rorror
Moderators
-
Registratiedatum
-
Laatst bezocht
-
Activiteit
Bekijkt de forumindex
Alles dat geplaatst werd door rorror
-
Erwten
Erwten (Pisum sativum) zijn groenten waarbij je echt duidelijk het verschil proeft met de in de winkel gekochte versie. Naast de welbekende peulen met kleine zaden (doperwten) kunnen ze ook alleen geteeld worden voor de smakelijke jonge blad toppen. Daarnaast maken wij op deze wiki onderscheidt tussen erwten (doperwten), peultjes (sluimererwten) (wiki: peultjes) en sugersnaps (suikererwten) (wiki: sugersnaps). Zaaien van erwtenErwten kunnen vanaf het vroege voorjaar (Februari) tot aan het begin van de zomer (begin Mei) gezaaid worden. Erwten kunnen ook in het najaar gezaaid worden voor een extra vroege oogst, zie hiervoor “erwten zaaien in september/oktober”. Er zijn twee hoofdtypes erwten: De gekreukelde zaden bevatten een hoog vochtgehalte wat leidt tot zoete erwten (hoog suikergehalte weinig zeteel). Kreukzadig betekent dat ze tijdens het drogen in elkaar schrompelen. De rondzadige erwten zijn op hun beurt beter bestand tegen kou (daardoor gebruikt om vroeg te zaaien) maar zijn over het algemeen minder zoet en wat droger/melig. De echte liefhebber zaait zowel de rondzadige (vroeg zaaien) als de kreukzadige (zoet) om lang te kunnen genieten van erwten. Zaai direct in de volle grond als de temperaturen rond de 10 graden schommelen en wanneer de grond niet te koud / nat is. Bij lagere temperaturen kiemen de zaden langzamer. Zorg er voor dat de zaden ongeveer 2-4 cm diep gezaaid worden met een plantafstand van 3-5cm tussen de erwten. Zaai direct tegen het rijshout aan dmv een dubbele rij op een afstand van ongeveer 30 cm (zie afbeelding). Tussen deze dubbele rijen houdt men 60-120 cm aan, afhankelijk van de hoogte van het ras. In het vroege voorjaar zaait met onder afdekplastic of fleece. Bescherm de zaailingen bij zware vorst. Vroeg in het seizoen als de grond nog nat en koud is raden we aan om in potjes of in een oude regengoot te zaaien. Zaai de zaden 2-3 cm diep op ongeveer 3-5 cm van elkaar. Als de zaailingen +- 8cm groot zijn en het warm genoeg is plant je ze buiten uit. Tip Voor een gespreide oogst zaai je elke twee weken of zaai je verschillende rassen. Winterzaai van erwtenBij in het najaar zo rond eind september-oktober winterharde, rondzadige, vroegrijpende rassen en laat ze overwinteren onder glas of onder fleeche. Pas op voor muizen. Oogsten van erwtenOogst erwten in een jong stadium. Vaak plukken heeft de voorkeur want laat je erweten te lang hangen dan worden de erwten minder mals, zoet en meer meelachtig.. Na de oogst knip je het loof af boven de grond, de wortels blijven in de grond om voor een extra stikstof bemesting te zorgen. Eet verse erwten vlak na het plukken zo snel mogelijk op. Na de oogst daalt het suikergehalte snel. Wat er mis kan gaanZie ziekten en plagen bij peulvruchten Bemesten van erwtenWerk een ruime bemesting van compost of verteerde mest onder. Erwten hebben weinig stikstof nodig, deze produceren ze gedeeltelijk zelf. Neem erwten op in de wisselteelt (wiki: wisselteelplan) Erwten steunen en verzorgingErwten moeten gesteund worden. Er zijn laagblijvende rassen (30-60 cm), halfhoge rassen (60-120 cm) en hoge rassen (120-200 cm). De ervaring leert dat ook de lagere rassen een beetje ondersteuning nodig hebben. Zorg voor een stevige opbouw van het steunmateriaal. Gebruik netten, gaas of draden. De hoogte van het steunmateriaal wordt aangepast aan de hoogte van het gebruikte ras. Om te ondersteunen zijn diverse mogelijkheden. Snoeihout kan gebruikt worden als steunmateriaal. Om de 20-30 cm plaats je takken in de grond. Bovenaan bindt je ze samen, onderaan plaats je ze op 20-30 cm. Zie ook wiki: rijshout De verdere verzoring bestaat uit het geven van water tijdens de bloei en het wieden van onkruid. Geef voor de bloei niet te veel water omdat dit leidt tot een extra productie van bladeren. Als de peultjes opzwellen kunnen de planten wel weer wat meer water gebruiken. Bescherm zaailingen na opkomst voor vogels (wiki: vogels) met netten. Haal de netten weg als de ranken zijn gevormd en plaats de steunen. StandplaatsErwten groeien het beste op een open, zonnige plek in de moestuin. De bodem moet vruchtbaar zijn, goed vocht vasthouden en goed gedraineerd zijn. Hoge temperaturen, een natte, tochtige en koude of een droge grond remmen de groei Licht is voor erwten een van de belangrijkste groeifactoren, hanteer dus de juiste plantafstand (zie zaaien). Erwten groeien het beste bij een temperatuur van 13-18 graden c en de bloemen en peulen kunnen niet tegen vorst. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - maart (optie) Zaaien (direct buiten) Februari - mei Uitplanten Maart - april Plantafstand 3 - 5 cm Tussen rijen 30 cm Oogsten Vanaf augustus Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Goed doorlatende, humusrijke grond met matige bemesting pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 60 - 100 dagen Planthoogte 40 - 200 cm (afhankelijk van ras) Ondersteuning Lage rassen beperkt; hoge rassen hebben gaas, netten of stokken nodig Oogstwijze Regelmatig peulen plukken stimuleert verdere productie Waterbehoefte Gemiddeld; extra water tijdens bloei en peulvorming Winterhardheid Jonge planten verdragen lichte vorst tot ongeveer -5 °C Bijzonderheden Erwten zijn stikstofbinders en verbeteren de bodem. Er zijn verschillende typen zoals doperwten, peultjes en sugarsnaps, met vergelijkbare teelteisen. Dorsen, schonen en bewaren van erwtenOpen de peulen met de hand door ze één voor één open te breken. Bij grotere hoeveelheden kun je de peulen ook dorsen door er voorzichtig met een stok op te slaan of ze onder je voeten te vertrappen. Na het dorsen wordt het zaad geschoond. Verwijder eerst de grotere plantenresten met de hand. Gebruik vervolgens een zeef om kleinere deeltjes, zoals stukjes peul en stof, van de zaden te scheiden. Daarna wordt het zaad gewand. Hierbij worden de laatste lichte resten, zoals vliesjes en stof, weggeblazen. Dit kan met behulp van de wind, een ventilator of een kleine compressor. Bewaar de zaden in een papieren zakje of envelop op een koele, droge en donkere plaats. Stop altijd een etiket mét het productiejaar, de soort en het ras ín het zakje. Opschriften aan de buitenkant kunnen na verloop van tijd vervagen of onleesbaar worden.
-
Kardoen
Kardoen (Cynara cardunculus) wordt om zijn vlezige bladstelen gekweekt. De Kardoen, die alleen door zaaiïng wordt verkregen, is nauw verwant aan de Artisjok. Deze zeer decoratieve plant wordt, anders dan artisjok, dus niet gekweekt voor de bloemknoppen. Voor ervaringen van leden lees dit topic. Zaaien en planten kardoenZaai kardoen eind Maart tot April onder glas / binnenhuis of vanaf mei direct in de volle grond of buiten in potjes. De zaaitemperatuur bedraagt 14 graden. Kardoen zaaien we meteen in individuele potjes omdat de planten slecht te verspenen zijn. Vul 10 cm (p-9) potjes met zaaigrond en druk licht aan. Leg dan 2-3 zaden per pot, bedek de zaden licht met grond en geef water. Zet de potjes weg waar het minimaal 14 graden is, bij voorkeur hoger. Na opkomst houdt je de sterkste zaailing over door de overtollige zaailingen die in hetzelfde potje groeien weg te knippen (ze mogen niet uitgetrokken worden). Na ijsheiligen (half mei), als de kans op vorst geweken is, plant men de kardoenzaailingen uit met een plantafstand van 1 meter (100cm) in alle richtingen. Zoek bij voorkeur een zonnig, beschut en warm plekje in de tuin uit. De bodem moet goed vocht vasthoudend, voedzaam en vruchtbaar zijn. Kardoen beschermen in de winterMits goed beschermd kan kardoen de winter overleven en in het voorjaar weer opnieuw uitlopen. Dek het hart van de planten af me stro en aard de planten aan. Kardoen bemesten en verzorgenGeef kardoen ruim van te voren een rijke basisbemesting met compost, verteerde mest, kippen of koemestkorrels. Geeft tijdens de groei om de zoveel weken een bemesting met een algemene (stikstof)meststof. Geef de jonge zaailingen goed water op warme dagen. Naarmate de planten groter worden zullen ze dieper wortelen en is water van een mindere zorg. Kardoen bleken en oogstenBleek kardoen omstreeks Augustus/September door de planten (als ze droog zijn) bijéén te binden en te omwikkelen met een jute zak. Aard de plant daarna aan tot zo’n 20-30 cm hoogte. Bij meerdere planten is het aan te raden om elke week één plant te bleken. Ongeveer 3 weken later kunnen de gebleekte stengels geoogst worden. De gebleekte stengels zijn enkele weken te bewaren op een koele plek. Je kan kardoen ook bleken om de stengels met iets in te pakken. b.v. met sto en jutendoek, zie meer in deze blog. Foto @appelvrouw Stengels inpakken met sto. Daarna afwinkelen met jutendoek. Kardoen is een meerjarige vaste plant, maar wordt in Noordwest-Europa vaak als eenjarige of tweejarige groente geteeld voor de bladstelen. De teeltwijze lijkt sterk op die van de verwante Artisjok. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari – april Zaaien (direct buiten) Maart – mei Uitplanten Mei – juli (na de laatste vorst) Plantafstand 80 – 100 cm Tussen rijen 100 – 120 cm Oogsten September – november (voor strenge vorst) Standplaats Volle zon Bodem Diepe, vruchtbare, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,5 – 7,5 Optimale temperatuur 18 – 25 °C Teeltduur 150 – 210 dagen Planthoogte 120 – 180 cm Bleken van stelen 2 – 4 weken vóór de oogst (optioneel voor mildere smaak) Waterbehoefte Regelmatig, vooral tijdens droge perioden Winterhardheid Licht vorstbestendig, maar bescherming aanbevolen bij strenge vorst Ziekten en plagenKardoen is over het algemeen een sterke plant die weinig last heeft van ziekten. Jonge planten kunnen echter worden aangevreten door slakken. Daarnaast kunnen bladluizen zich tijdens warme zomers op de bladeren vestigen. Een goede luchtcirculatie rond de planten helpt schimmelproblemen voorkomen. Verwijder aangetaste bladeren tijdig om verdere verspreiding tegen te gaan. Kardoen als sierplantDoor zijn grote grijsgroene bladeren en opvallende paarsblauwe bloemen is kardoen niet alleen een nuttige groente, maar ook een fraaie sierplant. De plant kan een hoogte bereiken van anderhalve tot twee meter en vormt een indrukwekkende blikvanger in de moestuin of siertuin. Laat je enkele planten doorschieten, dan trekken de bloemen bovendien veel bijen, hommels en vlinders aan. Zaden winnenWie zelf zaad wil winnen, kan enkele gezonde planten laten overwinteren en in het tweede jaar laten bloeien. Na de bloei vormen zich zaadhoofden die in de nazomer rijpen. Oogst de zaadhoofden zodra ze droog beginnen te worden en bewaar de zaden op een koele, droge plaats. Kardoenzaden blijven doorgaans drie tot vijf jaar kiemkrachtig. Teelt in potHoewel kardoen bij voorkeur in de volle grond wordt geteeld, is teelt in een ruime pot mogelijk. Gebruik een pot van minimaal 40 tot 50 liter inhoud en zorg voor een voedzame, vochtvasthoudende potgrond. Planten in pot vragen vaker water en bemesting dan planten in de volle grond. OpbrengstEen volwassen kardoenplant levert doorgaans 1 tot 2 kg bruikbare bladstelen op. Voor een gemiddeld gezin zijn twee tot vier planten meestal voldoende om gedurende het najaar meerdere keren van de oogst te genieten. Kardoen in de keukenDe gebleekte bladstelen van kardoen worden gegeten als groente. De smaak wordt vaak omschreven als een combinatie van artisjok en bleekselderij, met een licht bittere smaak. Voor gebruik moeten de stelen worden ontdaan van de draderige buitenkant. Vervolgens kunnen ze worden gekookt, gestoofd, gegratineerd of verwerkt in soepen en stoofschotels. Vooral in de mediterrane keuken is kardoen een traditionele wintergroente. Gerelateerde forumtopicshttps://www.moestuinforum.nl/topic/2951-kardoen-in-de-winter/ https://www.moestuinforum.nl/topic/14699-verschil-kardoen-en-artisjok/
-
Rabarber
Rabarber (Rheum rhabarbarum) is een doorlevende plant gekweekt om de bladstelen. De vlezige rode/groene stelen worden gegeten en hebben een licht zure smaak. De bladeren zijn giftig en zijn niet geschikt voor consumptie. Standplaats van rabarberRabarber groeit het beste in een goed bemeste vocht vasthoudende grond. Een te natte – slecht gedraineerde – grond in de winter, is af te raden in verband met het risico op rotting. Teel rabarber in dat geval op een verhoogd bed. Rabarber verdraagt goed schaduw maar voor een rijke oogst is een zonnige warme standplaats met vruchtbare grond aan te bevelen. Deze vaste groente kan wel tot 20 jaar op dezelfde plek blijven staan maar de oprengst loopt na enkele jaren terug. Elke plant kan wel tot 2 meter breed worden. Planten van rabarberRabarber plant je bij voorkeur voor de winter in oktober als de plant in ruste is. Planten in februari / maart kan ook nog maar de plant heeft meer tijd nodig om goed aan te slaan. Maak de grond goed los (min 35 cm diep) en werk voor het planten veel stalmest of compost in de grond. De plantafstand bedraagt ongeveer 1 meter. Plant de rabarber zo, dat de neuzen zich op de scheiding van grond-lucht bevinden: een vuistregel is 2,5-5cm boven de grond afhankelijk van een zware of lichte grondsoort. Zaaien van rabarberRabarberzaad geeft een grote verscheidenheid aan planten waardoor de kwaliteit van de uit zaad opgekweekte planten te veel varieert. Wil je het eens proberen? Zaai dan de zaden in de lente buiten op 2,5 cm diepte en op 30 cm van elkaar. Selecteer de sterkste zaailingen en plant deze in de herfst of in de volgende lente uit op de uiteindelijke plaats. In pot moet ook lukken maar laat de grond niet te veel uitdrogen. Rabarber scheurenHet scheuren van rabarber doe je om een stek te verkrijgen. Als planten al lange tijd op dezelfde plaatst staan (5-7 jaar) gaat de opbrengst achter uit. Dan is het aan te raden de planten te scheuren en te verplanten. Gebruik minimaal 3 jaar oude planten om te delen / scheuren. De beste tijd om te scheuren is oktober-november of februari-maart. Graaf de planten op en deelt ze. Steek daarvoor als de knoppen boven de grond uitsteken, de plant rondom op 15 cm afstand af. Til de kluit op en snijd hem in stukken. Zorg ervoor dat elk stuk minstens twee-drie zichtbare knoppen heeft met een worteldeel van zo’n 10cm. Zet de delen meteen weer terug in de grond. De aparte delen met een enkele knop kunnen ook los geplant worden. Zorg dat de aparte delen voorzien zijn van groeipunten en maak van de gelegenheid gebruik om extra voeding in de bodem te verwerken. Rabarber verlangt veel vocht en veel voedsel. Zie verder: planten van rabarber. In plaats van scheuren kun je ook een grote plant in tweeën splitsen en een deel uitgraven om te verplanten. Bemesten van rabarberGeef rabarber in het najaar een rijke bemesting van (half)verteerde mest of compost. Breng de mest aan als mulch op en rond de planten. Rabarber vraagt een zware bemesting. Oogsten van rabarberOogst rabarber door de steel af te trekken door deze eerst licht naar buiten te bewegen en daarna met een lichte draaibeweging los te trekken. Verwijder het blad. Probeer in het eerste jaar niet te oogsten zodat de plant zijn energie in de groei kan stoppen. In de herfst geplant kan rabarber het volgend jaar stelen leveren. Verplant men in het voorjaar dan is het beste het eerste jaar niet te oogsten. Het oogsten kan door gaan tot 24 juni. De belangrijkste reden hiervoor is om er voor te zorgen dat de plant weer op krachten kan komen (reserve opbouwen) voor de oogst van volgend jaar en komende winter. Daarnaast zou het gehalte oxaalzuur (afbraak van kalk in het lichaam) rond deze datum hoger worden. Met mate een maaltje oogsten mag natuurlijk (voor de plant maar ook voor jezelf in verband met het oxaalzuur). VerzorgingEenmaal aangeslagen vergt rabarber weinig verzorging. Geef ruim water op warme droge dagen. Verwijder de bloemstengel als deze verschijnt omdat het de plant te veel uitput. Het verschijnen van een bloemstengel bij rabarber is een teken van minder sterke vegetatieve groei. Hoe ouder de rabarber hoe sneller hij bloemen vormt. Ook gebrek aan voeding (geef jaarlijks compost en meststoffen) kan de bloei bevorderen. Of een slechte standplaats (nat tijdens de winter, slechte grondstructuur) kan de bloei bevorderen. Ook zijn sommige rassen makkelijker “vatbaar” voor bloei. Wat er mis kan gaatVooral watergebrek en slakken kunnen voor problemen zorgen. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Planten (kronen/wortelstokken) Oktober - november of februari - maart Zaaien Februari - mei (binnenshuis) Plantafstand 80 – 100 cm Tussen rijen 80 – 110 cm Oogsten April - juni (vanaf het 2e of 3e jaar na aanplant) Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Diepe, vruchtbare, humusrijke en vochtvasthoudende grond pH 6,0 – 7,0 Optimale temperatuur 15 – 24 °C Teeltduur Meerjarig gewas (productief gedurende 8–15 jaar) Hoogte ruggen Niet noodzakelijk; vlakke teelt Winterhardheid Zeer goed winterhard (tot circa -20 °C) Plantdiepte kroon Kroon net onder het grondoppervlak (2–5 cm) Ziekten, plagen en problemenRabarber is in de basis een sterke en vrij probleemloze plant, maar kan onder bepaalde omstandigheden toch worden aangetast door ziekten of plagen. De meest voorkomende schade wordt veroorzaakt door slakken, die vooral in het vroege voorjaar jonge scheuten kunnen aanvreten. Dit kan de groei tijdelijk vertragen of in ernstige gevallen zelfs nieuwe uitlopers beschadigen voordat ze zich goed hebben ontwikkeld. Een ander belangrijk risico is te natte bodem, vooral in de winter of op slecht gedraineerde grond. Dit kan leiden tot kroonrot, waarbij de wortelstok begint te verrotten en de plant uiteindelijk verzwakt of afsterft. Goede drainage is daarom essentieel om dit probleem te voorkomen. Daarnaast kunnen bij oudere of verzwakte planten bladvlekkenziekten optreden. Deze uiten zich in verkleurde of bruine plekken op het blad en komen vaker voor bij planten die onder stress staan, bijvoorbeeld door voedingstekort, slechte standplaats of langdurige vochtproblemen. Over het algemeen geldt dat een goede standplaats, voldoende voeding, juiste plantafstand en regelmatige verzorging de kans op problemen sterk verminderen en de plant gezond en productief houden. Teeltduur en groeiRabarber is een typisch meerjarig gewas dat jarenlang op dezelfde plek kan blijven staan zonder dat herbeplanting noodzakelijk is. Na aanplant heeft de plant doorgaans één tot twee jaar nodig om volledig te ontwikkelen en goed te wortelen. De eerste serieuze oogst wordt meestal vanaf het tweede of derde jaar verwacht. Vanaf dat moment bereikt rabarber zijn productieve fase, waarin jaarlijks een goede opbrengst kan worden geoogst. Deze periode kan vele jaren aanhouden, afhankelijk van standplaats, verzorging en bodemkwaliteit. Na verloop van tijd neemt de productiviteit echter geleidelijk af. De stelen kunnen dunner worden en de plant kan sneller geneigd zijn om te bloeien in plaats van bladstelen te vormen. Ondanks deze natuurlijke veroudering blijft rabarber een zeer duurzame teelt, omdat hij met minimale inspanning jarenlang opbrengst kan leveren. Dankzij zijn sterke winterhardheid overleeft hij koude winters probleemloos en start hij elk voorjaar opnieuw met krachtige groei. Rassen van rabarber (geschikt voor teelt in Nederland)In Nederland worden vooral rabarberrassen geteeld die goed bestand zijn tegen het gematigde, vochtige klimaat en de wisselende seizoenen. Belangrijke eigenschappen voor Nederlandse omstandigheden zijn winterhardheid, groeikracht en weerstand tegen natte bodems. Een veel geteeld en betrouwbaar ras is Victoria, dat goed is aangepast aan het Nederlandse klimaat. Dit ras is groen tot roodgroen van kleur en staat bekend om zijn sterke groei en stabiele opbrengst. Het is een klassiek ras dat in veel moestuinen voorkomt vanwege zijn eenvoud en betrouwbaarheid. Een ander geschikt ras is Timperley Early, dat vooral populair is vanwege de zeer vroege oogst. Dit ras is goed winterhard en kan in Nederland al vroeg in het voorjaar geoogst worden, vaak nog voordat andere rassen op gang komen. Hierdoor is het aantrekkelijk voor telers die een vroege productie willen. Ook Livingstone wordt in Nederland regelmatig geteeld. Dit is een sterk en productief ras dat goed bestand is tegen verschillende weersomstandigheden. Het levert doorgaans een hoge en stabiele opbrengst en kan goed omgaan met het wisselende Nederlandse klimaat. Over het algemeen worden in Nederland vooral rassen gekozen die goed winterhard zijn, een betrouwbare opbrengst geven en weinig gevoelig zijn voor natte of wisselende weersomstandigheden. De keuze voor een ras hangt daarnaast af van het gewenste oogstmoment en of men vooral vroege of juist langdurige productie wil realiseren. Forceren van rabarberRabarber kan op een speciale manier worden behandeld om een vroegere en zachtere oogst te verkrijgen, een techniek die bekendstaat als forceren. Hierbij wordt in de winter een plant afgedekt met een lichtdichte kap, zoals een traditionele rabarberpot of een omgekeerde emmer. Door het ontbreken van licht wordt de plant als het ware “gestimuleerd” om sneller te groeien in zijn zoektocht naar licht. Dit resulteert in lange, slanke stelen die vaak lichter van kleur zijn, variërend van lichtroze tot bleekgroen. Deze geforceerde stelen hebben een zachtere textuur en een mildere, minder zure smaak dan normaal geoogste rabarber. Het forceren zorgt ervoor dat de oogst enkele weken eerder kan beginnen dan bij onbeschermde planten. Dit is vooral interessant voor wie vroeg in het seizoen al rabarber wil oogsten, nog voordat de normale buitenteelt op gang komt. Rabarber in pot of containerRabarber kan ook succesvol worden geteeld in een grote pot of plantenbak, mits er voldoende ruimte wordt voorzien voor de ontwikkeling van het wortelstelsel. Omdat rabarber een krachtige en diep wortelende plant is, is een ruime container noodzakelijk, bij voorkeur met een inhoud van minimaal 40 tot 60 liter, maar groter is beter voor langdurige teelt en stabiele opbrengst. Het is belangrijk om te kiezen voor een voedzame en humusrijke potgrond die goed vocht vasthoudt maar tegelijkertijd voldoende drainage biedt om wortelrot te voorkomen. Onderaan de pot moeten altijd drainagegaten aanwezig zijn, eventueel aangevuld met een laag potscherven of hydrokorrels om overtollig water af te voeren. Omdat potten sneller opwarmen en uitdrogen dan volle grond, heeft rabarber in containerteelt een duidelijk hogere waterbehoefte. Regelmatige en gelijkmatige watergift is daarom essentieel, vooral tijdens warme en droge periodes. Het is beter om vaker kleine hoeveelheden water te geven dan af en toe veel, zodat de bodemvochtigheid stabiel blijft. Daarnaast vraagt rabarber in pot meer bemesting dan in de volle grond, omdat voedingsstoffen sneller uitspoelen. Regelmatige aanvulling met compost of organische meststoffen is nodig om de plant productief en gezond te houden. In pot blijft de groei meestal iets beperkter, maar met goede verzorging kan de plant toch een redelijke opbrengst leveren. Mulchen en onkruidbeheerMulchen is een belangrijke techniek bij de teelt van rabarber en heeft meerdere voordelen voor zowel de bodem als de plant zelf. Door een laag organisch materiaal, zoals compost, stro, grasresten of bladeren rond de plant aan te brengen, wordt de bodem beter beschermd tegen uitdroging en temperatuurschommelingen. Een mulchlaag helpt bovendien om de bodemstructuur te verbeteren doordat het organische materiaal langzaam wordt afgebroken en voedingsstoffen vrijgeeft. Dit draagt bij aan een vruchtbare en levende bodem, wat essentieel is voor een gewas als rabarber dat veel voeding nodig heeft om goed te kunnen groeien. Een ander belangrijk voordeel van mulchen is de onderdrukking van onkruidgroei. Onkruiden kunnen in de beginfase van de teelt concurrentie vormen voor water, licht en voedingsstoffen. Vooral jonge rabarberplanten zijn hier gevoelig voor. Door een goede mulchlaag blijft de bodem grotendeels bedekt, waardoor onkruiden minder kans krijgen om zich te ontwikkelen. Ondanks het gebruik van mulch blijft het in de eerste jaren na aanplant belangrijk om regelmatig handmatig te wieden. Dit zorgt ervoor dat de rabarber zich goed kan vestigen zonder concurrentie van sterke of diepwortelende onkruiden. Rabarber met stro mulch. Rabarber met worteldoek. Watergift en irrigatieRabarber heeft een relatief hoge waterbehoefte en is sterk afhankelijk van een gelijkmatige vochtvoorziening om goed te kunnen groeien. Vooral in het voorjaar, wanneer de plant in volle groei komt, en in de vroege zomer tijdens de blad- en stengelontwikkeling, is voldoende water essentieel voor een goede opbrengst en stevige stelen. Het is belangrijk om water niet oppervlakkig te geven, maar juist diep in de bodem te laten doordringen. Dit stimuleert de wortels om dieper te groeien, wat de plant weerbaarder maakt tegen droge periodes. Een diepe watergift is effectiever dan frequent kleine hoeveelheden aan het oppervlak. Schommelingen in bodemvocht kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de stelen. Bij droogtestress worden stelen vaak vezelig en taai, en kan de groei tijdelijk stilvallen. Dit heeft direct invloed op zowel de opbrengst als de eetkwaliteit. In langdurige droge periodes kan aanvullende irrigatie noodzakelijk zijn, vooral op lichtere gronden die minder water vasthouden. Door een stabiel vochtgehalte te behouden, blijft de rabarberproductie constant en wordt de kans op groeiproblemen aanzienlijk verminderd. WinterbeschermingRabarber is van nature een zeer winterharde plant die lage temperaturen doorgaans goed kan verdragen. Zelfs strenge vorst vormt meestal geen probleem voor de wortelstok, die diep in de grond beschermd ligt. Toch kan extra bescherming in de winter de plant helpen om sterker en gezonder de winter door te komen, vooral onder minder ideale bodemomstandigheden. Een veelgebruikte methode is het aanbrengen van een mulchlaag rondom de plant in de late herfst. Deze laag kan bestaan uit compost, stro, bladeren of goed verteerde mest. De mulch werkt als een isolerende deken die de kroon beschermt tegen plotselinge temperatuurschommelingen, extreme vorst en uitdroging door winterwind of een droge bodem. Vooral op lichtere zandgronden, waar vocht en warmte sneller verloren gaan, is deze bescherming extra waardevol. Naast bescherming biedt de mulchlaag ook een bijkomend voordeel: tijdens de winter en het vroege voorjaar wordt het organische materiaal langzaam afgebroken. Hierdoor komen voedingsstoffen vrij die direct door de plant kunnen worden opgenomen wanneer de groei weer op gang komt. In het voorjaar kan de resterende mulch eventueel licht worden ingewerkt in de bodem als natuurlijke bodemverbeteraar. Vruchtwisseling en standplaatswisselingRabarber is een meerjarig gewas dat uitstekend geschikt is om meerdere jaren op dezelfde plek te blijven staan. In veel tuinen kan de plant zonder problemen 8 tot 15 jaar of zelfs langer productief blijven. Na verloop van tijd neemt de opbrengst echter vaak geleidelijk af. De plant wordt dan minder krachtig, kan sneller gaan bloeien of produceert minder dikke stelen. Wanneer dit gebeurt, is het verstandig om de rabarber te verjongen door de plant te scheuren of te verplaatsen. Bij het kiezen van een nieuwe standplaats is het belangrijk om rekening te houden met vruchtwisseling. Rabarber hoort niet terug te keren op een plek waar eerder rabarber of andere langdurig op dezelfde plaats groeiende gewassen hebben gestaan, omdat dit de kans op bodemmoeheid en ziektedruk vergroot. Een nieuwe standplaats moet bij voorkeur goed worden voorbereid met een rijke, humusrijke bodem die diep is losgemaakt en voldoende organisch materiaal bevat. Zo krijgt de plant een goede start en kan hij opnieuw jarenlang productief blijven. Door regelmatig standplaatswisseling toe te passen, blijft de bodem gezond en wordt de kans op ophoping van bodemgebonden ziekten en plagen aanzienlijk verminderd. Bewaren en invriezenNa de oogst is rabarber beperkt houdbaar in verse vorm. De stelen kunnen in de koelkast meestal nog enkele dagen goed blijven, bij voorkeur verpakt in een vochtige doek of in een afgesloten plastic zak om uitdroging te voorkomen. Hoe verser de rabarber wordt gebruikt, hoe beter de smaak en textuur behouden blijven. Voor langere bewaring is invriezen een goede optie. De stelen worden eerst gewassen en vervolgens in stukken gesneden van ongeveer 1 tot 3 centimeter. Daarna kan de rabarber direct worden ingevroren, of eerst kort worden geblancheerd in kokend water. Dit blancheren is niet verplicht, maar helpt om kleur, structuur en smaak beter te behouden tijdens het invriezen en ontdooien. Ingevroren rabarber is meestal tot ongeveer een jaar houdbaar in de vriezer. Bij gebruik wordt de rabarber vaak direct verwerkt zonder volledig te ontdooien, bijvoorbeeld in compotes of gebak. Dit voorkomt dat de structuur te zacht of waterig wordt. Rabarber in de keukenRabarber is een veelzijdig ingrediënt dat vooral wordt gewaardeerd om zijn frisse, zure smaak. Omdat de stelen van nature vrij zuur zijn, wordt rabarber in de keuken vaak gecombineerd met suiker of andere zoete ingrediënten om een evenwichtige smaak te creëren. Het wordt veel gebruikt in klassieke bereidingen zoals compote, waarbij de rabarber zacht wordt gekookt met suiker tot een smeuïge massa. Daarnaast is het een populaire vulling voor taarten, crumbles en cakes, waar de friszure smaak goed contrasteert met zoete deegsoorten. Ook in jam en desserts zoals pudding of yoghurttoetjes komt rabarber goed tot zijn recht. Zie dit topic voor meer recepten. Een veelgebruikte combinatie is rabarber met aardbei, waarbij het zoete karakter van de aardbei de zuurgraad van de rabarber mooi in balans brengt. Deze combinatie wordt vaak gebruikt in jam, gebak en desserts. Belangrijk om te onthouden is dat alleen de stelen van rabarber eetbaar zijn. De bladeren bevatten oxaalzuur en andere stoffen die giftig zijn voor mensen en dieren en daarom altijd volledig verwijderd moeten worden voor gebruik in de keuken. Vermeerdering van rabarberRabarber kan op twee manieren worden vermeerderd: via zaad en via vegetatieve vermeerdering (scheuren van de plant). In de praktijk wordt vooral vegetatieve vermeerdering gebruikt, omdat dit de enige manier is om exact dezelfde eigenschappen van de moederplant te behouden. Bij vermeerdering via zaad is de uitkomst namelijk niet voorspelbaar. Rabarber is sterk kruisbestuivend, waardoor zaailingen onderling flink kunnen verschillen in kleur, groeikracht, smaak en opbrengst. Sommige planten kunnen bijvoorbeeld veel minder productief zijn of dunnere stelen vormen. Daarom wordt zaaien vooral toegepast door kwekers en veredelaars die nieuwe rassen willen ontwikkelen of variatie zoeken in eigenschappen. De meest gebruikte methode is scheuren (delen van de wortelstok). Hierbij wordt een bestaande, volwassen plant opgedeeld in meerdere stukken, waarbij elk deel minimaal één of meerdere groeiknoppen en voldoende wortel bevat. Deze methode heeft als groot voordeel dat de nieuwe planten genetisch identiek zijn aan de ouderplant. Daardoor blijft de raszuiverheid behouden en weet je precies welke eigenschappen je kunt verwachten, zoals kleur, smaak en opbrengst. Scheuren zorgt daarnaast vaak voor een verjonging van de plant. Oudere rabarberplanten kunnen na enkele jaren minder productief worden of sneller gaan bloeien. Door ze op te delen en opnieuw uit te planten, krijgen de afzonderlijke delen weer meer groeikracht en energie, wat leidt tot een betere opbrengst in de jaren erna. Kort samengevat is zaaien vooral interessant voor experimenten en nieuwe variëteiten, terwijl scheuren de standaardmethode is voor de moestuin vanwege de betrouwbaarheid, productiviteit en het behoud van raseigenschappen. CombinatieteeltRabarber is van nature een vrij dominante plant in de moestuin. Hij vormt grote bladeren en een breed wortelgestel, waardoor hij al snel veel ruimte inneemt en andere gewassen kan overgroeien. Daarom wordt rabarber meestal als solitair gewas geteeld, waarbij hij voldoende afstand heeft van andere vaste planten of groentesoorten. Toch is het mogelijk om in de eerste groeifase van het seizoen gebruik te maken van de ruimte rond jonge rabarberplanten. In het vroege voorjaar, wanneer de rabarber nog maar net uitloopt en de bladeren nog klein zijn, is er tijdelijk voldoende licht en open bodem beschikbaar tussen de planten. In deze periode kunnen snelgroeiende en laagblijvende gewassen worden gezaaid of geplant. Geschikte combinaties zijn bijvoorbeeld sla, spinazie, radijs of veldsla. Deze gewassen hebben een korte groeicyclus en worden geoogst voordat de rabarber volledig ontwikkeld is. Hierdoor maken ze optimaal gebruik van de beschikbare ruimte zonder de rabarber te hinderen in zijn groei. Zodra de rabarber echter volledig op gang komt, met grote bladeren en sterke bladstelen, ontstaat er veel schaduw. Op dat moment is de ondergroei meestal niet meer productief en stopt de groei van lichtminnende groenten. Daarom is combinatieteelt bij rabarber vooral een tijdelijke oplossing in het vroege seizoen en minder geschikt als permanente combinatie. Goed plannen is hierbij belangrijk: door rekening te houden met de groeisnelheid van zowel rabarber als de tussenbeplanting kan de moestuin efficiënter worden benut zonder dat de opbrengst van de rabarber zelf wordt beïnvloed. Gerelateerde forumtopicsRabarber. Zijn rabarber bloemen eetbaar. Rabarber planten in pot en voeden. Rabarber wecken. Wat te doen met rabarber na de oogsttijd? Rabarber probleem. Rabarber scheuren en planten. Rabarber blijft dat eigenlijk nieuwe bladen maken. Rabarber verplanten. Rabarber rot weg. Rabarber met bollen zijn dit bloemknoppen? Rabarber. Kleine rabarber soort gezocht. Ouderwetse zweedse manier bewaren rabarber. Rabarber bemesten. Zaadjes rabarber oogsten. Rabarber schiet door.
-
Slakken
Had vandaag het buitje niet verwacht, gister water gegeven, en slakken korrels gestrooid. Maar ben vandaag blij dat ik de korrels heb gestrooid want vanwege de regen komen overal nu de slakken vandaan. Verschillende slakken gezien die de blauwe korrels aan het eten waren.
-
door de bomen het bos niet meer, meststof
Met Patrijs eens. Zelf gebruik ik als basis een universele oplosmest. En dan eigenlijk alleen patentkali zodra de bloemen en vruchten komen opzetten. Let op, groot verpakkingen zijn op lange termein veel goedkoper dan 1 kilo verpakkingen. b,v, 5x 1kilo verpakking kost soms het zelfde als 1x25 kilo (alleen heb je voor je geld dan nog eens 5x zoveel)
-
Aardbei bladluis of iets anders?
Dat zijn inderdaad bladluizen. Luizen zijn er in verschillende kleuren. Als je nog geen lieveheersbeestjes heb gezien, dan even inspuiten. Shot glaasje spiritus, en scheutje afwasmiddel op een liter water. Niet spuiten als de zon er op staat. 30minuten wachten, en daarna alles ruim afspoelen met water.
-
Wat heb je vandaag (of gisteren) in de tuin gedaan? 2022
Rupsen geplukt, stuk of 50 uit verschillende boompjes en struikjes. Luisjes geplet. Veel onkruid in potten, dus deze verwijderd. Slakken vliegles gegeven, met eindbestemming sloot. Hierna slakken korrels gestrooid. Heerlijk relax met de tuinslang watergeven.
-
Wat heb je net gegeten, of ga je nog eten (uit eigen tuin) 2022
Het eerste knoflookje van dit seizoen geoogst, ik was benieuwed hoe ver ze waren. De helft van de knoflook staat in potten waar straks half mei de pepers in moeten. Dat wordt komende weken dus die potten leeg eten. De andere helft kan wel blijven staan totdat ze afsterven.
-
Insecten: Foto's, verhalen en identificatie.
@Arja Blijkbaar helemaal niet vroeg dus. Ik zie ze liever niet dan wel, wordt altijd helemaal onrustig als ze om me heen vliegen. Waarschijnlijk omdat je het over franse veldwespen had, kwam die vandaag even bij me op bezoek om te laten zien dat die er ook zijn.
-
Japanse esdoorn takken sterfte
Sinds dat ik een paar jaar geleden een japanse esdoorn heb gekocht. Is het sinds het eerste jaar al raak met dat de tak punten afsterven. Na wat googlen denk ik dat dit misschien de ziekte Verticilium is. Maar het kan ook aan de standplaatst liggen. Volle zon, direct onder een druppelslang, en op een winderige plek. Van alle drie houd de japanse esdoorn niet van. Wie kan met zekerheid zeggen waar het door komt? Dit jaar is er wel heel erg veel van dood gegaan, en als het zo doorgaat. Dan gaat deze weg, want mooier wordt die er niet op. Op de afbeelding drukken om te vergroten.
-
Wat heb je vandaag (of gisteren) in de tuin gedaan? 2022
Oude fuchia's van vorige jaar zijn allemaal door taxuslarva opgegeten en dood gegaan. Ik wist dat het ging gebeuren, dus begin winter overal stekken van gemaakt. Zoals ik al eerder schreef, ben ik bij veel planten al naar onorganische substraat gegaan. Geen taxuslarva, en geen varenroumugjes meer. Zo zien ze er uit na 3maanden in het raam te hebben gestaan. Zijn mooi stekken geworden met genoeg wortels. Meteen opgepot, alleen even nachten kouder dan 5 graden in de gaten houden.
-
Zoete aardappel
Zoete aardappelZoete aardappels (Ipomoea batatas) hebben weinig gemeen met de gewone aardappel. Ze behoren tot de windefamilie (Convolvulaceae) en vormen zoete, zetmeelrijke knollen. Hoewel de oranje varianten het bekendst zijn, bestaan er ook rassen met witte, gele, roze of paarse knollen. Zoete aardappels zijn oorspronkelijk afkomstig uit tropische en subtropische gebieden en houden van warmte. Dankzij nieuwe, vroeg afrijpende rassen kunnen ze tegenwoordig ook in Nederland goed worden geteeld, zowel in de vollegrond als in een kas. Een warme zomer zorgt doorgaans voor een grotere opbrengst. Foto @jootje Foto @Jorieke123 Foto @Frans Soorten en rassenEr bestaan honderden rassen zoete aardappel die verschillen in kleur, smaak, vorm en groeiduur. De bekendste rassen hebben oranje vruchtvlees, maar er zijn ook soorten met wit, geel of paars vruchtvlees. Over het algemeen zijn rassen met oranje vruchtvlees zoeter en rijk aan bètacaroteen, terwijl witte en paarse rassen vaak een wat stevigere structuur hebben. Voor de teelt in Nederland zijn vooral vroeg afrijpende rassen geschikt. Enkele populaire rassen zijn: Ras Sterke eigenschappen Aandachtspunten Tainung 65 Zeer hoge opbrengst (2–3 kg per plant), grote knollen, betrouwbaar ras. Knollen worden vaak erg groot en wat onregelmatig van vorm, daardoor soms minder praktisch in gebruik. Witte van Ecohoeve Een mutatie van Tainung 65. Meer knollen per plant (langwerpig), wit vruchtvlees en witte schil worden gewaardeerd. Gemiddeld iets lichtere knollen dan Tainung 65. Beiden kunnen ze ongeveer 2-3 kilo knollen per plant geven. Radiosa Handzamere knollen, aantrekkelijk tweekleurig vruchtvlees, decoratief diep ingesneden blad. Lagere opbrengst dan Tainung 65, knollen zijn fors kleiner en dunner, maar bij een goed jaar zijn ze wel handzamer dan die enorme grote knollen. Kies bij voorkeur een ras dat geschikt is voor het Nederlandse klimaat, zeker wanneer je in de vollegrond teelt. Hier is nog een leuk topic met een handleiding over de zoete aardappel bataat. Zaaien en plantenIn tegenstelling tot veel andere groentegewassen worden zoete aardappelen meestal niet uit zaad geteeld. Nieuwe planten worden doorgaans opgekweekt uit een knol of uit stekken (ook wel slips genoemd) die van een knol afkomstig zijn. Beide methoden worden hieronder beschreven. Planten van knollenPlant zoete aardappels pas wanneer de grond voldoende is opgewarmd, vergelijkbaar met het plantmoment van gewone aardappelen. Maak verhoogde ruggen of bedden van ongeveer 30 cm hoog. Houd bij meerdere ruggen een afstand van ongeveer 75 cm aan. Verhoogde ruggen zorgen voor een luchtige, goed doorlatende bodem waarin de knollen zich gemakkelijk kunnen ontwikkelen. Plant de knollen 5 tot 8 cm diep en houd een plantafstand van 25 tot 30 cm aan. Vermeerderen via stekkenDe meest gebruikte methode is het nemen van stekken van jonge scheuten. Hiervoor worden vaak in het voorjaar binnenshuis knollen voor een zonnig raam of in een verwarmde kas opgekweekt. Neem gezonde, krachtige scheuten en knip deze met een scherpe snoeischaar af. Verwijder de onderste bladeren en kort de stekken in tot ongeveer 20 à 25 cm lengte. Zet ze in potten van circa 15 cm doorsnee en laat ze binnenshuis of in de kas wortelen. Een temperatuur rond de 25 °C is ideaal. De stekken kunnen ook rechtstreeks in de vollegrond worden geplant door ongeveer de helft van de stengel in de grond te steken. Het opkweken van zoete aardappels door middel van zaad is niet aan te raden en behandelen we derhalve niet. Zie ook het bericht en de onderstaande foto's van @Frans voor een mooi voorbeeld van het stekken van zoete aardappelen. Tip StandplaatsZoete aardappels hebben een zonnige, warme en beschutte standplaats nodig. De planten vormen lange kruipende stengels die onder gunstige omstandigheden meer dan 3 meter lang kunnen worden. Voor een goede groei en knolvorming moet de bodem: vruchtbaar zijn; goed waterdoorlatend zijn; voldoende organische stof bevatten; een #pH hebben tussen 5,5 en 6,5. Een kas of tunnel biedt de beste omstandigheden voor een hoge opbrengst, maar diverse moderne rassen kunnen ook in de vollegrond een goede oogst geven. De optimale groeitemperatuur ligt tussen 24 en 26 °C. Bij temperaturen onder 10 °C stagneert de groei en kan schade optreden. Groeiwijze van zoete aardappelenZoete aardappelen nemen in de tuin vrij veel ruimte in beslag, omdat ze niet omhoog groeien maar juist lange, kruipende ranken vormen die zich gemakkelijk over de grond verspreiden. Eén plant kan in het groeiseizoen al snel meerdere meters ruimte innemen, waardoor ze andere gewassen kunnen overwoekeren als je niet oplet. Ze houden van een zonnige, warme plek waar ze rustig kunnen uitgroeien en goed hun energie kunnen steken in de knolvorming. Teelt op de grondJe kunt zoete aardappelen los over de grond laten groeien, wat de meest natuurlijke manier is en vaak ook een goede opbrengst geeft, al vraagt het wel veel ruimte in de tuin. De ranken spreiden zich hierbij vrij uit en bedekken al snel een groot oppervlak. Teelt langs rek of hekHet is ook mogelijk om de ranken langs een hek of rek te leiden om ruimte te besparen, maar in de praktijk blijven ze vooral horizontaal groeien en zakken ze vaak weer naar beneden. Daarom werkt een open, zonnig stuk grond in de meeste Nederlandse tuinen meestal het meest praktisch. Foto @Frans Teelt op de grond. Foto @Rookie VerzorgingGeef tijdens droge perioden regelmatig water, vooral tijdens de vorming van de knollen. Houd het gewas onkruidvrij en zorg voor voldoende voeding. Zoete aardappels kunnen zich sterk uitbreiden. Houd de planten compact door lange scheuten eventueel terug te knippen of langs een rek te leiden. Verwijder groeipunten van scheuten die langer worden dan ongeveer 60 cm wanneer de planten te veel ruimte innemen. BemestingWerk voor het planten ruim compost of goed verteerde stalmest door de grond. Geef tijdens het groeiseizoen eventueel iedere twee tot drie weken een algemene organische meststof. Je kunt ook patentkali gebruiken. Dien dan 40 tot 60 gram patentkali per m² toe (oftewel 4 tot 6 kg per 100 m²). Deze gift geef je eenmalig. Strooi de patentkali gelijkmatig over de grond en hark deze vervolgens licht in. Een tweede gift patentkali is tijdens het groeiseizoen niet nodig. Pas op! Let op met stikstofrijke bemesting: te veel stikstof stimuleert bladgroei ten koste van de knolvorming. OogstenDe jonge bladeren van de zoete aardappel zijn eetbaar en kunnen worden bereid zoals spinazie. Oogst de knollen wanneer het blad begint te vergelen, maar vóór de eerste nachtvorst. Rooi de knollen voorzichtig uit de grond, vergelijkbaar met het oogsten van gewone aardappelen. Laat beschadigingen zoveel mogelijk achterwege, omdat de knollen daardoor minder lang bewaard kunnen worden. Na het oogsten kunnen de knollen één tot twee weken worden nagehard op een warme plek (circa 25-30 °C). Hierdoor ontwikkelen ze meer smaak en zijn ze beter houdbaar. Tip Controleer tijdens het oogsten de knollen op beschadigingen. Beschadigde knollen zijn minder lang houdbaar en kunnen beter als eerste worden gegeten. Gezonde knollen kunnen, mits droog en vorstvrij bewaard, meerdere maanden worden opgeslagen. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Stekken opkweken (slips) Februari – april Planten (direct buiten) Mei – juni (na de laatste vorst, bij voldoende warme grond) Uitplanten Mei – juni Plantafstand 25 - 30 cm Tussen rijen 75 cm Oogsten September - oktober (vóór de eerste vorst) Standplaats Volle zon, warm en beschut Bodem Luchtige, losse, goed doorlatende, humusrijke grond pH 5,5 - 6,5 Optimale temperatuur 24 - 26 °C Teeltduur 90 - 140 dagen (afhankelijk van ras) Hoogte ruggen ± 30 cm Planthoogte 20 – 40 cm Groeiwijze Kruipende plant met lange ranken van 1 – 3 meter Knolvorming Vormt verdikte opslagwortels onder de grond Oogstwijze Rooien vóór de eerste vorst wanneer het loof begint te vergelen Waterbehoefte Gemiddeld; regelmatig water tijdens groei, minder richting oogst Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor kou en vorst Bijzonderheden Zoete aardappel (Ipomoea batatas) wordt meestal geteeld uit stekken (slips) in plaats van uit knollen. Een warme zomer, zwarte mulchfolie of kas verhoogt de opbrengst aanzienlijk in het Nederlandse klimaat. Ziekten en plagenZoete aardappels hebben in Nederland relatief weinig last van ziekten en plagen in vergelijking met gewone aardappelen. Doordat ze niet tot dezelfde plantenfamilie behoren, zijn ze bijvoorbeeld niet gevoelig voor aardappelziekte (Phytophthora infestans). Mogelijke problemen zijn: Slakken Vooral jonge planten kunnen worden aangevreten. Woelmuizen Kunnen schade veroorzaken aan de knollen onder de grond. Bladluizen Kunnen zich ophopen op jonge scheuten en plantensappen opzuigen. Spint Komt vooral voor in warme, droge omstandigheden in de kas. Wortel- en stengelrot Ontstaat meestal door een te natte bodem of slechte drainage. Om problemen te voorkomen is het belangrijk de planten op een zonnige plek in goed doorlatende grond te zetten en overmatige watergift te vermijden. Een ruime vruchtwisseling van minimaal drie jaar helpt bovendien om bodemgebonden ziekten te voorkomen. Foto @Jorieke123 Wraatschade door engerlingen. Gerelateerde forumtopicshttps://www.moestuinforum.nl/topic/624-ervaringen-zoete-aardappel-bataat/ https://www.moestuinforum.nl/topic/23985-zoete-aardappel-in-kas-of-in-zak/ https://www.moestuinforum.nl/topic/57883-zoete-aardappelen-2026/ https://www.moestuinforum.nl/topic/52986-zoete-aardappelen-2025/
-
Wortel
Wortels (Daucus carota) zijn er in diverse soorten: langwerpig, rond, vroeg, laat en in diverse kleuren. Een leuk weetje is dat wortels niet altijd oranje zijn geweest. Pas in de 16 eeuw zijn Nederlandse telers de oranje variant gaan verbeteren en promoten voor het koninklijke huis. Een wortel staat ook wel bekend onder de naam: peen. Zaaien van wortelenHet zaaien van wortelen kan vanaf februari tot begin augustus. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1-1,5 cm diepte. Zaai wortelen direct in de volle grond, ze laten zich slecht verplanten. Zaai dun op ongeveer 2,5 cm van elkaar. Wanneer de zaailingen verschijnen dun je uit op 3-5 cm tussen de zaailingen: dit geeft gemiddeld grote wortelen. Trek de plantjes niet uit maar knijp of knip ze af boven de grond. Uitdunnen of zaaien met een grotere tussenruimte geeft grotere wortelen (max 10 cm tussen de plantjes). Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. De afstand tussen de rijen bedraagt bij zomerwortelen 12-15 cm en bij winterwortelen 25 cm. Wil men eerder zaaien of is het nog te koud, zaai dan vanaf januari wortelen in de koude kas of onder bedekking van fleeche of plastic. Verwijder de bedekking na enkele weken maar dek opnieuw af als de temperatuur daalt. Tip Uitdunnen : knijp of knip de bladeren af in plaats van de plantjes in zijn geheel uit de grond te trekken. Dit beperkt de wortelgeur die de wortelvlieg aantrekt. Bemesting van wortelenWerk een lichte bemesting compost of verteerde mest in de grond. Doe dit bij voorkeur in de herfst. Wortelen hebben weinig stikstof nodig. Wortelen groeien het beste in een mulche van compost. Geef in het voorjaar nog wat patentkali. Let op met stikstofEen teveel aan stikstof (Nitrogen), bijvoorbeeld door stikstofrijke meststoffen of verse, niet-gecomposteerde mest, zorgt ervoor dat de plant vooral energie steekt in het produceren van weelderig, groen loof. Ondertussen blijft de wortelontwikkeling achter. Het resultaat kan zijn: Kleine of misvormde wortels. Korte of “stompe” wortels. Vertakte of “harige” wortels. Oorzaken van misvormde wortelenNiet alleen bemesting speelt een rol. Ook de bodemstructuur en teeltomstandigheden zijn belangrijk: 1. Verdichte grond of stenen. Als een penwortel een harde kluit, steen of compacte kleilaag tegenkomt, zal hij zich splitsen of kronkelen om eromheen te groeien. 2. Verse mest. Onverteerde organische mest stimuleert niet alleen overmatige stikstofvrijgave, maar kan ook direct wortelvervorming veroorzaken. 3. Te dicht zaaien. Wanneer wortelen niet worden uitgedund, concurreren ze om ruimte. Dit kan leiden tot vervormde of in elkaar verstrengelde wortels. OogstenOogst de wortelen wanneer ze groot genoeg zijn, trek dus af en toe een wortel uit om te controleren hoe groot de wortels zijn. Voor vroege rassen is dat 7 – 9 weken na het zaaien, voor latere rassen 10-12 weken. (Winter)wortelen moeten voor de eerste vorst geoogst worden. Zaai elke twee weken voor een continue oogst. Tip Zaai op rijen en oogst een hele rij per keer, door deze oogstmethode kan je voorkomen dat de wortelvlieg de wortelen aantast. Lees meer op de wiki: wortelvlieg Foto door svklimkin Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Niet gebruikelijk Zaaien (direct buiten) Maart - juli Uitplanten Niet van toepassing Plantafstand 3 - 5 cm (na uitdunnen) Tussen rijen 20 - 30 cm Oogsten Juni - november Standplaats Volle zon Bodem Diepe, losse, steenarme, humusrijke grond pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 70 - 140 dagen (afhankelijk van ras) Planthoogte 30 - 50 cm (blad) Wortelvorming Vormt lange penwortel of korte, dikke wortel afhankelijk van ras Uitdunnen Noodzakelijk voor rechte, goed ontwikkelde wortels Oogstwijze Oogsten zodra gewenste worteldikte is bereikt Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vocht voorkomt scheuren en misvormingen Winterhardheid Goed winterhard; kan in de grond overwinteren Bijzonderheden Wortels groeien het best in losse grond zonder stenen; verdichting of obstakels zorgen voor vertakte of misvormde wortels.
-
Witlof
Witlof kan vanaf mei gezaaid worden om in oktober de wortels te rooien of te forceren. Er zijn voor het verkrijgen van de bekende gebleekte stronkjes twee methoden: met dekgrond (in de grond) of zonder dekgrond (bijvoorbeeld in kelder). Zaaien van witlofWitlof zaait men ter plaatse rond mei op een losse, goed en diep bewerkte bodem met een fijne structuur. Zaai om de 3-4 cm een zaadje op 1-3 cm diepte. De afstand tussen de rijen bedraagt 30-35 cm. Nadat de zaailingen enkele weken boven de grond staan (4-6 weken na het zaaien) en zeker niet meer dan 4-5 blaadjes hebben start men met uitdunnen. Dun uit tot 10-14 tot zelfs 20 cm tussen de plantjes. Verplanten van de zaailingen kan maar loopt vaak uit tot een mislukking. Wil je dit toch proberen, zaai dan bij voorkeur op een zaaibed zodat men na 6-8 weken na het zaaien de jonge witlofzaailingen op de afstand zoals hierboven beschreven is kan verplanten. Kort eventueel de bladeren wat in om er voor te zorgen dat de plantjes goed aanslaan. Gebruikt men het uitdunsel van de op rijen gezaaide witlof dan dunt men uit zoals hierboven beschreven maar kiest er dan voor om ongeveer 6 cm tussen de plantjes aan te houden en dan nog 2-3 weken te wachten om uiteindelijk het middelste plantje te verplanten. Zo ontstaat een plantafstand van 12 cm tussen de rijen en heeft de verplante zaailing een betere kans van slagen. VerzorgingZorg er voor dat de eerste weken na zaaien onkruid niet de overhand kan krijgen. Daarna alelen water geven op warme dagen om te voorkomen dat de grond niet uitdroogt. Bemesting van witlofOm goede wortels te bekomen is een trage groei gewenst. Wij raden derhalve aan om witlof niet te bemesten maar te laten profiteren van de mest die vorig seizoen is achter gelaten door andere gewassen. Voeg geen compost toe omdat dit, afhankelijk van de samenstelling, een te hoog gehalte aan stikstof kan hebben. Te veel stikstof is negatief voor de groei van witlof (te veel blad en minder kwalitatieve wortel). Wat er mis kan gaanEen deel van de problemen die kunnen ontstaan zijn hierboven al besproken. Verder moet men ten alle tijden alert zijn op rotting van de wortels, zowel tijdens de teelt als tijdens het inkuilen met of zonder dekgrond. Resumerend hebben losse kroppen een aantal oorzaken: onvoldoende gerijpte wortels, te hoog afgesneden loof, zware (stikstof) bemesting, te nat of juist te droog opgekweekt en een bacterie of schimmel die de kracht van de wortel laat afnemen. Oogsten van de wortelsHet is van belang dat de wortels volgroeid zijn. Dit zal omstreeks Oktober – November zijn. Haal de wortels met een riek of spitvork uit de grond en laat ze nog een aantal dagen op het land liggen. Bekijk de zaadverpakking goed omdat er steeds vaker rassen zijn waarbij het narijpen minder van belang is. Leg de wortels bij voorkeur onder een afdak zodat ze niet nat kunnen regenen en daardoor gaan rotten. Snijdt nu de bladeren op ongeveer 2,5 cm van de wortel af (het hart dient in tact te blijven: donkergroene stip in het midden). Hieruit ontstaat de nieuwe krop. Als je de bladeren te hoog afsnijd ontwikkeld er zich een losse krop. Bewaar de wortels in de schuur op een droge plaats bij een temperatuur van 0-5 graden. Lucht regelmatig om rotting en schimmels te voorkomen. Zonder dekgrondDe meest makkelijke manier om witlof te telen. Zie ook dit bericht op het forum. Deze methode kan zowel toegepast worden in emmers als in kisten, potten, etc. Zet de geoogste wortels (zie hieronder) naast elkaar op een laagje zand in de bak. Vul de ruimte tussen de wortels weer op met zand en zorg er voor dat het zand vochtig wordt / is. Door de emmer eerst enkele dagen op een koele plek te zetten behaalt men het beste resultaat. Zet de emmer daarna bij een temperatuur van 15 graden zodat de wortels uitlopen en er zich witlofkroppen vormen. Het spreekt voor zich dat de wortels / witlof ten alle tijden in het donker moeten staan. Met dekgrondLaat de wortels in de grond zitten en snijdt het loof 2,5 cm boven de grond af. Bedek de stompen met losse en luchtige grond tot zo’n 15 cm boven de grond. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) April - juni Zaaien (direct buiten) April - juni Uitplanten Mei - juni Plantafstand 3 - 4 cm Tussen rijen 30 - 35 cm Oogsten (wortel) Oktober – november Oogsten (witlofstronk) November - maart (trekfase) Standplaats Volle zon Bodem Diepe, luchtige, humusrijke en goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 12 - 20 °C (wortelteelt), 10 – 18 °C (trekfase) Teeltduur 120 - 200 dagen (incl. trekfase) Planthoogte 30 - 60 cm (bladfase) Wortelvorming Vormt lange penwortel (cichoreiwortel) voor forcing Trekfase Wortels worden in het donker “getrokken” tot witte kroppen Oogstwijze Eerst wortels rooien, daarna in het donker witlof laten groeien Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatig vocht bevordert rechte wortels Winterhardheid Goed winterhard (wortels kunnen in grond overwinteren) Bijzonderheden Witlof wordt in twee fasen geteeld: eerst wortelteelt in de volle grond, daarna het “trekken” van de kroppen in het donker voor bleke, compacte witlofkroppen.
-
Winterui
Winteruien worden in de nazomer gezaaid of geplant. De oogst van dit gewas valt vanaf maart als zeer jonge busselui en half juni in het daarop volgend jaar. Winteruien zijn slecht te bewaren en voornamelijk geschikt voor vers gebruik. Gebruik speciale rassen (radar is het bekenste en meest gebruikte winterras). Zaaien winteruiDe beste zaaitijd valt omstreeks 15 en 25 augustus. De planten moeten voor het invallen van de winter drie echte bladeren hebben gevormd. Zaai direct in de volle grond. Planten winteruiPlantuitjes hebben de voorkeur. De beste planttijd voor winterplantuien is vanaf half september tot half november. Planten in september verkrijgt de voorkeur. Bescherm de plantjes bij hele strenge vorst. Het is ook mogelijk om vanaf oktober tot begin januari onder glas te planten. Het planten gaat als normale plantuien: de topjes net boven de grond. Plantafstand 10 cm tussen de planten en 15-25 cm tussen de rijen. Zie ook uien. Standplaats en problemenGedurende de overwinteringsperiode kunnen veel planten wegvallen. Dit kan worden veroorzaakt door bevriezen, maar ook door wateroverlast en dichtslempen van de grond. Zorg dus voor een goed waterdoorlaatbare bodem en bescherm de uien bij strenge vorst met materiaal zoals stro, hooi of fleechedoek. Uien gezaaid in de late zomer / herfst zijn gevoelig voor doorschieten (het vormen van een bloemstengel ). Uien zijn namelijk tweejarig en vormen pas zaad in het volgende seizoen. Een periode van kou triggert de aanmaak van bloemstengels. Wie wel eens winterprei heeft staan kent dit fenomeen. Uien worden echter alleen getriggerd om een bloemstengel aan te maken als ze groot genoeg zijn. Zoals beschreven in dit artikel is de zaaiperiode van eind augustus ideaal, de planten zijn groot genoeg om te overwinteren maar te klein om al een bloemstengel te vormen. Zie verder: Overzicht ziekte, plagen en gebreken bij alliums (ui, prei, knoflook, etc) Rooien van winteruienHet rooien van winteruien is een belangrijk onderdeel van de teelt en oogst, waarbij het juiste moment bepalen het verschil kan maken tussen een goede oogst en een teleurstelling. Over het algemeen wordt aanbevolen om te wachten met rooien totdat de uien volledig rijp zijn, wat te herkennen is aan verwelkte en afstervende bladeren en stevige, volle uikoppen; de bovenste bladeren worden geel en dor, terwijl de onderste al droog zijn. De ideale periode om te oogsten ligt meestal tussen eind juni en begin juli, afhankelijk van de variëteit en de groeiomstandigheden. In sommige gevallen kunnen de stengels echter knakken of beschadigd raken door storm, zware regen of mechanische schade, waardoor het verstandig kan zijn om de uien toch te rooien om rot of verlies van kwaliteit te voorkomen. Daarnaast kan eerder rooien ook nodig zijn wanneer de uien direct gebruikt moeten worden of wanneer de voorraad op dreigt te raken, waardoor niet altijd wordt gewacht op volledige afrijping. Ook spelen weersomstandigheden een belangrijke rol, omdat rooien bij droog weer de voorkeur heeft; natte grond kan zorgen voor vervuiling, beschadiging en slechtere bewaring. Soms wordt het loof al vóór het rooien geknakt of platgelegd om de afrijping te versnellen en het drogen van de hals te verbeteren. Bij het rooien zelf wordt de ui voorzichtig uit de grond getrokken met een hooivork of ui-rooier, waarbij het belangrijk is de uien niet te beschadigen omdat beschadigingen de bewaring bemoeilijken en de kans op schimmel of rot vergroten. Na het rooien is het belangrijk dat de uien niet te lang op het land blijven liggen, vooral niet bij vocht of fel zonlicht, omdat dit de kwaliteit kan aantasten; ze worden daarom zo snel mogelijk naar een droge, goed geventileerde plek gebracht om verder te drogen en uit te harden voor bewaring. Het drogen (uitharden) na het rooienNa het rooien worden winteruien op een droge, goed geventileerde plek gelegd om te drogen; dit drogen is essentieel om de uien te laten uitharden en schimmelvorming te voorkomen. Dit proces, ook wel “uitharden” of “curing” genoemd, is een belangrijke stap om de houdbaarheid te maximaliseren. Bij goed weer kunnen de uien direct na het rooien in dunne lagen op het veld blijven liggen, zodat ze alvast kunnen nadrogen door zon en wind. Wanneer het weer wisselvallig is, worden ze verplaatst naar een beschutte maar goed geventileerde ruimte zoals een schuur, loods of afgedekte open opslag. Belangrijk is dat er voldoende luchtcirculatie is rondom de uien: ze mogen niet in dikke hopen liggen, maar los verspreid of in open kisten, zodat alle kanten goed kunnen drogen. Tijdens het droogproces moeten de uien beschermd blijven tegen regen en vocht, omdat dit snel kan leiden tot schimmel en kwaliteitsverlies. Het drogen duurt meestal één tot drie weken, afhankelijk van temperatuur, luchtvochtigheid en ventilatie. Je herkent goed gedroogde uien aan een droge, papierachtige buitenhuid en een stevig, ingedroogd halsgedeelte, waarbij het loof volledig is uitgedroogd en gemakkelijk loslaat. Zodra dit stadium is bereikt, kunnen de uien worden gesorteerd en opgeslagen in een koele, droge en donkere ruimte voor langdurige bewaring. BemestingVer van te voren bemesten zoals te lezen op de uien pagina. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - maart Zaaien (direct buiten) Augustus - september Uitplanten September - oktober (indien voorgezaaid) Plantafstand 8 - 12 cm Tussen rijen 25 - 30 cm Oogsten Mei - juli Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, goed doorlatende, humusrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 5 – 15 °C (sterk koudebestendig in jonge fase) Teeltduur 200 - 300 dagen Planthoogte 30 - 60 cm Bolvorming Vormt vroege of middelgrote bollen na overwintering Oogstwijze Oogsten in het voorjaar/zomer zodra bollen voldoende ontwikkeld zijn Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatige vochtigheid in herfst en voorjaar Winterhardheid Zeer goed winterhard; speciaal geschikt voor overwintering in volle grond Bijzonderheden Winteruien worden in de nazomer gezaaid en overwinteren als jonge planten; ze leveren een zeer vroege oogst in het voorjaar.
-
Uien
Uien (Allium Cepa) zijn relatief makkelijk te telen en vragen weinig aandacht. Zaaien van uienZaaien van uien vergt wat ervaring en experimenteren. Om grote uien te krijgen zaai je in Januari/februari onder glas of binnenshuis bij een temperatuur van 10-16 graden. Vul potjes een zaaibakje met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond en bedek de zaden licht met zaaigrond zodat ze net niet meer zichtbaar zijn. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar. Als je gebruik maakt van kleine potjes of modulen zaai je 5-6 zaden per module. Zet de zaaibakjes na opkomst op een koele en lichte plaats. Plant de zaailingen uit als ze 15 cm hoog zijn als het weer dat toelaat. De plantafsand tussen de plantjes is zo’n 10 cm of 25 cm tussen de modulen. Hard de plantjes goed af (wiki: afharden) omdat anders door de schok bij uitplanten de uien sneller doorschieten. Vanaf maart tot april kun je direct in de volle grond zaaien (oogst in augustus / september). Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1-1,5 cm diepte en leg elke 2 cm een zaadje. De afstand tussen de zaaigeulen bedraagt ongeveer 25 cm. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat deze contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. Uien van 7 cm vinden wij zelf een mooi formaat (reguliere plantafstand van 10 cm). Dun de plantjes na opkomst uit op 10 cm tussen de uien, de uitgedunde plantjes kunnen gegeten worden als bosui. Andere mogelijkheden zijn -na uitdunnen van de ontkiemde zaden- 4 cm voor gemiddeld grote uien en 5-12 cm voor grote uien. Dichter op elkaar planten zorgt bijna altijd voor kleinere uien. Bemesten van uienUien verdragen geen verse bemesting en ook halfverteerd kan dit tot problemen leiden. Hierdoor werk je voor ui gevaarlijke schimmels en de uienvlieg (wiki: uienvlieg) aan. Werk bij voorkeur in de herfst / najaar veel stalmest onder. Geef een bemesting met een hoog kalium gehalte zoals houtasse of patentkali. Uien hebben weinig stikstof nodig omdat ze anders meer blad en minder ui vormen. Geef tijdens de teelt geen mest meer! Verzorging van uienOnkruid wieden is noodzakelijk, zie hieronder bij uien en daglicht. Uien wortelen oppervlakkig, wees dus voorzichtig met schoffelen en harken. Gieten of sproeien van water is af te raden. Winteruien plantenZie winteruien planten. Uien en daglichtHoe meer ruimte uien hebben om te groeien hoe meer voedingstoffen en water ze op kunnen nemen. Maar dat is niet de enige sleutel tot succes. Uien dicht op elkaar geplant, op een schaduwrijke plek of omgeven met onkruid ontvangen minder licht. Uien zijn gevoelig voor licht: bij een tekort aan licht gaat de ui zich meer richten op het afronden van de groei (en de vorming van de bloemstengel). Daardoor wordt de ontwikkeling van de groei van de ui zelf afgeremd en wordt deze niet zo groot. Uien geplant op een schaduwrijke plaats of met veel onkruid blijven kleiner. Uien groeien voornamelijk op de langste dagen, dat is ook de reden dat in het voorjaar en de winter niet groeien. Het aantal bladeren en de grote van de bladeren zijn ook belangrijk voor de groei, daarom zaai je het liefst in januari binnen voor. Planten van uienPlantuien worden vanaf eind februari en voornamelijk in maart geplant. De oogst valt in juli / augustus. Het puntje moet net boven de grond uitkomen. Druk het plantuitje gewoon de grond in. Uien van 7 cm vinden wij zelf een mooi formaat, de plantafstand tussen de uitjes bedraagt dan ongeveer 10 cm. Andere mogelijkheden zijn 4 cm voor gemiddeld grote uien en 5-12 cm voor grote uien. Dichter op elkaar planten zorgt bijna altijd voor kleinere uien. De afstand tussen de rijen bedraagt 25 cm. Om zelf plantuitjes te kweken kijk je op wiki: Plantuitjes kweken Oogsten van uienWacht voor bewaaruien tot de bladeren van nature zijn afgestorven. Plantuien kunnen eerder geoogst worden dan zaaiuien, zie bij zaaien. Het met de hand platdrukken is niet aan te raden. Voor de bewaarbaarheid is het beter om te oogsten als het loof gevallen is en het voor 50/80 % (2/3e) aan het afsterven is. Vroeger oogsten geeft opbrengstverlies doordat de uien nog groeien nadat het loof gaat liggen en afsterven. Laat ze nog zo’n tien dagen drogen in de zon. De huid en de bladeren moeten geheel droog zijn voor de uien bewaard kunnen worden. Bewaar bij een temperatuur van 0-7 graden en een luchtvochtigheid onder de 40% Eerder oogsten is alleen aan te raden bij vers gebruik of bij een schimmelaantasting. Oogst voor vers gebruik is niet gebonden aan een periode. Daarnaast kunnen de groene bladeren van jonge plantjes en uitdunsel gebruik worden als bosui. Doorgeschoten uien zijn niet te bewaren en kunnen in een vroeg stadia wel vers gebruikt worden. Ziekten en plagenZie Overzicht ziekten, plagen en gebreken bij aliums (ui, prei, knoflook, etc). Zaaien of planten?We raden aan om pootuitjes te gebruiken in plaats uien te zaaien. Zaad is goedkoop, er is meer keus in soorten en de uitgedunde plantjes kunnen in salade verwerkt worden. Nadelen van zaaien zijn een moeilijke opkweek door een traag en kwetsbaar kiemstadium. Daarnaast hebben uien een lang groeiseizoen nodig om mooie uien te ontwikkelen. Plantuitjes daarentegen hebben een voorsprong. Ze zijn makkelijk te planten en de plantafstand is goed en efficiënt in te delen. Nadelen zijn de beperkte keus aan soorten, de prijs tov een zakje zaad en de gevoeligheid voor doorschieten. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Januari - april Zaaien (direct buiten) Maart Uitplanten April – mei (indien voorgezaaid) Plantafstand 5 – 15 cm Tussen rijen 25 - 30 cm Oogsten Juni - september Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, goed doorlatende, matig voedselrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 120 - 170 dagen Planthoogte 30 - 60 cm Bolvorming Vormt een enkele grote bol onder de grond Oogstwijze Oogsten wanneer loof omvalt en vergeelt Waterbehoefte Gemiddeld; minder water richting oogst voor betere bewaring Winterhardheid Matig winterhard; jonge planten kunnen lichte vorst verdragen Bijzonderheden Uien zijn gevoelig voor concurrentie van onkruid; een goede start en regelmatig wieden is belangrijk voor een goede bolvorming.
-
Stengelui
De smaak en vorm van stengelui (Allium fistulosum) zit tussen bosui, normale uien en prei in. Het groene blad is pijpvormig en hol zoals bij ajuin, het witte gedeelte vormt geen tot weinig bol (in tegenstelling tot bosui) en lijkt op de schacht van prei. Daarnaast is stengelui goed winterhard. Zaaien en planten van stengeluiTer plaatse zaaien heeft de voorkeur maar net als prei kan stengelui prima voorgezaaid en verplant worden. Met een beetje plannen oogst je heel het jaar stengelui. Zaai in februari in potjes of modulen binnenshuis of onder glas voor. Bij gunstig weer kan men het ook meteen in de volle grond proberen (lees verder). Plant de zaailingen uit in april / mei zoals bij prei. Zaai in April direct in de volle grond op rijen van 30 cm, dun na ontkiemen uit tot 5 à 8 cm. Zaai in augustus tot oktober in ruien en dun uit tot 5 à 8 cm. Plantafstand bedraagt 30 cm. Stengelui kan behoorlijk wat vorst verdragen en kiemt bij lage temperaturen. Kortom stengel ui kan vanaf het vroege voorjaar tot begin van de winter gezaaid worden. Bemesten en standplaatsBemest stengelui door een matige hoeveelheid compost onder te werken. Stengelui mag aangeaard worden om lange witte schachten te krijgen. Oogsten van stengeluiOogst naar behoefte. Oogst eerst de plantjes die te dicht op elkaar staan. De gehele plant kan verwerkt worden in zowel koude als warme gerechten (als prei). Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - juni Zaaien (direct buiten) Maart - juli Uitplanten April – juli (indien voorgezaaid) Plantafstand 5 - 8 cm Tussen rijen 3 cm Oogsten Hele jaar door Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Luchtige, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 22 °C Teeltduur 60 - 100 dagen Planthoogte 30 - 70 cm Bolvorming Vormt geen echte bol; lange witte schacht met groen loof Oogstwijze Oogsten wanneer stengel voldoende dik is; kan jong of wat groter geoogst worden Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid geeft malse stengels Winterhardheid Matig winterhard; kan milde kou verdragen Bijzonderheden Stengelui wordt geteeld voor de lange witte schacht en milde uiensmaak; groeit snel en is geschikt voor opeenvolgende zaai voor continue oogst. Gerelateerde forumtopics- Stengelui. - stengelui in de winter - Stengelui gebruiken zoals gewone uien?. - Stengelui of prei?
-
Sjalot
Sjalot (Allium ascalonicum) lijken veel op een kleine ui. Sjalot ontwikkelt meerdere klisters / bolletjes per plant. Ze hebben een specifieke eigen zoete smaak licht knoflook achtig. De moeite waard om eens te proberen. De teelt is verder hetzelfde als uien, en daarom hieronder beknopt weergegeven: een uitgebreide handleiding is te vinden bij de uien. Sjalot zaaien en plantenWe onderscheiden twee hoofdrassen: bruine en gele plantsjalotten. Bruine plantsjalotjes plant je omstreeks februari - gele sjalot wordt het meest verkocht en plant je omstreeks april. Gebruik je plantsjalotjes dan plant je ze net zoals uien: de topjes net zichtbaar. De plantafstand bedraagt 10-18 cm (afhankelijk van de grote) tussen de uitjes en 30 cm tussen de rijen. Net als bij uien is zaaien voor de wat gevorderde moestuinier. Zaai de zaden omstreeks maart-april op 30 cm tussen de rijen en 2cm tussen de zaadjes op een diepte van 2,5 cm. Het zaad is zeer fijn dus zorg er voor dat de grond fijn bewerkt is. Dun later uit naar 10-15 cm wanneer de zaailingen boven de grond staan. Teel sjalot op een open en zonnige locatie met een goed waterdoorlatebare grond. Eigen sjalotjes opnieuw plantenWaar de teelt van normale plantuien wat zorg vraagt (teelt van plantuitjes) kun je na een goed gelukte sjalotteelt de beste uitjes het volgend jaar opnieuw uitplanten. Kies bij voorkeur voor kleine sjalotjes. Let er goed op dat de uitjes vrij van ziektes zijn. Bemesting en verzorgingDe bemesting van sjalotten is dezelfde als bij uien. Zorg voor een onkruidvrij bed. Geef alleen water als het zeer droog is. Oogsten van sjalotOogst sjalot voor vers gebruik naar behoefte, het groene blad kan ook gegeten worden. Om de sjalot te bewaren oogst ge sjalotten net als uien: wanneer het loof 2/3 verdord is. De oogst valt dan in juli - augustus tot oktober voor zaaisjalot. Hang ze enkele weken te drogen: wanneer de huid en het blad goed droog zijn haal je het blad. Bewaar net als uien op een droge en koele plaats bij een temperatuur van 0-7 graden en een luchtvochtigheid onder de 40% graden. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Planten (binnenshuis) Niet van toepassing Planten (direct buiten) Maart - april (voorjaar) of oktober - november (herfstplant) Uitplanten Niet van toepassing (wordt geplant als bolletjes) Plantafstand 10 - 18 cm Tussen rijen 30 cm Oogsten Juli - oktober Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, goed doorlatende, matig voedselrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 90 - 150 dagen Planthoogte 30 - 50 cm Bolvorming Vormt meerdere kleine bollen per plant Oogstwijze Oogsten wanneer loof vergeelt en omvalt Waterbehoefte Gemiddeld; minder water richting oogst voor betere bewaring Winterhardheid Goed winterhard (vooral herfstplanting) Bijzonderheden Sjalot heeft een fijnere smaak dan ui en wordt vaak vermeerderd via pootgoed in plaats van zaad voor een betrouwbaardere oogst.
-
Schorseneren
Schorseneer (Scorzonera hispanica) zijn lange dunne wortels met een bruine schil. De smaak van het bleekcrème vruchtvlees is heerlijk en herinnert aan artisjok en asperge. Ook wordt de smaak wel eens vergeleken met oesters. Schorseneren worden daarom ook wel armeluisasperges genoemd. Maar ze hebben nog meer namen zoals zwarte wortel, keukenmeidenverdriet, winterstaaf of winterasperge. Schorseneer zaaienSchorseneren worden rond April-Mei gezaaid. Net als wortel en pastinaak worden schorseneren ter plekke gezaaid. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1,5-2,5 cm diepte en leg elke 2-4 cm een zaadje. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. De afstand tussen de zaaigeulen bedraagt ongeveer 20-30 cm. Hoe dichter je zaait hoe kleiner de pastinaakwortels blijven. Dun plantjes die te dicht op elkaar zijn gezaaid uit tot 8-20 cm per plantje (hoe dichter op elkaar hoe kleiner, wij geven de voorkeur aan 12-15 cm). Knijp de bladeren af boven de grond zodat je de sterkste plantjes kunt selecteren. Kweek schorseneer op een open plek, in lichte en vruchtbare grond. Zorg voor een losse grond (30 cm diep) door te spitten of te frezen, dit voorkomt het splitsen van de penwortels (wiki: splitsen van wortelen). Een ph waarden van 5,5 is ideaal, een lage ph veroorzaakt vertakte wortels met ruwe schors. VerzorgingOnkruid vrij houden, uitdunnen en jonge zaailingen water geven. Wat er mis kan gaan- Meeldauw (echte) Bemesten SchorseneerWerk een bemesting van compost of verteerde mest onder. Doe dit bij voorkeur in de herfst. Schorseneer heeft weinig stikstof nodig. Geef in het voorjaar nog wat patentkali om aan de kalium behoefte te voldoen. Oogsten SchorseneerSchorseneer kan geoogst worden naar behoefte, de wortels zijn in de grond beschermd tot de vorst. Oogt ze wel voor het begin voor het voorjaar omdat ze anders in het zaad schieten waardoor de wortel oneetbaar wordt. Schorseneer vormen zeer lange penwortels (+30 cm). Het oogsten wordt hierdoor bemoeilijkt. Soms is het nodig om een diepe gleuf naast de rij te creëren om de wortels in zijn geheel te kunnen oogsten. Ook heb blad en de bloemen zijn eetbaar. Bedek de planten in de lente met een dikke laag (10-15 cm) stro of bladeren. Hierdoor worden de bladeren gebleekt, snijd ze alf als ze ongeveer 10-12 cm lang zijn. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Niet gebruikelijk Zaaien (direct buiten) April - mei Uitplanten Niet van toepassing Plantafstand 10 – 15 cm Tussen rijen 30 - 40 cm Oogsten Oktober - maart Standplaats Volle zon Bodem Diepe, losse, steenarme, humusrijke grond (belangrijk voor rechte wortels) pH 5,5 - 6,0 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 180 - 240 dagen Planthoogte 30 - 60 cm (bladontwikkeling) Wortelvorming Lange, zwarte penwortel die diep de grond ingroeit Oogstwijze Voorzichtig rooien in de winter; wortels breken snel Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatige vocht voorkomt vertakking Winterhardheid Zeer goed winterhard; kan in de grond overwinteren Bijzonderheden Schorseneren worden ook wel “armeluisasperges” genoemd en zijn lastig te oogsten door de kwetsbare, diepe wortels.
-
Prei
Prei (Allium porrum) behoort tot de lookfamilie waartoe ook ui, bieslook en knoflook behoren maar vormt bijna geen bol. Er is winter-, herfst en zomerprei. Winterprei is dikker en steviger en kleurt van grijsgroen tot blauwgroen. Zomer- en herfstprei heeft een lange, dunne schacht met geelgroen blad met een fijne structuur. Deze preisoorten zijn minder lang houdbaar dan winterprei. De schacht van de prei wordt gebleekt: tijdens de groei worden de voren steeds met aarde aangevuld. Zaaien van preiPrei is een trage groeier en heeft een lang groeiseizoen nodig. Vroeg zaaien kan vanaf januari voor zomerprei. Zaai onder glas of binnenshuis in modulen of zaaibakjes. Vul het zaaibakje met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond. Zorg dat je niet te dicht op elkaar zaait, de zaailingen moeten een hele tijd in de zaaibakjes blijven staan. Bedek de zaden licht met zaaigrond zodat ze net niet meer zichtbaar zijn. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar. Ze prei na opkomst op een koele en lichte plaats. Half maart-april is ideaal om herfstprei te zaaien. Zaai in modulen of zaaibakjes zoals hierboven beschreven of in de volle grond ter plekke zoals hieronder beschreven. Winterprei zaait men omstreeks half april. Zaai in modulen of zaaibakjes of ter plekke op een zaaibed om later te verplanten. Men kan ook ter plekke dun en op rijen zaaien. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 0,5-1,5 cm diepte en leg elke 3cm tussen een zaadje. Hanteer 30-40 cm tussen de rijen. Dun de zaailingen na opkomst uit tot op 10-15 cm. Eventueel kan men het uitdunsel herplanten. Om een lange witte schacht te verkrijgen moet men met deze teeltmethode wel aanaarden. Planten van preiVanaf mei tot eind juli/begin augustus kan de prei uitgeplant worden. Meestal gebeurt dat als de plantjes 4 - 6 mm dik zijn (zoals een potlood). Hard prei gezaaid onder glas of binnenshuis af (afharden). Zomerprei: zaaien januari of februari. Planten in apriln Herfstprei: (vroeg) in maart zaaien en planten begin juni (late) in april zaaien en uitplanten eind van juni. Winterprei: uitzaaien in maart-april en planten in juli. Maak 10 tot 20 cm diepe plantgaten op 10-15 cm afstand tussen de plantjes, bij voorkeur in een smalle greppel/geul zodat je voor extra lange preien nog wat aan kan harken (zie afbeelding). De afstand tussen de rijen bedraagt 30-40 cm. Haal de plantjes voorzicht uit hun zaaibed, of week de in zaaibakjes voorgezaaide prei los door de kluit onder water te zetten. Plaats de prei plantjes in de plantgaten, zorg dat de wortels de bodem aanraken en giet het plantgat dicht door voorzichtig water te geven. Het afsnijden van de wortels is niet aan te raden, doe je dat wel dan heeft de plant alleen maar meer moeite om voeding en water op te nemen. Het afsnijden van een deel van loof kan wel, maar is niet nodig. Het idee daar achter is dat de wortels dat lange gedeelte van het blad niet meer moeten voeden. Bemesting bij preiWerk stalmest of compost in de grond. Prei vraagt zeer veel stikstof, weinig fosfor en kalium. Voor de zomerteelt werkt men de bemesting onder in de herfst. Voor de herfst en winterprei geef je de helft in de herfst (het voorteelt gewas gebruikt hier een deel van) en de rest werk je in goed verteerde vorm onder enkele weken voor het planten. Bijmesten tijdens het groeiseizoen is niet aan te raden. Tip Bij winterprei kan men gebruik maken van een extra mulch (wiki: mulchen) met potgrond of compost. StandplaatsKweek prei op een open plek in vruchtbare, vocht vasthoudende en diep bewerkte grond, werk stalmest of compost in de grond. Prei doet het minder goed op een compacte grond. Zet geen prei waar het jaar (of jaren) daarvoor uien, sjalotjes en knoflook hebben gestaan. VerzorgingGeef voldoende water totdat de planten zijn aangeslagen, daarna alleen onder zeer droge omstandigheden. Door tijdens de groei regelmatig te hakken en schoffelen kan men aarde tegen de schachten aanbrengen en worden de geultjes en plantgaten langzaam gedicht. Verwijder regelmatig onkruid Wat er mis kan gaanPlaagdieren- Preimoten - Preivliegen Ziektes- Roest Tip Tip om in de volle grond ter plekke te zaaien: doe in een afsluitbaar plastic bakje een handje vochtige zanderige potgrond en roer daar de preizaden doorheen. Neerzetten bij kamertemperatuur. Na een aantal dagen verschijnen de eerste witte kiempjes aan de zaden. Wacht dan nog een dag zodat de meeste zaden gekiemd zijn. Zaai het mengsel dan buiten in de vollegrond uit op rijen in een ondiep sleufje waarin je eerst nog wat potgrond in doet. Met dank aan: @Frans Oogsten van preiOogst naar behoefte. Kleine preitjes zijn smakelijk door de sla. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Januari - april Zaaien (direct buiten) Mei - juli Uitplanten Mei – juli Plantafstand 10 - 15 cm Tussen rijen 30 - 40 cm Oogsten Augustus – maart (Als je ook de jonge prei oogst, dan het hele jaar door) Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Voedselrijke, vochtige, goed doorlatende en diep losgemaakte grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 12 - 20 °C Teeltduur 120 - 180 dagen Planthoogte 30 - 80 cm Schachtvorming Lange witte schacht ontstaat door aanaarden of planten in diepe geulen Oogstwijze Oogsten wanneer stengel voldoende dik is; kan langdurig in de grond blijven Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid geeft lange, malse stelen Winterhardheid Goed winterhard; veel rassen kunnen buiten overwinteren Bijzonderheden Prei groeit langzaam maar is zeer betrouwbaar en geschikt voor winterteelt; verdraagt kou goed en kan in de winter worden geoogst.
-
Plantuitjes kweken
Het zelf kweken van plantuitjes is een leuke uitdaging. Het bewaren daarentegen vormt een struikelblok. Plantuitjes uit het tuincentrum, van de zaadhandel of markt hebben legio voordelen: Vrij van ziekten en schimmels. Gegarandeerd van goede kwaliteit (keurmerk). Ze hebben de juiste maat Doordat ze op de juiste manier geteeld zijn (maat - oogsttijdstip) en op de juiste manier bewaard zijn schieten plantuitjes minder snel door (bloemstengel) Als nadeel kunnen we de volgende redenen bedenken: Plantuien zijn in het tuincentrum relatief duur. Er is maar een beperkte keus aan soorten. Niet altijd biologisch. De voordelen van plantuien uit het tuincentrum zijn voor de hobbyteler niet altijd makkelijk te behalen. Vooral het kiezen van het juiste oogstmoment en de juiste bewaring zorgen voor problemen bij eigen geteelde pootuitjes. Uien zijn namelijk tweejarig en vormen pas een bloemstengel en zaad in het volgende seizoen. Wie wel eens winterprei heeft staan kent dit fenomeen. Uien worden echter alleen getriggerd om een bloemstengel aan te maken als ze groot genoeg zijn. Je moet er dus voor zorgen dat de eigen geteelde pootuitjes groot genoeg om te overwinteren maar te klein zijn om al een bloemstengel te vormen. De bewaring speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van de bloemstengel en de verdere groei. Hoe zelf plantuitjes kwekenEr zijn twee zaaiperioden voor plantuitjes. De makkelijkste periode is half maart tot half april. De tweede periode van zaaien is juli-augustus. Gebruik alleen soorten van het stuttgarter-type omwille de koude bewaring. Zaai het uienzaad dicht op elkaar op rijen. Zorg voor een fijn bewerkte grond zodat de zaadjes makkelijk boven kunnen komen. De zaaidiepte is ongeveer 1 cm. Tussen de rijen hanteer je de afstand van 25 cm zoals bij de reguliere teelt van uien. Doordat de uitjes dicht op elkaar gezaaid zijn in de rij blijven de uitjes klein en sterft het gewas op een gegeven moment af. Plantuitjes bewarenBewaar de plant uitjes bij een temperatuur van 3-4 graden op een droge locatie. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari – maart (voor zaai-ui plantuitjes) Zaaien (direct buiten) Maart - april Uitplanten Niet van toepassing (plantuitjes worden gepoot als kleine bolletjes) Plantafstand 8 - 12 cm Tussen rijen 20 - 30 cm Oogsten Juli - augustus Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, goed doorlatende, matig voedselrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 90 - 140 dagen Planthoogte 30 - 50 cm Bolvorming Vormt kleine uien uit gepote plantuitjes (sets) Oogstwijze Oogsten wanneer loof afsterft en omvalt Waterbehoefte Gemiddeld; minder water richting oogst voor betere bewaring Winterhardheid Matig winterhard; jonge planten kunnen lichte kou verdragen Bijzonderheden Plantuitjes (uien sets) geven een vroege en betrouwbare oogst en zijn makkelijker dan zaaien. Te natte grond kan rotten veroorzaken. Gerelateerde forumtopicsPootuien en sjalotten voorplanten in trays
-
Pastinaak
Pastinaak (Pastinaca sativa) is een lange ivoorkleurige wortel die wel 300 gram per stuk kan wegen. De smaak is intens, aromatisch en enigszins zoet en ligt tussen de smaak van wortel en knolselderij in, volgens sommigen heeft ook iets van anijs in de smaak. Pastinaak kan rauw, gestoofd en gekookt gegeten worden. Zaaien pastinaakPastinaak wordt bij voorkeur gezaaid van half april tot eind mei, direct in de volle grond. De groente heeft een lang groeiseizoen nodig. Vroeger zaaien vanaf februari en later in juli behoort ook tot de mogelijkheden mits de grond al bewerkbaar is. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1,5-2,5 cm diepte en leg elke 2-4 cm een zaadje. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. De afstand tussen de zaaigeulen bedraagt ongeveer 30-35 cm. Hoe dichter je zaait hoe kleiner de pastinaakwortels blijven. Dun plantjes die te dicht op elkaar zijn gezaaid uit tot 8-20 cm per plantje (hoe dichter op elkaar hoe kleiner, wij geven de voorkeur aan 12-15 cm). Knijp de bladeren af boven de grond zodat je de sterkste plantjes kunt selecteren. Kweek pastinaak op een open plek, in lichte en vruchtbare grond. Zorg voor een losse grond (30 cm diep) door te spitten of te frezen, dit voorkomt het splitsen van de penwortels (wiki: splitsen van wortelen) VerzorgingOnkruid vrij houden, uitdunnen en jonge zaailingen water geven. Bemesten pastinaakWerk een lichte bemesting compost of verteerde mest in de grond. Doe dit bij voorkeur in de herfst. Pastinaak heeft weinig stikstof nodig en ze groeien het beste in een mulche van compost. Geef in het voorjaar nog wat patentkali om aan de kalium behoefte te voldoen. Oogsten pastinaakPastinaak kan geoogst worden naar behoefte, de wortels zijn in de grond beschermd tot de vorst. Wij vinden de wortels beter smaken na een korte periode van vorst. Zorg er voor dat je markeert waar de wortels zich bevinden want het loof sterft af. Oogt ze wel voor het begin voor het voorjaar omdat ze anders in het zaad schieten waardoor de wortel oneetbaar wordt. Ook op natte gronden kan het in de grond laten zitten tot problemen leiden. Wat er mis kan gaanWortelvliegen Bladluizen Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Niet gebruikelijk Zaaien (direct buiten) Februari - juli Uitplanten Niet van toepassing Plantafstand 12 - 15 cm Tussen rijen 30 - 35 cm Oogsten Oktober - maart (kan in de winter in de grond blijven) Standplaats Volle zon Bodem Diepe, losse, steenarme, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 150 - 220 dagen Planthoogte 30 - 60 cm Wortelvorming Lange penwortel die diep de grond ingroeit Oogstwijze Oogsten zodra wortels voldoende dik zijn; smaak wordt zoeter na vorst Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatige vochtigheid voorkomt vertakking Winterhardheid Zeer goed winterhard; kan in de grond overwinteren Bijzonderheden Pastinaak is een klassieke wintergroente waarvan de smaak verbetert na kou doordat zetmeel wordt omgezet in suikers.
-
Knolvenkel
Knolvenkel (Foeniculum vulgare azoricum) is niet alleen een zeer smakelijke groente maar ook nog eens prachtig om te zijn. De smaak is licht anijsachtig en kan zowel rauw als gekookt gegeten worden. Zaaien en planten knolvenkelKnolvenkel zaad kiemt pas bij 15 graden. De meest voorkomende teelt is zaaien vanaf 20 juni tot in juli om te voorkomen dat de knolvenkel doorschiet. Wil je vroeger zaaien, namelijk in april binnenshuis dan kies je voor rassen die resistent zijn voor doorschieten. Zaai ter plekke 4 zaadjes per plantgat op 0,5-1cm diep, druk licht aan en geef voorzichtig water. De afstand tussen de plantgaten bedraagt 30 cm. Dun later uit tot de sterkste van de vier zaailingen. Het is ook mogelijk om in individuele potjes van 5-7 cm te zaaien. Plant de zaailingen uit als ze meer dan 4 bladeren hebben. Wacht na dit moment niet te lang omdat anders de groei geremd wordt wat kan leiden tot doorschieten. Hard de plantjes die binnenshuis opgekweekt zijn voor het planten af. De plantafstand bedraagt 30-40 cm. Zaai de zaadjes op ongeveer 2,5 cm diepte zodat ze niet te los boven de grond staan (zowel in de volle grond als in potjes). Knolvenkel groeit in uiteenlopende klimaten. Kweek op een open plek, in vruchtbare, vocht vasthoudende maar goed gedraineerde grond met veel humus. Ook op lichte grond groeit knolvenkel goed. Beperkte temperatuurschommelingen zijn een vereiste om te voorkomen dat de knolvenkel snel doorschiet. Doorschieten van knolvenkelHet vormen van bloemen bij knolvenkel is een veelvoorkomend probleem tijdens de teelt. Dit kan de volgende oorzaken hebben:nn- Knolvenkel schiet sneller door als de dagen lang zijn (zaai dus pas na 20 juni)n- Onregelmatige groei (regelmatige groei is belangrijk)n- Groeistilstandn- Verplantenn- Hoge temperaturen (warm, droog) en weinig vocht Knolvenkel schiet sneller door als de dagen lang zijn (zaai dus pas na 20 juni). Onregelmatige groei (regelmatige onverstoorde groei is belangrijk). Groeistilstand Verplanten of andere vormen van stress Hoge temperaturen *warm, droog) en weinig vocht. Bemesting van knolvenkelWerk een lichte bemesting compost of verteerde mest in de grond. Doe dit bij voorkeur in de herfst en werk deze zeer goed door de grond. Wortelen hebben weinig stikstof nodig. Geef in het voorjaar nog wat patentkali. VerzorgingGeef voldoende water, de grond moet vochig blijven. Aard aan als de knollen opzwellen zodat de knol / bladeren wit en zoet blijven. Zorg voor een onkruid vrij bed. Oogsten van knolvenkelOogst als de knollen de gewenste grote bereikt hebben. Dit is ongeveer na 3 maanden, als je de knol te groot laat worden wordt deze vezelig. Oogst voor de vorst. Tip Snijdt bij het oogsten de knol 2,5 cm boven de rond af en laat het gedeelte in de grond. Na enkele weken groeien er nieuwe bladeren die men in andere gerechten kan gebruiken. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april Zaaien (direct buiten) April - juli Uitplanten Mei - juli Plantafstand 30 - 40 cm Tussen rijen 30 - 40 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende en gelijkmatig vochtige grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 15 - 22 °C Teeltduur 70 - 100 dagen Planthoogte 40 - 80 cm Knolvorming Verdikte bladscheden vormen witte knol boven de grond Oogstwijze Oogsten wanneer knol stevig en goed gevormd is (niet te laat i.v.m. houtigheid) Waterbehoefte Regelmatig; droogte veroorzaakt vezelige en bittere knollen Winterhardheid Matig vorstgevoelig; vooral geschikt voor voorjaar- en zomerteelt Bijzonderheden Knolvenkel heeft een anijssmaak en schiet snel door bij warm weer; een gelijkmatige groei in koelere omstandigheden geeft de beste knolkwaliteit.
-
Knolselderij
Knolselderij (Apium graveolens rapaceum) is de stevige knol van de selderijplant. De knol groeit voor een deel onder de grond en wijkt daarin af van zijn familieleden: de bladselderij en bleekselderij. De knol is bruingeel van kleur, het vruchtvlees is lichter en heeft een milde, kruidige smaak. Vooral de knol is belangrijk voor de teelt, maar je kunt ook de bladeren eten. Knolselderij zaaien en plantenZaai knolselderij rond februari - maart, binnen bij een temperatuur van 18-20 graden. Vul potjes, een zaaibakje of een zaaitray met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond. Knolselderij is een lichtkiemer dus dek de zaadjes zeer dun af (1-2 mm). Het zeer dunne laagje zaaigrond mag niet uitdrogen tijdens het kiemen. Controleer dit regelmatig en bevochtig de grond met een vernevelaar indien nodig. Nadat de eerste echte blaadjes (zien er anders uit dan de kiemblaadjes) kun je verspenen naar losse kleine potjes van rond de 5-7 cm. Probeer er tevens op te letten dat de temperatuur tijdens de opkweek niet onder de 10-15 graden komt. Planten schieten namelijk snel door als ze blootgesteld zijn aan temperaturen onder de 10 graden. Hard de plantjes af door de potjes overdag buiten te zetten (rond half april). Lees meer op de wiki: afharden. Plant uit rond mei – juni als de plantjes zo’n 8-10 cm hoog zijn en 6 of 7 bladeren hebben op een plantafstand van 35-40 cm tussen de planten en 40-50 cm tussen de rijen. Let op dat de potkluit niet beschadigt raakt omdat knolselderij slecht om kan gaan met een groeistilstand. Zorg er voor dat de kroon/hart net boven de grond zit. Druk aan en geef water. Kweek knolselderij op een open plek in goed vruchtbare en vochtvasthoudende grond. Een bodem die voldoende vocht vasthoud is namelijk van belang om een kwalitatief goede knol te krijgen. Bladpluk en verzorgingWiedt het onkruid en breng een mulche laag aan van verteerde compost om vocht vast te houden. Mest tijdens het seizoen eenmaal bij (zie bemesting). Knolvenkel moet beschikken over voldoende water. Droogte is funest voor de ontwikkeling van de knol. Daarnaast is het van belang om in juli-augustus het buitenste blad van de knolselderij een voor een te knakken (niet breken). De bladeren zullen dan langzaam vergelen als de knol begint te dikken, verwijder de bladeren als ze geel zijn. Haal dus absoluut niet het groene blad weg van de knollen, hierdoor heeft de plant minder blad om voeding te produceren voor de knollen waardoor de knolselderij klein blijft. Knolselderij bemestenEen regelmatige groei is belangrijk om mooie kwalitatief goede knolselderij te verkrijgen. Een flinke basisbemesting die ruim van voren is ondergewerkt is van belang. Geef veel goed verteerde mest of compost. Gedroogde koemest is ook prima. Tijdens de groeiperiode geeft met in juli-augustus nog een extra gift met een samengestelde meststof of compost.n Knolselderij oogstenHet blad kan worden gebruikt als garnering. De oogst valt meestal in oktober, het duurt ongeveer 6 maanden voor dat de knol ontwikkeld is. Een mooi formaat zijn knollen tussen de 7-15 cm. Snijdt het loof af en haal de knollen uit de grond. Wat er mis kan gaanSlakken Bladvlekkenziekte Mineervliegn Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - april Zaaien (direct buiten) April – mei (alleen in milde omstandigheden) Uitplanten Mei - juni Plantafstand 30 - 40 cm Tussen rijen 40 - 75 cm Oogsten September - november Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Voedselrijke, humusrijke, vochtige en goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 15 - 22 °C Teeltduur 150 - 200 dagen Planthoogte 40 - 70 cm Knolvorming Grote ondergrondse knol vormt zich uit verdikte stengelbasis Oogstwijze Oogsten wanneer knol voldoende groot en stevig is (voor de eerste vorst) Waterbehoefte Hoog; gelijkmatige vochtigheid voorkomt scheuren en groeistress Winterhardheid Matig vorstgevoelig; knol kan lichte vorst verdragen maar niet langdurige strenge kou Bijzonderheden Knolselderij is een langgroeiende groente die veel water en voeding nodig heeft voor een goed gevormde, stevige knol.
-
Knoflook
Van knoflook zijn er allerlei selecties denkbaar, aangepast aan de omstandigheden, verschillende kleuren huid, verschillen in smaak en de grote van de teentjes. Knoflook kan in allerlei klimaten groeien, maar verlangt een winterperiode van een tot twee maanden met een temperatuur van minimaal 0-10 graden C. Planten van knoflookVoor grote bollen heeft knoflook een lang groeiseizoen nodig. Plant knoflook eind september - oktober tot half november. 10-10 is de meest voorkomende richtdatum. Ook is het mogelijk om knoflook in maart – april uit te planten, dit resulteert in kleinere bollen en teentjes. Gebruik voor het planten alleen gezonde en virusvrije teentjes. Splijt minstens 1 cm grote tenen van de bol en plant deze uit. Pas op met knoflook uit de supermarkt, een deel daarvan is alleen geschikt voor warme klimaten en kan bovendien virusziekten bij zich dragen. Plant de tenen rechtop met de vlakke kant naar beneden. De plantdiepte bedraagt ongeveer 2 keer zo diep als het teentje groot is, in de praktijk komen de teentjes dan op ongeveer 9 cm diepte te zitten. De plantafstand bedraagt 15-25 cm tussen de planten en 25 cm tussen de rijen. Plant je in het voorjaar dan zet je de teentjes zo diep dat de uitlopende punt net onder de grond komt. Oogsten en bewarenKnoflook oogsten we wanneer het loof aan het verdorden is, wacht niet tot alle bladeren volledig gedroogd zijn. De oogst valt meestal in juli. Graaf de bollen uit en laat ze goed drogen. Knoflook kan tot 10 maanden worden bewaard afhankelijk van de variëteit en de bewaaromstandigheden. Bemesting bij knoflookKnoflook heeft weinig stikstof nodig (dit remt de bolvorming) en vraag een bemesting van goed verteerde compost en mest die ruim van te voren is onder gewerkt. Knoflook verdraagt geen verse bemesting, kweek knoflook daarom niet op een pas bemeste grond. In het vroege voorjaar geef je nog wat patentkali om te voldoen aan de kalium behoefte. Dagelijkse verzorgingHet loof van in de winter geplante knoflook komt ongeveer in november / december / januari boven de grond. Beschermen voor de vorst is niet nodig, de planten hebben deze vorst nodig om straks een goede bol te kunnen vormen. Onkruid wieden is wel noodzakelijk. Het kan voorkomen dat knoflook doorschiet, knip dan enkele weken voor het oogsten de bloemstengel af tot de helft. Tip Om te testen of de knoflook oogstklaar is kan je bij een bol het blad afsnijden. Als dit begint te bloeden is het nog te vroeg om te oogsten. Ziektes- Roest. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Planten (binnenshuis) Niet van toepassing Planten (direct buiten) Oktober - november (herfstplant) of februari - maart (voorjaar) Uitplanten Niet van toepassing (wordt direct geplant als teen) Plantafstand 15 - 25 cm Tussen rijen 25 - 30 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon Bodem Losse, goed doorlatende, humusrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 200 - 240 dagen (herfstplanting) Planthoogte 40 - 80 cm Bolvorming Vormt ondergrondse bol bestaande uit meerdere tenen Oogstwijze Oogsten wanneer loof vergeelt en begint te vallen Waterbehoefte Gemiddeld; minder water geven richting oogst voor betere bewaarkwaliteit Winterhardheid Zeer goed winterhard Bijzonderheden Knoflook heeft een koudeperiode nodig om goed te bollen; herfstplanting geeft meestal de grootste en best gevormde bollen. Gerelateerde forumtopics- Knoflook seizoen 2024-2025. - Knoflook seizoen 2022-2023. - Knoflook seizoen 2021-2022. - Knoflook seizoen 2020-2021. - Knoflook seizoen 2019-2020. - Knoflook avonturen 2018-2019. - Knoflook ervaringen 2017-2018. - Hoe staat de knoflook erbij 2016-2017. - Hoe staat de knoflook erbij 2015-2016, - Hoe staat de knoflook erbij 2014-2015. - Waar knoflook kopen. - Bemesting knoflook najaar. - Blad knoflook gelig bruin. - Boontjes na de knoflook? - knofook overzetten naar andere tuin. - Blad knoflook wordt geel (winter-lage temperaturen). - Broedknolletjes knoflook planten? - Groeiverloop van knoflook - Groei knoflook normaal? Voor meer topics over knoflook, gebruik de zoekfunctie.