Ga naar inhoud
Bekijk in de app

Een betere manier om deze website te gebruiken. Meer informatie.

Moestuin Forum

Een app met volledig scherm op uw startscherm met pushmeldingen en meer.

Om deze app op iOS en iPadOS te installeren
  1. Tik op Deelpictogram in Safari
  2. Blader door het menu en tik op Toevoegen aan startscherm.
  3. Tik op Toevoegen in de rechterbovenhoek.
Om deze app op Android te installeren
  1. Tik op het menu met drie puntjes (⋮) in de rechterbovenhoek van de browser.
  2. Tik op Toevoegen aan startscherm of App installeren.
  3. Bevestig door op Installeren te tikken.

Brabantse Tuinprins

Leden
  • Registratiedatum

  • Laatst bezocht

Alles dat geplaatst werd door Brabantse Tuinprins

  1. Je kunt die zaailingen het beste in diepe potten zetten (eikenpotten of rozenpotten). Als je ondiepe potten gebruikt kunnen ze draaiwortels krijgen waardoor de hergroei bij uitplant in de volle grond wordt bemoeilijkt.
  2. Wat tegenwoordig als zwarte moerbei verkocht wordt is heel vaak een zwartvruchtige vorm van de witte moerbei. Morus alba (de witte moerbei dus!) is veel winterharder dan de echte zwarte moerbei (Morus nigra). Hoe je het verschil ziet tussen Morus nigra en Morus alba? De winterknoppen van Morus nigra zijn donker van kleur (bruinzwart) en het blad van Morus nigra voelt ruwer aan. Het blad van Morus alba glimt aan de bovenzijde meer.
  3. Bij de reacties op YouTube is het niet altijd duidelijk waar de persoon die reageert tuiniert. Een bepaalde klimaatzone kan minder geschikt zijn voor een plant. Prunus tomentosa is een plant die van nature voorkomt in een tamelijk continentaal klimaat. Komt verwilderd (invasief?) voor in het noordoosten van China en als de wind daar uit het noorden waait kan het daar verdomd koud worden. Zet je een continentale plant in een zeeklimaat dan lopen deze planten in de regel tamelijk vroeg uit. Als ze zeer voeg uitlopen en het wordt later weer flink kouder dan kan dat leiden tot bladschade en aantasting van de bloemen (hoeft niet, KAN). Op diverse YouTube filmpjes uit Rusland zie ik Prunus tomentosa planten waar duidelijk Monillia inzit.
  4. Ik heb nog wat verder gezocht omdat het niet precies duidelijk is of Prunus tomentosa zelf-bestuivend is of niet. Het volgende heb ik gevonden. In een artikel in Arnoldia (tijdschrift van het Arnold Arboretum, USA) uit 1964 wordt nader ingegaan op Prunus tomentosa (Nanking kers). Daarin wordt gesteld dat Prunus tomentosa zowel zelf-bestuivend als niet-zelf bestuivend kan zijn. Als zelfbestuiver wordt ‘Minnesota 63’ genoemd. Deze plant werd voor de Tweede Wereldoorlog gevonden in Minnesota en na de Tweede Wereldoorlog in de handel gebracht als ‘Orient’ (Prunus tomentosa ‘Orient’). Ik ken deze cultivar vooral als sierplant en niet als fruitstruik. Ik kan mij niet herinneren deze struik ooit met een rijke vruchtdracht gezien te hebben. De grote vraag is natuurlijk of wat hedentendage wordt aangeboden als Prunus tomentosa ‘Orient’ ook daadwerkelijk deze soort is. Vooral bij fruitplanten wil het regelmatig voorkomen dat (bewust of onbewust) verkeerde soorten worden geleverd. Wil je op zeker gaan dan zou je verschillende zaailingen van Prunus tomentosa kunnen aanplanten. Nadeel hiervan is dat je geen zekerheid hebt over de vruchtkwaliteit. Bovendien worden zaailingen van de Nanking kers zelden aangeboden (ik heb tenminste geen aanbieders gevonden). Prunus tomentosa is echter gemakkelijk zelf te zaaien. Zaden hebben 3 maanden koude nodig om te ontkiemen. Het zaaisel dus in de winter buiten plaatsen of kunstmatig stratificeren in de koelkast. Bij kunstmatige stratificatie: zaden 24 uur laten weken in water en daarna in een ziplock zakje vermengen met licht vochtige zaaigrond en dan 3 maanden in de groentebak van de koelkast leggen. Na deze periode de zaden uitzaaien. Kieming kan enige tijd duren. Zaden ‘droog’ in de koelkast leggen doorbreekt de kiemrust niet en is dus nutteloos. Tot slot nog over Monillia/tak-en bloesemsterfte bij Prunus tomentosa. Dit kan vooral een probleem zijn als voorjaar en zomer vochtig verlopen. Aangetaste takken terugsnoeien tot gezonde hout voorkomt dat de ziekte zich verder uitbreidt in de plant (snoeischaar ontsmetten is raadzaam). Verder de planten een wat open standplaats geven zodat deze sneller opdrogen. Bronnen: R.A. Howard en A.I. Baranov, “The Chinese Bush Cherry – Prunus tomentosa” Arnoldia 24 (1964): 81–86 Helmut Pirc, Enzyklopedie der Wildobst- und seltenen Obstarten (Graz en Stuttgart, 2015) p. 361–364
  5. Groenblijvend staat heel vaak bovenaan het verlanglijstje maar voor Nederland is de keuze dan zeer beperkt. Bovendien zijn veel mensen niet gecharmeerd van een hulst- of kerslaurierhaag. Cornus mas vind ik een prima suggestie. Is goed te snoeien en de winterhardheid is uitstekend. Zaailingen zijn bovendien niet al te duur (i.t.t. benaamde soorten). Elaeagnus soorten voor een haag vind ik een twijfelgeval. Olijfwilg (met name de wintergroene soorten) zijn tamelijk vatbaar voor verwelkingsziekte en de laatste jaren vormt de Elaeagnusbladvlo een toenemend probleem.
  6. Blauwe bes / Vaccinium corymbosum behoort tot de Ericaceeën. Bijna alle leden van deze familie willen graag zure grond. Op kalkhoudende grond krijgen planten die tot deze familie behoren bladchlorose en willen niet groeien. Bekendste voorbeeld is wel de rhododendron die op kleigrond niet wil groeien en daar een kwijnend bestaan leidt. In Duitsland worden sommige rhododendrons wel op een Inkarho-onderstam geënt. Deze onderstammen zouden een hogere kalktolerantie hebben dan gemiddeld. Inkarho staat voor: INteressengemeinschaft KAlktoleranter RHOdodendron. In het verleden heeft men duizenden exemplaren van Rhododendron 'Cunningham's White' uitgeplant op kalkhoudende grond en de exemplaren die er na een x-aantal jaren er nog fatsoenlijk uitzagen via stek vermeerderd. Deze nieuwe planten werden gebombardeerd tot 'kalktolerant' en dienden als onderstam voor andere rhododendron cultivars. In de praktijk heb ik verschillende geluiden gehoord over rhododendrons met Inkarho onderstam meer het merendeel van de reacties was negatief. Een van de weinige planten uit het Ericaceeën geslacht die het op kalkhoudende grond wel behoorlijk doet is Arbutus unedo (aardbeienboom).
  7. Ik zie zo snel nog niet dat de pawpaw via weefselkweek wordt vermeerderd. Naast mogelijke problemen met de hergroei is weefselkweek een relatief prijzige aangelegenheid en de vraag naar pawpaws is simpelweg te klein om dat commercieel rendabel te maken (als onderzoeksproject is het natuurlijk wel interessant). De gemiddelde consument heeft nog nooit van pawpaws gehoord en in de doorsnee tuincentra zie je ze niet. Verder moet je bedenken dat het merendeel van de Nederlandse tuinen klein is en dus weinig ruimte heeft voor een of meerdere pawpawbomen. Voeg hierbij de breed gedragen afkeer van 'hoge' bomen (tegenwoordig is een 'boom' van 2 meter een woudreus) en je begrijpt dat de pawpaw altijd een nicheproduct zal blijven.
  8. De plant die op de foto staat is een papaja en geen pawpaw. De pawpaw heeft geen groen hout maar grijs-bruin. Het probleem is dat papaja (Carica papaya) in Midden en Zuid Amerika ook 'pawpaw' wordt genoemd. Ik denk dat hier de oorsprong van de verwarring ligt. Op de Amerikaanse Ebay worden veel zaden aangeboden van de papaja en die worden doorgaans ook 'pawpaw' genoemd. Dat op het kaartje bij bovenstaande foto 'Asimina triloba Sunflower' staat bewijst maar weer eens hoe weinig verstand tuincentra en inkopers hebben van planten die (nog) niet tot het reguliere assortiment behoren. Het wachten is op een manier om Asimina triloba en cultivars op een goedkope manier te kunnen vermeerderen. Van invitro ben ik zelf niet gecharmeerd omdat heel vaak blijkt dat aldus vermeerderde planten slecht willen groeien. Als je een plant vol stopt met groeihormonen wil dat nog weleens averechts werken .... De theorie dat de groeihormonen na 1 à 2 jaar uit de plant zijn, schijnt toch niet altijd te kloppen. Operatie geslaagd, patient overleden Bij rhododendrons is men ook grotendeels afgestapt van invitro vermeerdering vanwege de problemen met de hergroei. Er wordt heel vaak negatief gesproken over zaailingen van Asimina triloba maar ik denk dat deze een goed alternatief zijn voor de prijzige geënte soorten. Voorwaarde is wel dat het zaad afkomstig is van benaamde planten en dat de planten zelf een goede groei laten zien.
  9. Ik zag die Hovenia dulcis in het Arboretum Wespelaar voorbij komen op hun Facebook pagina.
  10. Wordt op termijn een flinke boom dus lijkt mij niet echt geschikt voor kleine tuinen. Die 2 meter die ik ergens op het internet voorbij zag komen is onzin. In NL wordt de boom uiteindelijk tussen de 6 en 10 meter hoog. Jonge planten kunnen bij strenge vorst invriezen, oudere exemplaren zijn goed winterhard. Vruchten (eigenlijk de verdikte steeltjes van de bloem) heb ik zelf nog niet geproefd. Ik zag recentelijk een foto voorbij komen van Arboretum Wespelaar waar de Hovenia vol zat met vruchten.
  11. @Rick Steendam De buxusmot is in alle waarschijnlijkheid niet via bonsais uit Japan naar Nederland gekomen. In bepaalde delen van Duitsland was de buxusrups al een aantal jaren een probleem voordat hij in NL opdook. Het sterke vermoeden bestaat dat de buxusrups/mot via lijnrijders naar NL is gekomen. Lijnrijders zijn plantenverkopers die met een vrachtwagen vol planten een bepaalde route van klanten in het buitenland volgen. Als hun vrachtwagen leeg is nemen ze vanuit dat land weer planten mee terug naar NL (want dat levert natuurlijk ook weer geld op!). Vermoedelijk zijn er buxussen vanuit Duitsland naar NL gekomen waarop eitjes zaten van de buxusmot.
  12. Prunus tomentosa / Nanking kers is niet zelfbestuivend. Je zult dus meerdere planten moeten hebben die genetisch verschillend zijn. Bij voorkeur planten die via zaad vermeerderd zijn of gestekte planten die van GENETISCH VERSCHILLENDE planten afkomstig zijn. Prunus tomentosa moet om de paar jaar terug worden gesnoeid omdat de plant anders weinig vrucht geeft. Oudere planten schijnen in een soort van 'seniele toestand' te geraken dus periodieke verjonging is noodzakelijk. Helaas zijn veel Prunus soorten de laatste jaren behoorlijk gevoelig geworden voor Monillia (= tak- en bloesemsterfte). Prunus tomentosa is hierop geen uitzondering. Het beste planten op een open en zonnige standplaats. Indien Monillia wordt waargenomen dan de aangetaste tak direct wegsnoeien.
  13. Het meeste succes zul je hebben met verse zaden. Online kopen leidt meestal tot teleurstelling omdat de zaden jaren oud kunnen zijn (je kunt aan een zaadje niet zien hoe oud het is) en het embryo in het zaad zijn kiemkracht heeft verloren. Het beste krijg je zaden van iemand die de plant zelf in de tuin heeft staan. Verse zaden kiemen redelijk goed op warmte. Een korte stratificatie-periode van 1 à 2 maanden (blootstelling aan koude = temperaturen rond de 5 graden Celsius) kan het kiemingspercentage verbeteren. Bij het zaaien de zaden bij voorkeur niet bedekken of maar heel miniem bedekken met aarde. Tegelijkertijd moet je er voor zorgen dat het zaaisel niet uitdroogt maar te vochtig is ook niet goed omdat schimmelziektes het zaad dan kunnen aantasten.
  14. Ik heb begin december een bestelling geplaatst bij Wedrowski. Begin februari kreeg ik van hen een mailtje dat de planten er aan kwamen. Verzending via GLS. Vier of vijf dagen later arriveerden de planten (enkele Actinidia kolomikta soorten). Planten zagen er goed uit (vonden mijn katten ook!).
  15. De kornoeljekers (Cornus mas) is slechts in beperkte mate zelfbestuivend dus je zult minimaal 2 maar liefst meer genetisch verschillende planten moeten hebben om een rijke vruchtdracht te krijgen. Een rijke vruchtdracht is ook in Nederland goed mogelijk. Ik heb in diverse boomkwekerijen uit zaad vermeerderde struiken gezien die tjokvol hingen met vruchten. Bestuiving geschiedt in de regel door bijen (die vliegen al vanaf 8 graden C. op zonnige luwe dagen.) Bij zaailingen van Cornus mas is het echter zo dat die aanvankelijk vooral mannelijke bloemen produceren en weinig tot geen vrouwelijke. 'Perfecte bloemen' (bloemen die zowel mannelijke als vrouwelijke organen hebben) worden meestal pas na een paar jaar gevormd. Goede bestuiving is dus afhankelijk van de leeftijd van de planten (bij zaailingen) en het weer tijdens de bloei. Nat en/of koud weer tijdens de bloei leidt tot een matige bestuiving en dus weinig vruchten. Van oorsprong komt Cornus mas uit een gebied met een continentaal klimaat. In zo'n klimaat blijven de planten in de regel goed in winterrust en gaan pas bloeien als het echt voorjaar wordt. In een maritiem klimaat, zoals Nederland dat heeft, willen continentale planten in een zachte winter weleens te vroeg ontwaken. Zachte winters zijn vaak natte winters dus ongunstig voor de bestuiving. Voor late nachtvorst is Cornus mas weinig gevoelig (kom daar bij de kiwibes maar eens om!). De laatste jaren is er meer belangstelling voor de kornoeljekers gekomen. Enerzijds komt dit door de 'fruit uit eigen tuin' stroming en anderzijds door meer contacten met Oost Europa waardoor 'nieuwe' cultivars (geselecteerde soorten) beter de weg weten te vinden naar ons gebied. Cultivars van Cornus mas hebben echter hun prijskaartje omdat die door enten vermeerderd moeten worden. Stekken van Cornus mas soorten lukt bij mijn weten nog niet echt goed (waarom anders enten?). Voor het enten heb je een onderstam nodig. Dit is een zaailing van Cornus mas. Zaad van Cornus mas heeft eerst een warme periode (15--20 C.) nodig van enkele maanden gevolgd door een koude periode van 0--5 C. die ongeveer net zo lang duurt. Als je Cornus mas zaait in het najaar van 2018 dan ontkiemt het zaad in het voorjaar van 2020. Na 2 tot 3 jaar heb je dan een geschikte onderstam om op te enten. Bij het enten heb je altijd wat uitval en ook groeien sommige planten niet uit tot een fatsoenlijk verkoopbaar exemplaar. Dit verklaart waarom geënte cultivars van Cornus mas niet goedkoop zijn en ook niet snel goedkoop zullen worden. Bij jonge geënte planten is het belangrijk dat uitlopers van de onderstam (de gewone Cornus mas) in een zo vroeg mogelijk stadium worden verwijderd anders heb je kans dat de ent het onderspit delft. De bekendste cultivars die in Nederland worden aangeboden zijn 'Jolico' en 'Golden Glory'. 'Jolico' is een Oostenrijkse cultivar die zelfsteriel is, een andere soort voor bestuiving is dus absoluut noodzakelijk. Vruchten zijn duidelijk groter dan die van de gewone Cornus mas. 'Golden Glory' is een Amerikaanse selectie met een rijke bloei, stevige groei en een zeer grote winterhardheid. Andere cultivars zijn te vinden maar je moet er echt naar op zoek. Cultivars die er uit springen zijn 'Elegantny' (Oekraine, rijkdragend, peer vormige vruchten) 'Flava' (geel gekleurde vrucht die wat naar ananas zou smaken) 'Kazanlak' (aka 'Kasanlak', zeer productieve Bulgaarse soort met peervormige vruchten) en 'Szafer' (aka 'Shafer', Poolse soort waarvan de zwart-rode vruchten een hoog suikergehalte hebben). Een overzicht van de vele soorten die er bestaan vind je hier: http://plantbasedservices.com/dev/wp-content/uploads/2015/12/C.mas-Descriptions-of-Known-Cultivars.pdf Houd er bij dit overzicht rekening mee dat veel soorten hier totaal onbekend zijn en dat sommige soorten onder diverse namen voorkomen. Cornus mas is in het algemeen een sterke plant. Waar kornoeljekersen soms last van kunnen hebben zijn bladvlekken (vooral in natte zomers), meeldauw (op arme, droge zandgrond) en vraat van de taxuskevers. Bij jonge planten van Cornus mas is het raadzaam om in augustus/begin september nematoden tegen de larven van de taxuskever toe te passen. De larven vreten aan de wortels en jonge planten kunnen hier bij een flinke infestatie door verzwakt worden. Oudere planten hebben een aanzienlijke wortelmassa en schade door de taxuskever is daar vooral optisch (bladvraat). Nematoden tegen de larven van de taxuskever werken redelijk goed indien ze op de juiste wijze worden toegepast. Belangrijk is dat de grond niet te droog is en minimaal 2 weken na toepassing vochtig wordt gehouden. De groeiwijze van de kornoeljekers is van nature struikvormig en de uiteindelijke hoogte ligt tussen de 3 en 6 meter (afhankelijk van soort, standplaats en verzorging). Snoei wordt overigens goed verdragen. Cornus mas wordt soms ook als boomvorm aangeboden maar je ziet toch regelmatig dat deze uitlopers op de stam vormt. Echt boomvormig is de Aziatische kerskornoelje, Cornus officinalis. Dit is een mooie kleine boom (4--6 meter) waarvan de vruchten iets later rijpen dan die van Cornus mas. Heeft een paars-rode herfstkleur en ontwikkeld op termijn een afbladerende stam.

Account

Navigatie

Zoeken

Account

Navigatie

Zoeken

Zoeken

Browser pushmeldingen instellen in uw browser

Chrome (Android)
  1. Tik op het slotpictogram naast de adresbalk.
  2. Tik op Machtigingen → Meldingen.
  3. Pas uw voorkeuren aan.
Chrome (Desktop)
  1. Klik op het hangslotpictogram in de adresbalk.
  2. Selecteer Site-instellingen.
  3. Zoek Meldingen en pas uw voorkeuren aan.