Jump to content
Eva

Bijzondere groente

Recommended Posts

Amerikaanse grondnoot

 

3686599585_af45bf0212.jpg

 

Apios20Americana200.jpg

 

Familie: Leguminosae (Vlinderbloemenfamilie)

Geslacht: Apios

Soort: Apios Americana

 

De Apios America soms ook wel Indianen aardappel of Amerikaanse grondnoot genoemd, is een vlinderbloemige klimmer die prachtige leverkleurige bloemen produceert en reeds vanaf het tweede jaar ondergrondse knollen levert. Lang wachten, dat wel, maar eenmaal echt gezeteld geeft deze plant tot 2,5 kg opbrengst.

De knollen zijn zeer voedzaam. Omdat ze werden gegeten in hun derde jaar, is het met grootschalige productie nooit iets geworden.

 

 

Botanische beschrijving-

Vrucht: De wortels hebben een uitzonderlijke vorm, als een kraal.

De wortelkraal kan tot 2 m lang worden.

Bloei:september.

Bloem:bloeit met opstaande bloemen in een unieke leverkleur.

Hoogte:500 cm – 600 cm

Eenjarig/meerjarig: De plant is meerjarig en winterhard. Na de bloei sterft de plant af om vervolgens als knol te overwinteren in de bodem.

 

 

Zaaien:gebeurt zelden, meestal word de tuber gebruikt

 

Uitplanten: Wanneer je de bol in het voorjaar in de grond poot, heb je in korte tijd een grote klimmer die snel een heel hekwerk begroeit

Verzorging: Kan mooi in een pergola of in een afscheiding of plaats overal bamboe stokken waar hij tegenop kan. De Amerikaanse grondnoot sterft af in de winter. Snoei is niet nodig.

Grondsoort: Goede tuingrond. Niet te nat. Liefst enigszins vochthoudend.

 

Zon/schaduw: Zon

 

Bemesten: heeft geen bijzondere eisen.

 

Gebruik: groentes, vers eetbaar, verwerkt eetbaar, omheining, groenbemester

Oogsten en bewaren: oktober – november. Wanneer je aan het eind van het seizoen de bol weer opgraaft, zul je tot de ontdekking komen dat hij zich sterk vermeerderd heeft. Als een rozenkrans zitten vele bolletjes aaneen. Of liever gezegd als worstjes want de knolletjes zijn enigszins vleesachtig.

 

De voedzame knol heeft een hoog gehalte aan eiwit. En wanneer je de knol in de herfst oogst kun je hem roosteren en dan is de apios op zijn best. De smaak is zonder meer verrukkelijk.

 

Vermeerderen: Door middel van zaad en groeiknollen.

 

Trivia:

De Amerikaanse grondnoot is een Prachtige klimplant met eetbare tubers, knollen en mooie bloemen. Het zaad hangt in peulen. heel bekend bij de eerst Amerikaanse settlers en indianen. Wordt nu aangeplant voor zijn stikstofhoudend vermogen om de grond te verbeteren in moeilijke gebieden. deze. Sterke voedzame planten die goed uitgroeien, groen en eiwitten leveren aan mens en dieren.

De naam geeft aan dat het bij deze plant gaat om een bol. Wanneer je de bol in het voorjaar in de grond poot, heb je in korte tijd een grote klimmer die snel een heel hekwerk begroeit met fraai blad. De blaadjes bevinden zich langs de stengel en zijn geveerd en eivormig. Wanneer de plant niet bloeit, doet hij wat aan de blauwe regen denken.

Een overeenkomst met de siererwt is dat beide klimmers zijn en sterk geuren. De geur van siererwten wordt algemeen gewaardeerd maar merkwaardigerwijs roept de geur van de Apios zeer uiteenlopende reacties op. De een vindt het een heerlijke, poederachtige geur, de ander vindt het vreselijk stinken. Ook is chocolade genoemd, viooltjes en mest. Geur laat zich lastig beschrijven en is de waarneming ervan is zeer subjectief! En zo leidt de aanplant van een Apios tot interessante filosofische discussies.

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Biscuitroot

lomcous.jpg

 

De wortel van de bisquitroot (Engelse naam) is eetbaar, zowel rauw als gekookt. De wortel wordt meestal eerst geschild. Verder kan de wortel ook gedroogd en vermalen worden tot meel. En in die vorm gebruikt worden voor verschillende toepassingen. De plant komt uit midden en noord Amerika en werd daar als gewas door bepaalde indianenstammen gegeten.

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Geslacht: Lomatium

Soort: Lomatium cous

 

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Broodwortel

4015380565_2a8edb9eda.jpg

 

Familie: Leguminosae (Vlinderbloemenfamilie)

Geslacht: Psoralea

Soort: Psoralea esculenta

De broodwortel is een gewas waar de wortel van wordt gegeten en bij indianen als lekkernij werd beschouwd. In de jaren 1800 werd deze plant naar Europa gebracht maar werd toen niet goed ontvangen. De wortel kan zowel rauw als gekookt worden gegeten. Ook kan de wortel gedroogd en gemalen worden en dan gebruikt worden als basis ingrediënt voor o.a. cakes en pap. Verder bindt de plant stikstof en is zo een natuurlijke bemester van de grond voor zichzelf en omringende planten

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Chinese wortel

b5a98f5a-4c86-4eb6-b077-a8f1e58154d3.jpg

 

Familie: Smilacaceae

Geslacht: Smilax

Soort: Smilax China

Deze klimplant kan tot 4.5 meter hoog worden. De wortel kan gedroogd en vermalen worden maar ook gekookt gegeten worden. De jonge scheuten en bladeren kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Het fruit kan vers gegeten worden en is dorstlessend. De plant is winterhard tot -15 graden. Van de bladeren wordt thee gezet. De wortel wordt gebruikt tegen huidziekten.

 

Bloei: mei

Hoogte: tot 4.5 meter hoog

Eenjarig/meerjarig: De plant is winterhard tot -15 graden.

 

Gebruik: groentes, kruiden, vers eetbaar, verwerkt eetbaar, omheining.

De wortel kan gedroogd en vermalen worden maar ook gekookt gegeten worden. De jonge scheuten en bladeren kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Het fruit kan vers gegeten worden en is dorstlessend.

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Franse aardkastanje

 

040511-conopodium-majus.jpg

 

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Geslacht: Conopodium

Soort: Conopodium majus

 

De Franse aardkastanje (Conopodium majus) is een overblijvende plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie en staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en stabiel of toegenomen. De soort heeft de naam te danken aan de kastanjevormige wortelknol. De knol is eetbaar en heeft een zoete, aromatische, nootachtige smaak. De soort komt van nature voor in West-Europa.

 

Botanische beschrijving-

Blad: De driehoekige bladeren zijn, 2 tot 3-voudig geveerd met lijnvormige blaadjes. De onderste met enigszins eivormige slippen, de bovenste met lijnvormige slippen en een schedevormende steel.

 

Bloem: De bloemen vormen samen schermen van 3 tot 7 cm met 6 tot 20 stralen. De witte, 1 tot 3 mm grote bloemen zijn aan de buitenkant vaak bruin generfd. Meestal zijn ze 1-slachtig. Er zijn 1 of 2 of geen omwindselblaadjes.

Vruchten: geribbeld, eivormig. De langwerpige vruchten zijn 3 tot 5 mm lang en hebben smalle, vlakke, onopvallende ribben. De deelvruchten zijn vierkantig. De stijlen staan rechtop en zijn naar de voet geleidelijk verbreed.

Wortels: De wortels zijn bijna bolvormig en vlezig.

 

Stengels: De stengels zijn vrijwel niet behaard, weinig geribd en na de bloei hol.

 

Bloei: mei – juli

 

Hoogte: 20-80 cm hoog.

 

Eenjarig/meerjarig: Overblijvend.

 

Grondsoort: vochtige, matig voedselrijke, humeuze, zwak zure grond.

 

Zon/schaduw: Zonnige tot meestal licht beschaduwde plaatsen

 

Bemesten: Humus is genoeg.

 

Gebruik: vers eetbaar, verwerkt eetbaar . De min of meer ronde "noten" zijn donkerbruin en zo groot als een walnoot en kunnen rauw gegeten worden nadat ze gewassen en geschrapt zijn. De smaak zit tussen hazelnoten en bleekselderij.

Ze kunnen ook gekookt worden in bouillon of aan stoofpotten worden toegevoegd; de smaak lijkt dan meer op die van pastinaak

 

Oogsten en bewaren: september - oktober De fijne witte wortels moeten voorzichtig worden uitgegraven (10-20 cm diep), want de stengel breekt snel af.

 

 

Trivia: Varkens werden ook wel getraind om ze te vinden, net als met truffels.

Vroeger werden ze wel gegeten, vooral door kinderen, maar tegenwoordig schijnt dat niet veel meer voor te komen.

Tenslotte als folkloristische noot: in Ierland zou de aardkastanje gegeten worden door kabouters.

Nederland: Zeer zeldzaam in het oosten van het land en in de Kempen.

Rode lijst. Stabiel.

België: Zeer zeldzaam.

Rode lijst Vlaanderen. Zeldzaam.

In andere talen:

• Duits: Französische Erdkastanie

• Engels: Pignut, Arnut, Cipernut, Earth Chestnut, Groundnut, Hawknut, Jarnut, Kippernut

• Frans: Conopode dénudé

 

Verspreiding

Wereld: In West-Europa (o.a. in Noorwegen, Ierland, Groot-Brittannië en Frankrijk

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Knolcapucien

 

mashua.jpg

 

Tropaeolum_tuberosum0.jpg

Familie: Tropaeolaceae

Geslacht: Tropaeolum

Soort: Tropaeolum tuberosum

 

De knolcapucien groeit in zuid Amerika (waar deze Mashua genoemd wordt) tegen de hellingen van de Andes en is een familielid van de Oost-Indische kers. De knolcapucien komt van nature voor in de Andes op hoogtes tussen de 2500 en 4000 m in Bolivia, Colombia, Ecuador en Peru. Peru is de grootste producent van de knollen. Buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied heeft de knolcapucien nauwelijks betekenis als voedselplant, maar wordt hij wel als sierplant in de tuin gekweekt.

Hij klimt en is in staat om met zijn bladstelen zich vast te hechten aan takjes. Dit kun je het hele zomerseizoen waarnemen. De planten vormen vanaf half oktober tot half november peervormige knollen van 5 tot 12 cm lang.

De knollen hebben paarsachtige inkepingen en moeten voor de eerste echte vorst geoogst worden en bewaard worden in vochtig zand, net als de Topinamboer oftewel onze geliefde aardpeer.

 

Botanische beschrijving-

Blad: De bladeren zijn afwisselend geplaatst, langgesteeld en schildvormig

Bloem: De bloemen staan solitair in de bladoksels en zijn tweeslachtig . De bloemen bestaan uit vijf vrije kroonbladeren, die oranje tot dieprood van kleur zijn.

Vrucht: De vruchten zijn doosvruchten met drie zaden.

Bloei: september

Hoogte: 250 cm

Eenjarig/meerjarig: Eenjarig.

 

 

Uitplanten: Zet in maart april de knollen in potjes op een verwarmde plaats. Eind mei, na de ijsheiligen (de plant kan niet tegen vorst) kunt u de plant op de gewenste plaats buiten planten. Geef vooral bij de aanvang geregeld water. Knolkapucijnen zijn erg makkelijk te telen en dan ook in elke tuin toepasbaar.

Ze groeit het best als solitaire plant daar ze nogal weelderig kan uitgroeien.

Verzorging: in de zomer tegen teveel warmte beschutten. De plant is ook weinig tolerant tegen koude en uitdroging

 

Grondsoort: zand - leem – klei

 

Zon/schaduw: halfschaduw - volle zon

 

Bemesten: Niet te veel mest want dan gaat alle energie naar het ontwikkelen van de bladeren.

 

Gebruik:Knollen, De knollen zijn rauw pittig van smaak als rettich! Om de smaak wat milder te maken kunnen de knollen meerdere dagen aan de zon worden blootgesteld. Ook het blad en de bloem van de knolcapucien is uitstekend eetbaar en kan in allerlei salades verwerkt worden. De bladeren worden vanwege het scherpe aroma als specerij gebruikt. Het blad en de bloemen hebben een zachte tuinkerssmaak en zijn een sieraad in elke salade

Gebakken of gekookt smaken ze opeens heel anders. De crème kleurige knol met dieppaarse inkepingen is een feest voor het oog.

 

Oogsten en bewaren: Oogst de knollen die aan het eind van het groeiseizoen ontstaan laat (in september of oktober) maar wel voor de eerste vorst invalt. Elke plant kan tot 1 kg knollen opleveren.

 

Vermeerderen: De planten worden vermeerderd door de kleine knollen te planten. Tijdens de winter sterft alles af maar voor wie de knollen heeft vergeten te rooien, zit de kans er in dat overwinterde knollen terug uitlopen. Aan te bevelen is dan enige bescherming tegen de winter, bijvoorbeeld stro of compost.

Leg de knollen die opnieuw geplant moeten worden in een kistje met turf, uitstekende overwintering!

 

Ziekten/plagen:Bladluis.

Trivia: Knolcapucien wordt soms aangewend bij nieraandoeningen, wegens zijn diuretische werking. De knollen zouden ook de reputatie hebben, om afrodisiac te zijn. Ze bevatten heel wat vitaminen die voor een goede weerstand zorgen.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Oca (klaverzuringknol)

 

oxalis_tuberosa.jpg

 

oxalis_tuberosa_foliage_400.jpg

 

Familie: Oxalidaceae (Klaverzuringfamilie)

Geslacht: Oxalis (Klaverzuring)

Soort: Oxalis tuberosa

 

De oca (Oxalis tuberosa) is een plant uit de klaverzuringfamilie (Oxalidaceae) Het is een overblijvende, bossige, tot 30 cm hoge, kruidachtige plant.

 

De oca is meer dan zesduizend jaar geleden gedomesticeerd in de Andes in Ecuador en Peru. De plant groeit op hoogtes tot 4000 m. De oca wordt geteeld in de bergen van Midden- en Zuid-Amerika en in Nieuw-Zeeland.

Oca is ooit in Nederland geïntroduceerd als vervanger van de aardappel (1830), maar het is hier nooit aangeslagen. In Nieuw-Zeeland is de introductie wel gelukt.

 

Botanische beschrijving-

Blad:De plant heeft blaadjes die op klaver lijken. Ze zijn echter een beetje vlezig. Ook de stengel is dik en vlezig. De bladeren zijn afwisselend geplaatst, handvormig geveerd en langgesteeld.

De bladeren hebben vaak een violette kleur en een zachte beharing.

Bloem:De bloemen groeien solitair of in kleine groepen.

De kroonbladeren zijn vrijstaand en lichtgeel gekleurd.

Knollen: De plant produceert zes tot acht knollen met een witte, gele of rossige kleur.

Het oppervlak van de knollen is onregelmatig gevormd.

Vrucht:De vruchten zijn doosvruchten met meerdere kleine

Hoogte: 30 cm

Eenjarig/meerjarig: Eenjarig.

 

 

Uitplanten: Zelf overgehouden knollen beginnen in april/mei (afhankelijk van de bewaartemperatuur ) weer uit te lopen. Pot ze op in gewone potgrond en zet ze in de volle grond of in de koude bak als het flinke plantjes zijn geworden. Maak een plantgat dat 2 x zo groot is dan de potkluit en meng een dikke laag compost onder.

Stevig aandrukken en even flink water geven voor een vlotte worteling.

 

Verzorging: In warme zomers een beetje beschermen tegen te grote hitte. Houd het gewas onkruidvrij. Oca maakt lange stelen die uiteindelijk doorbuigen en op de grond gaan hangen. De grond wordt niet volledig bedekt waardoor onkruid altijd kans heeft.

Regelmatig water geven is aangewezen, let wel; overvloedig water geven leidt tot rotting!

Hou de jonge plantjes bij voorkeur ook vorstvrij om schade aan bladeren en wortels te voorkomen.

 

Zon/schaduw: Zoek een zonnig plekje, in schaduwrijke omgevingen blijft de plant kleiner en worden minder knolletjes gevormd.

 

Bemesten: Oca is niet veeleisend. Compost is prima.

 

Gebruik: De knollen hebben een zoetige smaak, maar afhankelijk van het gehalte aan oxaalzuur een licht bittere smaak. In Zuid-Amerika worden ze enkele dagen in de zon gelegd waardoor dat oxaalzuur verdwijnt en glucose wordt gevormd, waardoor de smaak zoeter wordt. Ook door koken verdwijnt oxaalzuur, het kookvocht moet dan afgegoten worden. Mensen die allergisch zijn voor rabarber kunnen oca beter vermijden.

De knollen worden gekookt, gebakken, gefrituurd, zoetzuur ingelegd of rauw met suiker gegeten. De bladeren en de jonge stengels kunnen worden gekookt of rauw aan salades worden toegevoegd.

In Zuid-Amerika wordt het in stamppotten en soepen gebruikt.

Het blad is ook eetbaar (gekookt).

 

Oogsten en bewaren: juli - augustus Als de knolletjes rijp zijn beginnen de bladeren af te sterven, dan is tevens de tijd aangebroken dit gewas te oogsten.

 

Vermeerderen:Oca wordt vermeerderd door middel van de knollen. Ook hele kleine knolletjes zijn bruikbaar en leveren uiteindelijk grote planten op. De plant laat zich ook gemakkelijk stekken.

 

Ziekten/plagen: Oca heeft weinig last van ziekten en plagen.

Trivia: Oca is zoals vele groenten afkomstig uit de Andes, meer bepaald Peru.

Een klein gewas dat in de bergen van Zuid Amerika tot op een hoogte van 3000 meter groeit!

Reeds duizenden jaren worden ze er geteeld.

Oorspronkelijk werd deze groente ter vervanging van de aardappel gebruikt omdat phytopthora of de bekende aardappelplaag hier niet voorkomt.

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Saffloer

 

Carthamus_tinctorius.jpg

 

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Carthamus

Soort: Carthamus tinctorius

 

Saffloer is familie van de distel. Het heeft mooi gele meeldraden die bij afsterven rood worden.

De saffloer werd in de 19de eeuw ook carthamine genoemd. Het is vandaag een minder belangrijk gewas, met ongeveer 600.000 ton die commercieel in meer dan zestig landen wereldwijd worden verbouwd. India, Verenigde Staten, en Mexico zijn de belangrijke producenten, maar de plant wordt ook verbouwd in Ethiopië, Kazachstan, China, Argentinië en Australië.

 

Botanische beschrijving-

Blad:

Eirond tot eirond- lancetvormig, met hartvormige voet zittend, stekelig getand, stijf.

Bloem:Geeloranje later verkleurend naar rood.

Bloei:Juli tot augustus.

Wortel:De krachtige penwortel stelt de plant in staat om ook in droge klimaten te groeien.

Vrucht: Elke bloem krijgt vijftien tot twintig zaden. De saffloerzaden zijn driehoekig en tot 8 millimeter lang.

Hoogte:± 80-100 cm.

Eenjarig/meerjarig:Eenjarig.

 

Grondsoort: Saffloer groeit eigenlijk het best waar niks anders wil groeien. Het heeft droge grond nodig en wortelt heel diep. Als het de kans krijgt, komt het tot 1,5 meter en dieper.

 

Zon/schaduw: Het gewas heeft veel zonuren nodig.

 

Gebruik: Wordt van oudsher gebruikt als (saffloer)olie- en verfplant. Deze olie, die vroeger ook werd gebruikt voor olieverf, wordt nu gebruikt voor margarine en als sladressing. De bloemen worden gebruikt als een goedkope versie (imitatie) van saffraan. Saffloer mist echter het kenmerkende aroma van saffraan. Goede snijbloem.

De meeldraden worden geoogst en in China en India gebruikt in cosmetica en verfstoffen. Soms wordt het gebruikt om voedsel te kleuren. Het lijkt op saffraan, maar mist de smaak ervan.

 

Ziekten/Plagen: De teelt heeft veel te lijden van insecten die na zaaien de kiem opvreten. Tijdens de bloei vreten insecten de bloem op en boren ook nog eens gaatjes in de zaden, zodat die soms leeg zijn.

 

Trivia: Saffloer is een amper veredeld gewas. De soort die in Kazachstan voorkomt , heeft een oliegehalte van 26-35 procent. Daarvan is ruim 60 procent linoleenzuur, wat als erg gezond geldt.

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Leuke om te lezen Eva, kun je ook nog plaatjes toevoegen?

Ik ken maar 1 soort van je lijst Wat heb je zelf in bezit?

Share this post


Link to post
Share on other sites

geen een hiervan, deze staan op mijn wishlist

misschien voeg ik later een paar toe die ik wel heb.

om plaatjes zal ik nog ff kijken...

Share this post


Link to post
Share on other sites

Kliswortel

arctiumlapp.jpg

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Arctium

Soort: Arctium lappa

 

De geslachtsnaam is afgeleid van het Griekse woord 'arktos', wat 'beer' betekent, de soortnaam is waarschijnlijk afgeleid van het eveneens Griekse 'lambano', wat vastgrijpen betekent. Een andere uitleg is dat de soortnaam is afgeleid van het Keltische woord 'lapp' dat 'hand' betekent. Ook de oude naam Lappa major kom je nog wel eens tegen.

 

Tot het geslacht klit (oude naam klis) behoren de

• grote klit (Arctium lappa),

• gewone klit (Arctium minus),

• donzige klit (Arctium tomentosum) en

• bosklit (Arctium nemorosum).

• Vroeger werd ook nog de kleine klit als afzonderlijke soort beschouwd.

De klit komt in het wild voor in Europa en Azië.

 

 

Botanische beschrijving-

Blad: bladeren zijn donkergroen en aan de onderzijde grijs-wit, fluwelig behaard, ze zijn groot, hartvormig en gesteeld.

Bloem: bloemen zijn roze tot purper, en zitten in een schermvormige tros.

Vrucht:De is bruinrood, en heeft weerhaakjes, die aan de vacht van dieren en de kleding van mensen blijven hangen en zo verspreid worden.

Bloei:Juli tot augustus.

Hoogte: 1.50m

Eenjarig/meerjarig: Tweejarig

 

 

Zaaien: Zaaien in maart tot juni. Het zaad eerst in water weken, uitzaaien en bedekken met 1 centimeter aarde. Maak de grond eerst goed los vanwege de diepe beworteling. Dit oogst straks ook een stuk makkelijker.

Grondsoort: Heeft een diepe losgemaakte grond nodig vanwege de diepe groei van de wortels.

zon/schaduw: Schaduw.

 

Bemesten: Stalmest.

 

Gebruik: De penwortel van jonge planten kan gegeten worden als pastinaak. Jonge bloemstengels kunnen in het late voorjaar voordat de bloemen verschijnen ook gegeten worden. De smaak lijkt wat op die van artisjok.

Kliswortel of Grote Klit is van oorsprong een oud Europees gewas. In Nederland wordt de plant bijna niet meer gegeten, maar in Azië is het nog een populaire groente. In de tweede helft van de 20e eeuw nam het gebruik van de kliswortel in de keuken toe. In Japanse gerechten wordt het gecombineerd met sojasaus, suiker en sesamolie. In Kyoto wordt de wortel gebruikt als snack, te vergelijken met patat. Ze kunnen net als asperges worden gegeten.

In het Verenigd Koninkrijk is er nog wel een populaire frisdrank te koop in de supermarkt die gemaakt wordt van paardebloem en klit (dandelion & burdock). De wortels worden in Nederland verkocht in Chinese supermarkten onder de Engelse naam "burdock.

Medicinaal gebruik: Voor medicinaal gebruik wordt de wortel in de herfst van het eerste groei-jaar of in het daaropvolgend voorjaar geoogst en gedroogd.

De klit is volgens de volksgeneeskunde vochtafdrijvend en bloedreinigend. Zou ook tegen gewrichtreuma, zweren, maagklachten, haaruitval en roos werkzaam zijn.

Oogsten en bewaren: juni - september .De wortels worden in het eerste groei-jaar eind zomer geoogst, dan heeft de plant nog geen bloemstengels/bloemen ontwikkeld (slechts de grote leerachtige bladen en de wortel). Het opgraven is wel zwaar werk. De wortels zijn vorstbestendig. Ze kunnen in de winter in de grond gelaten worden en vlak voor gebruik worden geoogst. Circa 6 maanden na het zaaien verhouten de lange bruine wortels, dus uiterlijk na 5 of 6 maanden oogsten. Het jaar na het zaaien schiet de klis in de bloei.

Als u in het wild op zoek gaat naar deze plant kunt u het beste eerst zoeken naar de duidelijk herkenbare klittebollen, en vervolgens daar in de buurt zoeken naar planten uit het eerste jaar. De rode bladstelen zien er een beetje uit als rabarber, en de bladeren zijn leerachtig met een licht behaarde, witte onderkant.

Vermeerderen: Zaad winnen na de bloei, drogen.

 

Ziekten/plagen: weinig problemen.

 

Trivia: Wordt als geneeskrachtig gezien bij bloedreiniging en vochtafdrijving. Voor medicinaal gebruik wordt de wortel in de herfst van het eerste groeijaar of in het daaropvolgend voorjaar geoogst en gedroogd. Zou ook tegen gewrichtreuma, zweren, maagklachten, haaruitval en roos werkzaam zijn.

De rode bladstelen zien er een beetje uit als rabarber, en de bladeren zijn leerachtig met een licht behaarde, witte onderkant. De Zwitser Georges de Mestral kwam door de klit op het idee van klittenband.

Het koken van kliswortels

Schrob de wortels voorzichtig. Een koperen schuursponsje werkt het best. Pel de wortels niet. Snijd ze in dunne, ronde, plakjes. Laat ze zo’n twintig tot dertig minuten zachtjes koken. Je kunt ze ook eerst in olie sauteren en dan een halve kop water toevoegen. Kook de wortels dan nog zo’n tien minuutjes tot ze gaar zijn. Idealiter wil je de wortelen goed gaar, maar niet te zacht hebben.

Voeg kliswortels toe aan je menu..

Kliswortels kunnen aan talloze verschillende gerechten worden toegevoegd. Wees avontuurlijk! Probeer ze eens aan een van je favoriete recepten toe te voegen. Je verhoogt hiermee de voedingswaarde van je gerecht en het helpt je af te vallen.

 

Voeg wat wortels toe aan je roerbakschotels. De wortelen voegen een verassende extra smaak toe aan je roerbakschotel.

Voeg de wortels toe aan je groentesoep.

Je kunt ze ook prima aan allerlei stoofschotels toevoegen.

Voeg gekookte kliswortels toe aan je salade.

Je kunt er ook thee van maken – gezond en lekker!

 

Recept

• kliswortel

• sesamolie

• sojasaus (shoju)

• sake

• kombu, Japans zeewier

Frituur 2 minuten in sesamolie.

Breng aan de kook in beetje water met kombu (dashi), de groenten staan zo’n centimeter onder water.

Voeg wat shoju, evenveel sake toe en kook tot alle vocht verdwenen is.

Dien op als groenten, of garnering bij granen, noedels of licht gestoomde groene groenten.

 

Andere talen

• E: Great Burdock

• F: Bardane

• D: Grosse Klette

Heeft een zeer lange geschiedenis als geneeskruid, zo zou de Franse koning Hendrik iII van een huidinfectie genezen zijn door de plant. Het kruid zat veel in cosmetische mengsels om de huid mee te bleken. Ook in de traditionele Chinese Geneeskunde wordt de Grote Klis toegepast bij allerlei infecties, met name die van de keel.

 

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Gele morgenster

 

tragopogon_pratensis_ssp_minor.jpg

 

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Tragopogon

Soort: Tragopogon pratensis

In België en Nederland komen van de soort, twee ondersoorten voor:

• gele morgenster (Tragopogon pratensis subsp. pratensis)

• oosterse morgenster, (Tragopogon pratensis subsp. orientalis).

De oosterse morgenster staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeldzaam en sterk afgenomen.

Verschillen tussen de twee ondersoorten zijn:

• Gele morgenster: De acht of meer omwindselblaadjes kunnen buiten de bloem uitsteken, of zijn ongeveer even lang als de lintbloemen. De helmknoppen zijn geel, bruinachtig of bijna zwart.

• Oosterse morgenster: De goudgele of lichtgele lintbloemen zijn ongeveer twee maal zo lang als de binnenste omwindselbladen. De helmknoppen zijn geel met een paarsbruine streep.

 

 

Botanische beschrijving

Blad: De bladeren van de gele morgenster zijn grasachtig. Ze zijn onbehaard.

 

Bloem: De enige bloemen die de plant draagt zijn gele lintbloemen. De bloemsteel onder de hoofdjes is iets verdikt. De hoofdjes zijn alleenstaand.

 

Bloei: Bloeien van mei tot juni.

 

 

Grondsoort: De gele morgenster komt voor langs wegen en in het weiland, op matig voedselrijke, grazige grond. In Nederland is de plant vrij algemeen, alleen in Drenthe is ze zeldzaam.

zon/schaduw:

 

Gebruik: groentes, vers eetbaar, verwerkt eetbaar, bijenplant.

De wortel kan rauw of gekookt worden gegeten en hebben een zoete smaak. De jonge wortels zijn rauw te eten terwijl oudere wortels beter gekookt kunnen worden. Jonge bladeren en scheuten kunnen ook worden gegeten. De bladeren zijn het lekkerste vers in de lente. De bloeiende scheut inclusief bloemknoppen worden gekookt en geserveerd als asperges.

 

Oogsten en bewaren: mei - augustus

 

Trivia: Het bloemhoofdje van deze plant sluit zich tegen de middag. en De plant draagt een nootje met gesteeld vruchtpluis. Als zodanig vormt zich een "pluizenbol".

Een oud-Nederlandse naam van deze soort luidt “Boksbaard”. Dit is de letterlijke vertaling van de wetenschappelijke (Griekse) soortnaam: Tragopodon.

Linnaeus experimenteerde halverwege de 18e eeuw al met kruisingen tussen Gele morgenster en Paarse morgenster. Hij probeerde zo een nieuwe soort te scheppen en tegelijkertijd meer te weten te komen over de erfelijke eigenschappen van de beide ouders. DNA-onderzoek in een heel vroeg stadium! Paarse morgenster is te vinden in de Arcadische tuin, vlak bij de kassen en de kantoorruimte. Oosterse morgenster groeit aan de voet van het Alpineteum van Hortus Arcadië. Paarse morgenster (met de wetenschappelijke naam Tragopodon porrifolius) hoort thuis in de landen rond de Middellandse Zee. Op verschillende plaatsen in Noord Nederland, vooral op oude dijklichamen, blijkt de soort echter ook volledig ingeburgerd te zijn. De Oosterse morgenster kan men af en toe aantreffen in graslanden langs de grote rivieren.

 

Van oudsher wordt Paarse morgenster gekweekt. De wortel blijkt een smakelijke maar tegenwoordig ‘vergeten’ groente. Deze wortel heeft qua structuur en smaak veel weg van de schorseneer, een nauw verwante soortgenoot. De wortels van Morgenster schijnen naar oesters te smaken; in Amerika noemt men de soort ook wel “Oysterplant”. Schorseneer heeft paarszwarte wortels; de wortel van Paarse morgenster is echter juist wit van kleur. Deze ouderwetse groente noemde men vroeger ook wel Haverwortel (verbastering van het Duitse Haferwurzel), soms echter Salzafij (verbastering van het Franse Salsifis). De wortel van Paarse morgenster werd destijds niet alleen als groente gebruikt, maar kende ook tal van medicinale doeleinden toepassingen. Urinedrijvend; tegengaan van hevig transpiratie, bloedzuiverend, tegen jicht, reumatiek en allerlei huidziekten. Een goed idee wellicht wanneer er weer eens bezuinigd moet worden op de ziektekosten.

 

In andere talen

• Duits: Gewöhnlicher Wiesen-Bocksbart

• Engels: Showy Goat's-beard, Jack-go-to-bed-at-noon

• Frans: Salsifis des prés

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Rankspinazie

53336.jpg

hablitzia20tamnoides3.jpg

Familie: Amaranthaceae (Amarantenfamilie)

Geslacht: Hablitzia

Soort: Hablitzia tamnoides

 

Botanische beschrijving-

 

Eenjarig/meerjarig: Meerjarig

Hoogte: De plant wordt 3 meter hoog

 

Grondsoort: Humusrijke grond

 

zon/schaduw: Halfschaduw.

 

Gebruik: groentes, vers eetbaar, verwerkt eetbaar, omheining,

 

Oogsten en bewaren: in het voorjaar en in de voorzomer (april - juni )wordt het blad geplukt en gegeten gelijk spinazie.

 

Trivia: De rankspinazie is een vrij onbekende plant in Nederland, in Zweden wordt deze plant echter als sinds 1700 verbouwd en gegeten. De plant staat in Zweden bekend onder de naam rankspenat. Rankspinazie is een klimplant en komt van origine uit de Kaukasus. De plant is volledig winterhard in ons klimaat. In de winter terug trekt deze plant zich terug in wortelknollen om het jaar erna weer uit te lopen in het voorjaar.

Deze meerjarige eetbare klimplant lijkt een interessante kandidaat voor permacultuursystemen in Nederland.

De plant is niet in staat veel zaad te produceren.

 

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Jammer Maar heel goed om deze informatie hier te delen en te documenteren, kan je straks misschien weer wat leden mee helpen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Zeekool

 

plant_crambe_maritima_sea_kale_23-05-05.jpg

Familie: Kruisbloemen (Brassicaceae).

Geslacht: Crambe.

Soort: Crambe maritima.

 

Volgens de laatste theorie zou zeekool de 'oerkool' zijn en al zo'n 5200 jaar geleden voor het eerst in cultuur zijn gebracht. De zeekool plant gaat wel tien jaar of langer mee. Als je zeekool zaait duurt het twee jaar voor je kan oogsten. Zeekool heeft een andere teeltwijze dan andere koolsoorten.

Crambe maritima of zeekool groeit oorspronkelijk aan de kusten in Centraal- Europa. De zeekool is zoals de naam het al laat vermoeden, verwant aan de kolen (Brassica) en behoort dan ook tot de kruisbloemigen (Cruciferae).

Naast de Crambe maritima is er ook de Crambe cordifolia Deze plant wordt veel hoger tot wel twee meter hoog en breed. De spectaculaire bloemtrossen geuren sterk naar kool. Het nadeel van deze cordifolia is dat de plant na de bloei meestal volledig afsterft.

 

 

Botanische beschrijving-

Bloei: Bloeit vanaf mei tot juli.

Hoogte:De plant wordt ongeveer 70 cm hoog.

Eenjarig/meerjarig: Zeekool of Crambe maritima is een ‘vaste’ of een blijvende groente.

De zeekool kan tot 15 jaar op dezelfde plaats blijven staan.

 

 

Zaaien: Je kan beginnen met zaaien, maar plantjes kopen gaat wat sneller.

Zeekool is niet bepaald een moeilijk groente om te telen, maar vereist deze nogal wat aandacht bij het zaaien. Zaaien kan vanaf maart tot april in zaaibakjes of potjes en dit in een verwarmde kas..

Het is belangrijk alles goed vochtig te houden om de kieming te bevorderen.

Na 2 tot 3 weken zal het eerste teken van leven pas waargenomen worden, geef alles dus voldoende tijd.

 

Uitplanten: Eenmaal alle zaailingen hun eerste echte blaadjes krijgen kan er over gegaan worden tot verspenen.

Het uiteindelijke uitplanten kan vanaf half april.

Belangrijk en niet te vergeten is dat zowel de zaailingen als plantgoed erg breekbaar zijn en dus met enige zorg moeten worden uitgeplant.

In februari/maart bij zaailingen na twee jaar en scheurlingen na een jaar 25 cm aarde op de plant aanbrengen. In mei/juni de afdekgrond weghalen.

 

Grondsoort: Zeekool groeit vooral op goed gedraineerde gronden met kalkrijke bemesting.

Omdat hij in vochtige gebieden groeit is een goede bewatering in hete zomers wel aangenaam voor de plant.

 

zon/schaduw: Zon.

 

Bemesten: Het toedienen van zeewierkalk wordt echt door de plant geapprecieerd en zal dit in zijn bloemenglorie uiten!

 

Gebruik:

Het vers verwerken kan perfect in salades.

Stomen van de jonge scheuten wordt ook wel toegepast, een frisse smaak te vergelijken met asperges.

 

Oogsten en bewaren: Vanaf april zal de zeekool volop gaan uitschieten waardoor het mogelijk wordt om de scheuten te bleken.

Door middel van een bloempot omgekeerd over de jonge scheuten te plaatsen zullen ze na verloop van tijd gaan bleken.

Oogsten als asperge. Als de topjes boven de grond komen de steel zo lang mogelijk afsnijden.

 

Vermeerderen: Scheuren door ongeveer 20 cm lange delen van de wortelstok in een koude bak te planten en zo gauw ze zijn uitgelopen buiten uitplanten.

 

Goede buren: Aardappel, andijvie, erwt, gemaaid-gras, hysop, kamille, munt, Oost-Indische- kers, raap, radijs, rode-biet, schorseneer, selderie, stokboon en wortel.

 

Slechte buren: Aardbei, spinazie, sterrenkers, tulp, ui en zonnebloem.

 

Ziekten/plagen: Koolvlieg en koolwitje.

Van ziektes en belagers heeft de zeekool verder zelden last, behalve bij het uitlopen van de bladeren is het opletten geblazen voor de slakken die een jong blaadje wel lekker vinden.

 

Trivia: Wordt als geneeskrachtig gezien bij bescherming tegen kanker, is dus mogelijk anti-carcinogeen. Dit komt waarschijnlijk doordat kool veel glucosinolaten bevatten. Bij de afbraak (hydrolyse) door het enzym myrosinase worden onder andere indolinen en isothiocyanaten gevormd, die kankervorming tegengaan.

 

Andere talen:

• Duits: Meerkoh

• Engels: Sea kale

• Frans: Chou marin

 

 

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites
Jammer Maar heel goed om deze informatie hier te delen en te documenteren, kan je straks misschien weer wat leden mee helpen.

daarom doe ik het ook, ik ben vast niet de enige die deze groenten interessant vind

en misschien dat we eens samen wat bestellen! wie weet

Share this post


Link to post
Share on other sites

Eeuwige moes

brassica_oleracea_cabbage_large2.jpg

 

eeuwigmoes.jpg

 

 

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Geslacht: Brassica

Soort: Brassica oleracea ramosa

 

Eeuwig moes of ook wel oude wijvenkool, duizendkop, splijtkool of armeluisgroente genoemd is een minder bekende groente die tot een van de oudste koolsoorten behoort,is een wintergroene, doorlevende bladkool, tot 120 cm hoog, die zelden zaad produceert, maar jaarrond vanuit de oksels jonge zachte scheuten vormt.

 

Botanische beschrijving-

Blad:Losse, licht tot donkergroene bladeren staan dicht op elkaar ingeplant maar vormen in tegenstelling tot andere koolgewassen geen kool, maar een krop van losse bladeren.

Bloem: nvt

Bloei: Splijtkool of eeuwig moes zal weinig of nooit overgaan tot bloei.

Bij droge en warme zomers kan het wel eens gebeuren dat de plant toch in bloei komt. Opmerkelijk hierbij is dat de plant sterk in groei zal afnemen.

Hoogte:Circa120cm.

Eenjarig/meerjarig: Meerjarig. Splijtkool die onafgebroken groeit kan tot 40 jaar worden!

 

Zaaien: De eeuwige moes kan ook vermeerderd worden door zaaien. De moes komt echter niet snel in bloei, dus zelf zaden winnen is wat lastiger. Ook kost de eventuele bloei de plant erg veel energie, waardoor deze een tijd niet geoogst kan worden. Voor de oogst is het dus ook beter om de bloemen eruit te knippen.

Zaaien kan vanaf maart/april wanneer de temperatuur het toestaat. Zaai in plastic potten met potgrond en plaats in de volle grond als de plantjes stevig genoeg zijn

 

Uitplanten: Planten kan vanaf april, mei waar de kool vervolgens de hele zomer ongestoord zal groeien

 

Grondsoort:Een goed gedraineerde bodem met voldoende organische meststoffen en compost is ideaal.

 

zon/schaduw: Eeuwige moes mag ook in de halfschaduw worden gekweekt. Deze ook liever niet in de volle zon zetten omdat hiervan dan het blad kan verbranden. Veel droogte kan de eeuwige moes niet hebben. De wortels zijn zeer oppervlakkig dus de Eeuwige moes kan het water niet erg diep weg halen.

 

Bemesten: Net als andere koolsoorten vraagt eeuwig moes een vruchtbare bodem. Heel erg nauw komt het echter niet bij deze plant, het gaat immers alleen maar om de oogst van wat blad. Een vergeten hoekje in de moestuin is al gauw goed.

 

Verzorging:Bij droge periodes is watergift belangrijk omdat eeuwig moes een vrij oppervlakkig wortelgestel heeft. Eeuwig moes vormt een rechtopgaande stengel met bladeren. De planten worden gemakkelijk een meter hoog, en kunnen dan soms wat steun nodig hebben.

 

Gebruik: naar behoefte oogsten waardoor de plant verder kan groeien. De bladeren kunnen zowel rauw als gekookt of gestoofd gegeten worden. Deze oude koolsoort kan perfect verwerkt worden in de keuken.

Oogst enkele bladeren af en kook deze zoals rode of witte kool.

De typische koolsmaak wordt sterk geaccentueerd bij verwerken ervan.

Ze is eveneens uitstekend geschikt voor alle dieren die regelmatig wat groenvoer nodig hebben zoals kippen, konijnen, schildpadden, hamsters enz.

Oogsten en bewaren: maart – november.

Het jonge, malse blad kan naar believen geoogst worden. Het wordt verwerkt in een stamppot, of in een groentestoofschotel. Bij de wat grote bladeren is het handig om de dikke en taaie middennerven er uit te snijden.

Vermeerderen: De splijtkool kan zonder bijkomende problemen door stek vermeerderd worden.

Neem enkele potjes bij de hand en vul deze op met een luchtige zaai- en stekgrond.

Vervolgens snijd je kopstekken van circa 5 à 7 cm.

Zorg ervoor dat er geen bladeren in de grond blijven zitten, daar de kans op rotting groter wordt.

Water geven en afdekken door middel van een miniserre of kas.

Na een week zullen de stekken al gaan inwortelen en uitbundig groeien.

Als oude planten slecht door de winter zijn gekomen, kunnen we ook nog de stengels in stukken van zo'n 20 cm snijden, verticaal in een geultje leggen en bedekken met wat aarde. De okselknoppen lopen weer uit met behulp van de voedselreserves uit het stengeldeel en worden individuele planten.

 

Ziekten/plagen: Slakken en rupsen eten graag mee van eeuwig moes. De beste bladeren plukken we dan ook in de late herfst en winter, en in het voorjaar voordat het koolwitje actief wordt. Zie verder voor ziekten en plagen bij witte kool.

 

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

 

deze soort heb ik sinds kort in mijn bezit...thanx jorieke

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Palmkool

 

CavoloNero9.jpg

 

Familie: Brassicaceae(Kruisbloemenfamilie) Geslacht:Cavolo

Soort:Cavolo Nero

 

 

Palmkool is een stengelkool, dat wil zeggen dat de plant geen krop vormt maar gewoon een stengel met bladeren, zoals bv boerenkool. Deze plant wordt ook aangeprezen vanwege zijn decoratieve waarde - Palmkool of ook wel zwarte bladkool genaamd is een groente die vooral in de Toscaanse keuken gebruikt wordt

 

Botanische beschrijving-

Blad:De lancetvormige bladeren hebben een dikke nerfstructuur, een mooie blauwachtige kleur en krult aan de randen.

Bloem:Het tweede jaar krijgt de kool bijzonder mooie en opvallende gele bloemen die in knoppen op de plant komen te staan.

Bloei:Juni.

Hoogte: In mediterrane landen waar het groeiseizoen lang is, kan de stengel gemakkelijk langer dan 1 meter worden.

Eenjarig/meerjarig: Tweejarig.

 

 

Zaaien: Vanaf eind maart, begin april (15 mei–15 juni )kan je de bruinzwarte, bolvormige zaden gaan zaaien in een luchtige zaai en stekgrond.

Zaaidiepte: 0,5 cm. Aantal zaden zaaien: 3–5 per vakje.

Na 10 tot 14 dagen verschijnen de eerste zaailingen al die op hun beurt vlug kunnen worden verspeend.

 

Uitplanten: Na het zaaien start een korte opkweekperiode. De palmkool kan al na enkele weken worden uitgeplant. Als de koolplantjes ongeveer 10 centimeter hoog zijn, kies je de mooiste en grootste uit. Als die niet in het midden staat, verplant je deze. Maak eerst een kuiltje en zet daar het plantje in. Druk de grond goed aan, maar niet te hard! Als de zaailing niet fraai recht is, kan er diep worden geplant. Kolen wortelen namelijk makkelijk. De andere plantjes zet je op een reserveplaats. Bij het uitplanten van de palmkool is het belangrijk om slakken op afstand te houden. Slakken zijn dol op de jonge en verse bladeren van palmkool! Plantafstand: 30-40 cm in de rij; 40 cm tussen de rijen.

 

Verzorging: Tijdens droge perioden gaan veel koolsoorten de bladeren slap laten hangen, dit in tegenstelling tot de palmkool die het bijzonder goed doet in droge en warme omstandigheden. Dus alleen bij zichtbare droogtestress beperkt water geven. Minder water maakt de kool sterker voor de winter.

Een te natte herfst veroorzaakt groeistilstand.

 

Grondsoort: Als boerenkool.

 

zon/schaduw: Zon.

 

Bemesten: goed bemeste grond nodig. Zoals boerenkool.

 

Gebruik: Het blad kan gebruikt worden in gestoofde groente schotels, bv met tomaat en ui. De middennerf wil wel eens wat hard blijven dus deze kan beter verwijderd worden.

Oogsten en bewaren: Te oogsten na: 15-20 weken in september–december. De palmkool kan net als gewone boerenkool goed tegen kou. Na een beetje nachtvorst wordt de kool zelfs lekkerder. Er komen dan zoetstoffen vrij die voor de plant als een soort antivries werken.

Deze koolsoort zal ongestoord verder groeien tijdens de wintermaanden waardoor een oogst onafgebroken kan plaatsvinden Het jonge blad kan meerdere malen geoogst worden, het groeipuntje moet echter intact blijven, dat zorgt weer voor nieuw blad.

De Toscaanse palmkool is een tweejarig koolgewas dat in het eerste jaar vooral voor de langwerpige bladeren gebruikt wordt om uiteindelijk verwerkt te worden in de keuken.

Oogst net zoals boerenkool of krulkool de onderstaande bladeren af zodat een dikke stam gevormd wordt.

In het 2de jaar gaat de palmkool gaan bloeien met toch wel bijzonder mooie en opvallende gele bloemen die in knoppen op de plant komen te staan.

De plant wordt opmerkelijk spitsig met uiteindelijk heel wat zijknoppen die gaan bloeien.

Ook de bloemen zijn eetbaar en kunnen dus in een frisse salade worden verwerkt.

 

Ziekten/plagen: Slakken zijn dol op de jonge en verse bladeren van palmkool waardoor een aanplanting na een dag al verwoest kan zijn. Palmkool heeft verder niet veel last van ziekten of belagers, al is een witte vlieg aantasting nooit uitgesloten.

De vliegjes gaan zich meestal onderaan de bladeren gaan vestigen.

Ook bladluizen lusten de sappen van de Toscaanse palmkool.

Tussen de kolen planten we agastache cana (anijsplant) die met zijn typische geur de koollucht moet verdoezelen om zo koolminnende insecten te misleiden.

 

Trivia:

Bladkolen zouden afkomstig zijn uit het Midden-Oosten c.q. Klein Azië. Ze staat van alle kolen het dichtst bij de wilde soort. Van palmkool is bekend dat het in de Romeinse tijd werd verbouwd. Het is een typisch Toscaanse kool die in de 19e eeuw volop in Nederland werd geteeld. Volgens Nic Vrijland van Nationaal Museum Saet & Cruyt, Andijk, wordt palmkool in de zaadgids van Vilmorin-Andrieux van 1906 uitvoerig beschreven. Omdat er synoniemen in diverse talen worden gegeven, moet aangenomen worden dat dit - toen - een zeer algemene kool is. In de gids uit 1876 van de Duitse zaadhandelaar Benary staat geschreven dat deze kool in Midden- en noord-Europa wordt verbouwd.

In het blad Vergeten Groenten is begin 2004 aandacht aan palmkool geschonken. Toeval of niet: de jaren erna zie je de kool bij diverse horeca-groothandels en biologische winkels.

 

 

 

Voedingswaarde

Hoog. Per 100 gram - voor bladkolen, niet cavolo nero in het bijzonder, gekookt en uitgelekt, zonder zout [6]:

caloriën 28 kcal

mineralen veel waaronder calcium (72 mg), ijzer (0,9 mg), magnesium (18 mg), fosfor (28 mg) en kalium (228 mg)

vitamine A veel

vitamine B6 0,14 mg (dat is veel, schijnt)

vitamine C 41 mg

caroteen beta: 8,1 mg

 

Bevat glucosinolaten, een stof die een positief effect heeft op het tegengaan van kanker.

 

 

Recept:

Neem een wok, wat olie, en maak die heel heet. Wok eerst de harde stukje, daarna de bladeren, totdat die geslonken zijn; totaal 5 minuten. Zet vuur zachter, giet er een scheutje water bij en smoor de groente met een deksel er op nog 10 minuten. Deksel er weer af en vuur heel hoog om het restje vocht te laten verdampen. De kool mag vooral niet te vochtig zijn. Zet opzij en laat iets afkoelen.

palmkool in een bladerdeeg pastei (bijgerecht voor 3 à 4 personen)

 

• 500 gram palmkool (bruto gewicht, schoongemaakt en gegaard als hierboven)

• een flinke hand zelf geroosterde pijnboompitten

• 25 gram geraspte parmezaan

• beetje zout

• lap bladerdeeg van 40 bij 24 cm (AH)

• 1 klein ei, los geklopt

Meng de pijnboompitten door de kool. Strooi eventueel wat zout er door. Maak een lap bladerdeeg van 24 bij 24 cm. Leg daarop de kool, maar laat flink wat van de randen vrij. Strooi de parmezaan er over. Ik had er ook nog wat ansjovis over gedaan, maar die zou ik de volgende keer weg laten. Leg de rest van het bladerdeeg er over en plak de randen van de eerste lap daaraan vast met wat water. Prik met een vork gaatjes in de bovenkant, kwast dan de bovenkant in met het ei.

Dit gaat 35 minuten in een op 200 graden voorverwarmde hete-luchtoven. De laatste 10 minuten met een velletje aluminiumfolie er over heen.

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Mierikswortel

 

Armoracia_rusticana.jpg

 

Familie: Brassicaceae

Geslacht: Armoracia

Soort: Armoracia rusticana

 

De mierik (Armoracia rusticana) is een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De plant staat bekend om zijn witte penwortel die als mierikswortel wordt aangeduid.

Botanische beschrijving-

Blad: De bladeren groeien in rozetten en worden zo'n 30 - 40 centimeter hoog. Glanzend en donkergroen van kleur.

Wortel:Ondergronds zit een stevige wortel die tot 60 centimeter diep kan groeien.

 

Bloem: Wanneer de kleine witte bloemen uit komen, zijn het er een heleboel en ze ruiken ook aangenaam.

Bloei:in mei.

Hoogte: circa 60 centimeter hoog.

Vruchten: De vruchten zijn kort, langwerpig en rimpelig; dikwijls worden ze niet rijp of ze brengen geen levensvatbaar zaad voort.

Eenjarig/meerjarig: Een goed winterharde plant, Meerjarig

 

Uitplanten: De uit te planten wortels (hiervoor zijn de dunne zijwortels het geschiktst) worden met het dunne gedeelte in gaten van 5 cm diepte gestoken op een afstand van 50 cm van elkaar. U kunt ook in het vroege voorjaar zaaien en de planten uitdunnen tot een onderlinge afstand van 50 cm. IJ moet alleen zijscheuten wegsnijden en blijven schoffelen, zodat het bed Vrij van onkruid blijft.

Grondsoort: Deze plant kan goed gekweekt worden in diepgeploegde, vochtige leemgrond, die niet te grof is en voldoende organisch materiaal bevat. Ondiepe, onvruchtbare, schrale grond met een harde onderlaag kan men beter vermijden, omdat op een dergelijk terrein de massieve penwortel en zijn zijworteltjes zich niet goed kunnen ontwikkelen

 

Zon/schaduw: Mierikswortel verdraagt halfschaduw. Dat is een voordeel want de - eigenlijk niet zo fraaie - planten doen het daardoor meestal ook nog wel in dat nare hoekje waar maar weinig anders groeien wil.

 

Bemesten: De grond moet vruchtbaar en vochtig zijn. Het planten gebeurt in het voorjaar en daartoe moet u voren graven van 60-90 cm diepte. Daar komt dan eerst 40 cm van de uitgespitte bovenste grondlaag in, vervolgens vermengt u die met een laag goede mest of compost en tenslotte wordt dit mengsel weer afgedekt met de resterende uitgespitte grond.

 

Gebruik:

Mierikswortel kan rauw gegeten worden en meegekookt worden in gerechten.

Zorg voor ventilatie (om tranende ogen te voorkomen), schil de wortels en rasp (of snijd) ze fijn. Let op: Doe dit kort voor gebruik. Geraspte (of gesneden) mierikswortel doet er een paar minuten over om volledig op smaak te komen. Daarna zwakt de smaak af en is na 20 tot 30 minuten zo goed als geheel verdwenen.

Tip: Het verlies aan smaak kan behoorlijk vertraagd worden door toevoegen van zuur (bijvoorbeeld citroensap, azijn of een geraspte (zoet)zure appel).

Tip: Echte liefhebbers raspen mierikswortel (voor rauw gebruik) vlak voor consumptie (soms zelfs meerdere malen een beetje, pas als ze aan tafel zitten).

Smaak: Vers: Scherp, heet (vergelijkbaar met mosterd en peper). Volgens sommigen smaakt mierikswortel als 'vlammend hete radijs' ! Door koken wordt de smaak milder.

Geur:

Zolang mierikswortels niet bewerkt worden zijn ze vrijwel reukloos, maar als ze beschadigd (geschild, gesneden of geraspt) worden geven ze een doordringende geur af, die - nog erger dan uiengeur - tranende ogen veroorzaakt.

 

Oogsten en bewaren: Wortels (meestal pas 3 - 4 jaar na aanplant). Wikkel de wortels in een vochtige doek en bewaar ze in de groentelade van de koelkast. Ze blijven meestal maar enkele dagen goed. Alle delen van de grote wortel zijn eetbaar, maar de dunne zijwortels en wortels langer dan 20 cm kunnen beter voor een nieuwe aanplant bewaard worden.

De wortels nooit blootstellen aan licht, want dan worden ze groen.

 

Vermeerderen:

Rechte zijwortels, die 20 tot 35 cm lang zijn, worden uitgezocht en bewaard als plantmateriaal. Vermeerderen gebeurt voornamelijk door wortelstekken te nemen van 20 tot 35 cm lang, ter dikte van een potlood, die aan het boveneinde plat en aan het smalle eind schuin afgesneden worden. Deze stekken worden laat in de herfst gemaakt, in het oogstseizoen.

Ze worden verzameld en op een koele vochtige plaats opgeslagen om in de volgende lente geplant te worden. Dan worden voren getrokken, die 7,5 tot 15 cm diep zijn en 75 cm uit elkaar liggen; de stekken worden met tussenruimten van 60 cm in deze voren geplant.

Let op: Als mierikswortel eenmaal ergens thuis is, dan is de plant slecht uit te roeien (stukjes wortel die in de grond blijven zitten lopen weer uit!).

 

Goede buren: aardappel vruchtbomen

Trivia: Wordt als geneeskrachtig gezien bij therapie tegen jicht als gevolg van een overconsumptie van eiwitten. In beperkte hoeveelheden wordt het algemeen als veilig beschouwd. Maar let op! Het eten van een te grote hoeveelheid kan pijnlijke gevolgen bij het plassen opleveren. Bij bijzonder grote hoeveelheden kan bloederige diarree en overgeven optreden. De consumptie van mierikswortel wordt wel aanbevolen als therapie tegen jicht als gevolg van een overconsumptie van eiwitten.

Mierikswortel bevat ook een peroxidase-enzym. Het kan met behulp van waterstofperoxide organische verontreinigingen in water oxideren en daarmee verwijderen.

 

De wortel was 3000 jaar geleden al bij de Oude Grieken bekend en wordt veel in Noord- en Centraal-Europa toegepast. In de joodse keuken wordt hij gebruikt als smaakmaker, bijvoorbeeld bij vis. Tijdens het Pesachfeest wordt mierikswortel gegeten als 'maror', het bittere kruid, dat symbool staat voor de moeilijke tijd die de joden hadden tijdens de slavernij in het Oude Egypte. In Japan is er een sterkere variant (wasabia japonica) die niet met zuur gecombineerd wordt en een vast onderdeel van sushi is onder de naam wasabi.

De wortel is erg populair in de Verenigde Staten en wordt vooral in het stroomgebied van de Mississippi rond St. Louis verbouwd. De teelt begon hier rond 1800 door Duitse immigranten.

De witte wortel wordt geraspt waarbij een vluchtige verbinding (allylisothiocyanaat) vrij komt, die een scherpe smaak heeft, die op mosterd lijkt. De stof wordt bij kneuzing van de celstructuur van de wortel door een enzym aangemaakt. De smaak loopt daarna snel terug. Toevoeging van zuur, bij voorkeur azijn gaat deze reactie tegen en stabiliseert de smaak.

 

Tegenwoordig worden zowel de plant als de wortel mierikswortel genoemd, maar vroeger werd er in Nederland onderscheid gemaakt tussen de plant - de Mierik - en de wortel ervan, die (logischerwijze) Mierikswortel werd genoemd.

Er zijn maar weinig planten / wortels die zoveel (en vaak omstreden) namen hebben als de mierikswortel.

Eén daarvan is de Nederlandse naam Kreno. De herkomst van die naam is niet bekend. Het lijkt op het eerste gezicht een beetje een buitenbeentje in de rij met namen, maar in veel landen wordt een vergelijkbare naam gebruikt (bijvoorbeeld in Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië: Kren - in Slowakije: Chren - in Griekenland: Chreno - in Frankrijk: Cran - in Rusland: Khren - in Oekraïne: Khrin).

De namen Boerenradijs en Peperwortel spreken min of meer voor zich.

In Meirettich is 'rettich' (Duits voor) 'radijs' en verwijst 'mei' naar de bloeimaand van de mierikswortel.

Mierik is vrijwel zeker een afkorting van de - in onbruik geraakte - ouderwetse naam Mieredik.

Het 'mier' in de naam Mieredik verwijst niet naar de bekende ijverige insecten, maar is - volgens sommigen - het ouderwetse woord voor 'muur' ( een soort onkruid). Mierik betekent dan zoiets als 'dikke muur' of 'dik onkruid'.

Een andere opvatting zegt dat het 'miere' in de naam het ouderwetse woord voor 'moeras' is en mierik betekent dan 'moerasdik'.

 

Vooral in Europa wordt mierikswortel aangeprezen als een geneeskrachtige plant: als een opwekkend middel, antisepticum, diureticum, hulp voor de spijsvertering en als middel tegen wormen. Van oudsher een middel tegen scheurbuik, en terecht, want de wortels bevatten veel vitamine C. Een papverband van de vermalen wortels kan in plaats van mosterdpleister gebruikt worden als huidprikkelend middel. Mierikswortelsiroop wordt nog steeds voorgeschreven ter behandeling van heesheid en hoest na influenza. Planten met mosterdolieglycosiden zijn altijd als bacteriedodend beschouwd en worden als een natuurlijk antibioticum gebruikt.

Voedingswaarde

Een eetlepel mierikswortelpuree bevat 25 joule, 1,4 gram koolwaterstoffen, 14 mg natrium, 44 mg kalium, 9 mg calcium en 5 mg fosfor.

Recepten:U kunt mierikswortel raspen of in flinterdunne repen snijden. Hij vormt een uitstekende combinatie met geraspte appel en room, omdat de scherpe smaak dan wat zachter wordt. Aldus gecombineerd kan hij met de nodige voorzichtigheid wat de hoeveelheid betreft aan slasausen worden toegevoegd. Als u tegelijkertijd andere kruiden gebruikt maakt mierikswortel hun smaak voller. Hij doet het ook uitstekend bij rivierforel, karper of kabeljauw.

Probeert u eens de combinatie met gesmolten boter en stijfgeslagen slagroom (ongezoet). met een snufje zout. Een dergelijke combinatie waaraan nog fijne kruiden als dragon, peterselie en kervel worden toegevoegd, vormen een uitstekende vulling van avocado’s. Bij gekookt vlees moet de pittige smaak van mierikswortel nog te proeven zijn.

 

Fijn geraspte mierikswortel, eventueel gemengd met geraspte zure appel of zure room kunt u bij rosbief, gebakken verse worst, gekookte of gebakken ham en gerookt vlees serveren. Hardgekookte fijngehakte eieren worden heel lekker als u ze vermengt met wat citroensap en fijngeraspte mierikswortel. Tijdens de zomermaanden kunnen de bladeren als ze jong en mals zijn, fijngehakt of gesneden door groene salades worden gedaan. Ook een dipsaus, voor garnalen of een andere vissoort, kan goed met deze wortel gekruid worden.

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

 

deze plant is op mijn tuin aanwezig.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Kudzu

Pueraria montana lobata

Pueraria20montana20lobata1.jpg

 

2307.jpg

Plant familie: Leguminosae (Vlinderbloemenfamilie)

Plantenlaag: Klimplanten

Plantenfuncties: groentes, vers eetbaar, verwerkt eetbaar, omheining, groenbemester, geneeskrachtig,

Bloeitijd: september - oktober

Oogsttijd: mei - november

 

Beschrijving:

 

Kudzu is een snelgroeiende klimplant. De plant fixeert stikstof en vormt een grote knol die tot 1.8 meter en 35 kilo kan wegen.

De knol kan voor vele eetbare doelen worden gebruikt. In Japan is het een belangrijke bron van basisvoedsel omdat het veel zetmeel bevat. Vergelijkbaar met de aardappels hier.

De zachtere delen van de plant zijn ook eetbaar. Je zou de bladeren dus eventueel zelfs in een slaatje kunnen gebruiken, of stoven als spinazie.

Jonge scheuten van de plant smaken naar een kruising tussen een boon en een erwt. Naast de verschillende eetbare onderdelen wordt de plant in de Chineze geneeskunde ook veel gebruikt en staat daar bekend als 1 van de 50 basisgeneeskruiden.

Het schijnt de zin in alcohol bij alcoholici te verminderen en heeft dus ook naam gemaakt als anti-katermiddel. Kudzu bevat ook een aantal flavonoïden zoals daidzeïne (ontstekingsremmend en antimicrobieel), daidzine (een stof die kanker zou kunnen voorkomen) en garnisteïne (een stof die leukemie zou kunnen voorkomen). Daarnaast bevat kudzu ook nog puerarine en formonoteine. Andere stoffen die aanwezig zijn in kudzu zouden neurotransmitters als serotonine, GABA en glutamaat kunnen beïnvloeden. Deze stoffen helpen ook bij de behandeling van migraine en clusterhoofdpijn. Dat maakt dat de supplementenindustrie het tot een waar wondermiddeltje opgehemeld heeft.

De plant groeit het best op wat warmere plaatsen en is winterhard tot -15 graden. In warmere regionen kan de plant door de snelle groei invasief worden.

 

Bron: permacultuur

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Luzerne

Medicago sativa

Medicago_sativa.jpg

 

alfalfa-sprouts1.jpg

alfalfa

 

Plant familie: Leguminosae (Vlinderbloemenfamilie)

Plantenlaag: Kruidlaag

Plantenfuncties: groentes, verwerkt eetbaar, groenbemester, bijenplant,

Bloeitijd: juni - juli

Oogsttijd: maart - oktober

 

 

Beschrijving:

 

Luzerne (Medicago sativa) is een vaste plant. Afhankelijk van variëteit en klimaat kan de plant vijf tot twaalf jaar oud worden. Met een hoogte tot 1 m en trosjes kleine blauwe bloemen lijkt de plant op klaver. De plant beschikt over een diep en krachtig ontwikkeld wortelsysteem dat zich tot 4,5 m kan uitstrekken. Hierdoor kan de plant tijdens tijdelijke droogten overleven.

 

Luzerne is inheems in Europa en wordt wereldwijd verbouwd als veevoer. In Nederland wordt luzerne hoofdzakelijk kunstmatig gedroogd voor de productie van eiwitrijk veevoer. Er wordt drie tot vier maal per jaar gemaaid. De inzaai vindt plaats zowel met als zonder dekvrucht. Als dekvrucht wordt onder andere wintertarwe gebruikt. Alfalfa is in het Nederlands de naam van de spruitgroente (ontkiemde zaden) van de Luzerne. Luzerne kan het hele jaar ontkiemen, zodat Alfalfa het hele jaar verkrijgbaar is. Alfalfa kan op dezelfde manier worden gebruikt bij de voedselbereiding als taugé, een andere bekende spruitgroente.

 

Zoals andere soorten uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae) heeft de plant het vermogen om met behulp van stikstofbindende bacteriën stikstof te binden, zodat het proteïnerijk voedsel kan produceren onafhankelijk van de aanwezigheid van stikstof in de bodem.

 

De uitgebreide teelt, beginnend in de 17e eeuw, was een belangrijke stap vooruit in de Europese landbouw. De stikstofbindende eigenschap en het gebruik als veevoer verhoogde in belangrijke mate de efficiëntie van de landbouw. Wanneer het op de juiste grond verbouwd wordt, heeft luzerne een hoge opbrengst.

 

Luzerne is een van de weinige planten die zelf-toxisch zijn. Hierdoor is het niet mogelijk om tussen oude planten opnieuw luzerne in te zaaien. De oude luzerne moet daarom eerst ondergeploegd worden voor het opnieuw op hetzelfde perceel ingezaaid kan worden. Beter is echter ook in verband met ziekten om vruchtwisseling toe te passen.

 

Luzerne kan vooral bij langjarige teelt aangetast worden door verwelkingsziekte (Verticillium albo-atrum) en bladvlekkenziekte (Pseudopeziza medicaginis). Pleksgewijze verwelking en afsterving wordt vaak veroorzaakt door het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci).

 

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Erwtenstruik

Caragana arborescens

Caragana_arborescens.jpg

 

Plant familie: Leguminosae (Vlinderbloemenfamilie)

Plantenlaag: Struiken

Plantenfuncties: groentes, vers eetbaar, verwerkt eetbaar, windkering, groenbemester, bijenplant,

Bloeitijd: mei - juni

Oogsttijd: september - oktober

 

 

Hieronder een kleine opsomming van functies waar de plant voor gebruikt kan worden.

Windsingels - De Caragana wordt aanbevolen voor aanplant in de buitenste rijen van multi-row aanplant. Het kan worden gebruikt om de bodem te neutraliseren voor te bereiden op verdere beplanting. Het is geschikt voor aanplant in single-windsingels rij terrein waar een dichte, korte barrière is gewenst.

Wildlife habitat - De Caragana wordt gebruikt voor nesten door verschillende zangvogels. De zaden worden soms opgegeten door een paar zangvogels. De plant is niet het beste voedsel voor dieren, maar de geurende bloemen trekken veel stuifmeel verzamelende dieren.

 

Erosiebestrijding - De caragans heeft een uitgebreid wortelstelsel die kunnen worden gebruikt om te helpen met erosie controle.

 

Decoratieve - De Caragana, met zijn kleine geurende bloemen en mooie samengestelde folders, wordt gebruikt naast seringen om een 'vergelijken en uiterlijk contrast'.

 

Gekweekte voedingsbron - De Caragana erwt heeft een licht bittere smaak ', meestal 3-4 in een peul, die eetbaar is. Zij moeten worden gekookt alvorens gegeten. Bovendien, de gele bloemen die een smaak zoals erwten hebben, kan worden gebruikt in salades toe te voegen kleur en enkele smaak.

 

 

 

 

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Aardaker

Lathyrus tuberosus

post-20488-1213423178.jpg

bron: molbiol

 

De aardaker is een meerjarig winterhard knolgewas en komt van nature in Nederland en de rest van Europa voor. De plant krijgt mooie paarse bloemen waar in het verleden wel parfum uit is gewonnen. Vroeger werd deze plant veel als groente gegeten en zelfs uitgevoerd naar Frankrijk. Vandaar dat de plant de naam Hollands muisje kent. Deze klimplant bindt daarnaast ook stikstof in de grond en is dus een goede natuurlijk grondbemester. De knolletjes worden als aardappels gekookt of net als tamme kastanje’s gepoft. Ze kunnen ook tot plantaardige olie verwerkt worden. Een oud recept: knolletjes 1uur koken, pureren en met melk en kruiden opdienen. De bloemen, jonge scheuten en zaadpeultjes zijn ook eetbaar.

 

Plant familie: Leguminosae (Vlinderbloemenfamilie)

Plantenlaag: Knolgewassen

Plantenfuncties: groentes, vers eetbaar, verwerkt eetbaar, groenbemester, vlinderplant,

Bloeitijd: juli - augustus

Oogsttijd: oktober - december

 

 

Beschrijving:

Deze plant wordt vaak in zaadmengsels verwerkt, die in onbegroeide terreinen worden uitgezaaid. Als vlinderbloemige draagt deze plant bij aan de bodemverbetering (stikstof), vergelijkbaar met lupine.

Deze plant is wettelijk beschermd in Nederland en/of België.

 

Wortel: Groeit uit met uitlopers die zich vertakken en de in de bodem liggende knopen vormen zich tot knollenvormende wortels tot 70 cm diep

Bloei: Juni tot augustus

Bloem: Rood, violet

Hoogte: ± 30-100 cm.

Groeiomstandigheden.

Grondsoort: Kalkrijk/kleigrond

Oogsttijd: oktober - december

Gebruik: De kastanjegrote knolletjes kunnen als aardappels worden gekookt of als tamme kastanje's gepoft.

 

beschrijving

De overblijvende, kruidachtige klimplant met platte stengels wordt ongeveer 30-100 cm lang. De circa 2 cm lange bloemen zijn rozerood tot violet van kleur en groeien in trossen van drie tot acht stuks. De plant bloeit in juni en juli. De bloemen worden bestoven door vlinders en door bijen uit de geslachten: Eucera, Megachile, Osmia en Trachusa.

De bladeren zijn geveerd. Het onderste, solitaire deelblaadje is ovaal en de einddeelblaadjes bestaan uit gedeelde ranken, waarmee de plant zich vasthecht. De middelste deelblaadjes zijn langwerpig hartvormig.

De plant is een hemikryptofyt. Zijn ontkieming is tweedelig. Het bovenste gedeelte van de kiemwortel en het hypocotyl verdikken zich tot een eerste knol. Uit de bladoksels van de kiemblaadjes en de onderste blaadjes van de liggende, beginnende groeistengel groeit tot een tot 60 cm lange bodemuitloper. Deze uitlopers vertakken zich verder en de in de bodem liggende knopen vormen zich tot knollenvormende wortels. Na drie tot vier jaar bereiken deze knollen de volle grootte en zijn dan net zo groot als hazelnoten. De plant wortelt tot 70 cm in de aarde. De soort vermeerdert zich vegetatief door de ondergrondse uitlopers en in het bijzonder door de knolletjes.

Standplaats

De aardaker groeit in akkerranden en in wegbermen op kleigrond. Ze prefereert kalkhoudende grond, maar is hier niet tot beperkt. Volgens de Duitse ecoloog Heinz Ellenberg is de aardaker een typische soort die op schrale grond groeit tussen de akkerkruiden bij graanvelden.

 

Verspreiding

De aardaker komt oorspronkelijk uit Europa en het westen van Azië. In Noord-Amerika komt de plant nu ook voor.

 

Voedingsbestanddelen

De knolletjes bevatten vooral suikers en zetmeel en tevens eiwitten en vetten.

 

Gebruik

Vroeger werd de soort commercieel verbouwd, onder andere in Nederland in de provincie Zeeland en op de Zuid-Hollandse eilanden. Tegenwoordig vindt men de plant vooral in de tuinen van liefhebbers van oude nutsgewassen. Het is echter niet uit te sluiten dat deze plant zoals veel “vergeten” groente- en fruitsoorten opnieuw in de belangstelling zal komen.

 

Gespecialiseerde zaadhandelaren verkopen zaden van de aardaker. De plant is eenvoudig op te kweken in de tuin.

 

Namen

De plant heeft meerdere alternatieve namen: aardeikel, aardmuis, muizen met staartjes, varkensnoot, aardnoot, aardkastanje, grondboon, koffieboon, zeugboon en grondpeer.

 

Bescherming

Deze plant is in Nederland officieel beschermd en staat in België op de rode lijst. In sommige deelstaten van Duitsland staat deze plant ook op de rode lijst van bedreigde plantensoorten.

 

De aardaker is een meerjarig winterhard knolgewas en komt van nature in Nederland en de rest van Europa voor. De plant krijgt mooie paarse bloemen waar in het verleden wel parfum uit is gewonnen. Vroeger werd deze plant veel als groente gegeten en zelfs uitgevoerd naar Frankrijk. Vandaar dat de plant de naam Hollands muisje kent. Deze klimplant bindt daarnaast ook stikstof in de grond en is dus een goede natuurlijk grondbemester. De knolletjes worden als aardappels gekookt of net als tamme kastanje’s gepoft. Ze kunnen ook tot plantaardige olie verwerkt worden. Een oud recept: knolletjes 1uur koken, pureren en met melk en kruiden opdienen. De bloemen, jonge scheuten en zaadpeultjes zijn ook eetbaar.

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hertshoornweegbree

hertshooi.jpg

Bron: vlaams zaadhuis

Plantago_coronopus.jpg

 

Plant familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Plantenlaag: Kruidlaag

Plantenfuncties: groentes, vers eetbaar, verwerkt eetbaar,

Bloeitijd: nvt

Oogsttijd: mei - oktober

 

De hertshoornweegbree is een in Nederland inheemse, eenjarige of meerjarige, tweeslachtige, 5 tot 20 centimeter hoge kruidachtige plant die als groente kan worden gegeten. De plant heeft een penwortel.

De hertshoornweegbree is al 400 jaar als groente in cultuur. Hij kan als groente van maart tot augustus worden gezaaid en al na zeven tot acht weken worden geoogst.

De jonge bladeren zijn geschikt voor consumptie. Ze kunnen worden gekookt of rauw in salades worden verwerkt.

 

 

 

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Beemdkroon

Knautia arvensis

knautia_arvensisfloriacyberia.jpg

Bron:floriacyberia

 

Plant familie: Caprifoliaceae (Kamperfoeliefamilie)

Plantenlaag: Kruidlaag

Plantenfuncties: kruiden, vers eetbaar, verwerkt eetbaar, vlinderplant, bijenplant,

Bloeitijd: juni - september

Oogsttijd: april - oktober

Beschrijving:

 

Geweldige plant voor vlinders. De lichtblauwe bloemen bloeien van juni tot september. Het is een plant die wel graag wat ruimte om zich heen heeft. De plant heeft sappige bladeren die voor de liefhebber door de sla kunnen worden gemengd. Hij produceert veel nectar en is daarom een geliefde insectenplant. Imkers noemen deze plant een drachtplant omdat ze nectar en stuifmeel levert aan de bijen. De plant staat op de rode lijst met bedreigde soorten. In Nederland vooral nog voorkomend in Limburg. Ze houden van kalkrijke, droge tot vochtige grond. Vlinders, zweefvliegen en bijen zijn gek op de bloemen! Een grapje van vroeger: blaas tabaksrook op de bloem en deze wordt gifgroen, vandaar de bijnaam: het tabaksbloempje.

 

Bron: verschillende sites zoals wikipedia, permacultuur etc.

Edited by Guest

Share this post


Link to post
Share on other sites

Join the conversation

You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.

Guest
Reply to this topic...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoji are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.


Over moestuin forum

Op het moestuin forum delen leden ervaringen en tips over het telen van groenten en fruit in de moestuin.

Lees meer over moestuinforum

×
×
  • Create New...