard worden om lange witte schachten te krijgen. Oogsten van stengeluiOogst naar behoefte. Oogst eerst de plantjes die te dicht op elkaar staan. De gehele plant kan verwerkt worden in zowel koude als warme gerechten (als prei). Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - juni Zaaien (direct buiten) Maart - juli Uitplanten April – juli (indien voorgezaaid) Plantafstand 5 - 8 cm Tussen rijen 3 cm Oogsten Hele jaar door Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Luchtige, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 22 °C Teeltduur 60 - 100 dagen Planthoogte 30 - 70 cm Bolvorming Vormt geen echte bol; lange witte schacht met groen loof Oogstwijze Oogsten wanneer stengel voldoende dik is; kan jong of wat groter geoogst worden Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid geeft malse stengels Winterhardheid Matig winterhard; kan milde kou verdragen Bijzonderheden Stengelui wordt geteeld voor de lange witte schacht en milde uiensmaak; groeit snel en is geschikt voor opeenvolgende zaai voor continue oogst. Gerelateerde forumtopics- Stengelui. - stengelui in de winter - Stengelui gebruiken zoals gewone uien?. - Stengelui of prei?
-
Sjalot
Sjalot (Allium ascalonicum) lijken veel op een kleine ui. Sjalot ontwikkelt meerdere klisters / bolletjes per plant. Ze hebben een specifieke eigen zoete smaak licht knoflook achtig. De moeite waard om eens te proberen. De teelt is verder hetzelfde als uien, en daarom hieronder beknopt weergegeven: een uitgebreide handleiding is te vinden bij de uien. Sjalot zaaien en plantenWe onderscheiden twee hoofdrassen: bruine en gele plantsjalotten. Bruine plantsjalotjes plant je omstreeks februari - gele sjalot wordt het meest verkocht en plant je omstreeks april. Gebruik je plantsjalotjes dan plant je ze net zoals uien: de topjes net zichtbaar. De plantafstand bedraagt 10-18 cm (afhankelijk van de grote) tussen de uitjes en 30 cm tussen de rijen. Net als bij uien is zaaien voor de wat gevorderde moestuinier. Zaai de zaden omstreeks maart-april op 30 cm tussen de rijen en 2cm tussen de zaadjes op een diepte van 2,5 cm. Het zaad is zeer fijn dus zorg er voor dat de grond fijn bewerkt is. Dun later uit naar 10-15 cm wanneer de zaailingen boven de grond staan. Teel sjalot op een open en zonnige locatie met een goed waterdoorlatebare grond. Eigen sjalotjes opnieuw plantenWaar de teelt van normale plantuien wat zorg vraagt (teelt van plantuitjes) kun je na een goed gelukte sjalotteelt de beste uitjes het volgend jaar opnieuw uitplanten. Kies bij voorkeur voor kleine sjalotjes. Let er goed op dat de uitjes vrij van ziektes zijn. Bemesting en verzorgingDe bemesting van sjalotten is dezelfde als bij uien. Zorg voor een onkruidvrij bed. Geef alleen water als het zeer droog is. Oogsten van sjalotOogst sjalot voor vers gebruik naar behoefte, het groene blad kan ook gegeten worden. Om de sjalot te bewaren oogst ge sjalotten net als uien: wanneer het loof 2/3 verdord is. De oogst valt dan in juli - augustus tot oktober voor zaaisjalot. Hang ze enkele weken te drogen: wanneer de huid en het blad goed droog zijn haal je het blad. Bewaar net als uien op een droge en koele plaats bij een temperatuur van 0-7 graden en een luchtvochtigheid onder de 40% graden. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Planten (binnenshuis) Niet van toepassing Planten (direct buiten) Maart - april (voorjaar) of oktober - november (herfstplant) Uitplanten Niet van toepassing (wordt geplant als bolletjes) Plantafstand 10 - 18 cm Tussen rijen 30 cm Oogsten Juli - oktober Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, goed doorlatende, matig voedselrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 90 - 150 dagen Planthoogte 30 - 50 cm Bolvorming Vormt meerdere kleine bollen per plant Oogstwijze Oogsten wanneer loof vergeelt en omvalt Waterbehoefte Gemiddeld; minder water richting oogst voor betere bewaring Winterhardheid Goed winterhard (vooral herfstplanting) Bijzonderheden Sjalot heeft een fijnere smaak dan ui en wordt vaak vermeerderd via pootgoed in plaats van zaad voor een betrouwbaardere oogst.
-
Schorseneren
Schorseneer (Scorzonera hispanica) zijn lange dunne wortels met een bruine schil. De smaak van het bleekcrème vruchtvlees is heerlijk en herinnert aan artisjok en asperge. Ook wordt de smaak wel eens vergeleken met oesters. Schorseneren worden daarom ook wel armeluisasperges genoemd. Maar ze hebben nog meer namen zoals zwarte wortel, keukenmeidenverdriet, winterstaaf of winterasperge. Schorseneer zaaienSchorseneren worden rond April-Mei gezaaid. Net als wortel en pastinaak worden schorseneren ter plekke gezaaid. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1,5-2,5 cm diepte en leg elke 2-4 cm een zaadje. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. De afstand tussen de zaaigeulen bedraagt ongeveer 20-30 cm. Hoe dichter je zaait hoe kleiner de pastinaakwortels blijven. Dun plantjes die te dicht op elkaar zijn gezaaid uit tot 8-20 cm per plantje (hoe dichter op elkaar hoe kleiner, wij geven de voorkeur aan 12-15 cm). Knijp de bladeren af boven de grond zodat je de sterkste plantjes kunt selecteren. Kweek schorseneer op een open plek, in lichte en vruchtbare grond. Zorg voor een losse grond (30 cm diep) door te spitten of te frezen, dit voorkomt het splitsen van de penwortels (wiki: splitsen van wortelen). Een ph waarden van 5,5 is ideaal, een lage ph veroorzaakt vertakte wortels met ruwe schors. VerzorgingOnkruid vrij houden, uitdunnen en jonge zaailingen water geven. Wat er mis kan gaan- Meeldauw (echte) Bemesten SchorseneerWerk een bemesting van compost of verteerde mest onder. Doe dit bij voorkeur in de herfst. Schorseneer heeft weinig stikstof nodig. Geef in het voorjaar nog wat patentkali om aan de kalium behoefte te voldoen. Oogsten SchorseneerSchorseneer kan geoogst worden naar behoefte, de wortels zijn in de grond beschermd tot de vorst. Oogt ze wel voor het begin voor het voorjaar omdat ze anders in het zaad schieten waardoor de wortel oneetbaar wordt. Schorseneer vormen zeer lange penwortels (+30 cm). Het oogsten wordt hierdoor bemoeilijkt. Soms is het nodig om een diepe gleuf naast de rij te creëren om de wortels in zijn geheel te kunnen oogsten. Ook heb blad en de bloemen zijn eetbaar. Bedek de planten in de lente met een dikke laag (10-15 cm) stro of bladeren. Hierdoor worden de bladeren gebleekt, snijd ze alf als ze ongeveer 10-12 cm lang zijn. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Niet gebruikelijk Zaaien (direct buiten) April - mei Uitplanten Niet van toepassing Plantafstand 10 – 15 cm Tussen rijen 30 - 40 cm Oogsten Oktober - maart Standplaats Volle zon Bodem Diepe, losse, steenarme, humusrijke grond (belangrijk voor rechte wortels) pH 5,5 - 6,0 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 180 - 240 dagen Planthoogte 30 - 60 cm (bladontwikkeling) Wortelvorming Lange, zwarte penwortel die diep de grond ingroeit Oogstwijze Voorzichtig rooien in de winter; wortels breken snel Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatige vocht voorkomt vertakking Winterhardheid Zeer goed winterhard; kan in de grond overwinteren Bijzonderheden Schorseneren worden ook wel “armeluisasperges” genoemd en zijn lastig te oogsten door de kwetsbare, diepe wortels.
-
Prei
Prei (Allium porrum) behoort tot de lookfamilie waartoe ook ui, bieslook en knoflook behoren maar vormt bijna geen bol. Er is winter-, herfst en zomerprei. Winterprei is dikker en steviger en kleurt van grijsgroen tot blauwgroen. Zomer- en herfstprei heeft een lange, dunne schacht met geelgroen blad met een fijne structuur. Deze preisoorten zijn minder lang houdbaar dan winterprei. De schacht van de prei wordt gebleekt: tijdens de groei worden de voren steeds met aarde aangevuld. Zaaien van preiPrei is een trage groeier en heeft een lang groeiseizoen nodig. Vroeg zaaien kan vanaf januari voor zomerprei. Zaai onder glas of binnenshuis in modulen of zaaibakjes. Vul het zaaibakje met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond. Zorg dat je niet te dicht op elkaar zaait, de zaailingen moeten een hele tijd in de zaaibakjes blijven staan. Bedek de zaden licht met zaaigrond zodat ze net niet meer zichtbaar zijn. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar. Ze prei na opkomst op een koele en lichte plaats. Half maart-april is ideaal om herfstprei te zaaien. Zaai in modulen of zaaibakjes zoals hierboven beschreven of in de volle grond ter plekke zoals hieronder beschreven. Winterprei zaait men omstreeks half april. Zaai in modulen of zaaibakjes of ter plekke op een zaaibed om later te verplanten. Men kan ook ter plekke dun en op rijen zaaien. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 0,5-1,5 cm diepte en leg elke 3cm tussen een zaadje. Hanteer 30-40 cm tussen de rijen. Dun de zaailingen na opkomst uit tot op 10-15 cm. Eventueel kan men het uitdunsel herplanten. Om een lange witte schacht te verkrijgen moet men met deze teeltmethode wel aanaarden. Planten van preiVanaf mei tot eind juli/begin augustus kan de prei uitgeplant worden. Meestal gebeurt dat als de plantjes 4 - 6 mm dik zijn (zoals een potlood). Hard prei gezaaid onder glas of binnenshuis af (afharden). Zomerprei: zaaien januari of februari. Planten in apriln Herfstprei: (vroeg) in maart zaaien en planten begin juni (late) in april zaaien en uitplanten eind van juni. Winterprei: uitzaaien in maart-april en planten in juli. Maak 10 tot 20 cm diepe plantgaten op 10-15 cm afstand tussen de plantjes, bij voorkeur in een smalle greppel/geul zodat je voor extra lange preien nog wat aan kan harken (zie afbeelding). De afstand tussen de rijen bedraagt 30-40 cm. Haal de plantjes voorzicht uit hun zaaibed, of week de in zaaibakjes voorgezaaide prei los door de kluit onder water te zetten. Plaats de prei plantjes in de plantgaten, zorg dat de wortels de bodem aanraken en giet het plantgat dicht door voorzichtig water te geven. Het afsnijden van de wortels is niet aan te raden, doe je dat wel dan heeft de plant alleen maar meer moeite om voeding en water op te nemen. Het afsnijden van een deel van loof kan wel, maar is niet nodig. Het idee daar achter is dat de wortels dat lange gedeelte van het blad niet meer moeten voeden. Bemesting bij preiWerk stalmest of compost in de grond. Prei vraagt zeer veel stikstof, weinig fosfor en kalium. Voor de zomerteelt werkt men de bemesting onder in de herfst. Voor de herfst en winterprei geef je de helft in de herfst (het voorteelt gewas gebruikt hier een deel van) en de rest werk je in goed verteerde vorm onder enkele weken voor het planten. Bijmesten tijdens het groeiseizoen is niet aan te raden. Tip Bij winterprei kan men gebruik maken van een extra mulch (wiki: mulchen) met potgrond of compost. StandplaatsKweek prei op een open plek in vruchtbare, vocht vasthoudende en diep bewerkte grond, werk stalmest of compost in de grond. Prei doet het minder goed op een compacte grond. Zet geen prei waar het jaar (of jaren) daarvoor uien, sjalotjes en knoflook hebben gestaan. VerzorgingGeef voldoende water totdat de planten zijn aangeslagen, daarna alleen onder zeer droge omstandigheden. Door tijdens de groei regelmatig te hakken en schoffelen kan men aarde tegen de schachten aanbrengen en worden de geultjes en plantgaten langzaam gedicht. Verwijder regelmatig onkruid Wat er mis kan gaanPlaagdieren- Preimoten - Preivliegen Ziektes- Roest Tip Tip om in de volle grond ter plekke te zaaien: doe in een afsluitbaar plastic bakje een handje vochtige zanderige potgrond en roer daar de preizaden doorheen. Neerzetten bij kamertemperatuur. Na een aantal dagen verschijnen de eerste witte kiempjes aan de zaden. Wacht dan nog een dag zodat de meeste zaden gekiemd zijn. Zaai het mengsel dan buiten in de vollegrond uit op rijen in een ondiep sleufje waarin je eerst nog wat potgrond in doet. Met dank aan: @Frans Oogsten van preiOogst naar behoefte. Kleine preitjes zijn smakelijk door de sla. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Januari - april Zaaien (direct buiten) Mei - juli Uitplanten Mei – juli Plantafstand 10 - 15 cm Tussen rijen 30 - 40 cm Oogsten Augustus – maart (Als je ook de jonge prei oogst, dan het hele jaar door) Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Voedselrijke, vochtige, goed doorlatende en diep losgemaakte grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 12 - 20 °C Teeltduur 120 - 180 dagen Planthoogte 30 - 80 cm Schachtvorming Lange witte schacht ontstaat door aanaarden of planten in diepe geulen Oogstwijze Oogsten wanneer stengel voldoende dik is; kan langdurig in de grond blijven Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid geeft lange, malse stelen Winterhardheid Goed winterhard; veel rassen kunnen buiten overwinteren Bijzonderheden Prei groeit langzaam maar is zeer betrouwbaar en geschikt voor winterteelt; verdraagt kou goed en kan in de winter worden geoogst.
-
Plantuitjes kweken
Het zelf kweken van plantuitjes is een leuke uitdaging. Het bewaren daarentegen vormt een struikelblok. Plantuitjes uit het tuincentrum, van de zaadhandel of markt hebben legio voordelen: Vrij van ziekten en schimmels. Gegarandeerd van goede kwaliteit (keurmerk). Ze hebben de juiste maat Doordat ze op de juiste manier geteeld zijn (maat - oogsttijdstip) en op de juiste manier bewaard zijn schieten plantuitjes minder snel door (bloemstengel) Als nadeel kunnen we de volgende redenen bedenken: Plantuien zijn in het tuincentrum relatief duur. Er is maar een beperkte keus aan soorten. Niet altijd biologisch. De voordelen van plantuien uit het tuincentrum zijn voor de hobbyteler niet altijd makkelijk te behalen. Vooral het kiezen van het juiste oogstmoment en de juiste bewaring zorgen voor problemen bij eigen geteelde pootuitjes. Uien zijn namelijk tweejarig en vormen pas een bloemstengel en zaad in het volgende seizoen. Wie wel eens winterprei heeft staan kent dit fenomeen. Uien worden echter alleen getriggerd om een bloemstengel aan te maken als ze groot genoeg zijn. Je moet er dus voor zorgen dat de eigen geteelde pootuitjes groot genoeg om te overwinteren maar te klein zijn om al een bloemstengel te vormen. De bewaring speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van de bloemstengel en de verdere groei. Hoe zelf plantuitjes kwekenEr zijn twee zaaiperioden voor plantuitjes. De makkelijkste periode is half maart tot half april. De tweede periode van zaaien is juli-augustus. Gebruik alleen soorten van het stuttgarter-type omwille de koude bewaring. Zaai het uienzaad dicht op elkaar op rijen. Zorg voor een fijn bewerkte grond zodat de zaadjes makkelijk boven kunnen komen. De zaaidiepte is ongeveer 1 cm. Tussen de rijen hanteer je de afstand van 25 cm zoals bij de reguliere teelt van uien. Doordat de uitjes dicht op elkaar gezaaid zijn in de rij blijven de uitjes klein en sterft het gewas op een gegeven moment af. Plantuitjes bewarenBewaar de plant uitjes bij een temperatuur van 3-4 graden op een droge locatie. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari – maart (voor zaai-ui plantuitjes) Zaaien (direct buiten) Maart - april Uitplanten Niet van toepassing (plantuitjes worden gepoot als kleine bolletjes) Plantafstand 8 - 12 cm Tussen rijen 20 - 30 cm Oogsten Juli - augustus Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, goed doorlatende, matig voedselrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 90 - 140 dagen Planthoogte 30 - 50 cm Bolvorming Vormt kleine uien uit gepote plantuitjes (sets) Oogstwijze Oogsten wanneer loof afsterft en omvalt Waterbehoefte Gemiddeld; minder water richting oogst voor betere bewaring Winterhardheid Matig winterhard; jonge planten kunnen lichte kou verdragen Bijzonderheden Plantuitjes (uien sets) geven een vroege en betrouwbare oogst en zijn makkelijker dan zaaien. Te natte grond kan rotten veroorzaken. Gerelateerde forumtopicsPootuien en sjalotten voorplanten in trays
-
Pastinaak
Pastinaak (Pastinaca sativa) is een lange ivoorkleurige wortel die wel 300 gram per stuk kan wegen. De smaak is intens, aromatisch en enigszins zoet en ligt tussen de smaak van wortel en knolselderij in, volgens sommigen heeft ook iets van anijs in de smaak. Pastinaak kan rauw, gestoofd en gekookt gegeten worden. Zaaien pastinaakPastinaak wordt bij voorkeur gezaaid van half april tot eind mei, direct in de volle grond. De groente heeft een lang groeiseizoen nodig. Vroeger zaaien vanaf februari en later in juli behoort ook tot de mogelijkheden mits de grond al bewerkbaar is. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1,5-2,5 cm diepte en leg elke 2-4 cm een zaadje. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. De afstand tussen de zaaigeulen bedraagt ongeveer 30-35 cm. Hoe dichter je zaait hoe kleiner de pastinaakwortels blijven. Dun plantjes die te dicht op elkaar zijn gezaaid uit tot 8-20 cm per plantje (hoe dichter op elkaar hoe kleiner, wij geven de voorkeur aan 12-15 cm). Knijp de bladeren af boven de grond zodat je de sterkste plantjes kunt selecteren. Kweek pastinaak op een open plek, in lichte en vruchtbare grond. Zorg voor een losse grond (30 cm diep) door te spitten of te frezen, dit voorkomt het splitsen van de penwortels (wiki: splitsen van wortelen) VerzorgingOnkruid vrij houden, uitdunnen en jonge zaailingen water geven. Bemesten pastinaakWerk een lichte bemesting compost of verteerde mest in de grond. Doe dit bij voorkeur in de herfst. Pastinaak heeft weinig stikstof nodig en ze groeien het beste in een mulche van compost. Geef in het voorjaar nog wat patentkali om aan de kalium behoefte te voldoen. Oogsten pastinaakPastinaak kan geoogst worden naar behoefte, de wortels zijn in de grond beschermd tot de vorst. Wij vinden de wortels beter smaken na een korte periode van vorst. Zorg er voor dat je markeert waar de wortels zich bevinden want het loof sterft af. Oogt ze wel voor het begin voor het voorjaar omdat ze anders in het zaad schieten waardoor de wortel oneetbaar wordt. Ook op natte gronden kan het in de grond laten zitten tot problemen leiden. Wat er mis kan gaanWortelvliegen Bladluizen Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Niet gebruikelijk Zaaien (direct buiten) Februari - juli Uitplanten Niet van toepassing Plantafstand 12 - 15 cm Tussen rijen 30 - 35 cm Oogsten Oktober - maart (kan in de winter in de grond blijven) Standplaats Volle zon Bodem Diepe, losse, steenarme, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 150 - 220 dagen Planthoogte 30 - 60 cm Wortelvorming Lange penwortel die diep de grond ingroeit Oogstwijze Oogsten zodra wortels voldoende dik zijn; smaak wordt zoeter na vorst Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatige vochtigheid voorkomt vertakking Winterhardheid Zeer goed winterhard; kan in de grond overwinteren Bijzonderheden Pastinaak is een klassieke wintergroente waarvan de smaak verbetert na kou doordat zetmeel wordt omgezet in suikers.
-
Knolvenkel
Knolvenkel (Foeniculum vulgare azoricum) is niet alleen een zeer smakelijke groente maar ook nog eens prachtig om te zijn. De smaak is licht anijsachtig en kan zowel rauw als gekookt gegeten worden. Zaaien en planten knolvenkelKnolvenkel zaad kiemt pas bij 15 graden. De meest voorkomende teelt is zaaien vanaf 20 juni tot in juli om te voorkomen dat de knolvenkel doorschiet. Wil je vroeger zaaien, namelijk in april binnenshuis dan kies je voor rassen die resistent zijn voor doorschieten. Zaai ter plekke 4 zaadjes per plantgat op 0,5-1cm diep, druk licht aan en geef voorzichtig water. De afstand tussen de plantgaten bedraagt 30 cm. Dun later uit tot de sterkste van de vier zaailingen. Het is ook mogelijk om in individuele potjes van 5-7 cm te zaaien. Plant de zaailingen uit als ze meer dan 4 bladeren hebben. Wacht na dit moment niet te lang omdat anders de groei geremd wordt wat kan leiden tot doorschieten. Hard de plantjes die binnenshuis opgekweekt zijn voor het planten af. De plantafstand bedraagt 30-40 cm. Zaai de zaadjes op ongeveer 2,5 cm diepte zodat ze niet te los boven de grond staan (zowel in de volle grond als in potjes). Knolvenkel groeit in uiteenlopende klimaten. Kweek op een open plek, in vruchtbare, vocht vasthoudende maar goed gedraineerde grond met veel humus. Ook op lichte grond groeit knolvenkel goed. Beperkte temperatuurschommelingen zijn een vereiste om te voorkomen dat de knolvenkel snel doorschiet. Doorschieten van knolvenkelHet vormen van bloemen bij knolvenkel is een veelvoorkomend probleem tijdens de teelt. Dit kan de volgende oorzaken hebben:nn- Knolvenkel schiet sneller door als de dagen lang zijn (zaai dus pas na 20 juni)n- Onregelmatige groei (regelmatige groei is belangrijk)n- Groeistilstandn- Verplantenn- Hoge temperaturen (warm, droog) en weinig vocht Knolvenkel schiet sneller door als de dagen lang zijn (zaai dus pas na 20 juni). Onregelmatige groei (regelmatige onverstoorde groei is belangrijk). Groeistilstand Verplanten of andere vormen van stress Hoge temperaturen *warm, droog) en weinig vocht. Bemesting van knolvenkelWerk een lichte bemesting compost of verteerde mest in de grond. Doe dit bij voorkeur in de herfst en werk deze zeer goed door de grond. Wortelen hebben weinig stikstof nodig. Geef in het voorjaar nog wat patentkali. VerzorgingGeef voldoende water, de grond moet vochig blijven. Aard aan als de knollen opzwellen zodat de knol / bladeren wit en zoet blijven. Zorg voor een onkruid vrij bed. Oogsten van knolvenkelOogst als de knollen de gewenste grote bereikt hebben. Dit is ongeveer na 3 maanden, als je de knol te groot laat worden wordt deze vezelig. Oogst voor de vorst. Tip Snijdt bij het oogsten de knol 2,5 cm boven de rond af en laat het gedeelte in de grond. Na enkele weken groeien er nieuwe bladeren die men in andere gerechten kan gebruiken. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april Zaaien (direct buiten) April - juli Uitplanten Mei - juli Plantafstand 30 - 40 cm Tussen rijen 30 - 40 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende en gelijkmatig vochtige grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 15 - 22 °C Teeltduur 70 - 100 dagen Planthoogte 40 - 80 cm Knolvorming Verdikte bladscheden vormen witte knol boven de grond Oogstwijze Oogsten wanneer knol stevig en goed gevormd is (niet te laat i.v.m. houtigheid) Waterbehoefte Regelmatig; droogte veroorzaakt vezelige en bittere knollen Winterhardheid Matig vorstgevoelig; vooral geschikt voor voorjaar- en zomerteelt Bijzonderheden Knolvenkel heeft een anijssmaak en schiet snel door bij warm weer; een gelijkmatige groei in koelere omstandigheden geeft de beste knolkwaliteit.
-
Knolselderij
Knolselderij (Apium graveolens rapaceum) is de stevige knol van de selderijplant. De knol groeit voor een deel onder de grond en wijkt daarin af van zijn familieleden: de bladselderij en bleekselderij. De knol is bruingeel van kleur, het vruchtvlees is lichter en heeft een milde, kruidige smaak. Vooral de knol is belangrijk voor de teelt, maar je kunt ook de bladeren eten. Knolselderij zaaien en plantenZaai knolselderij rond februari - maart, binnen bij een temperatuur van 18-20 graden. Vul potjes, een zaaibakje of een zaaitray met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond. Knolselderij is een lichtkiemer dus dek de zaadjes zeer dun af (1-2 mm). Het zeer dunne laagje zaaigrond mag niet uitdrogen tijdens het kiemen. Controleer dit regelmatig en bevochtig de grond met een vernevelaar indien nodig. Nadat de eerste echte blaadjes (zien er anders uit dan de kiemblaadjes) kun je verspenen naar losse kleine potjes van rond de 5-7 cm. Probeer er tevens op te letten dat de temperatuur tijdens de opkweek niet onder de 10-15 graden komt. Planten schieten namelijk snel door als ze blootgesteld zijn aan temperaturen onder de 10 graden. Hard de plantjes af door de potjes overdag buiten te zetten (rond half april). Lees meer op de wiki: afharden. Plant uit rond mei – juni als de plantjes zo’n 8-10 cm hoog zijn en 6 of 7 bladeren hebben op een plantafstand van 35-40 cm tussen de planten en 40-50 cm tussen de rijen. Let op dat de potkluit niet beschadigt raakt omdat knolselderij slecht om kan gaan met een groeistilstand. Zorg er voor dat de kroon/hart net boven de grond zit. Druk aan en geef water. Kweek knolselderij op een open plek in goed vruchtbare en vochtvasthoudende grond. Een bodem die voldoende vocht vasthoud is namelijk van belang om een kwalitatief goede knol te krijgen. Bladpluk en verzorgingWiedt het onkruid en breng een mulche laag aan van verteerde compost om vocht vast te houden. Mest tijdens het seizoen eenmaal bij (zie bemesting). Knolvenkel moet beschikken over voldoende water. Droogte is funest voor de ontwikkeling van de knol. Daarnaast is het van belang om in juli-augustus het buitenste blad van de knolselderij een voor een te knakken (niet breken). De bladeren zullen dan langzaam vergelen als de knol begint te dikken, verwijder de bladeren als ze geel zijn. Haal dus absoluut niet het groene blad weg van de knollen, hierdoor heeft de plant minder blad om voeding te produceren voor de knollen waardoor de knolselderij klein blijft. Knolselderij bemestenEen regelmatige groei is belangrijk om mooie kwalitatief goede knolselderij te verkrijgen. Een flinke basisbemesting die ruim van voren is ondergewerkt is van belang. Geef veel goed verteerde mest of compost. Gedroogde koemest is ook prima. Tijdens de groeiperiode geeft met in juli-augustus nog een extra gift met een samengestelde meststof of compost.n Knolselderij oogstenHet blad kan worden gebruikt als garnering. De oogst valt meestal in oktober, het duurt ongeveer 6 maanden voor dat de knol ontwikkeld is. Een mooi formaat zijn knollen tussen de 7-15 cm. Snijdt het loof af en haal de knollen uit de grond. Wat er mis kan gaanSlakken Bladvlekkenziekte Mineervliegn Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april Zaaien (direct buiten) April – mei (alleen in milde omstandigheden) Uitplanten Mei - juni Plantafstand 30 - 40 cm Tussen rijen 40 - 75 cm Oogsten September - november Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Voedselrijke, humusrijke, vochtige en goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 15 - 22 °C Teeltduur 150 - 200 dagen Planthoogte 40 - 70 cm Knolvorming Grote ondergrondse knol vormt zich uit verdikte stengelbasis Oogstwijze Oogsten wanneer knol voldoende groot en stevig is (voor de eerste vorst) Waterbehoefte Hoog; gelijkmatige vochtigheid voorkomt scheuren en groeistress Winterhardheid Matig vorstgevoelig; knol kan lichte vorst verdragen maar niet langdurige strenge kou Bijzonderheden Knolselderij is een langgroeiende groente die veel water en voeding nodig heeft voor een goed gevormde, stevige knol.
-
Knoflook
Van knoflook zijn er allerlei selecties denkbaar, aangepast aan de omstandigheden, verschillende kleuren huid, verschillen in smaak en de grote van de teentjes. Knoflook kan in allerlei klimaten groeien, maar verlangt een winterperiode van een tot twee maanden met een temperatuur van minimaal 0-10 graden C. Planten van knoflookVoor grote bollen heeft knoflook een lang groeiseizoen nodig. Plant knoflook eind september - oktober tot half november. 10-10 is de meest voorkomende richtdatum. Ook is het mogelijk om knoflook in maart – april uit te planten, dit resulteert in kleinere bollen en teentjes. Gebruik voor het planten alleen gezonde en virusvrije teentjes. Splijt minstens 1 cm grote tenen van de bol en plant deze uit. Pas op met knoflook uit de supermarkt, een deel daarvan is alleen geschikt voor warme klimaten en kan bovendien virusziekten bij zich dragen. Plant de tenen rechtop met de vlakke kant naar beneden. De plantdiepte bedraagt ongeveer 2 keer zo diep als het teentje groot is, in de praktijk komen de teentjes dan op ongeveer 9 cm diepte te zitten. De plantafstand bedraagt 15-25 cm tussen de planten en 25 cm tussen de rijen. Plant je in het voorjaar dan zet je de teentjes zo diep dat de uitlopende punt net onder de grond komt. Oogsten en bewarenKnoflook oogsten we wanneer het loof aan het verdorden is, wacht niet tot alle bladeren volledig gedroogd zijn. De oogst valt meestal in juli. Graaf de bollen uit en laat ze goed drogen. Knoflook kan tot 10 maanden worden bewaard afhankelijk van de variëteit en de bewaaromstandigheden. Bemesting bij knoflookKnoflook heeft weinig stikstof nodig (dit remt de bolvorming) en vraag een bemesting van goed verteerde compost en mest die ruim van te voren is onder gewerkt. Knoflook verdraagt geen verse bemesting, kweek knoflook daarom niet op een pas bemeste grond. In het vroege voorjaar geef je nog wat patentkali om te voldoen aan de kalium behoefte. Dagelijkse verzorgingHet loof van in de winter geplante knoflook komt ongeveer in november / december / januari boven de grond. Beschermen voor de vorst is niet nodig, de planten hebben deze vorst nodig om straks een goede bol te kunnen vormen. Onkruid wieden is wel noodzakelijk. Het kan voorkomen dat knoflook doorschiet, knip dan enkele weken voor het oogsten de bloemstengel af tot de helft. Tip Om te testen of de knoflook oogstklaar is kan je bij een bol het blad afsnijden. Als dit begint te bloeden is het nog te vroeg om te oogsten. Ziektes- Roest. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Planten (binnenshuis) Niet van toepassing Planten (direct buiten) Oktober - november (herfstplant) of februari - maart (voorjaar) Uitplanten Niet van toepassing (wordt direct geplant als teen) Plantafstand 15 - 25 cm Tussen rijen 25 - 30 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon Bodem Losse, goed doorlatende, humusrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 200 - 240 dagen (herfstplanting) Planthoogte 40 - 80 cm Bolvorming Vormt ondergrondse bol bestaande uit meerdere tenen Oogstwijze Oogsten wanneer loof vergeelt en begint te vallen Waterbehoefte Gemiddeld; minder water geven richting oogst voor betere bewaarkwaliteit Winterhardheid Zeer goed winterhard Bijzonderheden Knoflook heeft een koudeperiode nodig om goed te bollen; herfstplanting geeft meestal de grootste en best gevormde bollen. Gerelateerde forumtopics- Knoflook seizoen 2024-2025. - Knoflook seizoen 2022-2023. - Knoflook seizoen 2021-2022. - Knoflook seizoen 2020-2021. - Knoflook seizoen 2019-2020. - Knoflook avonturen 2018-2019. - Knoflook ervaringen 2017-2018. - Hoe staat de knoflook erbij 2016-2017. - Hoe staat de knoflook erbij 2015-2016, - Hoe staat de knoflook erbij 2014-2015. - Waar knoflook kopen. - Bemesting knoflook najaar. - Blad knoflook gelig bruin. - Boontjes na de knoflook? - knofook overzetten naar andere tuin. - Blad knoflook wordt geel (winter-lage temperaturen). - Broedknolletjes knoflook planten? - Groeiverloop van knoflook - Groei knoflook normaal? Voor meer topics over knoflook, gebruik de zoekfunctie.
-
Bosui
Bosui (Allium cepa) wordt ook wel sla-ui genoemd. Het zijn eigenlijk jonge onvolgroeide uitjes. Verwerk ze door de salade, grill of roerbak ze. Bosuitjes of saladeuitjes zijn pittig van smaak, hebben stevig blad en vormen een klein bolltetje van 2-4 cm. Zaaien en planten van bosuiBosui kan het hele jaar door gezaaid worden. Het beste is om ze gespreid uit te zaaien zodat je het hele jaar over verse bosui beschikt. Zaai elke week een rijtje. Zaai vanaf het vroege voorjaar tot aan het begin van de herfst. Bosui kan de winter overleven net als prei. Zaai direct in de volle grond op rijen. De afstand tussen de zaadjes is ongeveer 1-2 cm en tussen de rijen 20-30 cm. Geef de zaailingen regelmatig water en verwijder onkruid om te voorkomen dat ze te grote bolletjes vormen. Oogsten bosuiOogst door de plantjes uit te dunnen zodat er uiteindelijk 2-3 cm tussen de uitjes zit. Oogst de rest naar behoefte of als ze 15 cm hoog zijn, ongeveer 2 maanden na zaaien. Hoe langer je ze laat staan hoe pittiger ze worden. Zie ook stengelui en prei. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - juni Zaaien (direct buiten) Maart - augustus Uitplanten April – juli (indien voorgezaaid) Plantafstand 2 - 5 cm Tussen rijen 20-30 cm Oogsten April - oktober Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Losse, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 12 - 22 °C Teeltduur 60 - 90 dagen Planthoogte 20 - 50 cm Bol-/stengelvorming Vormt geen echte bol; lange witte stengel met groen loof Oogstwijze Oogsten wanneer stengel dik genoeg is; kan jong en dun of wat groter gegeten worden Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid geeft malse stengels Winterhardheid Matig winterhard; kan milde vorst verdragen Bijzonderheden Bosui groeit snel en kan in opeenvolgende zaai worden geteeld voor een continue oogst gedurende het seizoen. Gerelateerde forumtopics- Bosui/lente-ui zaaien? - Groeien bosuitjes altijd zo traag? - Winteruien over -> bosui? - Bosuien inmaken? - Bosuitjes van drie weken? - Sla- bosui en prei, zaaien/kweken lukt niet. Voor meer topics over bosui, gebruik de zoekfunctie.
-
Bleekselderij
Bleekselderij (Apium graveolens dulce) zijn de jonge, lichtgroene stengels van de selderijplant. Er zijn zelfblekende en groenblijvende varianten. Bleekselderij zaaienZaai bleekselderij vanaf maart binnenshuis bij een temperatuur van 15-20 graden. Vul potjes, een zaaibakje of een zaaitray met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond. Bleekselderij is een lichtkiemer dus dek de zaadjes zeer dun af (1-2 mm). Het zeer dunne laagje zaaigrond mag niet uitdrogen tijdens het kiemen. Controleer dit regelmatig en bevochtig de grond met een vernevelaar indien nodig. Nadat de eerste echte blaadjes verschenen zijn (zien er anders uit dan de kiemblaadjes) kun je de plantjes verspenen indien nodig naar eigen individuele kleine potjes van rond de 5 cm. Het heeft de voorkeur om de zaadjes op een ruime tussenafstand te leggen bij het zaaien zodat ze heel de zaaiperiode in de kweekbak kunnen staan. Bleekselderij schiet namelijk sneller door na een groeistilstand. Probeer er tevens op te letten dat de temperatuur tijdens de opkweek niet onder de 10-15 graden komt. Planten schieten namelijk snel door als ze blootgesteld zijn aan temperaturen onder de 10 graden. Hard de plantjes af door de potjes overdag buiten te zetten (rond half april). Lees meer op de wiki: afharden. Plant de bleekselderij rond Mei – Juni uit als de kans op vorst geweken is. De plantafstand bedraagt 25-30 cm tussen de planten en 30-40 cm tussen de rijen. Bleekselderij blekenBleken van selderij gebeurt niet zo vaak meer. De bleekselderij die verkocht wordt bij de zaadhandel is vaak het zelf blekende type. Heb je wel een groenblijvende bleekselderij variant dan kun je deze bleken. Dit is niet noodzakelijk want ook de groene stengels kunnen gebruikt worden. Bleek de selderij door deze samen te binden en te omwikkelen met jute of karton. Bij zelf blekende rassen is dit niet nodig. Bleekselderij bemestenEen regelmatige groei is belangrijk bij de teelt van bleekselderij. Een flinke basisbemesting die ruim van voren is ondergewerkt is van belang. Geef goed verteerde mest, compost, kippen of koemestkorrel. Bleekselderij vraagt een iets minder zware bemesting dan knolselderij maar wel meer stikstof. Tijdens de groeiperiode geeft met in juli-augustus nog een extra gift met een samengestelde (kunst)meststof of compost. VerzorgingWiedt het onkruid en breng een mulche laag aan van verteerde compost om vocht vast te houden. Geef water op warme dagen. Wat er mis kan gaanBladvlekkenziekte Mineervlieg Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - mei Zaaien (direct buiten) April – mei Uitplanten Mei - juni Plantafstand 25 - 30 cm Tussen rijen 30 - 40 cm Oogsten Augustus - november Standplaats Volle zon tot halfschaduw Bodem Voedselrijke, humusrijke, vochtige en goed doorlatende grond pH 6,0 – 7,5 Optimale temperatuur 15 - 22 °C Teeltduur 120 - 150 dagen Planthoogte 40 - 70 cm Bleek-/stengelvorming Lange, dikke stengels die lichter worden door groei en eventueel bleken Bleken van stelen 2 - 3 weken voor oogst (door inpakken of aanaarden voor mildere smaak) Waterbehoefte Hoog; constant vochtige grond is belangrijk Winterhardheid Matig vorstgevoelig; kan lichte kou verdragen maar niet strenge vorst Bijzonderheden Bleekselderij vraagt een lange groeiperiode en veel water. Onvoldoende vocht geeft vezelige en bittere stelen.
-
Bieten
Bieten of kroten (Beta vulgaris esculenta) zijn lang niet altijd rood/paars. Tegenwoordig hebben de meeste zaadhandels ook rode, oranje, gele, witte en combinaties van kleuren als tekening in hun assortiment. Wat betreft de smaak is er bij bieten anders dan bij andere groenten een duidelijke scheiding tussen liefhebbers en tegenstanders. De bieten uit eigen tuin zijn ook voor de tegenstander het proberen waard, de smaak is vele malen anders dan de bieten uit de supermarkt. Zeker als je ook nog eens de juiste rassen kiest. Zaaien van bietenRode bieten kunnen vanaf Maart onder vliesdoek gezaaid worden. Er zijn meerdere manieren om (rode) bieten te zaaien. De meest gebruikte methode is gewoon direct in de volle grond zaaien. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1,5-2,5 cm diepte en leg elke 5-7-10 cm een zaadje. De afstand tussen de zaaigeulen bedraagt ongeveer 25-30 cm. Hoe dichter je zaait hoe kleiner de bietjes blijven. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. Dun plantjes die te dicht op elkaar zijn gezaaid uit tot 7-10-15 cm. Knijp de bladeren af boven de grond wanneer ze 3 tot 4 bladeren hebben gevormd zodat je de sterkste plantjes kunt selecteren. Bieten kunnen ook prima in modulen en perspotjes worden opgekweekt om later uit te planten wanneer ze 5 cm hoog zijn. Let op bieten laten zich moeilijk verspenen, zaai dus in individuele modules of perspotjes en niet in een grote zaaibak om later te verspenen. Om zeker te zijn dat elke module gevuld is kun je 1- 2 zaden per module zaaien en later uitdunnen tot het sterkste plantje. Let op er zijn rassen waarvan de zaden zaadclusers uit twee of 3 zaden bestaan. Er zijn ook rassen waar dat niet het geval is, dun dus tijdig uit indien er meerdere plantjes uit de zaadcluster groeien. Daarnaast bestaat het risico bij te vroeg zaaien of onder ongunstie omstandigheden dat bieten snel doorschieten. Vooral oude rassen zijn hiervoor gevoelig, nieuwe en de gebruikelijke rassen zijn vaak resistent tegen doorschieten. Bemesting van bietenWerk een lichte bemesting compost of verteerde mest in de grond zoals bij wortelen. Doe dit bij voorkeur in de herfst en werk deze zeer goed door de grond. Omdat ze net iets meer bemesting vragen als wortel geef je bieten aan het begin van de teelt nog wat goed verteerde compost en een beetje patentkali. VerzorgingDun uit en houdt het bed onkruidvrij. Oogsten van bietenBieten kunnen op elk gewenst moment geoogst worden. Hoe jonger je ze oogst hoe malser ze zullen zijn. Trek de bieten gewoon uit de grond en laat het loof aan de plant tot bij gebruik. Oogst bieten in ieder geval voor de vorst. De jonge blaadjes kan men eten als sla of spinazie. Zie ook snijbiet. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Maart - Juli (optioneel) Zaaien (direct buiten) April - juli Uitplanten vanaf april (indien voorgezaaid) Plantafstand 5 - 10 cm Tussen rijen 25 - 30 cm Oogsten Vanaf mei Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Losse, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 15 - 25 °C Teeltduur 55 - 100 dagen Planthoogte 30 - 50 cm Knolvorming Vormt ronde, platte of langwerpige wortelknollen afhankelijk van het ras Uitdunnen Vaak nodig omdat één zaadklompje meerdere planten kan opleveren Oogstwijze Oogsten zodra de knollen de gewenste grootte hebben bereikt Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatige vochtigheid voorkomt verhouting en scheuren Winterhardheid Niet winterhard; oogsten vóór langdurige strenge vorst Bijzonderheden Rode biet is eenvoudig te telen en goed bewaarbaar. Ook het jonge blad is eetbaar en kan als bladgroente worden gebruikt.
-
Aardperen
Aardperen (Helianthus tuberosus) zijn verre familie van de zonnebloem. Dat is nog goed te zien aan de hoogte en bloeiwijze. Kijken we naar de vorming van knollen dan lijkt de aardpeer weer op aardappelen. Aardpeer kan zowel rauw als gekookt gegeten worden. Aardperen horen tot de vaste groenten omdat ze opnieuw uitgroeien als er ook maar 1 kleine knol achterblijft. Eenmaal geplant raak je ze niet zomaar kwijt. Planten van aardpeerVan aardperen plant men de knollen. Plant de knollen in maart april op 10-15 cm diepte met de beste knop naar boven en op 45 cm tussen de knollen en eventueel 60-70 cm tussen de rijen Bedek voorzichtig met grond. Knollen zo groot als een ei worden in zijn geheel geplant, grotere knollen snijdt je eerst in stukken naar de grote van een ei maar zorg dat ze enkele knoppen hebben. Aardperen kunnen in bijna alle gronden geteeld worden, zijn winterhard en doen het erg goed in het Nederlandse klimaat. Ze zijn bovendien handig als windscherm om andere planten te beschermen. Een zure grond is echter niet aan te raden alsook een natte bodem. Tip Plant een ras met gladde knollen, dit vergemakkelijk het schillen. Verzorging aardperenAls de planten 30 cm hoog zijn worden ze aangeaard om ze extra te ondersteunen. Werk grond tegen de stengels tot ongeveer 15 cm bedekt is. Steun aardpeer indien ze hoger groeien en door hun hoogte dreigen om te waaien. Aan het eind van de zomer worden de stengels tot ongeveer 1,5 meter teruggesnoeid. Verwijder dan ook de bloemen zodat de energie naar de knolvorming kan gaan. De knollen groeien dan nog gewoon door. In de herfst, Wanneer de bladeren geel worden kunnen ze tot aan de grond worden teruggesnoeid. Geef regelmatig water. Bemesting van aardpeerAardperen verlangen een lichte organische bemesting van compost of verteerde mest. Werk de bemesting in bij planten of breng de bemesting bij gevestigde planten aan door middel van een mulche. Ze vragen een gemiddelde hoeveelheid stikstof. Oogsten van aardperenAardperen gaan pas echt redelijke knollen vormen in de herfst als het blad af gaat sterven, het heeft weinig zin om ze eerder op te graven omdat de knollen dan klein en minder zoet zijn. Oogsten vanaf November – Februari. Breek het verdorde loof af en graaf met een riek de knollen op. Aardperen blijven in de grond het beste vers behalve bij zeer strenge vorst, oost dus alleen wat je nodig hebt en laat de rest in de grond zitten. Laat eventueel de kleine knollen zitten, deze lopen volgend jaar weer uit en vormen nieuwe planten. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Voorkiemen Niet nodig Planten van knollen Maart - april Uitplanten Niet van toepassing Plantafstand 40 - 50 cm Tussen rijen 60-70 cm Oogsten Oktober - maart Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Losse, goed doorlatende grond; groeit ook op minder vruchtbare gronden pH 5,5 - 7,5 Optimale temperatuur 15 - 25 °C Teeltduur 180 - 240 dagen Planthoogte 150 - 300 cm Knolvorming Vormt ondergrondse, onregelmatig gevormde eetbare knollen Groeiwijze Sterk groeiende, meerjarige plant uit de zonnebloemfamilie Oogstwijze Knollen rooien vanaf de herfst; kunnen gedurende de winter in de grond blijven Waterbehoefte Laag tot gemiddeld; goed droogtetolerant na vestiging Winterhardheid Zeer goed winterhard Bijzonderheden Aardpeer (Helianthus tuberosus) is een sterke, meerjarige groente die gemakkelijk verwildert. Achtergebleven knollen lopen vaak opnieuw uit, waardoor de plant jarenlang kan terugkomen.
-
Startpagina Wortel en Knolgroenten
Op de volgende pagina’s worden de teelbeschrijvingen van de categorie wortelgroenten besproken. Hieronder vallen knol, bol en stengel groenten als aardappels, prei, ui, wortels en bietjes (kroten). Aan bod komen vragen over hoe en wanneer zaaien, bemesten, planten, oogsten en over de verder opkweek. Aan de hand van berichten op het forum over bepaalde groente is een poging gedaan om de artikelen zo te schrijven dat de belangrijkste vragen behandeld worden. Veel leesplezier. Aardappels Aardperen Bieten Bleekselderij Bosui Knoflook Knolselderij Knolvenkel Pastinaak Plantuitjes kweken Prei Schorseneren Sjalot Stengelui Uien Winterui Witlof Wortel Zoete aardappel