Ga naar inhoud
Bekijk in de app

Een betere manier om deze website te gebruiken. Meer informatie.

Moestuin Forum

Een app met volledig scherm op uw startscherm met pushmeldingen en meer.

Om deze app op iOS en iPadOS te installeren
  1. Tik op Deelpictogram in Safari
  2. Blader door het menu en tik op Toevoegen aan startscherm.
  3. Tik op Toevoegen in de rechterbovenhoek.
Om deze app op Android te installeren
  1. Tik op het menu met drie puntjes (⋮) in de rechterbovenhoek van de browser.
  2. Tik op Toevoegen aan startscherm of App installeren.
  3. Bevestig door op Installeren te tikken.

rorror

Moderators
  • Registratiedatum

  • Laatst bezocht

Alles dat geplaatst werd door rorror

  1. rorror plaatste een pagina in Bladgroenten
    Snijsla wordt vaak verward met pluksla. Snijsla is sla die men vlak boven de grond afsnijd als de blaadjes 10 tot 15 cm groot zijn. Bij pluksla of stengelsla worden telkens de onderste bladeren geplukt zodat de plant kan doorgroeien waardoor uiteindelijk een kale stengel ontstaat. In dit artikel gaan we in op snijsla, voor pluksla geldt dezelfde teeltbeschrijving als kropsla. Snijsla is ideaal om het hele jaar door te telen en vele malen makkelijker op te kweken dan kropsla. De teelt lijkt veel op die van spinazie. Snijsla ZaaienEr zijn vele mengsels met verschillende sla en vaak ook koolgewassen. De smaak gaat van mild tot pittig. De volgende groenten worden vaak gebruikt in snijsla mengsels maar in principe kan elke sla soort die dicht op elkaar wordt gezaaid dienen als snijsla mengsel: tuinkers, winterkers, bladkoriander, eikenbladsla, mizuna, mosterdblad, bladkool en rucola. Snijsla wordt dik gezaaid en kan zowel op rijen als breedwerpig gezaaid worden. Net als kropsla vraagt snijsla een vochtvasthoudende grond. Voor de rest groeit snijsla vrijwel overal zonder problemen. De teeltduur van snijsla is kort waardoor teeltwisseling maar beperkt nodig is. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1 - 1,5 cm diepte en zaai de zaden dun uit. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. Uitdunnen is niet nodig; snijsla vormt namelijk geen krop, maar aparte blaadjes die snel en rechtop groeien. De afstand tussen de rijen bedraagt 10-20 cm. Zaai elke twee weken voor een continue oogst. Elke slasoort (dus ook de zaden van kropsla, pluksla, veldsla) kunnen gebruikt worden als snijsla. Een andere zaaimethode is die van het dun en gelijkmatig uitstrooien van het zaad op een geprepareerd zaaibed. Deze methode is ook zeer goed bruikbaar in potten. Foto door David Will BemestenEen speciale bemesting is niet nodig bij snijsla. Het in de herfst inwerken van goed verteerde mest of compost is een prima basis bemesting. Bemesten vlak voor of na het zaaien is niet aan te raden, evenals bijmesten tijden het groeien. VerzorgingGeef sla voldoende water, de grond mag niet uitdrogen omdat sla dan snel doorschiet. Bescherm de plantjes tijdens koude perioden. OogstenSnijsla wordt geoogst als de blaadjes 10 - 20 cm hoog zijn (afhankelijk van de soorten in het mengsel). Snijd ze met een mest 2 cm boven de grond af zodat ze opnieuw zullen uitgroeien voor een tweede oogst. Snijsla is vele malen makkelijker dan kropsla en bovendien makkelijker te doseren. Wat er mis kan gaanZiekten en plagen bij sla. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april Zaaien (direct buiten) Maart - november Uitplanten April - september (indien voorgezaaid) Plantafstand 0,5 - 5 cm Tussen rijen 10 - 20 cm Oogsten April - oktober (wanneer nodig) Standplaats Volle zon tot halfschaduw Bodem Humusrijke, vochtige, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 30 - 60 dagen Planthoogte 10 - 25 cm Groeiwijze Losbladig; vormt geen vaste krop Bladoogst Doorlopend mogelijk (cut-and-come-again: jonge bladeren steeds plukken) Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid voorkomt bitterheid en doorschieten Winterhardheid Licht vorstgevoelig; sommige rassen kunnen milde kou verdragen Bijzonderheden Snijsla en pluksla zijn snelle, hergroeiende slatypes die ideaal zijn voor continue oogst gedurende het seizoen.
  2. Sla

    rorror plaatste een pagina in Bladgroenten
    Sla (lactuca sativa capitata) is het hele jaar door te telen. In de koude maanden teelt men speciale rassen die goed tegen lage temperaturen kunnen, bij voorkeur in de kas. In de zomermaanden kiest men rassen die minder snel doorschieten. Sla zaaienZaai sla vanaf januari-februari binnen, vanaf maart-april onder glas en de rest van het jaar buiten. Vul potjes, een zaaibakje of een zaaitray met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond. Sla is namelijk een lichtkiemer, dat betekent dat het zaad nauwelijks onder de oppervlakte mag liggen. Bedek de zaden dus met een zeer dun laagje grond en bevochtig met een vernevelaar/plantenspuit. Het zeer dunne laagje zaaigrond mag niet uitdrogen tijdens het kiemen. Controleer dit regelmatig en bevochtig de grond met een vernevelaar indien nodig. Sla kiemt het beste bij 10-15 graden Celsius. Bij temperaturen hoger dan 20 graden kiemt sla nauwelijks, zaai je in de zomer zorg dan voor een koele plek. Je kunt de zaaigrond ook eerst van te voren afkoelen door deze te begieten met water. Direct in de volle grond zaaien kan ook. Zaai op een zaaibed en verplant de zaailingen als ze ongeveer 6 cm hoog zijn of zo’n vijf tot zes blaadjes hebben op onderstaande plantafstand. Dun zwakke plantjes tijdig uit en gebruik ze in een salade. Zie ook snijsla/pluksla. Licentie van Pixelbay Tip Zaai sla om de twee weken om continu over verse sla / kropsla te beschikken. Na ontkiemen van de zaadjes zet je de plantjes op een lichte plaats, bij voorkeur buiten als de temperatuur dat toelaat. De temperatuur moet zo tussen de 12-20 graden schommelen, bij hogere of lagere temperaturen schieten plantjes later sneller in het zaad. Heb je de zaadjes in een zaaibakje gezaaid en staan ze dicht op elkaar? Verspeen de plantjes dan als de eerste blaadjes te zien zijn naar kleine potjes of een zaaitray met verse potgrond. Laat de grond niet uitdrogen. Sla plantenPlant sla als de zaailingen ongeveer 6 cm hoog zijn of zo’n vijf tot zes blaadjes hebben en de potjes goed geworteld zijn. Hard de plantjes af voor het uitplanten. De plantafstand bedraagt 20-30 cm in alle richtingen, plant je dichter bij elkaar dan neemt de grootte van de krop af en is er meer kans op ziekten en schimmels. Plant de sla even diep als dat ze tijdens het verspenen zijn gezet, de kluit gelijk met de grond of net iets erboven. Zorg wel voor voldoende licht (al is in de zomer de halfschaduw ook prima). Sla bemestenWerk ruim van te voren een basis bemesting van goed verteerde mest, compost, koemestkorrels of kippenmestkorrels onder. Bemesten van sla voor het planten/zaaien en tijdens de groei is niet aan te raden. WinterslaSpeciale aandacht voor het zaaien van speciale winterrassen eind september-oktober. Zaai deze voor in potjes, verspeen ze naar aparte potjes en plant ze daarna uit in de kas. Planten in de volle grond behoort ook tot de mogelijkheden maar de kans is aanwezig dat ze de strenge vorst niet overleven. Dek de plantjes in de volle grond in ieder geval tijdig af met een dubbele laag vliesdoek! VerzorgingGeef sla voldoende water, de grond mag niet uitdrogen omdat sla dan snel een bloemstengel aanmaakt. Water geven op de laatste 10 dagen voor de oogst komt de kwaliteit van de sla ten goede. Bescherm de plantjes tijdens koude perioden. Strooi eventueel slakkenkorrels. Sla oogstenSnijd de krop vlak boven de grond af. De bladeren van kropsla zijn los te oogsten maar wachten tot er een krop is gevormd is ideaal. Wat er mis kan gaanZiekten en plagen bij sla Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april Zaaien (direct buiten) Januari - november Uitplanten Maart - november (indien voorgezaaid) Plantafstand 20 - 30 cm (kropsla) / 15 - 25 cm (pluksla) Tussen rijen 20 - 30 cm Oogsten Mei - oktober Standplaats Volle zon tot halfschaduw Bodem Humusrijke, vochtige, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 45 - 90 dagen (afhankelijk van type en ras) Planthoogte 15 - 30 cm Kropvorming / groeiwijze Kropsla vormt een gesloten krop; pluksla groeit los en kan herhaald geoogst worden Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid voorkomt doorschieten en bittere smaak Winterhardheid Licht vorstgevoelig; sommige winterrassen verdragen lichte vorst Bijzonderheden Sla is gevoelig voor hitte en kan bij hoge temperaturen snel doorschieten; voorjaars- en najaarsteelt geven de beste kwaliteit. Een soort krulsla. Foto TonyPrats @ Pixelbay Zelf zaad winnen bij slaZelf zaad winnen van ijsbergsla is een interessante manier om een ras te behouden en meer zelfvoorzienend te worden in de moestuin. IJsbergsla is een eenjarige plant die in de eerste fase een krop vormt en daarna, onder invloed van temperatuur en daglengte, doorschiet en in bloei komt. Wanneer de plant doorschiet, vormt hij een lange bloemstengel met gele bloemetjes. Na de bloei ontstaan er zaden die kunnen worden geoogst zodra ze goed rijp en droog zijn. Dit gebeurt meestal in de zomer, wanneer de plant volledig is doorgeschoten en uitgegroeid. Het winnen van zaad vraagt wel wat aandacht, omdat ijsbergsla gemakkelijk kan kruisbestuiven met andere slarassen. Dit kan invloed hebben op de raszuiverheid en de eigenschappen van het nageslacht. Daarom is het belangrijk om alleen gezonde, typische planten te selecteren en deze zoveel mogelijk gescheiden te houden van andere slasoorten in bloei. IJsbergsla is in vergelijking met sommige andere gewassen wat lastiger als zaadteeltgewas, omdat de bloei sterk afhankelijk is van temperatuur en groeistress. Een goede opkweek en het toelaten van doorschieten op het juiste moment zijn daarom belangrijk voor een geslaagde zaadoogst. Bestuiving bij slaSla vormt bloemen in zogeheten hoofdjes (capitula). In elk hoofdje zitten kleine bloemetjes waarin zowel mannelijke als vrouwelijke delen aanwezig zijn. Daardoor kan de plant zichzelf in principe bevruchten en is sla dus grotendeels zelfbestuivend. Ondanks deze eigenschap kan er toch kruisbestuiving plaatsvinden. Insecten kunnen stuifmeel van de ene plant naar de andere brengen, waardoor verschillende rassen met elkaar kruisen. Dit gebeurt vooral wanneer meerdere slarassen tegelijk in bloei staan. Om dit te beperken is het verstandig om verschillende rassen die je voor zaadteelt gebruikt zo goed mogelijk van elkaar te scheiden. In een moestuin is een afstand van enkele meters vaak al nuttig. Bij grotere teelten of in warmere gebieden is een ruimere afstand nodig om de kans op kruising te verkleinen. Een alternatief is het gebruik van insectengaas of aparte afscherming zodat bestuivende insecten niet bij andere rassen kunnen komen. Daarnaast kun je ook werken met verschillende bloeitijden. Door rassen op gespreide momenten te zaaien, bloeien ze niet tegelijk en is kruisbestuiving vrijwel uitgesloten. Belangrijk is wel dat elke plant voldoende tijd krijgt om volledig door te schieten, te bloeien en zaad te vormen. Teeltcyclus bij sla (zaadteelt)Voor de zaadteelt wordt sla op dezelfde manier opgekweekt als sla voor consumptie. De planten krijgen eerst de kans om een gezonde bladontwikkeling of krop te vormen, waarna ze mogen doorschieten en uitgroeien tot zaaddragers. Voor een goede zaadoogst is het belangrijk om voldoende planten aan te houden. Meestal wordt uitgegaan van minimaal tien planten om voldoende genetische variatie te behouden. Bij de selectie van deze zaaddragers is het belangrijk om goed te letten op de raszuiverheid. Kies planten die duidelijk de kenmerken van het ras laten zien, zoals bladvorm, kleur en groeitype. Zo blijven de eigenschappen van het ras goed behouden voor de volgende generatie. Tijdens de teelt is selectie belangrijk. Planten die afwijken van het ras of te vroeg doorschieten, worden beter verwijderd. Deze planten zijn vaak minder goed ontwikkeld en kunnen de kwaliteit van het zaad nadelig beïnvloeden. Sommige slatypes hebben moeite met het omhoog groeien van de bloemstengel, vooral wanneer er een zeer compacte krop is gevormd. In dat geval kan het helpen om de krop voorzichtig iets open te maken zodat de stengel ruimte krijgt om door te groeien. Hierbij moet de groeipunt altijd intact blijven. Ook kunnen enkele buitenste bladeren worden verwijderd om het hart meer ruimte te geven. Bij nat weer is extra aandacht nodig, omdat bladeren kunnen gaan rotten; aangetaste delen worden dan best tijdig verwijderd. Naarmate de planten verder uitgroeien, worden de bloemstengels hoog en hebben ze vaak ondersteuning nodig om omvallen te voorkomen. Dit kan individueel of in groepen gebeuren. De bloei en zaadrijping verlopen niet overal tegelijk. Op één plant kunnen tegelijk bloemknoppen, bloemen en rijpende zaden aanwezig zijn. Het rijpingsproces duurt gemiddeld 12 tot 24 dagen, afhankelijk van het weer. Om te controleren of het zaad oogstrijp is, kan een uitgebloeid bloemhoofdje worden geopend en tussen duim en wijsvinger worden gewreven. Als de zaden nog niet gemakkelijk loskomen, moeten ze nog verder narijpen. Wanneer de zaden gemakkelijk uit de bloemhoofdjes loskomen, is het moment van oogsten aangebroken. Vooral de zaden aan de hoofdstengel zijn doorgaans het best ontwikkeld en van de hoogste kwaliteit. Het weer speelt hierbij een belangrijke rol. Regen en langdurige vochtigheid kunnen de bevruchting verstoren en zorgen ervoor dat rijpend zaad gaat schimmelen. Daarom is het aan te raden om zaaddragers op een droge, beschutte plek te laten uitgroeien wanneer het weer onstabiel is. Er zijn verschillende manieren om slazaad te oogsten: Selectieve oogst van rijpe hoofdjes. Oogst eerst alleen de rijpe bloemhoofdjes. Plaats een emmer, zak of vel papier onder de plant en schud of wrijf de zaden voorzichtig los. Zo kun je geleidelijk oogsten en verlies je geen goed rijp zaad. Oogst van de hele plant. Wanneer meer dan de helft van de hoofdjes rijp is, kan de volledige plant worden afgeknipt. Plaats deze in een grote, goed ademende zak en hang deze op een droge, beschutte plek. De zaden kunnen zo verder narijpen en vanzelf loskomen uit de bloemhoofdjes. Uittrekken bij slecht weer. Bij langdurig nat en ongunstig weer kan de hele plant met wortel en al worden uitgegraven. De wortels worden in een zak gestoken om te voorkomen dat er aarde tussen het zaad komt. Vervolgens worden de planten ondersteboven opgehangen op een droge, goed geventileerde plek, zodat het zaad alsnog kan narijpen en drogen. Dorsen, schonen en bewaren van slazaadOm slazaad te dorsen moeten de bloeistengels volledig droog zijn. Droog materiaal zorgt ervoor dat de zaden gemakkelijk loskomen zonder te beschadigen. Wrijf de bloemhoofdjes tussen de handen zodat de meeste zaden vanzelf vrijkomen. Niet alle bloemen zijn altijd bevrucht, waardoor er ook lege zaden of lege hulzen kunnen voorkomen. Een andere methode is het dorsen door de droge bloeistengels voorzichtig te slaan tegen de binnenkant van bijvoorbeeld een emmer of bak. Hierdoor komen de zaden los uit de bloemhoofdjes. Na het dorsen volgt het schonen van het zaad. Dit gebeurt door de zaden te zeven met fijn- en grofmazige zeven om grotere plantenresten en vuil te verwijderen. Vervolgens wordt het zaad gewand. Hierbij worden de laatste lichte restjes, zoals stof en lichte kafdeeltjes, verwijderd. Dit kan door het zaad op een bord of schaal te leggen en er voorzichtig over te blazen, zodat de lichte deeltjes wegwaaien en het zwaardere zaad overblijft. Ook kan dit buiten met behulp van wind gebeuren, door het zaad rustig uit te gieten boven een bak of doek zodat de wind de lichte resten meeneemt. Na het schonen wordt het zaad verpakt in een goed afgesloten zakje of potje, voorzien van een etiket met de naam van het ras, het oogstjaar en eventueel de herkomstlocatie. Voor de opslag kan het zaad enkele dagen worden ingevroren om eventuele larven van insecten te doden. Slazaad blijft onder goede bewaaromstandigheden gemiddeld ongeveer 5 jaar kiemkrachtig, maar door invriezen en koel, droog bewaren kan deze periode worden verlengd tot circa 9 jaar of langer. Slecht opgeslagen zaad verliest daarentegen snel zijn kiemkracht. Een gezonde zaadplant kan doorgaans 10 tot 15 gram zaad opleveren.
  3. rorror plaatste een pagina in Bladgroenten
    Radijs wordt gegeten om zijn bolle, (meestal) rode wortels en soms ook om het blad en de onvolgroeide zaaddozen (ook wel radijspeultjes genoemd). De groente staat vooral bekend staat om zijn pittige maar verfrissende smaak. Naast rode radijsjes verschijnen er in de zaadcatalogussen steeds vaker anders kleurige en anders smakende radijssoorten. Zaaien radijsZaai radijzen vanaf februari tot in september direct in de volle grond. Ze laten zich slecht verplanten en in de zomer schieten ze sneller door. Zaai om de twee weken om voortdurend te kunnen oogsten. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 0,5-1 cm diepte en leg elke 2 cm een zaadje. Een plekje met zon of half zon is ideaal voor de radijs. Al moet het in de zomer niet al te zonnig en warm worden. Op een te warme standplaats schiet de plant door en gaat bloeien in plaats van een dikke wortelknol vormen. Vermijd kweken tijdens de heetste periode van het jaar. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je voorzichtig water via een broes. De afstand tussen de zaadjes/plantjes moet uiteindelijk 2-3 cm zijn. Zaai bij voorkeur op rijen (hanteer zo’n 10-15 cm tussen rijen). Dun de zaailingen die te dicht op elkaar groeien tijdig uit tot deze plantafstand. Dit uitdunnen is zeker nodig anders ontwikkelt de radijs weinig knol en veel loof. In principe is radijs een snelle groeier die overal tussen en voor gezaaid kan worden. Bij voorkeur op een open plek en in de zomer ook in de halfschaduw. Kanttekening hierbij is dat radijs tot de koolsoorten behoort en daarom opgenomen moet worden in het zelfde wisselteeltvak. De bodem heeft bij voorkeur een goede structuur en houdt voldoende vocht vast. Verzorging van radijsGeef voldoende en met regelmaat water: bij te weinig water zal de smaak van radijzen pittiger zijn dan wanneer ze veel water krijgen. Let op met het water geven op droge gronden, radijs scheurt/barst dan snel. Haal onkruid weg. Bemesten van radijsRadijs is een snelle groeier en vraagt geen zware of speciale bemesting. Ze groeien prima op de rest meststof uit het vorige seizoen. Geef in ieder geval nooit een verse bemesting door meteen na bemesten te zaaien. Een te veel aan stikstof is nadelig voor de groei van de knol omdat het plantje dan meer loof aanmaakt. Bijmesten tijdens de teelt is eveneens niet nodig. Oogsten van radijsOogst radijs naar behoefte maar laat radijsjes zeker niet te groot worden omdat dit tot voosheid en bitterheid kan leiden. De smaak van een radijs is afhankelijk van het ras en de teeltmethode. Wacht niet te lang met het uit de grond trekken van de radijsjes, anders heb je kans dat ze doorschieten. Tip Radijs is ideaal als tussengewas bij traaggroeinde planten. Ze behoren echter tot de koolsoorten dus denk aan de wisselteelt. Zaai radijs tegelijk uit met wortel om zo de rijen te markeren. Als de wortels eenmaal beginnen te groeien zijn de radijsjes al oogstklaar. Wat er mis kan gaan- Ziekten - Plagen bij koolgewassen Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - maart (niet nodig, radijs wordt direct gezaaid) Zaaien (direct buiten) Maart - september Uitplanten Niet gebruikelijk (radijs wordt direct gezaaid) Plantafstand 2 - 3 cm Tussen rijen 10 - 15 cm Oogsten April - oktober Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Losse, luchtige, humusrijke en goed doorlatende grond (geen verse mest) pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 10 - 18 °C Teeltduur 20 - 45 dagen (zeer snelgroeiend) Planthoogte 10 - 25 cm (blad) Knolontwikkeling Snel bij gelijkmatige groei; stress kan leiden tot holle of pittige knollen Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid voorkomt taaie of te scherpe knollen Winterhardheid Niet winterhard; kan lichte kou verdragen maar stopt groei bij vorst Bijzonderheden Radijs is een van de snelst groeiende groentegewassen en geschikt voor opeenvolgende zaai om continu te oogsten.
  4. Oosterse kool-bladgewassen zijn een verzamelnaam voor verschillende bladgroenten die vooral afkomstig zijn uit Oost-Azië, met name China, Japan en Korea. Ze behoren meestal tot de koolfamilie (Brassicaceae), dezelfde plantenfamilie als Europese koolsoorten zoals witte kool, rode kool en boerenkool. Hoewel ze verwant zijn, verschillen ze vaak duidelijk in smaak, structuur en gebruik. Ze hebben hebben vaak een mildere smaak, malsere bladeren en worden veel gebruikt in wokgerechten, soepen en salades. Door de groeiende populariteit van de Aziatische keuken zijn deze groenten steeds bekender geworden in Europa en worden ze tegenwoordig ook in gewone supermarkten verkocht. SoortenBinnen de Oosterse kool-bladgewassen vallen verschillende soorten die elk hun eigen eigenschappen hebben. Paksoi is een van de bekendste en heeft stevige witte stelen met zachte groene bladeren. Chinese kool vormt juist grote, langwerpige kroppen en heeft een knapperige, lichtzoete smaak. Gai lan lijkt op broccoli en heeft een iets bittere smaak met stevige stelen. Andere soorten zoals tatsoi, mizuna en komatsuna zijn minder bekend, maar worden veel gebruikt in de Aziatische keuken vanwege hun zachte structuur of licht pittige smaak. Veelvoorkomende Oosterse koolbladgewassen: Paksoi (bok choy) - Zachte witte stelen met donkergroene bladeren. Mild van smaak, snel gaar. Chinese kool (napa cabbage) - Grote, langwerpige kool met knapperige, lichtzoete bladeren. Tatsoi - Lage rozetplant met zachte, donkergroene bladeren. Mizuna - Fijn ingesneden bladeren, licht pittige mosterdsmaak. Komatsuna - Lijkt op spinazie, mild en veelzijdig. Amsoi (Indische mosterdkool of sawi hijau) Oosterse koolgewassen voor bloemstengels en bloemknoppenGai lan - Stevige stelen en kleine bladeren, licht bitter zoals broccoli. Choy sum (cai xin) - Slanke stengels met zachte bladeren en gele bloemen. Wordt vooral geteeld voor de jonge bloemstengels en bloemknoppen. Hon Tsai Tai - Paarse variant van choy sum met paarse stengels en lila bloemen. Wordt eveneens geoogst tijdens de bloeifase. Herkomst en achtergrondDeze groenten worden al eeuwenlang geteeld in Aziatische landen en spelen daar een belangrijke rol in de dagelijkse voeding. Ze passen goed in keukens waar veel wordt gewerkt met verse, snel bereide gerechten. Omdat veel Oosterse koolsoorten snel groeien en goed tegen verschillende klimaten kunnen, zijn ze van oudsher belangrijk geweest voor zowel kleine moestuinen als grootschalige landbouw. In Europa zijn ze vooral in de afgelopen decennia populair geworden, mede door de opkomst van wokgerechten en restaurants uit de Chinese, Japanse en Koreaanse keuken. Foto @appelvrouw Tatsoi Smaak en structuurWat deze groenten bijzonder maakt, is de grote variatie in smaak en textuur. Sommige soorten zijn mild en zoet, terwijl andere juist een lichte mosterd- of bittere smaak hebben. De bladeren kunnen zacht en sappig zijn of juist knapperig en stevig. Hierdoor zijn ze erg veelzijdig in gebruik en kunnen ze zowel rauw als warm worden gegeten. Vooral in roerbakgerechten behouden ze vaak een lichte bite, wat ze populair maakt in snelle, gezonde maaltijden. Voedingswaarde en gezondheidOosterse kool-bladgewassen staan bekend als gezonde groenten. Ze bevatten weinig calorieën, maar zijn rijk aan vitamines en mineralen. Vooral vitamine C en vitamine K komen veel voor, net als vezels die goed zijn voor de spijsvertering. Daarnaast bevatten ze antioxidanten die kunnen bijdragen aan een gezond lichaam. Door hun voedingswaarde en lichte verteerbaarheid worden ze vaak gezien als een goede aanvulling op een gevarieerd dieet. Gebruik in de keukenIn de keuken worden deze groenten vaak kort bereid. Ze worden meestal gewokt, gestoomd of kort gekookt om hun structuur en smaak te behouden. Door hun milde smaak combineren ze goed met ingrediënten zoals knoflook, gember, sojasaus en sesamolie. Sommige soorten, zoals Chinese kool, kunnen ook rauw worden gegeten in salades of worden gefermenteerd, bijvoorbeeld in kimchi. Door hun snelle bereiding zijn ze ideaal voor drukke keukens en snelle maaltijden. Teelt en beschikbaarheidDe teelt van Oosterse kool-bladgewassen is relatief eenvoudig omdat ze snel groeien en niet veel speciale omstandigheden nodig hebben. Hierdoor kunnen ze meerdere keren per jaar worden geoogst. In Nederland en andere Europese landen worden ze steeds vaker lokaal geteeld, hoewel import uit Azië nog steeds voorkomt. Door de toenemende vraag zijn ze tegenwoordig beter verkrijgbaar dan vroeger en liggen ze vaak gewoon in de supermarkt. Foto @Dahli Amsoi in opkweek. Daglengte en doorschietenBij de teelt van Oosterse kool-bladgewassen speelt niet alleen de temperatuur een belangrijke rol, maar ook de lengte van de dag. Veel soorten zijn gevoelig voor lange dagen en kunnen daardoor sneller gaan bloeien, een proces dat ook wel doorschieten wordt genoemd. Zodra een plant bloemen vormt, stopt de bladgroei grotendeels en worden de bladeren vaak minder mals of zelfs bitterder van smaak. Vooral paksoi, tatsoi, mizuna en komatsuna kunnen gevoelig zijn voor doorschieten tijdens de lange dagen van het late voorjaar en de vroege zomer. Warm weer, droogte en andere groeistress kunnen dit proces verder versnellen. Voor sommige soorten wordt daarom aangeraden te wachten tot de dagen duidelijk korter worden. Veel Oosterse kool-bladgewassen worden dan ook vooral in de tweede helft van de zomer, vaak vanaf juli, gezaaid. Hierdoor is de kans op doorschieten doorgaans kleiner dan bij zaai in het late voorjaar of de vroege zomer. De invloed van daglengte verschilt bovendien per regio. Hoe verder een gebied van de evenaar ligt, hoe groter de verschillen tussen zomer- en winterdagen zijn. In Noord-Europa speelt daglengte daarom vaak een grotere rol bij het doorschieten van Oosterse koolgewassen dan in gebieden dichter bij de evenaar. Om doorschieten te beperken kiezen telers vaak voor geschikte zaaitijden en speciaal geselecteerde rassen die minder gevoelig zijn voor bloei. Daarnaast helpt een gelijkmatige groei zonder droogtestress, voedingsgebrek of sterke temperatuurschommelingen om de planten langer gezond blad te laten produceren. Uitzonderingen: groenten die voor de bloem worden geteeldHoewel doorschieten bij de meeste Oosterse kool-bladgewassen ongewenst is, zijn er ook soorten waarbij juist de bloemstengels en bloemknoppen worden geoogst. Een bekend voorbeeld is choy sum (ook wel flowering cabbage of flowering greens genoemd) en de paarse variant Hon Tsai Tai. De naam choy sum betekent letterlijk "groentehart" of "bloeiend groen". Deze groenten worden niet geoogst vanwege hun bladeren, maar juist wanneer de bloemstengels goed ontwikkeld zijn en de bloemknoppen zichtbaar zijn. Vaak worden ze geoogst vlak voordat de bloemen volledig openen of wanneer de eerste bloemen net beginnen te bloeien. De jonge stengels, bladeren en bloemknoppen zijn mals en worden veel gebruikt in de Chinese keuken, meestal kort gewokt of gestoomd. Hierdoor vormen choy sum en Hon Tsai Tai een uitzondering binnen de Oosterse koolgewassen: waar bloei bij soorten zoals paksoi en tatsoi meestal leidt tot een lagere bladkwaliteit, is de bloeifase bij deze gewassen juist het gewenste oogstmoment. Opkomst in EuropaDe populariteit van deze groenten in Europa is sterk verbonden met de groei van de Aziatische eetcultuur. Door de opkomst van wokrestaurants en internationale keukens zijn mensen meer gewend geraakt aan deze smaken. Daardoor zijn Oosterse kool-bladgewassen niet langer alleen verkrijgbaar in gespecialiseerde winkels, maar ook in reguliere supermarkten. Dit heeft ervoor gezorgd dat ze steeds meer onderdeel zijn geworden van de Europese keuken. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april (vroeg voorjaar) Zaaien (direct buiten) Maart - september (afhankelijk van soort en ras) Uitplanten April - mei (indien voorgezaaid) Plantafstand 15 - 30 cm (afhankelijk van soort: paksoi groter, mizuna kleiner) Tussen rijen 25 - 40 cm Oogsten April - november Standplaats Volle zon tot halfschaduw (bij warm weer liever halfschaduw) Bodem Vruchtbare, humusrijke, goed doorlatende en gelijkmatig vochtige grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 22 °C Teeltduur 30 - 80 dagen (snelgroeiende bladgewassen) Planthoogte 15 - 50 cm (sterk afhankelijk van soort) Bladoogst Vaak mogelijk als plukteelt (cut-and-come-again) of hele plant oogsten Waterbehoefte Regelmatig; droogtestress voorkomt doorschieten en bittere smaak Winterhardheid Licht tot matig winterhard; veel soorten kunnen lichte vorst verdragen met bescherming Bijzonderheden Oosterse kool-bladgewassen (zoals paksoi, tatsoi, komatsuna, mizuna en mibuna) groeien snel, zijn gevoelig voor hitte en doorschieten, en worden vaak in voor- en najaar geteeld voor de beste kwaliteit. Oosterse kool- & bloemstengelgewassen tabelGroep Soort Smaak Structuur Gebruik Opmerking Pittigheid Zachte kool Paksoi (bok choy) Mild, licht zoet Zachte witte stelen, malse bladeren Wok, soep, stomen Snelle gaartijd, neutraal 1 Zachte kool Chinese kool (napa cabbage) Mild, licht zoet Stevig, sappig, veel volume Kimchi, wok, salade Blijft knapperig bij korte bereiding 1 Zachte kool Tatsoi Mild, licht mosterdachtig Lage rozet, zachte bladeren Wok, soep, rauw Lijkt op spinazie, maar steviger 2 Mosterdblad Mizuna Licht pittig, fris Fijn ingesneden bladeren Salade, wok, soep Pittiger dan komatsuna 3 Mosterdblad Komatsuna Mild, spinazieachtig Gladde bladeren, zachte steel Wok, soep, stoof Spinazie-achtig maar steviger 1–2 Mosterdblad Amsoi (sawi hijau) Pittig, scherp Slanke stelen, zacht blad Wok, curry, roerbak Sterker dan paksoi, minder bitter dan gai lan 4 Bloemstengel Gai lan Licht bitter, broccoli-achtig Stevige stelen, kleine bladeren Wok, stomen Stevigste bite, meer “bladgroente met steel” 2 Bloeiend gewas Choy sum (cai xin) Mild tot licht zoet Slanke stelen, zachte bladeren, bloemen Wok, blancheren Wordt geoogst in bloeifase 1–2 Bloeiend gewas Hon Tsai Tai Mild, licht aards Paarse stelen, lila bloemen Wok, roerbak Paarse variant van choy sum, iets krachtiger smaak 2–3 Gerelateerde forumtopicsTatsoi kan ik at nu nog zaaien. Tatsoi wat doe je ermee. Tatsoi doorgeschoten! Hoe groot hoort paksoi te zijn? Paksoi welk ras? Paksoi.
  5. rorror plaatste een pagina in Bladgroenten
    Molsla wint aan populariteit. Deze verbeterde versie van de welbekende normale paardenbloem wordt voornamelijk gebleekt gegeten. Molsla / paardenbloem zaaienZaai molsla in het voorjaar op rijen met elke 5 cm een zaadje en de afstand tussen de rijen op 30 cm. Zaaien kan vanaf maart t/m juni. Na opkomst wordt uitgedund tot 15 cm tussen de planten en laat je ze de hele zomer groeien zodat ze net als witlof penwortels ontwikkelen. In het najaar zo rond november wordt het loof ingekort op 3 cm boven het hart. Dek af met wat lichte /losse tuingrond (net als een molshoop, waar de naam van molsa naar verwijst) en zet er een omgekeerde bloempot over. In het voorjaar rond februari maart kun je de gebleekte bladeren oogsten door het blad af te snijden boven het hard. Je kunt dan een tweede oogst verkrijgen. Zie ook dit bericht op het forum (met foto’s), Molsla als witlofHet is ook mogelijk om molsla al in de winter te eten. Ze worden dan net als witlof in het donker opgekweekt. Rooi voorzichtig de wortels en snijdt het loof op 3 cm boven de wortel af. Plant ze in een emmer en zet weg in een donkere ruimte (of een niet licht doorlatende emmer er overheen) Molsla als vaste plantMolsla is verder interessant omdat als je elke keer na de eerste of tweede oogst de bedekking wegneemt en de plant weer laat groeien deze zich helemaal hersteld. Nadat de molsla dan in november weer op kracht is gekomen bedek je hem weer met grond en een omgekeerde bloempot. Deze cyclus kan wel enkele jaren doorgaan. De kwaliteit neemt echter wel elk jaar af. Wij raden daarom aan om elk jaar opnieuw te zaaien. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april Zaaien (direct buiten) Maart - augustus Uitplanten April - juli (indien voorgezaaid) Plantafstand 10 - 20 cm Tussen rijen 20 - 25 cm Oogsten April - oktober (doorlopend bij plukteelt) Standplaats Volle zon tot halfschaduw Bodem Humusrijke, vochtige, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 10 - 18 °C Teeltduur 25 - 50 dagen Planthoogte 10 - 25 cm Bladoogst Plukken van jonge bladeren mogelijk (cut-and-come-again teelt) Waterbehoefte Regelmatig; uitdroging vermijden voor zachte bladeren Winterhardheid Matig winterhard; kan lichte vorst verdragen met bescherming Bijzonderheden Molsla wordt meestal geteeld als snelle pluksla voor jonge bladgroenten; geschikt voor continue oogst en hergroei na snijden. Molsla blekenHet bleken van molsla is een belangrijke stap om de bladeren zachter, malser en minder bitter van smaak te maken. Door de plant gedurende enkele weken vóór de oogst af te schermen van licht, wordt de aanmaak van bladgroen verminderd. Hierdoor krijgen de bladeren een lichtgele tot crèmekleurige uitstraling en ontwikkelen ze een fijne, milde smaak. Bleken kan bijvoorbeeld door een emmer, pot of speciale bleekkap over de plant te plaatsen, waarbij nog wel voldoende ventilatie mogelijk blijft om schimmelvorming te voorkomen. Zodra de bladeren de gewenste kleur en zachtheid hebben bereikt, kan de molsla worden geoogst en direct worden verwerkt in salades of warme gerechten. Foto @appelvrouw Uitplanten vóór het bleken. Topic Foto @appelvrouw Afgedekt tjdens het bleken. Foto @appelvrouw Resultaat. Topic Gerelateerde forumtopics / blogshttps://www.moestuinforum.nl/topic/6702-molsla/ https://www.moestuinforum.nl/topic/15149-molsla/ https://www.moestuinforum.nl/blogs/entry/96-paardenbloemensla-2 https://www.moestuinforum.nl/topic/1273-bordje-paardenbloem-er-bij/
  6. rorror plaatste een pagina in Bladgroenten
    Mizuna is een aziatisch koolgewas dat te telen is als pluksla. De Nederlandse benaming is: Japanse mosterd. Mizuna is zeer geschikt voor een salade maar kan ook gestoomd worden zoals andere bladgroenten (bv. spinazie) ZaaienMizuna is een- of tweejarig. Het plantje kan zowel koude winters (-10) als hete zomers overleven (“it is almost indestructible”). In Japan groeit het gedurende de wintermaanden. Zaaien van mizuna kan het hele jaar door want de groente schiet niet snel door. Zaaien kan ter plekke eind lente tot de eerste helft van de herfst, of eerder in de lente onder glas in modules om ze later uit te planten. Zo kan je eind van de zomer zaaien en de plant uitplanten in de kas of koude bak om zo in de winter te kunnen oogsten. Het blad van de zaailingen kan al na 3 weken geoogst worden, volgroeide planten na acht tot tien weken. De planten kunnen na afsnijden meerdere keren opnieuw uitlopen. PlantenDe plantafstand voor planten die jong geoogst worden als pluksla is 10 cm. Als je ze zaait voor oogst als pluk- / snijsla is het geschikt als tussengewas. Voor grotere planten bedraagt de plantafstand 45 cm. Let op! Voor de wisselteelt in de volle grond: mizuna en mibuna behoren tot de brassica familie net zoals rucola. MizunaMizuna (Brassica rapa var. Nipposinica) heeft donkergroene, glanzende en diep ingesneden, bijna geveerde bladeren en dunne, witte, sappige stengels in een bijna 45 cm brede en 25 cm hoge rozet. Bovendien is de plant zeer decoratief en past heel erg goed in de makkelijke moestuin. Mizuna heeft een zachte mosterd en peper smaak. De jonge en zachte bladeren worden rauw gegeten, de grotere bladeren kunnen ook gekookt gebruikt worden. MibunaMibuna is nauw verwant met mizuna maar heeft grotere en meer afgeronde, niet ingesnede, bladeren. De smaak is licht peperachtig zoals jonge rucola maar de smaak wordt niet heftiger als de bladeren groeien zoals bij rucola wel het geval is. De teelt en eigenschappen (zoals winterhardheid) zijn hetzelfde als Mizuna. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april Zaaien (direct buiten) Maart - september Uitplanten April - mei (indien voorgezaaid) Plantafstand 25 - 45 cm Tussen rijen 25 - 45 cm Oogsten April - november Standplaats Volle zon tot halfschaduw Bodem Vruchtbare, humusrijke, vochtige maar goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 30 - 60 dagen Planthoogte 20 - 45 cm Bladoogst Doorlopend mogelijk vanaf jonge bladeren; hele plant oogsten kan ook Waterbehoefte Regelmatig; grond gelijkmatig vochtig houden Winterhardheid Redelijk winterhard; lichte tot matige vorst wordt vaak verdragen Bijzonderheden Mizuna heeft diep ingesneden bladeren; mibuna heeft smalle, gave bladeren. Beide zijn snelgroeiende Aziatische bladgroenten geschikt voor voorjaar-, zomer- en najaarsteelt.
  7. Nieuw-Zeelandse spinazie (Tetragonia expansa), in Vlaanderen vaak gewoon “Nieuw-Zeelandse spinazie”, in meer formele of Franstalige contexten ook tétragone cornue en in de Belgische bioteelt vaak Tetragon genoemd, is een interessant alternatief voor de soms lastige zomerteelt van gewone spinazie. Die laatste heeft immers de neiging om snel door te schieten en kiemt vaak moeizaam bij warm weer, terwijl Tetragonia juist goed bestand is tegen zomerse omstandigheden en daardoor een stabieler gewas oplevert in de warme maanden. In de keuken laat deze soort zich bovendien vrij flexibel gebruiken. Het is geen echte spinazie, maar je behandelt het culinair wel op een vergelijkbare manier, met enkele belangrijke verschillen in textuur en vochtgehalte. Zaaien Nieuw-Zeelandse spinazieZaai Nieuw-Zeelandse spinazie bij voorkeur ter plaatse. Nieuwzeelandse spinazie is gevoelig voor vorst en daarom kan je pas zaaien vanaf half mei. Wil je eerder zaaien dan mei, dan dien je Nieuw-Zeelandse spinazie voor de zaaien in potjes en deze eind mei uit te planten. Ter plekke in de volle grond is de werkwijze als volgt: Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1 - 1,5 cm diepte en zaai de zaden dun uit. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. Na opkomst laat je de zaailingen groeien en dun je de planten uit naarmate ze verder groeien (of beter gezegd oogst je de uitgedunde plantjes voor in de sla). Zorg dat je de sterkste zaailingen overhoudt. Dun uiteindelijk uit tot 50 cm tussen de plantjes om zo later grotere planten te krijgen. Spinazie groeit vrijwel overal maar optimaal is een bodem met voldoende voeding en water die niet te luchtig is. Het gewas kan ook prima in de halfschaduw geteeld worden. Bemesten Nieuw-Zeelandse spinazieEen basisbemesting met verteerde mest of compost is voldoende voor spinazie. Werk deze bemesting niet te diep in. Een toevoeging van een stikstofrijke mest als kippenmest mag maar overdrijf niet. De plant groeit in het begin wat traag. Laat je niet verleiden om bij te mesten, dit is normaal en de plant zal spoedig sneller gaan groeien. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Maart - april Zaaien (direct buiten) Mei - juni (na laatste vorst) Uitplanten Mei - juli Plantafstand 60 - 80 cm Tussen rijen 80 - 100 cm Oogsten Juli - oktober (doorlopend tot eerste vorst) Standplaats Volle zon Bodem Zandige tot leemachtige, goed doorlatende, matig vruchtbare grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 18 - 25 °C Teeltduur 70 - 120 dagen (eerste oogst), daarna doorlopende pluk Planthoogte 30 - 100 cm (uitlopend bodembedekkend) Groeiwijze Kruipend en sterk vertakkend; heeft veel ruimte nodig Bladoogst Jonge scheuten en bladeren continu te oogsten Waterbehoefte Gemiddeld tot hoog; verdraagt droogte redelijk goed na inworteling Winterhardheid Niet winterhard; sterft af bij vorst Bijzonderheden Nieuw-Zeelandse spinazie is geen echte spinazie maar een warmteminnende bladgroente die goed tegen hitte en droge omstandigheden kan. Oogsten Nieuw-Zeelandse spinazieOogst de bladeren en jonge stengeltoppen. De plant vertakt zich na het oogsten sterk zodat meerdere malen geoogst kan worden. De opbrengst per plant kan vrij groot zijn. Het blad en stengeltoppen wordt op dezelfde manier als spinazie verwerkt en bewaard. Foto @Goudsbloempje2
  8. rorror plaatste een pagina in Bladgroenten
    De teelt van ijsbersla (lactuca sativa capitata) is te vergelijken met die van kropsla. Toch zijn er een aantal aandachtspunten om de teelt van ijsbersla tot een succes te maken. Een daarvan is het kiezen van de juiste rassen in het juiste seizoen. Soorten ijsbergslaIJsbergsla is verkrijgbaar in verschillende rassen die onderling verschillen in groeisnelheid, kropgrootte, resistenties en geschiktheid voor bepaalde seizoenen. De meeste rassen vormen de bekende stevige, compacte kroppen met knapperige bladeren, maar sommige zijn beter bestand tegen warmte of juist geschikt voor vroege teelten. Ras Type Eigenschappen Saladin voor- en zomerteelt Zeer populair ras voor de moestuin. Vormt middelgrote tot grote, stevige kroppen met dik en knapperig blad. Niet erg schietgevoelig. Great Lakes 118 voor- en zomerteelt Klassiek ijsbergslaras met grote, compacte kroppen. Knapperig blad en redelijk lang houdbaar na de oogst. Great Lakes 659 voor- en zomerteelt Selectie van Great Lakes met zware, gesloten kroppen en goede weerstand tegen doorschieten. Grazer Krauthäuptel 2 voor- en zomerteelt Historisch Oostenrijks ras met lichtgroene, knapperige bladeren en een subtiele rode bladrand. Goede weerstand tegen doorschieten. en ook geschikt als jonge bladgroente. Welk ras kiezen?Voor de meeste moestuinders zijn allroundrassen het meest geschikt, omdat ze een brede zaai- en oogstperiode hebben. Zaai je vroeg in het seizoen, kies dan een ras dat goed tegen koelere omstandigheden kan. Voor zomerteelten zijn warmtebestendige rassen aan te raden om het risico op doorschieten en losse kroppen te beperken. Door verschillende rassen te combineren en in etappes te zaaien, kun je gedurende een groot deel van het seizoen genieten van verse, knapperige ijsbergsla uit eigen tuin. Zaaien en planten ijsbergslaDe zaden van ijsbergsla ontkiemen het beste bij een temperatuur 15 graden. Zaai ijsbergsla vanaf januari binnenhuis en vanaf eind februari–maart in de koude kas en later gewoon buiten tot en met juli. Temperaturen warmer dan 20 graden zijn nadelig voor het ontkiemen en voor de verdere kropvorming (zie hieronder). Het is aan te raden om ijsbergsla in potjes voor te zaaien. Vul potjes, een zaaibakje of een zaaitray met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond en bedek de zaden met een dun laagje zaaigrond. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar, de grond mag niet uitdrogen. Na ongeveer een week komen de zaadjes uit. Zet de zaailingen nu op een lichte plaats. Als de zaailingen de eerste echte blaadjes ontwikkeld hebben verspeen je ze ieder individueel naar kleine potjes of een zaaitray met verse potgrond. Direct in de volle grond zaaien kan ook, dun dan tijdig uit. Na 3-4 weken kunnen de plantjes verhuizen naar hun difinitieve plaats in de volle grond. Dit is omstreeks maart t/m april als er geen kans meer is op nachtvorst. De plantafstand bedraagt zo’n 35-40 cm in elke richting. Tip Zaai elke 3 weken een aantal zaden om zo de oogst te kunnen spreiden. Foto door Petra IJsbergsla zaaien in etappes (doorzaaien)IJsbergsla wordt het beste niet in één keer gezaaid, maar in meerdere opeenvolgende zaaibeurten. Door iedere 2 à 3 weken een kleine hoeveelheid te zaaien, spreid je de groei en oogst over een langere periode. Deze methode voorkomt dat alle kroppen tegelijk oogstrijp zijn. In plaats daarvan kun je gedurende een groot deel van het seizoen regelmatig verse ijsbergsla oogsten. Bovendien verklein je het risico dat een volledige teelt mislukt door ongunstige weersomstandigheden, zoals hitte of langdurige regen. Door gespreid te zaaien maak je optimaal gebruik van de verschillende groeiperioden. IJsbergsla groeit het best bij gematigde temperaturen. Tijdens warme zomerperiodes kan de kropvorming minder goed verlopen en neemt de kans op doorschieten toe. Door meerdere zaaimomenten aan te houden, vergroot je de kans op een succesvolle oogst. Voorbeeld van een zaaispreidingVroege teelt (januari - maart) Zaaien binnenshuis of in een koude kas. De jonge planten worden beschermd tegen vorst en kunnen vanaf het voorjaar uitgeplant worden. Voorjaarsteelt (maart - mei) Zaaien in de koude kas of direct buiten zodra de omstandigheden gunstig zijn. Dit levert doorgaans de mooiste en stevigste kroppen op. Zomerteelt (mei - juli) Zaaien in de volle grond. Zorg tijdens warme perioden voor voldoende vocht, omdat droogte en hitte de kropvorming kunnen verstoren. Najaarsteelt (juli) De laatste zaaiingen van het seizoen. Deze planten groeien uit tot kroppen die in het najaar geoogst kunnen worden, wanneer de temperaturen weer gunstiger zijn voor de teelt. Door deze spreiding toe te passen, ontstaat een continue aanvoer van oogstklare ijsbergsla gedurende een groot deel van het tuinseizoen. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april Zaaien (direct buiten) Maart - juli Uitplanten April - augustus Plantafstand 35 - 40 cm Tussen rijen 35 - 40 cm Oogsten Mei - oktober Standplaats Volle zon Bodem Vruchtbare, humusrijke, vochtvasthoudende maar goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 15 - 20 °C Teeltduur 70 - 100 dagen Planthoogte 20 - 30 cm Kropvorming Ontstaat vanzelf; voldoende ruimte en gelijkmatige groei bevorderen stevige kroppen Waterbehoefte Regelmatig; grond constant licht vochtig houden om doorschieten en bittere smaak te voorkomen Winterhardheid Niet winterhard; gevoelig voor vorst Bijzonderheden Hoge temperaturen (> 25 °C) vergroten de kans op doorschieten en losse kropvorming VerzorgingIJsbergsla vraagt tijdens de groei om een gelijkmatige verzorging en een stabiele groei. De plant is gevoelig voor schommelingen in temperatuur en vocht, wat invloed kan hebben op de kropvorming. Geef ijsbergsla voldoende water en zorg ervoor dat de grond niet uitdroogt. Vooral tijdens warme periodes is regelmatig water geven belangrijk om stress en doorschieten te voorkomen. Geef bij voorkeur in één keer wat meer water in plaats van elke dag kleine beetjes, zodat het water dieper in de grond doordringt en de wortels dieper groeien. Vermijd echter dat de bodem langdurig nat of drassig blijft, omdat dit wortelrot kan veroorzaken. IJsbergsla groeit het beste op een luchtige, voedzame bodem die goed vocht vasthoudt maar ook voldoende draineert. Een te droge grond zorgt voor kleine, losse kroppen, terwijl te natte omstandigheden de groei kunnen remmen. Houd de grond rondom de planten vrij van onkruid. Onkruid concurreert met de sla om water, licht en voedingsstoffen, waardoor de groei kan achterblijven. Door regelmatig te wieden of oppervlakkig te schoffelen blijft de bodem luchtig en krijgen de planten voldoende ruimte om zich goed te ontwikkelen. Bij jonge planten is extra aandacht belangrijk, omdat deze gevoelig zijn voor droogte, vraatschade (zoals slakken) en concurrentie van onkruid. Zodra de planten groter worden en de bladeren elkaar gaan raken, wordt de bodem vanzelf beter bedekt en neemt onkruidgroei af. Kropvorming bij ijsbergslaBij ijsbergsla duurt de kropvorming langer dan bij gewone kropsla. De plant heeft meer tijd nodig om een stevige, gesloten krop te vormen. Wanneer je eerder oogst, kun je de bladeren ook al gebruiken; deze zijn dan nog jong en knapperig, maar de typische vaste krop is nog niet gevormd. De belangrijkste oorzaak van slechte of uitblijvende kropvorming is een te hoge temperatuur. Vooral in de zomer kan warmte ervoor zorgen dat de plant geen compacte krop vormt. In plaats daarvan blijft de sla open en richt de plant zijn energie op bladgroei. De bladeren krullen dan niet naar binnen en de krop blijft los. Om een goede kropvorming te stimuleren is het belangrijk om op het juiste moment te zaaien. Zaai bij voorkeur vroeg in het seizoen, zodat de krop zich kan ontwikkelen voordat de hoogste temperaturen in de zomer worden bereikt. Een teeltstart in het voorjaar (rond maart–april) geeft de beste kans op stevige kroppen. IJsbergsla oogstenIJsbergsla kan geoogst worden zodra de krop goed gesloten en stevig aanvoelt. Afhankelijk van het ras en de groeiomstandigheden is dit meestal ongeveer 10 tot 14 weken na het zaaien. Oogst de kroppen voordat ze doorschieten, omdat de kwaliteit dan snel achteruitgaat en de smaak bitter kan worden. Snijd de krop met een scherp mes vlak boven de grond af. Verwijder direct de buitenste bladeren als deze beschadigd of minder fris zijn. Oogst bij voorkeur tijdens droog weer, omdat natte kroppen gevoeliger zijn voor rot en minder lang houdbaar blijven. Voor de beste kwaliteit kun je ijsbergsla het beste in de ochtend oogsten, wanneer de plant nog stevig en vol vocht is. IJsbergsla is gevoelig voor hitte en schiet sneller door bij warme omstandigheden. Zorg er daarom voor dat de kroppen op tijd geoogst worden, vooral tijdens warme zomerperiodes waarin de kwaliteit snel kan teruglopen. IJsbergsla bewarenIJsbergsla is het lekkerst wanneer deze kort na de oogst wordt gegeten. In de koelkast blijft een krop ongeveer 5 tot 7 dagen goed. Bewaar de krop bij voorkeur ongewassen in de groentelade. Door de sla pas vlak voor gebruik te wassen, blijft deze langer knapperig en vers. Ijsbergsla bemestenIJsbergsla is een redelijk snelle groeier en heeft voldoende voeding nodig om een stevige, goed gesloten krop te kunnen vormen. Een goede teelt begint daarom met een vruchtbare en goed voorbereide bodem. Werk ruim voor het zaaien of uitplanten een organische basisbemesting door de grond, zoals goed verteerde compost of oude stalmest/verteerde mest. Dit verbetert niet alleen de voedingswaarde van de bodem, maar ook de structuur en het vermogen om vocht vast te houden. Een luchtige, humusrijke bodem is belangrijk voor een gelijkmatige groei en goede kropvorming. Ook koemest- of kippenmestkorrels kunnen worden gebruikt als aanvullende organische meststof. Deze geven geleidelijk voedingsstoffen af gedurende het groeiseizoen en ondersteunen een stabiele groei zonder pieken. IJsbergsla heeft vooral behoefte aan een evenwichtige bemesting. Een te hoge stikstofgift is uit den boze, omdat dit kan leiden tot te snelle, slappe groei. Hierdoor worden de planten gevoeliger voor ziekten, vormen ze minder stevige kroppen en neemt de kans op doorschieten toe, vooral bij warm weer. Bemesten vlak voor het zaaien of tijdens de teelt is meestal niet nodig wanneer de bodem goed is voorbereid. In een goed onderhouden moestuin met voldoende organische stof kan ijsbergsla doorgaans probleemloos groeien zonder extra bijbemesting. Doorzaaien van ijsbergslaDoorzaaien van ijsbergsla is een manier om gedurende een langere periode een continue oogst te krijgen, in plaats van één grote oogst in korte tijd. Hierbij zaai je elke paar weken een kleine hoeveelheid zaden in plaats van alles tegelijk. Omdat ijsbergsla relatief snel groeit maar gevoelig is voor warmte en doorschieten, helpt gespreid zaaien om te voorkomen dat je in één keer te veel kroppen hebt die tegelijk geoogst moeten worden. Je kunt vanaf het vroege voorjaar tot in de zomer doorzaaien, zolang de temperatuur niet te hoog oploopt. Zaai bij voorkeur in rijen of op een zaaibed en dun de jonge plantjes later uit zodat ze voldoende ruimte hebben om stevige kroppen te vormen. Door deze aanpak geniet je langer van verse, knapperige ijsbergsla uit eigen tuin. Zo kun je ijsbergsla doorzaaienBegin in het vroege voorjaar (of in een kas eerder) en zaai elke 2 tot 3 weken een klein rijtje of een paar zaadjes. Kies een zonnige plek met losse, voedzame grond die goed water doorlaat. Maak ondiepe geultjes van ongeveer 0,5–1 cm diep, strooi de zaden dun uit en bedek ze licht met aarde. Houd de grond vochtig, maar niet drassig, totdat de zaden ontkiemen (meestal binnen 1–2 weken). Wanneer de plantjes een paar blaadjes hebben, dun je ze uit zodat er ongeveer 25–30 cm tussen de planten zit. Zo krijgen ze genoeg ruimte om stevige kroppen te vormen. Herhaal dit om de paar weken, zodat je steeds nieuwe planten in verschillende groeistadia hebt en dus langer kunt oogsten. Foto @Beukwood Voorbeeld van doorzaaien van sla om elke paar weken te kunnen oogsten. Wat er mis kan gaanHoewel ijsbergsla goed te telen is, kunnen er in de praktijk verschillende problemen optreden. Deze hangen vaak samen met temperatuur, waterhuishouding, bodemomstandigheden of aantasting door plagen. Hieronder staan de meest voorkomende problemen en wat je eraan kunt doen. Doorslaan (bloemvorming)Een van de grootste problemen bij ijsbergsla is doorschieten of doorslaan. De plant gaat dan vroegtijdig bloeien in plaats van een stevige krop te vormen. Dit wordt vaak veroorzaakt door: Te hoge temperaturen (vooral boven 20 °C). Sterke schommelingen tussen koud en warm weer. Stress door droogte of slechte groeiomstandigheden. Te laat zaaien in het seizoen. Wanneer ijsbergsla doorschiet, wordt het hart van de plant hard en ontstaat er een bloemstengel. De bladeren worden dan vaak bitter en minder eetbaar. Voorkomen: Zaai op het juiste moment, kies geschikte rassen en voorkom groeistress door een gelijkmatige verzorging en voldoende water. Slechte kropvorming (losse kroppen)IJsbergsla vormt soms geen stevige, gesloten krop. In plaats daarvan blijft de plant open en los. Oorzaken: Te hoge temperaturen tijdens de groei. Onvoldoende licht. Te veel of te weinig water. Te weinig voedingsstoffen of arme bodem. Voorkomen: Zorg voor een luchtige, voedzame bodem en een gelijkmatige groei zonder extreme droogte of natte periodes. BladrandverbrandingBij ijsbergsla kunnen de bladranden bruin en droog worden, vooral in warm weer of bij snelle groei. Dit ontstaat door een verstoorde water- en calciumopname. Voorkomen: Geef regelmatig en gelijkmatig water. Vermijd grote schommelingen in vocht. Zorg voor een bodem die vocht goed vasthoudt maar niet te nat blijft. Insecten en aantastingDe meest voorkomende plagen zijn: Bladluizen - Zitten vooral in het hart van de plant en verzwakken de groei. Slakken - Eten jonge planten en bladeren aan. Schimmelziekten en rotBij ijsbergsla kunnen schimmelziekten en rot optreden, vooral bij langdurig nat weer, te natte grond of een te dichte beplanting. Dit uit zich vaak in zachte, waterige of verkleurde bladeren, soms beginnend in het hart van de plant. In ernstige gevallen kan de hele krop gaan rotten, waardoor de oogst verloren gaat. Voorkomen: Zorg voor voldoende plantafstand zodat lucht goed kan circuleren tussen de planten. Teel op een luchtige, goed doorlatende bodem die overtollig water snel afvoert. Geef bij voorkeur water aan de voet van de plant en vermijd water op het blad, vooral in de avond. Verwijder aangetaste planten tijdig om verdere verspreiding te beperken. Foto @geedee zie topic. Zelf zaad winnenZie de algemene pagina over sla onder het kopje zelf zaad winnen, waar de volledige uitleg over bloei, bestuiving en zaadwinning staat. Teeltcyclus (zaadteelt)Voor de volledige uitleg over selectie van planten, bloei en zaadvorming verwijzen we naar de pagina sla onder het kopje teeltcyclus (zaadteelt). Dorsen, schonen en bewaren van slazaadHet dorsen, schonen en bewaren van slazaad wordt uitgebreid behandeld op de pagina sla onder het kopje, dorsen, schonen en bewaren van slazaad. IJsbergsla in de keukenIJsbergsla is een frisse en knapperige groente die vooral gewaardeerd wordt om zijn stevige structuur en milde, licht zoete smaak. De krop bestaat uit dicht opeengepakte bladeren die ook na snijden lang knapperig blijven. Daardoor is ijsbergsla vooral geschikt voor rauwe bereidingen. Rauw gebruikIJsbergsla wordt vrijwel altijd rauw gegeten. Door de stevige structuur blijft de sla ook in salades lang krokant, zelfs wanneer er dressing wordt toegevoegd. De milde smaak maakt ijsbergsla een goede basis voor gemengde salades, bijvoorbeeld in combinatie met tomaat, komkommer of paprika. Ook in sandwiches, wraps en burgers wordt ijsbergsla veel gebruikt vanwege de knapperige bite die het toevoegt aan zachte of warme ingrediënten. Smaak en combinatiesDe smaak van ijsbergsla is mild en neutraal, waardoor het goed combineert met uiteenlopende ingrediënten. Het knapperige karakter past goed bij hartige producten zoals kip, kaas of spek, maar ook bij frisse en romige dressings. Omdat de smaak niet overheerst, wordt ijsbergsla vaak gebruikt als basisgroente in salades en koude gerechten. Gebruik per deel van de kropDe buitenste bladeren zijn iets steviger en kunnen eventueel worden gebruikt als “wrap” of basis voor gevulde hapjes. De binnenste bladeren zijn het meest mals en knapperig en worden het meest gebruikt in salades. Door de hele krop te gebruiken, kan ijsbergsla efficiënt worden verwerkt in de keuken. In warme gerechtenHoewel ijsbergsla vooral rauw wordt gegeten, kan het ook kort worden meegewokt in warme gerechten. Door de korte verhitting slinkt de sla snel en verliest het een deel van zijn knapperigheid, maar het kan wel een lichte, frisse groentesmaak aan roerbakgerechten of wraps geven. IJsbergsla bewaren en verwerkenIJsbergsla wordt het best zo vers mogelijk gebruikt. In de koelkast blijft een hele krop ongeveer 5 tot 7 dagen goed. Bewaar de sla bij voorkeur ongewassen en in zijn geheel, zodat de bladeren hun knapperigheid behouden. Na het snijden is ijsbergsla beperkt houdbaar en het beste direct te gebruiken in salades of koude gerechten. Gerelateerde forumtopicsIjsbergsla buiten kweken Ijsberg sla kropt niet langzaam Ijsbergsla great lakes 659 kiemt bijna niet Ijsbergsla in huis voorzaaien Wat zit er in mijn ijsbergsla Ijssla nu al eten nog geen krop
  9. rorror plaatste een pagina in Bladgroenten
    Andijvie (Cichorium endivia) vormt een losse krop en het blad kan zowel rauw als gestoofd gegeten worden. Andijvie is door zijn gevoeligheid voor doorschieten een echte herfstgroente. Tegenwoordig is er een keur aan nieuwe rassen en kan er ook in het voorjaar gezaaid worden. Soorten andijvieEr bestaat een groot aanbod aan andijvierassen en elk jaar worden er nieuwe rassen ontwikkeld met verbeterde eigenschappen, zoals betere kropvorming, minder gevoeligheid voor doorschieten en een hogere opbrengst. In Nederland zijn er verschillende rassen andijvie beschikbaar, die vooral verschillen in groeisnelheid, kropvorming, hittegevoeligheid en geschiktheid voor het seizoen. Hieronder een overzicht van veel geteelde rassen. Ras Type Eigenschappen Teeltperiode Nuance Breedbladig Stevige krop, licht geel hart, betrouwbare groei Voorjaar - zomer - herfst Wallonne Breedbladig Grover blad, stevige plant Zomer - herfst Nummer 5 (type) Breedbladig Ouder type, basis voor selecties Voorjaar - zomer Geante Maraîchère Breedbladig Sterk en winterharder type Herfst - winter Sacha Breedbladig Zachter blad, licht hart Herfst St. Laurent Krulandijvie Fijn gekruld blad, milde smaak Voorjaar - zomer - nazomer Foto @Patrijs Foto @Wortel Foto @Gitta Andijvie wordt grofweg onderverdeeld in twee hoofdtypen: breedbladige andijvie en krulandijvie. Beide behoren tot dezelfde soort (Cichorium endivia), maar verschillen duidelijk in uiterlijk, smaak en toepassing in de keuken. Breedbladige andijvie (escarole)Breedbladige andijvie, ook wel escarole genoemd, vormt een losse tot vrij gesloten krop met brede, licht gegolfde bladeren. De buitenste bladeren zijn groen van kleur, terwijl het hart vaak lichter geelgroen blijft. Dit type wordt het meest geteeld in Nederlandse moestuinen en is de andijvie die doorgaans gebruikt wordt voor stamppot. De bladeren zijn mals, bevatten weinig vezels en hebben een milde, licht bittere smaak. Kenmerken: Brede, relatief gladde bladeren. Vormt een duidelijke krop. Milder van smaak. Geschikt voor zowel rauwe bereidingen als stamppot en roerbakgerechten. Vaak beter bestand tegen wisselende weersomstandigheden. Krulandijvie (frisée) Foto @Aluapje Foto Capgros Foto Jonathan David Krulandijvie, ook bekend onder de Franse naam frisée, heeft sterk ingesneden en gekrulde bladeren. De plant vormt een lossere krop dan breedbladige andijvie en heeft een opvallend sierlijk uiterlijk. De smaak is doorgaans wat krachtiger en bitterder. Daarom wordt krulandijvie vooral gebruikt in salades, vaak in combinatie met zachtere slasoorten. Door het bleken van het hart ontstaan lichtere, zachtere bladeren met een mildere smaak. Kenmerken: Fijn ingesneden, sterk gekruld blad. Lossere groeiwijze. Uitgesproken, licht pittige en bittere smaak. Zeer geschikt voor salades. Decoratief uiterlijk. Welke andijvie kies je?Eigenschap Breedbladige andijvie Krulandijvie Bladvorm Breed en licht gegolfd Fijn ingesneden en gekruld Smaak Mild Sterker en bitterder Kropvorming Vrij gesloten Losser Gebruik Stamppot, koken, salade Vooral salade Bleken Meestal niet nodig Regelmatig toegepast Voor de meeste moestuiniers is breedbladige andijvie de eenvoudigste keuze. Wie graag bijzondere salades maakt of een decoratieve bladgroente zoekt, zal veel plezier hebben van krulandijvie. Beide typen kunnen op dezelfde manier worden gezaaid en geteeld. Andijvie zaaien en plantenMet geschikte rassen kan andijvie gedurende een groot deel van het jaar worden gezaaid, al blijft de herfstteelt de meest betrouwbare teelt. Zaai andijvie bij een temperatuur van 15-20 graden en kweek de plantjes ook op bij deze temperatuur. Hiermee wordt doorschieten (vormen van een bloemstengel) voorkomen. Dat betekent dat je omstreeks maart - mei binnenshuis of in de kas zaait en omstreeks juni - september buiten. Vul potjes, een zaaibakje of een zaaitray met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond en bedek de zaden met een dun laagje zaaigrond. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar, de grond mag niet uitdrogen. Na ongeveer een week komen de zaadjes uit. Zet de zaailingen nu op een lichte plaats. Als de zaailingen de eerste echte blaadjes ontwikkeld hebben verspeen je ze ieder individueel naar kleine potjes of een zaaitray met verse potgrond. Direct in de volle grond zaaien kan ook, dun dan tijdig uit. Andijvie kan uitgeplant worden vanaf april - september. Andijvie telen we bij voorkeur op een zonnig plekje. De groente vraagt een goed vochtvasthoudende grond met een goede structuur maar doet het verder op alle gronden goed. Vier of vijf weken na het zaaien kunnen de plantjes verplant worden naar de volle grond. De plantafstand bedraagt 35-40 cm in alle richtingen. Plant niet te diep. Andijvie zaaien in etappes (doorzaaien)Andijvie wordt het beste niet in één keer gezaaid, maar in meerdere opeenvolgende zaaibeurten. Door om de 2 à 3 weken een kleine hoeveelheid te zaaien, spreid je de groei en oogst over een langere periode. Deze methode zorgt ervoor dat niet alle kroppen tegelijk oogstrijp zijn. Hierdoor kun je weken tot zelfs maanden achter elkaar verse andijvie uit de tuin halen, in plaats van een grote piekoogst in één keer. Het maakt de oogst bovendien beter beheersbaar en vermindert verspilling. Door deze gespreide teelt aan te houden, kun je inspelen op verschillende seizoenen en groeicondities. Andijvie reageert namelijk sterk op temperatuur en daglengte, waardoor één enkele zaaiing vaak niet optimaal is voor een heel seizoen. Voorbeeld van een zaaispreidingVoorjaar (maart – mei) Zaaien onder glas of op een beschutte plek. Geschikt voor vroege teelten, waarbij jonge planten beschermd worden tegen kou en wisselende temperaturen. Zomer (mei – juli) Zaaien in de volle grond. Dit is de meest gebruikelijke periode voor snelle groei en een goede kropvorming, mits voldoende water beschikbaar is. Najaar (juli – augustus) Zaaien voor de herfstteelt. Deze planten profiteren van dalende temperaturen en leveren vaak stevige, goed gevormde kroppen op. Door deze spreiding toe te passen, ontstaat een continue aanvoer van oogstklare andijvie gedurende het hele seizoen. Foto @Beukwood Voorbeeld van doorzaaien van sla en andijvie om elke paar weken te kunnen oogsten. VerzorgingAndijvie vraagt tijdens de groei vooral om een gelijkmatige verzorging. De plant groeit het best in een vochtige, maar niet te natte bodem en heeft baat bij een stabiele groei zonder grote schommelingen. Geef andijvie regelmatig water, vooral tijdens warme en droge periodes. Het is beter om enkele keren per week royaal water te geven dan dagelijks kleine beetjes. Zo dringt het water dieper in de grond en worden de wortels gestimuleerd om beter te ontwikkelen. Vermijd echter dat de grond langdurig drassig blijft, want dat kan wortelproblemen en schimmelvorming veroorzaken. Daarnaast is het belangrijk om de bedden vrij van onkruid te houden. Onkruid concurreert met andijvie om water, licht en voedingsstoffen, waardoor de groei kan vertragen. Door regelmatig oppervlakkig te schoffelen of met de hand te wieden, blijft de bodem luchtig en de plant gezond. Bij jonge planten is extra aandacht nodig, omdat deze gevoeliger zijn voor droogte, slakken en concurrentie van onkruid. Naarmate de planten groter worden, sluiten de bladeren de bodem steeds meer af en neemt onkruidgroei vanzelf af. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - maart (voor vroege teelt) Zaaien (direct buiten) Maart - september Uitplanten April - september Plantafstand 35 - 40 cm Tussen rijen 35 - 40 cm Oogsten Vanaf mei tot november (afhankelijk van zaaitijd) Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Vochtige, vruchtbare, humusrijke en goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 15 - 22 °C Teeltduur 60 - 100 dagen Planthoogte 25 - 40 cm Bleken van bladeren 1 - 2 weken vóór de oogst mogelijk door de krop samen te binden (optioneel voor mildere smaak) Waterbehoefte Regelmatig; grond gelijkmatig vochtig houden Winterhardheid Beperkt vorstbestendig; lichte nachtvorst wordt vaak verdragen Andijvie bemestenAndijvie is een relatief snelle groeier en heeft daarom voldoende voeding nodig om een stevige, goed gevulde krop te vormen. De basis van een goede teelt begint bij een vruchtbare bodem. Werk ver van te voren een basisbemesting van goed verteerde mest of compost onder. Koemest- of kippenmestkorrels behoren ook tot de mogelijkheden. Bemesten voor het planten/zaaien, tijdens de groei en een zware stikstof bemesting zijn niet aan te raden. Werk ruim voor het zaaien of planten een organische basisbemesting in de grond, zoals goed verteerde compost of oude stalmest. Dit verbetert niet alleen de voedingstoestand van de bodem, maar ook de structuur en het vochtvasthoudend vermogen. Ook koemest- of kippenmestkorrels kunnen worden gebruikt als aanvullende organische meststof. Deze zorgen voor een geleidelijke afgifte van voedingsstoffen tijdens het groeiseizoen. Het is belangrijk om niet te overdrijven met bemesting, vooral niet met stikstofrijke meststoffen. Een te hoge stikstofgift kan zorgen voor snelle, slappe groei, waardoor de planten gevoeliger worden voor ziekten, minder goed houdbaar zijn en sneller doorschieten. Bemesten vlak voor het zaaien of tijdens de teelt is meestal niet nodig als de bodem al goed is voorbereid. Een evenwichtige bodem met voldoende organische stof is doorgaans voldoende om een gezonde andijvie-oogst te garanderen. Andijvie blekenMet de nieuwe generatie andijvie rassen is bleken veel minder nodig. Bleken van andijvie wordt gedaan om de krop malser en minder bitter te maken. De meest gebruikte methode is het bedekken van het hart van de plant met een bord, schaaltje, emmer of met een stukje touw afbinden, zie de afbeelding hieronder. Zie topic. Foto Wikipedia Andijvie oogsten en bewarenAndijvie kan geoogst worden zodra de krop voldoende omvang heeft bereikt. Afhankelijk van het ras en de teeltomstandigheden is dit meestal 8 tot 12 weken na het zaaien. Oogst de plant voordat deze doorschiet, omdat de bladeren dan bitterder worden en de kwaliteit afneemt. Snijd de krop met een scherp mes vlak boven de grond af. Verwijder direct beschadigde of vergeelde bladeren. Oogst bij voorkeur tijdens droog weer, omdat natte bladeren minder lang houdbaar zijn en gevoeliger zijn voor rot. Voor de beste smaak kun je andijvie vroeg in de ochtend oogsten. De bladeren zijn dan stevig en fris doordat de plant gedurende de nacht vocht heeft opgenomen. Andijvie kan lichte nachtvorst verdragen. Bij kans op vorst is het verstandig de planten af te dekken met vliesdoek. Langdurige of strenge vorst beschadigt de bladeren en kan ervoor zorgen dat de planten verloren gaan. Oogst daarom tijdig wanneer een periode van strenge vorst wordt verwacht. Andijvie bewarenAndijvie is het lekkerst wanneer deze kort na de oogst wordt verwerkt. In de koelkast blijft een krop ongeveer 3 tot 5 dagen goed. Bewaar de andijvie in de groentelade en was de bladeren pas vlak voor gebruik. Door de bladeren droog te bewaren blijven ze langer stevig en vers. Andijvie invriezenHeb je meer geoogst dan je direct kunt gebruiken, dan kun je andijvie invriezen. Was de bladeren, snijd ze eventueel kleiner en blancheer ze ongeveer 1 tot 2 minuten in kokend water. Koel de andijvie daarna direct terug in koud water, laat goed uitlekken en vries in porties in. Ingevroren andijvie is vooral geschikt voor stamppotten, soepen en andere warme gerechten. Voor gebruik in salades is ingevroren andijvie minder geschikt, omdat de structuur van het blad verloren gaat. Door de andijvie in porties in te vriezen kun je eenvoudig precies de hoeveelheid gebruiken die je nodig hebt. Wat er mis kan gaanHoewel andijvie relatief eenvoudig te telen is, kunnen er in de praktijk toch verschillende problemen optreden. Deze hangen vaak samen met weersomstandigheden, bodemkwaliteit of aantasting door plagen en ziekten. Hieronder vind je de meest voorkomende problemen en wat je eraan kunt doen. Doorschieten (bloemvorming)Een van de meest voorkomende problemen bij andijvie is doorschieten. Hierbij vormt de plant vroegtijdig een bloemstengel in plaats van een mooie krop. Dit gebeurt vooral bij: Te koude temperaturen tijdens de opkweek. Langdurige koude periodes gevolgd door warm weer. Te laat uitplanten of zaaien in een ongunstig seizoen. Zodra andijvie doorschiet, worden de bladeren bitter en taai en is de oogst minder geschikt voor consumptie. Zaai en kweek andijvie bij stabiele temperaturen (15–20 °C) en kies het juiste seizoen en ras. Lees meer of stel vragen hierover in dit topic. BladrandverbrandingBladrandverbranding is te herkennen aan bruine, verdroogde randen aan de bladeren, vooral in het hart van de plant. Dit wordt vaak veroorzaakt door een onregelmatige wateropname of een snelle groei. Voorkomen: Zorg voor een gelijkmatige vochtvoorziening. Vermijd periodes van droogte gevolgd door veel water. Zorg voor een goede bodemstructuur die vocht vasthoudt. Insecten en aantastingDe meest voorkomende plagen zijn: Bladluizen - Zitten vooral in het hart van de plant en verzwakken de groei. Slakken - Eten jonge planten en bladeren aan. Schimmelziekten en rotBij te natte omstandigheden of slechte luchtcirculatie kunnen schimmels of rot optreden. Dit uit zich vaak in zachte, verkleurde bladeren. Voorkomen Zorg voor voldoende plantafstand. Vermijd water op het blad in de avond. Teel op goed doorlatende grond. Zelf zaad winnenZelf zaad winnen van andijvie is een mooie manier om je favoriete ras te behouden en stap voor stap meer onafhankelijk te worden van zaden uit de winkel. Andijvie is een tweejarige plant: in het eerste jaar vormt ze een bladkrop, en in het tweede jaar schiet de plant door en vormt bloemen waaruit zaad kan worden gewonnen. Omdat andijvie relatief gemakkelijk bloeit en zaad vormt, is het een geschikte groente voor de beginnende zaadteler. Wel is het belangrijk om rekening te houden met mogelijke kruisbestuiving tussen rassen en om gezonde, typische planten te selecteren voor de zaadteelt. Zo zorg je ervoor dat de eigenschappen van het ras goed behouden blijven voor volgende generaties. Tip Andijvie is een tweejarige plant die in het eerste jaar blad vormt en in het tweede jaar bloeit. Voor zaadwinning laat je enkele gezonde planten doorschieten. Oogst het zaad zodra de bloemhoofdjes droog zijn. Bestuiving bij andijvieDe bloeiwijze van andijvie (Cichorium endivia) bestaat uit een hoofdje of capitulum. Dit hoofdje is opgebouwd uit kleine blauwe tot violetkleurige bloemen. Elke bloem is tweeslachtig, wat betekent dat ze zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen bevat. Andijvie is in principe een zelfbestuiver, maar er bestaat wel een zekere neiging tot kruisbestuiving door insecten. Dat betekent dat stuifmeel van andere andijvierassen in sommige gevallen de bloemen kan bestuiven. Om ongewenste kruisbestuiving tussen verschillende rassen te voorkomen, is isolatie belangrijk. In de praktijk kan dit op twee manieren: Door rassen ruim van elkaar te telen (bij voorkeur honderden meters afstand). Of door gebruik te maken van gesloten insectengaas, zodat bestuivende insecten geen toegang hebben tot de bloemen. Omdat andijvie vooral als bladgroente wordt geteeld, is zuivere rasbewaring vooral belangrijk wanneer je zelf zaad wilt winnen. Let er bovendien op dat er in de directe omgeving geen andere bloeiende andijvierassen aanwezig zijn, omdat deze alsnog kunnen kruisen met de zaaddragers. Foto Wikipedia Teeltcyclus en werkwijze Tijdens het eerste groeijaar is selectie belangrijk. Kies alleen de beste en meest typische planten van het ras om later zaad van te winnen. Let hierbij op eigenschappen zoals bladvorm, kropvorming, kleur en groeikracht. Planten die al in het eerste jaar doorschieten of vroeg bloemstengels vormen, worden verwijderd. Deze eigenschap wil je niet doorgeven aan volgende generaties, omdat dit leidt tot steeds vroegere bloei en slechtere bladproductie. Voor de zaadteelt selecteer je idealiter 10 tot 15 sterke en gezonde planten om voldoende genetische variatie te behouden. In de herfst kunnen de bladeren eventueel nog geoogst worden voor consumptie, terwijl de wortels behouden blijven voor de overwintering. In zachte winters kunnen planten in de volle grond blijven staan. In koudere streken worden de wortels vaak vóór de winter gerooid. Hierbij worden de bladeren teruggesnoeid tot enkele centimeters boven de wortelhals. De wortels worden vervolgens ingekuild in vochtig zand of opgeslagen in potten op een koele, vochtige plaats. Een temperatuur van 0 tot 4 °C en een hoge luchtvochtigheid zijn hierbij ideaal om uitdroging te voorkomen. In het voorjaar worden de overwinterde planten opnieuw uitgeplant. Beschadigde of rotte wortels worden verwijderd en de gezonde planten krijgen na het planten voldoende water om goed aan te slaan. Vanuit deze planten ontwikkelen zich daarna hoge bloemstengels. Deze bloeistengels hebben vaak ondersteuning nodig om omvallen te voorkomen. Naarmate de zomer vordert, worden de zaden gevormd. Niet alle zaadhoofden rijpen tegelijk, waardoor meerdere oogstmomenten nodig zijn. Oogst de rijpe bloemhoofdjes daarom geleidelijk, zodra ze droog en pluizig beginnen te worden. Wacht niet te lang, want rijpe zaden vallen gemakkelijk uit. Eventueel kan de hele plant ook in één keer geoogst worden om na te rijpen op een droge, goed geventileerde plek. Laat het zaad daarna volledig nadrogen voordat het wordt schoongemaakt en opgeslagen. Dorsen, schonen en bewaren van zaadPas wanneer de zaadstengels volledig droog zijn, kan gestart worden met het dorsen. De zaden van andijvie (cichorei) zitten vaak stevig vast in kleine omhulsels en laten niet altijd vanzelf los, al kan een deel spontaan uitvallen wanneer ze goed rijp zijn. Om de zaden vrij te maken, worden de droge bloemhoofdjes eerst krachtig tussen de handen gewreven of licht stukgeslagen. Wanneer dit onvoldoende effect heeft, kan het zaadmateriaal verder worden bewerkt met hulpmiddelen zoals een deegroller of door voorzichtig te stampen. In hardnekkige gevallen kan zelfs kort malen in een kruiden- of koffiemolen worden toegepast, maar hierbij is voorzichtigheid nodig om het zaad niet te beschadigen of tot poeder te vermalen. Daarna wordt het mengsel gezuiverd door plantenresten en stof te verwijderen met behulp van zeven met verschillende maasgroottes. Zo blijft alleen het schone zaad over. Voor de laatste reiniging kan het zaad in een schaal of wanmand worden gedaan, waarna er zacht overheen wordt geblazen. De lichtere resten waaien weg, terwijl het zwaardere zaad achterblijft. Het droge, schoongemaakte zaad wordt vervolgens bewaard in een goed afgesloten zakje of pot. Voorzie het altijd van een label met soort, ras en oogstjaar. Door het zaad enkele dagen in de diepvriezer te bewaren, worden eventuele aanwezige insectenlarven geëlimineerd. Onder goede omstandigheden blijft andijviezaad ongeveer vijf jaar kiemkrachtig, en bij koele of vriesbewaring zelfs nog langer. Andijvie in de keukenAndijvie is een veelzijdige groente die op verschillende manieren kan worden gebruikt in de keuken. Afhankelijk van het ras en de leeftijd van het blad varieert de smaak van mild en zacht tot iets pittiger en licht bitter. Vooral jonge bladeren zijn geschikt om rauw te eten, terwijl oudere bladeren beter tot hun recht komen in warme bereidingen. Rauw gebruikJonge andijvie kan uitstekend rauw worden gegeten. In deze vorm blijft de knapperige structuur behouden en komt de frisse, licht bittere smaak het best naar voren. Vaak wordt andijvie gebruikt in gemengde salades, waarbij het goed samengaat met mildere slasoorten om de smaak in balans te brengen. Ook combinaties met fruit zoals appel of peer worden veel toegepast, omdat dit een frisse en zoete tegenhanger geeft aan de lichte bitterheid van de groente. In Frankrijk wordt andijvie (zowel scarole als frisée) vrijwel uitsluitend rauw gegeten als salade. Daarbij wordt de groente vaak gecombineerd met gebakken spekjes, wat zorgt voor een hartige, knapperige toevoeging aan de frisse, licht bittere smaak van de andijvie. Gekookt en gestoofdBreedbladige andijvie wordt vaak verwerkt in stamppot, waarbij de rauwe gesneden bladeren worden gemengd met aardappelpuree en eventueel spekjes. Door verhitting slinkt andijvie sterk, waardoor een grote hoeveelheid blad nodig is om een goed gevuld gerecht te krijgen. Daarnaast kan andijvie worden gestoofd met ui en knoflook, al dan niet met een scheutje room of boter voor een zachtere smaak. Ook in roerbakgerechten komt de groente goed tot zijn recht, waarbij korte verhitting zorgt dat de structuur deels behouden blijft. Foto @Gitta In soepen en ovengerechtenAndijvie is ook geschikt als ingrediënt in soepen en ovenschotels. In soepen zorgt de groente voor een zachte, groentige smaak die goed samengaat met andere seizoensgroenten. In ovengerechten kan andijvie worden gecombineerd met aardappel, kaas of gehakt, waarbij het tijdens het garen mooi samensmelt met de andere ingrediënten. In hartige taarten en quiches geeft andijvie een lichte, frisse toets die goed past bij romige vullingen en hartige smaken. Smaak en combinatiesDe smaak van andijvie laat zich goed combineren met verschillende ingrediënten. De lichte bitterheid past goed bij hartige en romige smaken zoals kaas, spek en room. Ook zoetere elementen zoals appel of rozijnen zorgen voor een mooi contrast. In warme gerechten versterken ui en knoflook vaak de smaak van de groente zonder deze te overheersen. Gebruik per leeftijd van het bladHet jonge hart van de plant is het meest mals en geschikt voor rauw gebruik, terwijl de buitenste bladeren steviger zijn en beter tot hun recht komen in gekookte of gestoofde gerechten. Door deze delen gericht te gebruiken, kan één krop andijvie op verschillende manieren in de keuken worden verwerkt. Andijvie wecken en inmakenAndijvie wordt van oudsher vooral vers gegeten, maar kan in sommige gevallen ook worden geconserveerd door in te maken of te wecken. Omdat andijvie een bladgroente is die veel water bevat, verliest ze bij langdurige verhitting snel structuur. Daardoor is het resultaat anders dan bij stevigere groenten zoals sperziebonen of wortelen. Voor het wecken wordt andijvie eerst kort gewassen en eventueel grof gesneden. Daarna wordt de groente meestal kort geblancheerd, zodat het volume afneemt en de bladeren beter in de pot passen. Vervolgens wordt de andijvie in schone weckpotten gedaan en afgevuld met kokend water of een lichte zoutoplossing. Daarna worden de potten volgens de weckmethode verhit en luchtdicht afgesloten. Na het wecken is de structuur van andijvie zachter en minder knapperig dan vers, maar de groente blijft wel langer houdbaar. Hierdoor is geweckte andijvie vooral geschikt voor warme gerechten zoals stamppot, stoofgerechten of soepen, waarbij de textuur minder belangrijk is. In de praktijk wordt andijvie minder vaak geweckt dan bijvoorbeeld sperziebonen of rode kool, omdat invriezen meestal eenvoudiger is en een beter eindresultaat geeft. Wecken is vooral interessant wanneer je een grote oogst wilt bewaren zonder gebruik van een vriezer. Zie ook het topic over andijvie wecken. Gerelateerde forumtopicsAndijvie Platte andijvie krop Waneer kan je andijvie oogsten? Andijvie schiet door nu oneetbaar?
  10. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    @Ruderalis Jouw plant is al 4x groter dan de mijne. 😮
  11. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    Ok! Dan ervaar je het zelfde als ik. Ik krijg er ook hogere bloeddruk van. Niet zo erg als je je gewoon goed voelt, maar als je al tegen hogebloeddruk aanloopt. Sla die dag dan maar met peper over. Deze hebben wij: https://www.blokker.nl/medisana-bovenarmbloeddrukmeter-bu-510/1399668.html @Ruderalis Vind de paarse vruchten er altijd zo speciaal uit zien. Ik heb er nu 4 of 5 aan de plant hangen.
  12. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    @donaldk Half off topic(ik ook) , maar als ik het goed begrijp, gebruik je chilie peper poeder als bloeddruk verlager? Intressant want ik zelf had het gevoel dat wannneer ik zelf veel peper eet, dat ik onrustig wordt van binnen. stressig gevoel, trillerig, hardere en snellere hardslag, onrustig slapen. (wakker slapen, waker slapen). Ademhaling wordt korter en ongelijker. Ik zie dat dus ook terug in de bloeddruk meter(verhonging) . Die heb ik liggen voor mijn vriendin. Die heeft namelijk een aangeboren hardafwijking. Die moet dat dus goed in de gatennhouden. Heb je er zelf één, is niet al te duur. Rond de 30euro.
  13. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    De eerste vruchten beginnen te komen: Paprika Deze 4 hadden er weinig zin in na het zaaien. Kijken nog even of ze misschien nog aanslaan. Totaal 22planten in afzonderlijke eindpotten. 4 nog in p9 maat. 1 jalapeno bonsai. Totaal 27stuks.
  14. rorror reageerde op hebeentuin's topic in Babbeltuin
    https://www.vreeken.nl/872020-aanaarder-vorentrekker
  15. rorror reageerde op willemGN's topic in Groente
    Heb sinds ik de paprika's kweek al gediefd tot twee stengels per paprika plant. Maar geen bloempjes weggehaald. Ik zal wel even een proefje doen met een paar paprika's waar ik dus nog even de bloemen en vruchten uit zal halen. Eind van het seizoen kunnen we dan het verschil zien.
  16. rorror reageerde op Patrijs's blog bericht in De moestuin van Patrijs
    Waardoor is het blad van de peulen aangegeten? Mooie aardappelen, heb 1 pot staan dit jaar, hoop dat daar een leuk portie uit komt. Kook/bak je trouwens zelf?
  17. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    @Lia56 Ik had vorig jaar alle soorten pepers meegenomen naar familie. Voordat we weggingen had ik nog tegen mijn vriendin gezegd, zal ik een pak volle melk meenemen. Zij, nee dat hoeft niet ze hebben zelf wel melk. Aangekomen en de pepers laten zien, wou mijn neefje(15) je de heetste wel proberen. Voordat ik hem kon waarschuwen dat hij maar een klein hapje moest nemen, beet hij hem direct bij het steeltje af begon er flink op te kauwen. Ik dacht echt, NEE #&@^$&*. Op dat moment zie ik hem naar binnen hollen. Ze hadden geen melk meer in huis... hij heeft 15a20min onder de kraan gehangen, 'huilen' hoesten en half overgeven. Toen voelde ik me wel even klote. Test eerst maar hoe ver ze kunnen gaan voordat ze de heetste proberen.
  18. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    X aan het eind van het seizoen binnen afrijpen, moet wel lukken.
  19. rorror reageerde op Juna's topic in Problemen in de moestuin
    Met de regen van de afgelopen dagen zie je overal weer slakken. Gelukkig strooi ik al een tijdje slakken korrels, waardoor ik overal lege slakkenhuisjes tegenkom. 😃 Het gaat alleen best rap met de korrels, dus om elke keer een klein verpakking duur te kopen. Dus opzoek naar een grootverpakking welke betaalbaar is. Moet op basis van ijzer(III)fosfaat zijn. https://ecostyle.nl/product/escar-go?size=2%2C5-kg%2F1000+m2 deze van eco-style 2,5kilo voor 30,99. Niet bepaald goedkoop. Ook niet echt een grootverpakking.. Welkoop heeft een aanbieding op 1kilo verpakkingen voor 10,88 op moment: https://www.welkoop.nl/ecostyle-slakkenkorrels-escar-go-tegen-slakken-doos-1kg_1092325 Deze is 20kilo maar niet voor consumenten. Wel erg benieuwd naar de prijs. https://royalbrinkman.nl/gewasbescherming-desinfectie/biologische-gewasbescherming/producten-op-de-skal-inputlijst/iroxx-slakkenkorrels-20-kg-180406415 Ben ook benieuwd naar hoe lang die korrels houdbaar zijn. Want 20kilo maak ik niet in 2jaar op b.v.
  20. Wat een berg dekseltjes zeg! Poe! Wat voor potjes kan je allemaal gebruiken voor inmaken? Maakt dat uit met de lengte van hoe lang dat houdbaar is? Zijn b.v. de potjes van hak ook te gebruiken voor jam? Of hebben jam potjes waar origneel jam in heeft gezet een beter afsluitbaarheid dan b.v. hak potjes? Dan kan ik er wat gaan verzamelen voordat het weer bramen tijd is. Op een paar minuten loop afstand zit er namelijk een strook van een paar honderd meter bramen struiken. Altijd fijn plukken daar.
  21. rorror reageerde op Mellie's topic in Huiskamer
    @Grork Leuke tip! Lang niet gezien op het forum. Is het kweken toch weer gaan kriebelen?
  22. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    @HuubvG Wat ik bij de bonsai in de winter doe, elke keer als er uitgroei van 3x2 bladparen zijn, deze terug knippen naar het eerste blad paar. En de bloempjes af en toe er uit halen. Dan in het voorjaar stop je daarmee en laat je ze gewoon bloeien en pepers groeien. Op moment als de pepers vruchten gaan aanzetten, zal de nieuwe groei van nieuw blad verminderen. Na het plukken van de vruchten zal de groei direct terugkomen en zal deze weer gaan bloeien. Zal daar de komende week of week erna eens een foto van maken. (vruchten zijn er net een dag vanaf.)
  23. Twee maanden verder, en nu vandaag pas saus gemaakt. 😅 In de winkel hebben ze nog steeds de glazen melkflesjes te koop. Duurde even voordat mijn vriendin de koffiemelk op gebruikt had. 4 Flesjes om te proberen. - 70gram pepers. Deel jalapeno's van de bonsai. En wat hete gele pepers uit de vriezer. - Zijn 5 eigen geweekte knoflook teentjes ingegaan. - Voor bindmiddel heb ik allesbinder gebruikt. - Voor azijn heb ik witte wijn azijn van ah gebruikt. (Volgende keer een andere azijn gebruiken, deze geeft een hele sterkte witte wijn geur af.) - Blender gebruikt inplaats van staafmixer/vijzel. Misschien iets te lang ingekookt, had nog wat water toegevoegd, maar het is 2 en half flesje geworden. Volgende keer een grotere batch maken. De echte smaaktest met snacks gaat nog komen.
  24. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    De bonsai kaalgeplukt. Net een aantal gefruit voor bij de bami. Straks met het restant, + een beetje uit de vriezer, een chiliesausje maken.
  25. De eetste aalbesjes, toetje voor na het eten.

Account

Navigatie

Zoeken

Account

Navigatie

Zoeken

Zoeken

Browser pushmeldingen instellen in uw browser

Chrome (Android)
  1. Tik op het slotpictogram naast de adresbalk.
  2. Tik op Machtigingen → Meldingen.
  3. Pas uw voorkeuren aan.
Chrome (Desktop)
  1. Klik op het hangslotpictogram in de adresbalk.
  2. Selecteer Site-instellingen.
  3. Zoek Meldingen en pas uw voorkeuren aan.