Zoete aardappel
Zoete aardappels (Ipomoea batatas) hebben weinig gemeen met de gewone aardappel. Ze behoren tot de windefamilie (Convolvulaceae) en vormen zoete, zetmeelrijke knollen. Hoewel de oranje varianten het bekendst zijn, bestaan er ook rassen met witte, gele, roze of paarse knollen. Zoete aardappels zijn oorspronkelijk afkomstig uit tropische en subtropische gebieden en houden van warmte. Dankzij nieuwe, vroeg afrijpende rassen kunnen ze tegenwoordig ook in Nederland goed worden geteeld, zowel in de vollegrond als in een kas. Een warme zomer zorgt doorgaans voor een grotere opbrengst.
Soorten en rassen
Er bestaan honderden rassen zoete aardappel die verschillen in kleur, smaak, vorm en groeiduur. De bekendste rassen hebben oranje vruchtvlees, maar er zijn ook soorten met wit, geel of paars vruchtvlees. Over het algemeen zijn rassen met oranje vruchtvlees zoeter en rijk aan bètacaroteen, terwijl witte en paarse rassen vaak een wat stevigere structuur hebben.
Voor de teelt in Nederland zijn vooral vroeg afrijpende rassen geschikt. Enkele populaire rassen zijn:
Ras | Sterke eigenschappen | Aandachtspunten |
|---|---|---|
Tainung 65 | Zeer hoge opbrengst (2–3 kg per plant), grote knollen, betrouwbaar ras. | Knollen worden vaak erg groot en wat onregelmatig van vorm, daardoor soms minder praktisch in gebruik. |
Witte van Ecohoeve | Een mutatie van Tainung 65. Meer knollen per plant (langwerpig), wit vruchtvlees en witte schil worden gewaardeerd. | Gemiddeld iets lichtere knollen dan Tainung 65. Beiden kunnen ze ongeveer 2-3 kilo knollen per plant geven. |
Radiosa | Handzamere knollen, aantrekkelijk tweekleurig vruchtvlees, decoratief diep ingesneden blad. | Lagere opbrengst dan Tainung 65, knollen zijn fors kleiner en dunner, maar bij een goed jaar zijn ze wel handzamer dan die enorme grote knollen. |
Kies bij voorkeur een ras dat geschikt is voor het Nederlandse klimaat, zeker wanneer je in de vollegrond teelt. Hier is nog een leuk topic met een handleiding over de zoete aardappel bataat.
Zaaien en planten
In tegenstelling tot veel andere groentegewassen worden zoete aardappelen meestal niet uit zaad geteeld. Nieuwe planten worden doorgaans opgekweekt uit een knol of uit stekken (ook wel slips genoemd) die van een knol afkomstig zijn. Beide methoden worden hieronder beschreven.
Planten van knollen
Plant zoete aardappels pas wanneer de grond voldoende is opgewarmd, vergelijkbaar met het plantmoment van gewone aardappelen. Maak verhoogde ruggen of bedden van ongeveer 30 cm hoog. Houd bij meerdere ruggen een afstand van ongeveer 75 cm aan.
Verhoogde ruggen zorgen voor een luchtige, goed doorlatende bodem waarin de knollen zich gemakkelijk kunnen ontwikkelen. Plant de knollen 5 tot 8 cm diep en houd een plantafstand van 25 tot 30 cm aan.
Vermeerderen via stekken
De meest gebruikte methode is het nemen van stekken van jonge scheuten. Hiervoor worden vaak in het voorjaar binnenshuis knollen voor een zonnig raam of in een verwarmde kas opgekweekt. Neem gezonde, krachtige scheuten en knip deze met een scherpe snoeischaar af. Verwijder de onderste bladeren en kort de stekken in tot ongeveer 20 à 25 cm lengte. Zet ze in potten van circa 15 cm doorsnee en laat ze binnenshuis of in de kas wortelen. Een temperatuur rond de 25 °C is ideaal. De stekken kunnen ook rechtstreeks in de vollegrond worden geplant door ongeveer de helft van de stengel in de grond te steken. Het opkweken van zoete aardappels door middel van zaad is niet aan te raden en behandelen we derhalve niet.

Zie ook het bericht en de onderstaande foto's van @Frans voor een mooi voorbeeld van het stekken van zoete aardappelen.
|
|
|
Standplaats
Zoete aardappels hebben een zonnige, warme en beschutte standplaats nodig. De planten vormen lange kruipende stengels die onder gunstige omstandigheden meer dan 3 meter lang kunnen worden.
Voor een goede groei en knolvorming moet de bodem:
vruchtbaar zijn;
goed waterdoorlatend zijn;
voldoende organische stof bevatten;
een #pH hebben tussen 5,5 en 6,5.
Een kas of tunnel biedt de beste omstandigheden voor een hoge opbrengst, maar diverse moderne rassen kunnen ook in de vollegrond een goede oogst geven. De optimale groeitemperatuur ligt tussen 24 en 26 °C. Bij temperaturen onder 10 °C stagneert de groei en kan schade optreden.
Groeiwijze van zoete aardappelen
Zoete aardappelen nemen in de tuin vrij veel ruimte in beslag, omdat ze niet omhoog groeien maar juist lange, kruipende ranken vormen die zich gemakkelijk over de grond verspreiden. Eén plant kan in het groeiseizoen al snel meerdere meters ruimte innemen, waardoor ze andere gewassen kunnen overwoekeren als je niet oplet. Ze houden van een zonnige, warme plek waar ze rustig kunnen uitgroeien en goed hun energie kunnen steken in de knolvorming.
Teelt op de grond
Je kunt zoete aardappelen los over de grond laten groeien, wat de meest natuurlijke manier is en vaak ook een goede opbrengst geeft, al vraagt het wel veel ruimte in de tuin. De ranken spreiden zich hierbij vrij uit en bedekken al snel een groot oppervlak.
Teelt langs rek of hek
Het is ook mogelijk om de ranken langs een hek of rek te leiden om ruimte te besparen, maar in de praktijk blijven ze vooral horizontaal groeien en zakken ze vaak weer naar beneden. Daarom werkt een open, zonnig stuk grond in de meeste Nederlandse tuinen meestal het meest praktisch.
Verzorging
Geef tijdens droge perioden regelmatig water, vooral tijdens de vorming van de knollen. Houd het gewas onkruidvrij en zorg voor voldoende voeding. Zoete aardappels kunnen zich sterk uitbreiden. Houd de planten compact door lange scheuten eventueel terug te knippen of langs een rek te leiden. Verwijder groeipunten van scheuten die langer worden dan ongeveer 60 cm wanneer de planten te veel ruimte innemen.
Bemesting
Werk voor het planten ruim compost of goed verteerde stalmest door de grond. Geef tijdens het groeiseizoen eventueel iedere twee tot drie weken een algemene organische meststof.
Je kunt ook patentkali gebruiken. Dien dan 40 tot 60 gram patentkali per m² toe (oftewel 4 tot 6 kg per 100 m²). Deze gift geef je eenmalig. Strooi de patentkali gelijkmatig over de grond en hark deze vervolgens licht in.
Een tweede gift patentkali is tijdens het groeiseizoen niet nodig.
Pas op!
Let op met stikstofrijke bemesting: te veel stikstof stimuleert bladgroei ten koste van de knolvorming.
Oogsten
De jonge bladeren van de zoete aardappel zijn eetbaar en kunnen worden bereid zoals spinazie. Oogst de knollen wanneer het blad begint te vergelen, maar vóór de eerste nachtvorst. Rooi de knollen voorzichtig uit de grond, vergelijkbaar met het oogsten van gewone aardappelen. Laat beschadigingen zoveel mogelijk achterwege, omdat de knollen daardoor minder lang bewaard kunnen worden. Na het oogsten kunnen de knollen één tot twee weken worden nagehard op een warme plek (circa 25-30 °C). Hierdoor ontwikkelen ze meer smaak en zijn ze beter houdbaar.
Tip
Controleer tijdens het oogsten de knollen op beschadigingen. Beschadigde knollen zijn minder lang houdbaar en kunnen beter als eerste worden gegeten. Gezonde knollen kunnen, mits droog en vorstvrij bewaard, meerdere maanden worden opgeslagen.
Teeltfase / Kenmerk | Periode / Afstand |
|---|---|
Stekken opkweken (slips) | Februari – april |
Planten (direct buiten) | Mei – juni (na de laatste vorst, bij voldoende warme grond) |
Uitplanten | Mei – juni |
Plantafstand | 25 - 30 cm |
Tussen rijen | 75 cm |
Oogsten | September - oktober (vóór de eerste vorst) |
Standplaats | Volle zon, warm en beschut |
Bodem | Luchtige, losse, goed doorlatende, humusrijke grond |
pH | 5,5 - 6,5 |
Optimale temperatuur | 24 - 26 °C |
Teeltduur | 90 - 140 dagen (afhankelijk van ras) |
Hoogte ruggen | ± 30 cm |
Planthoogte | 20 – 40 cm |
Groeiwijze | Kruipende plant met lange ranken van 1 – 3 meter |
Knolvorming | Vormt verdikte opslagwortels onder de grond |
Oogstwijze | Rooien vóór de eerste vorst wanneer het loof begint te vergelen |
Waterbehoefte | Gemiddeld; regelmatig water tijdens groei, minder richting oogst |
Winterhardheid | Niet winterhard; zeer gevoelig voor kou en vorst |
Bijzonderheden | Zoete aardappel (Ipomoea batatas) wordt meestal geteeld uit stekken (slips) in plaats van uit knollen. Een warme zomer, zwarte mulchfolie of kas verhoogt de opbrengst aanzienlijk in het Nederlandse klimaat. |
Ziekten en plagen
Zoete aardappels hebben in Nederland relatief weinig last van ziekten en plagen in vergelijking met gewone aardappelen. Doordat ze niet tot dezelfde plantenfamilie behoren, zijn ze bijvoorbeeld niet gevoelig voor aardappelziekte (Phytophthora infestans).
Mogelijke problemen zijn:
Slakken Vooral jonge planten kunnen worden aangevreten.
Woelmuizen Kunnen schade veroorzaken aan de knollen onder de grond.
Bladluizen Kunnen zich ophopen op jonge scheuten en plantensappen opzuigen.
Spint Komt vooral voor in warme, droge omstandigheden in de kas.
Wortel- en stengelrot Ontstaat meestal door een te natte bodem of slechte drainage.
Om problemen te voorkomen is het belangrijk de planten op een zonnige plek in goed doorlatende grond te zetten en overmatige watergift te vermijden. Een ruime vruchtwisseling van minimaal drie jaar helpt bovendien om bodemgebonden ziekten te voorkomen.
Foto @Jorieke123 Wraatschade door engerlingen. |
Gerelateerde forumtopics
https://www.moestuinforum.nl/topic/624-ervaringen-zoete-aardappel-bataat/
https://www.moestuinforum.nl/topic/23985-zoete-aardappel-in-kas-of-in-zak/
https://www.moestuinforum.nl/topic/57883-zoete-aardappelen-2026/
https://www.moestuinforum.nl/topic/52986-zoete-aardappelen-2025/









Aanbevolen reacties
Doe mee aan dit gesprek
Je kunt dit nu plaatsen en later registreren. Indien je reeds een account hebt, log dan nu in om het bericht te plaatsen met je account.