rorror
Moderators
-
Registratiedatum
-
Laatst bezocht
-
Activiteit
Bekijkt de forumindex
Alles dat geplaatst werd door rorror
-
Startpagina Fruit
Fruitgewassen behoren tot de meest geliefde planten in de moestuin en fruittuin. Van sappige aardbeien en frambozen tot appels, peren en bessen: er is voor iedere tuin en elk seizoen wel een geschikte fruitsoort te vinden. Sommige fruitgewassen zijn eenvoudig te telen en geven al snel een rijke oogst, terwijl andere wat meer tijd en verzorging vragen. Op de meeste grondsoorten is fruit goed te kweken, zowel in de volle grond als in potten of bakken. Op de volgende pagina’s worden de teeltbeschrijvingen van fruit besproken. Aan bod komen vragen over standplaats, planten, snoeien, bemesten, verzorgen en oogsten. Ook wordt aandacht besteed aan de opkweek en het gezond houden van de planten. Aan de hand van veelgestelde vragen en ervaringen van moestuiniers op dit forum is geprobeerd de artikelen zo te schrijven dat de belangrijkste onderwerpen behandeld worden. Veel leesplezier. Aalbes Aardbei
-
Hebben jullie ook een bloementuin? foto's....
-
Blad ziek?
Ik heb gister het zelfde gezien bij mijn aalbes, als je het rode blad op tilt zitten er luizen onder. Bloedblaarluis: https://wiki.groenkennisnet.nl/display/BEEL/Bloedblaarluis
-
Witte bes en Kiwibes Issai grote struiken in pot te koop (VERKOCHT)
Waren dan ook mooie grote planten. Dat geeft de koper meteen een goed aantaljaar voorsprong dan het kleine stekgoed van de winkel.
-
Pruimenboompjes vol met luizen
"Mooie" oplossing voor hun kant, maar jouw kant blijft 220, dus moeten ze alsnog 20cm er af halen. Zou even foto's maken ook van hun kant, nog voor het ophogen, om te laten zien dat die verhoging er in het verleden nooit was.
-
Klaagbank #4
@fre3ke Fijn dat de bollen toch niet gejat zijn, wel naar dat mensen je tuin in lopen. Is dat je voortuin, of lopen ze door een achterpoort ofzo de tuin in? Wordt tijd voor een lok pakketje glitter/poep val:
-
Varenrouwmug
Bij andere werkt diatomeeënaarde ook. Maar één van de belangrijkste redenen, bovenlaag droger houden. Zorgen dat als je vaste planten in huis hebt, b.v. een laagje basalt fijn split/grid er op. Zodat varenrouwmug daar geen eitjes kan afzetten en heel de winter in kan overleven, totdat je weer gaat zaaien en kweken, en dus al vroeg in het voorjaar een plaag hebt. Overal waar ik dat heb gedaan bij de huisplanten, heb ik geen varenrouwmug meer. De hele winter is het goed gegaan totdat het buiten beter weer werd, en waarschijnlijk één van buiten is gekomen naar de zaailingen. Als er dan toch mugjes komen, dan gele plak strips op hangen, en bij de zaailingen laagje zand of diatomeeënaarde op de aarde doen, zodat de mugjes geen plek hebben kunnen vinden om eitjes af te zetten. (Ik heb rond de 35kamerplanten, en zo'n 50 zaaisel/stek potten)
-
Pepers 2022
De peper bonsai onlangs goed in de bloei gehad en hangt nu vol met pepers. Water loopt me al in de mond 🤤
-
Pepers 2022
-
Pepers 2022
-
Pepers 2022
@Vinky Ik heb dit jaar ook 1 plant met één zo'n exact blad. Ben ook benieuwd wat dat veroorzaakt.
-
Veengrond in de moestuin
Veengrond is een bodemtype dat voornamelijk bestaat uit vergaan organisch materiaal (veen), gevormd in natte, zuurstofarme omstandigheden zoals moerassen en laagveengebieden. In Nederland komt veengrond veel voor in laaggelegen gebieden zoals het Groene Hart. In tegenstelling tot zand- of leemgrond is veengrond dus geen minerale bodem, maar een organisch bodemtype met een zeer hoog koolstofgehalte. Eigenschappen van veengrondVeengrond is donker, sponsachtig en extreem rijk aan organische stof. De structuur kan variëren van vezelig en veerkrachtig (vers veen) tot fijn en kruimelig (meer afgebroken veen). Een belangrijk kenmerk is het zeer hoge waterhoudend vermogen. Veengrond kan enorme hoeveelheden water vasthouden, vaak meerdere malen zijn eigen gewicht. Hierdoor blijft de bodem langdurig nat en zacht. Daarnaast is veengrond vaak licht zuur tot sterk zuur (lage pH). Dit komt door organische zuren die vrijkomen bij afbraakprocessen. Voordelen van veengrond in de moestuinVeengrond heeft enkele unieke voordelen, vooral in de context van vruchtbaarheid en waterbuffering. Door het hoge organische stofgehalte is de bodem in staat om grote hoeveelheden voedingsstoffen vast te houden. Dit maakt veengrond in principe zeer vruchtbaar, mits goed beheerd. Daarnaast is de waterbuffer extreem hoog. Tijdens droge periodes blijft veengrond langer vochtig dan vrijwel alle andere grondsoorten, waardoor irrigatie minder vaak nodig is. Ook is de bodem in ongestoorde toestand relatief licht en makkelijk te bewerken, omdat hij weinig minerale verdichting kent. Nadelen van veengrondDe grootste problemen van veengrond ontstaan juist door de eigenschappen die hem uniek maken: waterretentie en organische rijkdom. Veengrond is vaak te nat en slecht doorlucht. Door de hoge waterverzadiging is er weinig zuurstof in de wortelzone, wat wortelgroei kan beperken en wortelrot kan veroorzaken. Daarnaast klinkt veengrond in wanneer hij wordt ontwaterd. Het organisch materiaal oxideert en breekt af, waardoor de bodem inklinkt en daalt. Een ander belangrijk nadeel is de zure pH, waardoor bepaalde voedingsstoffen minder beschikbaar zijn en sommige gewassen slecht groeien zonder bekalking. Waterhuishouding in veengrondIn veengronden speelt water een centrale rol. De bodem werkt als een soort spons die veel water kan vasthouden. Dat is gunstig voor de beschikbaarheid van vocht, maar het zorgt er ook voor dat de grond snel verzadigd raakt. Doordat overtollig water maar langzaam wordt afgevoerd, blijft de grond vaak langdurig nat. Dit kan leiden tot natte wortelzones waarin planten moeite hebben om goed te groeien. Daarnaast is er bij een hoge grondwaterstand weinig zuurstof in de bodem aanwezig, wat de wortelontwikkeling verder belemmert. In natte periodes kan dit resulteren in wateroverlast. In droge periodes gebeurt juist het tegenovergestelde: de bovenlaag droogt uit, waardoor de veengrond kan inklinken en krimpen. Voedingsstoffen en vruchtbaarheidVeengrond bevat van nature een grote hoeveelheid organisch materiaal en daarmee ook een relatief hoge voorraad aan voedingsstoffen. Toch betekent dit niet dat deze voedingsstoffen altijd direct beschikbaar zijn voor planten. Een deel van de voedingsstoffen is sterk gebonden aan de organische stof, waardoor ze niet zomaar worden opgenomen door gewassen. De beschikbaarheid hangt bovendien sterk af van de zuurgraad van de bodem; bij een ongunstige pH zijn vooral fosfaat en calcium minder goed beschikbaar. Daarnaast speelt de activiteit van micro-organismen een belangrijke rol. Zij zorgen voor de afbraak van organisch materiaal en het vrijkomen van voedingsstoffen. In veengrond kan dit proces echter traag verlopen, vooral omdat de bodem vaak zuur en nat is. Daardoor komt de nutriëntenvoorziening minder snel op gang. Oxidatie en bodemdalingEen belangrijk proces in veengronden is de oxidatie van organisch materiaal wanneer de bodem wordt ontwaterd. Zodra veen in contact komt met zuurstof, begint het organische materiaal af te breken. Tijdens dit proces komt koolstof vrij in de vorm van CO₂. Tegelijkertijd verliest de bodem geleidelijk zijn volume, omdat het veenmateriaal wordt afgebroken en compacter wordt. Dit leidt tot inklinking, oftewel bodemdaling. Dit proces is niet alleen van belang voor de landbouwkundige eigenschappen van de grond, maar heeft ook een duidelijke ecologische impact. De vrijgekomen CO₂ draagt namelijk bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Bodemstructuur en instabiliteitVeengrond heeft geen vaste minerale structuur zoals zand- of kleigronden. De opbouw wordt vrijwel volledig bepaald door organisch materiaal, waardoor de bodem relatief kwetsbaar is voor veranderingen. Wanneer de grond uitdroogt of intensief wordt bewerkt, kan de structuur sterk veranderen. In sommige gevallen wordt de bodem na uitdroging zelfs waterafstotend, een verschijnsel dat bekendstaat als hydrofobie. Hierdoor neemt de bodem slecht opnieuw water op. Ook het opnieuw bevochtigen van uitgedroogde veengrond kan lastig zijn. Het water dringt dan moeilijk in de bodem door, waardoor herstel van de oorspronkelijke toestand beperkt blijft. Dit maakt veengronden gevoelig voor blijvende veranderingen in structuur en functionaliteit. Zuurstoftekort (anaerobe omstandigheden)Veengrond is door de hoge waterverzadiging vaak arm aan zuurstof. Hierdoor ontstaan snel anaerobe omstandigheden, waarin andere typen micro-organismen de overhand krijgen dan in goed doorluchte bodems. Dit heeft verschillende gevolgen voor de groei van planten. De wortelontwikkeling verloopt trager, omdat wortels zuurstof nodig hebben voor hun groei en functioneren. Daarnaast kunnen onder deze omstandigheden schadelijke stoffen ontstaan, zoals methaan of sulfiden, die de bodemkwaliteit verder beïnvloeden. Ook de opname van voedingsstoffen door planten kan hierdoor afnemen. Dit effect wordt vooral sterk wanneer de grondwaterstand langdurig hoog blijft, waardoor het zuurstoftekort in de bodem aanhoudt. pH-dynamiek en verzuringVeengrond is van nature al zuur, maar de pH kan door biologische afbraakprocessen nog verder dalen. Dit maakt de bodemchemie relatief dynamisch en gevoelig voor veranderingen. Een lage pH heeft directe gevolgen voor de beschikbaarheid van voedingsstoffen. Zo wordt de opname van elementen zoals calcium, magnesium en fosfaat sterk geremd, waardoor planten tekorten kunnen ontwikkelen. In veel gevallen is daarom bekalking nodig, vooral bij moestuinteelt of intensief gebruik van de grond. Ondanks het hoge gehalte aan organische stof is het bufferend vermogen van veengrond vaak beperkt. Daardoor kan de zuurgraad sneller verschuiven dan in andere bodems. Dit maakt goed pH-management essentieel om een stabiele en vruchtbare bodemconditie te behouden. Krimp en scheurvorming bij uitdrogingWanneer veengrond uitdroogt, verandert de structuur sterk. De bodem krimpt aanzienlijk, waardoor er vaak grote scheuren ontstaan. Door deze vervorming kan het contact met de wortelzones verloren gaan, wat de opname van water en voedingsstoffen belemmert. Een bijkomend probleem is dat uitgedroogde veengrond water moeilijk opnieuw opneemt. Het water infiltreert slecht, waardoor herbevochtiging traag en ongelijkmatig verloopt. Dit kan ertoe leiden dat planten ook na regen of beregening nog steeds stress ervaren, omdat de wortelzone niet snel genoeg weer voldoende vocht beschikbaar heeft. Bodemdaling en langetermijnveranderingVeengrond is geen statisch systeem en verandert voortdurend onder invloed van beheer en gebruik. Vooral bij ontwatering en intensieve benutting treden geleidelijke maar blijvende veranderingen op. Een belangrijk gevolg is dat het bodemniveau jaar na jaar daalt door inklinking en oxidatie van organisch materiaal. Hierdoor wordt het waterbeheer steeds complexer, omdat het verschil tussen grond- en waterpeil kleiner wordt en de afvoer van water minder vanzelfsprekend verloopt. Op de lange termijn neemt daardoor ook de kans op overstromingen toe. Dit maakt veengrond niet alleen relevant vanuit een tuinbouwkundig perspectief, maar ook tot een belangrijke landschappelijke en ruimtelijke uitdaging. Effect van bewerkingBewerking van veengrond heeft een grote invloed op zowel de structuur als de afbraaksnelheid van het organisch materiaal. Door intensieve grondbewerking, zoals diep of vaak spitten, wordt meer zuurstof in de bodem gebracht, wat de oxidatie van organische stof versnelt. Tegelijkertijd kan veengrond ondanks zijn ogenschijnlijk zachte structuur toch verdichten, vooral bij belasting of onjuiste bewerking. Dit kan de doorlaatbaarheid en het bodemleven negatief beïnvloeden. Daarom is minimale of zorgvuldige bewerking vaak beter voor de stabiliteit van veengrond. Hierdoor blijft de bodemstructuur beter behouden en wordt verdere afbraak van het veen zoveel mogelijk beperkt. Vergelijking met zand- en leemgrondVeengrond onderscheidt zich duidelijk van minerale bodems zoals zand- en leemgrond. Het belangrijkste verschil is het veel hogere gehalte aan water en organische stof, waardoor de fysische eigenschappen sterk afwijken van meer minerale bodems. Waar zand- en leemgronden doorgaans een stabielere structuur hebben, is veengrond veel gevoeliger voor veranderingen in structuur. Factoren zoals ontwatering, bewerking en belasting kunnen hier sneller en ingrijpender effect hebben. Daarnaast is veengrond zonder gericht waterbeheer vaak minder stabiel op de lange termijn. Ondanks dat deze bodems in veel gevallen relatief vruchtbaar kunnen zijn, is het lastiger om ze te optimaliseren en hun eigenschappen consistent te houden in vergelijking met zand- en leemgrond. Kopfoto door Wälz
-
Leemgrond in de moestuin
Leemgrond is een mengbodem tussen zand, silt (leemdeeltjes) en een kleinere fractie klei. Het wordt vaak gezien als de “ideale” moestuingrond omdat het eigenschappen combineert van zowel zandgrond als kleigrond, zonder de extreme nadelen van beide. In Nederland komt leemgrond minder uniform voor dan zand- of kleigrond, maar vaak als overgangsbodem of lokaal variërende grondsoort. Eigenschappen van leemgrondLeemgrond heeft een fijnkorrelige, kruimelige structuur met een goede balans tussen lucht, water en voedingsstoffen. De bodem kan water vasthouden zonder snel te verzadigen en laat tegelijkertijd voldoende lucht door voor wortelontwikkeling. Door de aanwezigheid van silt en een beetje klei heeft leemgrond een veel betere nutriëntenbuffering dan zandgrond. Voedingsstoffen worden niet zo snel uitgespoeld en blijven langer beschikbaar voor plantenwortels. De structuur kan sterk variëren afhankelijk van het exacte aandeel zand, silt en klei, maar in de moestuin wordt leemgrond meestal herkend als een makkelijk bewerkbare, kruimelige en vruchtbare bodem. Voordelen van leemgrond in de moestuinLeemgrond wordt vaak beschouwd als de meest “vergevingsgezinde” grondsoort voor moestuinieren. De belangrijkste voordelen zijn een goede balans tussen waterretentie en drainage, en een relatief hoge natuurlijke vruchtbaarheid. Water blijft lang genoeg beschikbaar voor planten, maar overtollig water kan nog steeds wegzakken zonder dat de bodem verstikt raakt. Hierdoor is er een laag risico op zowel uitdroging als waterverzadiging. Daarnaast is leemgrond rijker aan nutriëntenbinding dan zandgrond. Meststoffen en mineralen worden beter vastgehouden, waardoor bemesting efficiënter werkt en minder vaak hoeft te worden herhaald. Ook is de bodem goed bewerkbaar. Hij is stevig genoeg om structuur te behouden, maar niet zo zwaar als kleigrond. Dit maakt spitten, frezen en planten relatief eenvoudig. Nadelen van leemgrondHoewel leemgrond vaak ideaal lijkt, heeft het ook enkele beperkingen. In natte periodes kan de bodem plakkerig en zwaar worden, vooral wanneer het kleideel relatief hoog is. Dit kan bewerken lastiger maken en bodemverdichting in de hand werken. Bij intensief gebruik zonder organische aanvulling kan de structuur langzaam verslechteren. Het kruimelige karakter verdwijnt dan, waardoor de grond dichter en minder luchtig wordt. Een ander nadeel is dat leemgrond gevoelig kan zijn voor korstvorming aan het oppervlak na zware regenval. Dit kan kieming van zaden belemmeren en de gasuitwisseling verminderen. Waterhuishouding in leemgrondLeemgrond heeft een vrij stabiele waterhuishouding, omdat de structuur van de bodem een goede balans biedt tussen het vasthouden en afvoeren van water. In de fijne poriën wordt water vastgehouden, waardoor het als het ware als een kleine voorraad dient voor planten. Tegelijkertijd zorgen de grotere poriën ervoor dat overtollig water kan wegzakken en dat er voldoende lucht in de bodem blijft circuleren. Daardoor droogt leemgrond minder snel uit dan zandgrond, maar raakt het ook minder snel verzadigd dan kleigrond. Voor planten betekent dit dat vocht beter beschikbaar blijft in de wortelzone, zonder dat de wortels langdurig in te natte omstandigheden staan. In droge periodes houdt de bodem dus langer vocht vast, terwijl bij regen het overtollige water niet blijft ophopen. Zo ontstaat er een evenwichtige omgeving waarin planten relatief stabiel kunnen groeien. Voedingsstoffen en vruchtbaarheidDoor de aanwezigheid van fijne bodemdeeltjes en de binding met organische stof heeft leemgrond een relatief hoge cationenuitwisselingscapaciteit (CEC). Dat klinkt technisch, maar in de praktijk betekent het vooral dat de bodem beter in staat is om voedingsstoffen vast te houden. Elementen zoals kalium, calcium en magnesium blijven daardoor niet snel wegspoelen, maar worden als het ware tijdelijk “vastgehouden” in de bodem totdat planten ze nodig hebben. Voor de plant betekent dit dat voeding gelijkmatiger en geleidelijker beschikbaar komt. In plaats van dat alle voedingsstoffen in één keer worden weggespoeld of snel worden opgenomen, komt er steeds een kleine, bruikbare hoeveelheid vrij. Daardoor is ook minder vaak bemesten nodig dan bij bijvoorbeeld zandgrond, waar voedingsstoffen veel sneller verdwijnen. Daarnaast zorgt deze eigenschap ervoor dat uitspoeling beperkt blijft, zeker in vergelijking met lichtere bodems. Organische stof speelt hierin een belangrijke versterkende rol: compost en mest verbeteren niet alleen de beschikbaarheid van voedingsstoffen, maar maken de bodem ook beter gestructureerd, waardoor de algehele vruchtbaarheid verder toeneemt. Structuurstabiliteit en kruimelvormingLeemgrond kan een zeer stabiele kruimelstructuur ontwikkelen, maar dit is sterk afhankelijk van bodemleven. Regenwormen, schimmels en bacteriën produceren stoffen die de bodemdeeltjes aan elkaar binden. Zonder voldoende organische input kan deze structuur echter snel afbreken, waardoor de grond compacter en minder luchtig wordt. Gevoeligheid voor verdichting bij vochtLeemgrond heeft een duidelijke kwetsbaarheid wanneer hij in natte toestand wordt bewerkt. Op dat moment worden de fijne bodemdeeltjes gemakkelijk samengedrukt door druk van machines of betreding. Hierdoor verdwijnen een deel van de poriën in de bodemstructuur, waardoor de bodem als het ware “dichtslibt”. Dat heeft direct gevolgen voor de groeiomstandigheden van planten. Wortels krijgen minder ruimte om zich te ontwikkelen en kunnen moeilijker de bodem binnendringen. Tegelijkertijd neemt de waterafvoer af, waardoor de drainage slechter wordt en water langer kan blijven staan. Ook de hoeveelheid lucht in de bodem vermindert, wat belangrijk is voor een gezonde wortelactiviteit. Juist daarom is het moment van bewerken bij leemgrond zo belangrijk. Wanneer de bodem te nat is, neemt het risico op verdichting sterk toe. In droge of licht vochtige omstandigheden blijft de structuur veel stabieler en kan schade aan de bodem worden voorkomen. TemperatuurbufferingLeemgrond heeft een duidelijke eigenschap die vaak wordt omschreven als temperatuurbuffering. Door de combinatie van fijne bodemdeeltjes en het relatief hoge watergehalte verandert de temperatuur in de bodem minder snel dan bij bijvoorbeeld zandgrond. Water en fijne structuren houden warmte langer vast en geven die ook langzamer weer af, waardoor de bodem als het ware gedempt reageert op temperatuurverschillen. In het voorjaar betekent dit dat leemgrond meestal wat trager opwarmt dan lichtere zandgronden. Waar zand snel opwarmt door de zon, blijft leem nog wat langer koel. Daar staat tegenover dat de bodem ’s nachts minder snel afkoelt, omdat de opgeslagen warmte geleidelijk wordt afgegeven. Voor planten resulteert dit in stabielere groeiomstandigheden, vooral voor jonge gewassen die gevoelig zijn voor plotselinge temperatuurschommelingen. De start van het groeiseizoen kan daardoor iets trager verlopen, maar de omstandigheden blijven op de langere termijn gelijkmatiger en voorspelbaarder. Biologische activiteitLeemgrond biedt doorgaans een gunstige omgeving voor een actief bodemleven, vooral wanneer er voldoende organische stof aanwezig is. De combinatie van een stabiel vochtgehalte, voldoende zuurstof en beschikbare voedingsstoffen maakt de bodem aantrekkelijk voor micro-organismen zoals bacteriën, schimmels en andere kleine bodemorganismen. Zij spelen een belangrijke rol in het afbreken en omzetten van organisch materiaal. Door deze activiteit wordt humus gevormd, wat weer bijdraagt aan de vruchtbaarheid van de bodem. Tegelijkertijd wordt de nutriëntenkringloop versterkt, omdat voedingsstoffen continu worden afgebroken, omgezet en opnieuw beschikbaar komen voor planten. Ook de bodemstructuur profiteert hiervan: biologische activiteit helpt bij het vormen van stabiele bodemaggregaten, waardoor de grond luchtiger en beter doorwortelbaar blijft. Wanneer er echter weinig organisch materiaal wordt toegevoegd, kan deze activiteit sterk afnemen. De bodem wordt dan minder levendig, waardoor zowel de vruchtbaarheid als de structuur op termijn achteruit kan gaan. OppervlaktekorstvormingNa zware regenval kan leemgrond aan het oppervlak een harde, compacte laag ontwikkelen. Dit gebeurt wanneer fijne bodemdeeltjes door de impact van regendruppels loskomen, zich verplaatsen en vervolgens weer samenklitten tijdens het opdrogen. Zo ontstaat er een soort dunne, maar stevige korst op de bovenlaag van de bodem. Die korst kan verschillende gevolgen hebben voor de groei van planten. Zaden die net zijn gezaaid hebben het moeilijk om door deze harde laag heen te breken, waardoor de kieming minder goed verloopt. Daarnaast wordt de uitwisseling van zuurstof tussen bodem en lucht beperkt, wat belangrijk is voor zowel wortels als bodemleven. Ook kan water minder goed in de bodem infiltreren, waardoor het sneller over het oppervlak wegstroomt in plaats van opgenomen te worden. Door maatregelen zoals mulchen en het verhogen van het organische stofgehalte kan dit effect sterk worden verminderd. De bodem blijft dan losser en beter beschermd tegen de directe impact van regen. Vergelijking met zand- en kleigrondLeemgrond wordt vaak gezien als een middenweg tussen de extremen van zand- en kleigrond, zowel ecologisch als agronomisch. Waar zandgrond snel water en voedingsstoffen verliest en kleigrond juist water lang vasthoudt en zwaar te bewerken is, combineert leemgrond eigenschappen van beide in een meer gebalanceerd geheel. Daardoor houdt leemgrond water en nutriënten beter vast dan zandgrond, zonder zo snel te verzadigen als kleigrond. Tegelijkertijd is de structuur doorgaans luchtiger en makkelijker te bewerken dan zware kleigrond, waardoor grondbewerkingen minder inspanning vereisen en planten makkelijker kunnen wortelen. Ook in extreme omstandigheden laat leemgrond zich stabieler gedragen: het is minder gevoelig voor langdurige droogte dan zandgrond en minder vatbaar voor waterverzadiging dan kleigrond. Juist die balans maakt dat leemgrond vaak wordt beschouwd als een van de meest geschikte en evenwichtige bodems voor moestuin- en landbouwtoepassingen. Kop foto door Harrison Haines
-
Startpagina Bemesting
In een moestuin waar allerlei groenten, kruiden en fruitplanten worden gekweekt, is het essentieel om te begrijpen welke voedingsstoffen deze planten nodig hebben om gezond te groeien en optimale opbrengsten te leveren. Planten hebben een specifieke set van voedingsstoffen nodig, die vaak onderverdeeld worden in primaire, secundaire en micro-elementen. Het begrijpen van deze voedingsbehoeften helpt tuinders om te zorgen voor een vruchtbare bodem en een gezonde groeiomgeving. - Mest. - Drijfmest. - Stalmest. - Bladbemesting. - Houtas. - Micro-Elementen. - Kalken van de grond. - Patentkali. Kopfoto door jcomp
-
Identificatie: wat voor plant, struik of boom is dit? #2
@Arja Misschien "gebroken hartje".
-
Knoflook seizoen 2021-2022
@Charly Ik had vorig jaar van jouw een teen olifanten knoflook gehad. Vorig jaar was die nagenoeg niet boven de grond gekomen. Nu wel en bijna duim dikte. De gewone knoflook gaat ook goed. De violen groeien misschien wat te hard..
-
Aardbei-Project (bato bakken)
Doe je dan automatisch bewateren met voeding. Of geef je nog steeds handmatig water met voeding? Hou je dan ook PH en EC van het water in de gaten?
-
Welke vogels zie je in je tuin of op je balkon?
Kan met veel plezier vertellen, dat er jonge koolmeesjes in het kastje zitten. Wat kunnen die kleintjes al een hoop geluid maken. @fre3ke Ik ben best lang 1,93 huisje hangt op zo'n 2meter hoogte. Dus voor mijn gevoel is het al heel dichtbij.
-
Planten die de winter overleefd hebben en zaaimoeheid
De taxuskever is een nare gast in de moestuin. De eitjes ben ik zelf nog niet tegen gekomen. Zitten de eitjes echt in de grond, ik dacht dat ze ze dichtbij de wortelvoet werden afgezet. Ben een wiki pagina aan het schrijven erover, aangezien ik er zelf ook last van heb. Zie pissebed in verhouding tot de eitjes. Dit zijn bij jouw de eitjes? Maar ze lijken mij groter dan 0.7mm? Meststof bolletjes die kwekers gebruiken zijn iets van 2mm. Harde schil en kan een wittige vloeistof uitkomen als de grond nat is. Maar ik kan het fouthebben.
-
Varenrouwmug
Heb je de strips wel geplaatst bij de planten die het er meest last van hebben, zo dicht mogenlijk. Een halve meter van de plant vandaan kan al verschil maken waarom ze er niet op zitten.
-
Varenrouwmug
Ik heb deze eergister geplaatst nadat ik op een kameraam vliegjes zag vliegen. Tijdens het plaatsen, vloog de eerste er meteen op. Merkloos van aliexpress. Tijdens maken van foto geen losse vliegjes meer zien vliegen.
-
door de bomen het bos niet meer, meststof
@sasschel Epsonzout = magnesiumsulfaat. Helpt dus bij magnesium(MsO) gebreken. Kan zowel via de bodem of via bladbemesting gebruikt worden. Als je een universele zoekt, moet je even kijken of het inclusief magnesium + alle sporenellementen ( ook wel micronutrients genoemd) is. (v.b. hoe het dan op label staat N-P-K + MsO + sporenelementen ) Dan hoef je niet apart epsonzout te kopen. Behalve bij extreme gevallen.
-
Tuinbonen
Tuinbonen (vicia faba) worden ook wel labboon genoemd. Net als bij erwten zijn er vele verschillende rassen met diverse bloem en peul kleuren. Er zijn dwergrassen (30 cm), hogere rassen (1,5 m) en er zit verschil tussen de oogsttijd van de verschillende rassen. Tuinbonen groeien het beste bij temperaturen onder de 15 graden en kunnen tot -10 graden vorst verdragen. Zaaien van tuinbonenTuinbonen ontkiemen al bij lage temperaturen. In het voorjaar (vanaf februari – april) zaai je direct in de volle grond. De plantafstand bedraagt 10-15 cm tussen de zaden en op 60-90 cm tussen de (eventueel dubbele-) rijen. De zaaidiepte bedraagt 4-9 cm. In elk gaatje leggen we 1 boontje waarna we het gaatje weer dicht gooien en de grond wat aandrukken. Zaai evt. nog wat extra plantjes zodat je die later kunt planten naar waar de zaden niet opgekomen zijn. Voorzaaien in potjes (onder glas) kan ook, zaai dan in januari tot begin februari onder glas en plant ze na de vorst buiten uit. Over het algemeen plant je uit in maart. Zaai 2 zaden per pot (p-9 potjes). Verplant het gewas wanneer het 10-12 cm hoog is. Voor een vroege oogst kan men ook eens proberen in de herfst zaaien. Zolang de planten minimaal 2,5 cm hoog zijn en bij vorst beschermd worden onder plastic of fleeche kunnen ze een koude winter doorstaan. Zolang je niet op een natte en slecht doorlaatbare grond zit kun je eens een poging wagen. is het niet aan te raden om in de herfst te zaaien. Tip Vroeg zaaien van tuinbonen vermindert de kans op een aantasting van zwarte luis. Toppen van tuinbonenWanneer de eerste tuinboontjes zich voor men en de plant volledig in bloei staat knijp je de groeitoppen af. Dit is meestal na 6-8 trosjes met bloemen. Het toppen doet men om twee redenen: (1) Meer energie voor de ontwikkeling van de tuinbonen (2) minder aantrekkingskracht voor bladluizen. Bemesten van tuinbonenTuinbonen hebben een rijke bemesting nodig. Werk een ruime bemesting van compost of verteerde mest onder. Een bemesting met een mulch van compost is ook prima. Tuinbonen hebben weinig stikstof nodig, deze produceren ze gedeeltelijk zelf. Neem tuinbonen op in de wisselteelt (wiki: wisselteelplan) VerzorgingDe grotere rassen moeten ondersteund worden met draad, netten of stokken, rijshout. Geef tuinbonen in droge periodes tijdens de bloei water. Pas op met schoffelen en harken, bonen wortelen oppervlakkig. Zie verder het kopje: toppen van tuinbonen. Oogsten van tuinbonenPluk tuinbonen als de peulen dik zijn van de opgezwollen bonen. Pluk ze voordat ze leerachtig worden, dit betekent dat ze niet te groot mogen worden. Hoe jonger je ze oogst hoe zoeter ze smaken. Regelmatig oogsten bevordert de groei. aan Tuinbonen kunnen goed ingevroren of gedroogd worden. De opbrengst is ongeveer 1,5 kg per m2. Tuinbonen kunnen ook in zijn geheel gegeten worden (met peul) als ze ongeveer net zo groot zijn als je pink. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Januari - februari (vroeg voorzaaien) Zaaien (direct buiten) Januari - april Uitplanten Maart - april (indien voorgezaaid) Plantafstand 10 - 15 cm Tussen rijen 60 - 90 cm Oogsten Mei - juli Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Voedselrijke, stevige, humusrijke en goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 15 °C maar kunnen lichte vorst verdragen Teeltduur 80 - 140 dagen Planthoogte 80 - 150 cm Ondersteuning Vaak niet nodig, maar kan bij hoge rassen nuttig zijn Peulvorming Dikke, vlezige peulen met grote bonen binnenin Oogstwijze Oogsten wanneer peulen goed gevuld maar nog jong en mals zijn Waterbehoefte Gemiddeld tot hoog; vooral tijdens bloei en peulvulling Winterhardheid Zeer goed; jonge planten verdragen lichte tot matige vorst Bijzonderheden Tuinbonen zijn vroege koelteminnende bonen die stikstof binden en de bodem verbeteren. Ze worden vaak als een van de eerste bonengewassen van het seizoen geteeld.
-
Sperziebonen
Sperziebonen (Phaseolus vulgarsi) worden ook wel prinsessenbonen, slabonen of heerenbonen genoemd. Er zijn twee hoofdtypen sperziebonen, stam / struik bonen en stokbonen. Stam of struikbonen zijn struikvormige plantjes die redelijk kort blijven en geen ondersteuning nodig hebben. Stokbonen kunnen wel een lengte van twee meter bereiken en hebben daarom steunmateriaal nodig. Zie ook wiki: snijbonen / pronkbonen. Bonen zijn gevoelig voor koud, nat en droog weer. Een te natte grond is af te raden. Optimaal is een zonnige en warme standplaats, die beschermt is tegen harde wind. De zaailingen kunnen niet tegen temperaturen onder de 10 graden Zaaien van sperziebonenSperziebonen kiemen bij een temperatuur van ongeveer 12 graden. Een oude teeltregel is dat bonen de meimaand niet zien mogen zien. Afhankelijk van de weersomstandigheden zaaien vanaf half mei tot juli. Zaai je in de volle grond dan moet je het zaaibed afdekken voor vogels. Zaai stam-sperziebonen voor in 5-10 cm potjes of direct in de volle grond. Leg 3 zaden per plantgat of potje. In de volle grond graaf je ondiepe plantgaten op 2 – 5 cm diepte en op zo’n 15-25 cm uit elkaar. Bedek de zaden met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. De afstand tussen de rijen bedraagt 20-25 cm. Deze vrij ruime plantafstand zorgt er voor dat het gewas goed en snel kan opdrogen om zo schimmels te voorkomen. Stok-sperziebonen zaai je tegen steunmateriaal (de stokken staan ongeveer op 60 cm afstand of gebruik netten) met daar rond 4-5 zaden. Bij een kleinere afstand tussen de stokken, bijvoorbeeld 30 cm tussen de stokken, dan zaai je slecht 1-2 zaden per stok. Tip Het is ook mogelijk om de bonen eerst voor te kiemen op vochtig keukenpapier en daarna voorzichtig te verplanten naar potjes om later in de volle grond uit te planten. Bemesten van sperziebonenSperziebonen doen het goed op de meeste gronden en hebben maar een beperkte bemesting nodig. Werk voor het planten een lichte bemesting van compost of stalmest in de grond. Sperziebonen hebben weinig stikstof nodig, deze produceren ze gedeeltelijk zelf. VerzorgingGeef sperziebonen in droge periodes tijdens de bloei water. Pas op met schoffelen en harken, bonen wortelen oppervlakkig. Steun stokbonen tegen staken. Oogsten van sperziebonenRauwe sperziebonen zijn licht giftig, eet sperziebonen nooit rauw maar kook ze eerst om de gifstoffen onschadelijk te maken. Pluk ze in een jong stadium zodat ze nog steeds mals zijn, in de zomer ongeveer 2-3 x per week, dit bevordert tevens de aanmaak van nieuwe bloemen. De opbrengst is ongeveer 1kg per m2 voor Stamsoorten en 1,5 kg voor stoksoorten. Pluk niet als de bladeren en bonen nat zijn om verspreiding van schimmels te voorkomen. Na twee tot drie keer oogsten kunnen struikboontjes verwijderd en/of vervangen worden, stokbonen gaan nog even door en kunnen blijven staan. Wat er mis kan gaanZie ziekten en plagen bij peulvruchten Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) April - mei Zaaien (direct buiten) Half mei - juli Uitplanten Mei – juni (na de laatste vorst) Plantafstand 12 - 25 cm Tussen rijen 20 - 25 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 18 - 25 °C Teeltduur 50 - 80 dagen Planthoogte 40 - 60 cm (struikbonen) / 200 - 300 cm (stambonen) Ondersteuning Niet nodig voor struikbonen; stambonen hebben rekken of stokken nodig Peulvorming Jonge, malse peulen worden geoogst vóór de zaadvorming volledig is ontwikkeld Oogstwijze Regelmatig plukken stimuleert nieuwe bloei en peulvorming Waterbehoefte Gemiddeld; extra water tijdens bloei en peulvorming Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor vorst Bijzonderheden Sperziebonen zijn stikstofbinders en groeien snel in warme grond. Te vroeg zaaien in koude grond kan leiden tot slechte kieming en plantuitval.
-
Pronk-Snijbonen
Pronkbonen kun je jong eten als sperzie– of snijboon. Oogst ze voor deze toepassing als ze 10 - 15 cm lang zijn. Laat je ze doorgroeien dan kunnen ze een lengte van 30 cm bereiken! De peulen zijn dan te vezelig om te eten, maar de gedopte bonen zijn wel smakelijk. De pronkboon heeft een meer uitgesproken smaak dan de snijboon. Zowel de snijboon als de pronkboon worden bijna altijd tegen staken geteeld. Zaaien van pronk-snijbonenPronk en snijbonen kiemen bij een temperatuur van ongeveer 12 graden. Een oude teeltregel is dat bonen de meimaand niet zien mogen zien. Afhankelijk van de weersomstandigheden zaaien vanaf half mei tot juni. Zaai je in de volle grond dan moet je het zaaibed afdekken voor vogels. Pronk en snijbonen zaai je tegen steunmateriaal (de stokken staan ongeveer op 60 cm afstand of gebruik netten) met daar rond 4 - 5 zaden of 3 - 4 planten. Heb je de afstand tussen de stokken op 30 cm dan zaai je slecht 1 - 2 zaden per stok. Pronk en snijbonen kunnen ook voorgezaaid worden in potjes om later uit te planten. Het is ook mogelijk om de bonen eerst voor te kiemen op vochtig keukenpapier en daarna voorzichtig te verplanten naar potjes om later in de volle grond uit te planten. Bonen zijn gevoelig voor koud, nat en droog weer. Een te natte grond is af te raden. Optimaal is een zonnige en warme standplaats, die beschermt is tegen harde wind. De zaailingen kunnen niet tegen temperaturen onder de 10 graden. Bemesten van pronk-snijbonenPronk en snijbonen doen het goed op de meeste gronden en hebben maar een beperkte bemesting nodig. Werk voor het planten een lichte bemesting van compost of stalmest in de grond. Pronk en snijbonen hebben weinig stikstof nodig, deze produceren ze gedeeltelijk zelf. VerzorgingGeef pronk en snijbonen in droge periodes tijdens de bloei water. Pas op met schoffelen en harken, bonen wortelen oppervlakkig. Steun pronk en snijbonen tegen staken. Oogsten van pronk en snijbonenPronk-snijbonen moeten jong gegeten worden, laat ze dus niet te groot worden. Soms moeten de draadjes van de peulen worden verwijderd voordat ze versneden worden. Als de oogst eenmaal begonnen is oogst je om de 2-3 dagen. Wat er mis kan gaanZie ziekten en plagen bij peulgroenten. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) April - mei Zaaien (direct buiten) Half mei - juni Uitplanten Mei - juni (na de laatste vorst) Plantafstand 60 cm Tussen rijen 90 - 100 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 18 - 25 °C Teeltduur 90 - 140 dagen Planthoogte 200 - 400 cm Ondersteuning Sterke klimsteunen, stokken of bonenrekken noodzakelijk Peulvorming Lange, platte peulen die jong worden geoogst Oogstwijze Regelmatig jonge peulen plukken voor maximale opbrengst Waterbehoefte Gemiddeld tot hoog; extra water tijdens bloei en peulvorming Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor vorst Bijzonderheden Pronk-snijbonen combineren de groeikracht van pronkbonen met de eetbare peulen van snijbonen. De planten bloeien rijk en trekken veel bestuivers aan.