Ga naar inhoud
Bekijk in de app

Een betere manier om deze website te gebruiken. Meer informatie.

Moestuin Forum

Een app met volledig scherm op uw startscherm met pushmeldingen en meer.

Om deze app op iOS en iPadOS te installeren
  1. Tik op Deelpictogram in Safari
  2. Blader door het menu en tik op Toevoegen aan startscherm.
  3. Tik op Toevoegen in de rechterbovenhoek.
Om deze app op Android te installeren
  1. Tik op het menu met drie puntjes (⋮) in de rechterbovenhoek van de browser.
  2. Tik op Toevoegen aan startscherm of App installeren.
  3. Bevestig door op Installeren te tikken.

rorror

Moderators
  • Registratiedatum

  • Laatst bezocht

Alles dat geplaatst werd door rorror

  1. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    Zag net een filmpje over een mierennest en sambal voor de ingang van het mierennest. Ze zijn eigenlijk nog best slim.
  2. @HuubvG Nu hopen dat het straks mooie droogbloemen opleverd. Ik heb één zaadje liggen, zal ik die ook maar planten?
  3. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    @Arebij Ik gok meerdere issues. De gene die in 'moestuin potgrond' gezet zijn, zijn dat de planten die het meest glimmen op de foto? Moestuin potgrond heeft volgens mij al voedingsstoffen voldoende voor eerste 6weken, dus 3x extra handmatig voeden nu al wellicht dus al teveel. Als planten te nat staan, kan door zuurstof tekort gebreken optreden omdat ze geen voeding kunnen opnemen. (b.v. de kleinste pepper die gelig is in het nieuwe blad). Kan je een foto toevoegen, van opzij kunnen we ook de onderste bladeren en potgrond beter zien. Misschien ook even links de planten zetten welke nog in zaai/stekgrond staan, en rechts de gene in moestuinpotgrond. Of erbij melden op de foto.
  4. rorror plaatste een pagina in Insecten
    In een moestuin spelen plantluizen (bladluizen) vooral een rol als kleine, maar soms hardnekkige plaaginsecten. Ze zitten vaak aan de onderkant van jonge bladeren, op zachte scheuten of bij bloemknoppen. Daar zuigen ze plantensap uit, waardoor planten verzwakken, bladeren kunnen krullen en groei soms achterblijft. Luizen kunnen de volgende ziektes overbrengenWat in de moestuin extra vervelend is, is niet alleen de directe schade door het zuigen, maar vooral dat bladluizen ook plantenziekten kunnen verspreiden. Ze doen dat niet omdat ze zelf ziek zijn, maar omdat ze tijdens het prikken in een plant virussen kunnen oppikken en die vervolgens doorgeven aan de volgende plant waar ze op gaan zitten. In moestuinen gaat het dan vooral om plantvirussen die groenten aantasten. Zo kan het Aardappelvirus Y (PVY) bijvoorbeeld voorkomen in aardappels en tomaten in de moestuin. Geïnfecteerde planten kunnen minder goed groeien, en bladeren kunnen vlekken of vervormingen krijgen. Ook het Komkommermozaïekvirus komt vaak voor in moestuinen met komkommer, courgette of pompoen. Dat zie je meestal terug als een soort mozaïekpatroon van lichte en donkere plekken op het blad, en de plant blijft vaak kleiner of levert minder vruchten op. Bij kolen en andere koolgewassen kan het Raapmozaïekvirus een rol spelen, wat zorgt voor minder vitale planten en beschadigde bladeren. In bieten kan het Bietengelenvirus voorkomen, wat vergeling van het blad veroorzaakt en de groei afremt. En in peulgewassen of granen in de moestuinomgeving kan ook het Gerstdwergvergelingsvirus optreden, wat zorgt voor zwakke, kleine planten met een slechte opbrengst. Belangrijk om te weten is dat je deze virussen niet “ziet” op de bladluis zelf. De luizen lijken misschien onschuldig, maar ze kunnen in korte tijd een virus van de ene naar de andere plant brengen, vooral omdat ze zich snel verplaatsen en zich makkelijk vermeerderen. In de moestuin is de aanpak daarom meestal gericht op voorkomen: planten gezond houden, regelmatig controleren op jonge kolonies en natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes hun werk laten doen. Zodra de luizenpopulatie groot wordt, neemt ook de kans op virusverspreiding snel toe. Luizen veroorzaken verschillende ziekte-achtige verschijnselen op plantenLuizen veroorzaken verschillende ziekte-achtige verschijnselen op planten, ook al zijn ze zelf geen virusdragers of schimmels. Doordat ze plantensap uit jonge bladeren en scheuten zuigen, kunnen bladeren gaan krullen, omrollen of vervormen en soms zelfs klein en misvormd blijven. Zie het onderstaande voorbeeld: Foto 2026 @Hdenthijs voorkant blad. Topic Foto 2026 @Hdenthijs Achterkant blad. Tijdens het zuigen van plantensap scheiden ze honingdauw uit: een plakkerige, suikerachtige substantie die bladeren glanzend en kleverig maakt. Deze honingdauw vormt een ideale voedingsbodem voor roetdauwschimmel, een zwarte schimmel die zich op het bladoppervlak ontwikkelt. Roetdauw tast de plant zelf niet direct aan, maar vermindert wel de hoeveelheid licht die het blad kan opvangen, waardoor de fotosynthese afneemt en de plant op langere termijn verzwakt kan raken en groeiproblemen kan krijgen. Daarnaast trekken zowel honingdauw als bladluizen vaak andere insecten aan, zoals mieren, die de bladluizen soms zelfs “beschermen” in ruil voor de zoete uitscheiding, maar ook bijen en wespen kunnen erop afkomen om de suikerachtige stof te gebruiken als voedselbron. Honingdauw uitscheidig door luizen op blad. Roetdauwschimmel op blad onstaat nadat Honingdauw een tijdje op een blad aanwezig is. Daarnaast kunnen aangetaste planten last krijgen van vertraagde groei, gele verkleuring en zwakke scheuten. In sommige gevallen ontstaan er ook galachtige verdikkingen of blaarachtige misvormingen op bladeren en stengels, omdat de plant abnormaal reageert op het speeksel van de bladluis. Al deze symptomen lijken op een ziekte, maar komen dus puur door de fysieke beschadiging en stress die de bladluis veroorzaakt. Bladeren verkleuren geel (chlorose), jonge scheuten blijven klein of groeien krom. Galvorming door bladluizen. Luizen plagen worden verspreid doorLuizenplagen worden verspreid door verschillende mechanismen: Als een luizenkolonie te druk wordt of de plant minder geschikt wordt (bijvoorbeeld door voedingstekort of uitdroging), ontstaan er gevleugelde bladluizen. Deze kunnen wegvliegen en zich met de wind laten meevoeren naar andere planten in de moestuin. Zo kunnen ze in korte tijd nieuwe plekken koloniseren, soms zelfs op een andere groente of plantensoort. Mieren spelen ook een belangrijke rol in de verspreiding. Ze “verzorgen” bladluizen omdat ze de zoete honingdauw die luizen uitscheiden als voedsel gebruiken. In ruil daarvoor beschermen mieren de luizen tegen natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes en gaasvliegen. Daarnaast kunnen mieren bladluizen actief verplaatsen naar nieuwe, vaak betere planten dichter bij het mierennest. In sommige gevallen nemen ze bladluizen zelfs mee onder de grond naar wortels, waar bepaalde soorten luizen aan de wortels kunnen zuigen, bijvoorbeeld wanneer het mierennest zich onder of naast een wortelkluit bevindt. Daarnaast kunnen bladluizen zich ook verspreiden door direct contact tussen planten. Wanneer bladeren van aangetaste en gezonde planten elkaar raken, kunnen jonge bladluizen overstappen. Dit gebeurt vooral bij dicht op elkaar staande planten of in een volle moestuinbak. Ook menselijke activiteit speelt een rol. Bij het wieden, verplanten of snoeien kunnen bladluizen ongemerkt worden meegenomen op handen, kleding of tuingereedschap. Zo kunnen ze zich snel over verschillende delen van de moestuin verspreiden zonder dat je het direct doorhebt. Tot slot kan ook de snelle voortplanting zelf bijdragen aan uitbreiding. Bladluizen planten zich vaak levendbarend en zonder paring voort, waardoor een kleine beginnende kolonie binnen enkele dagen kan uitgroeien tot een grote plaag. Enkele veel voorkomende soorten luizen in de moestuin.- Bloedblaarluizen, welke bloedblaar veroorzaken. - Wolluizen. - Dop/schildluizen. - Zwarte bonenluis. Database met 300 verschillende soorten luizen: - https://influentialpoints.com/Gallery/Aphid_genera.htm Foto 2022 Blogpost @Bearded johnie Foto 2022 Wolluis Zwarte bonenluis Manieren om te behandelenZelf maken: biologisch afwasmiddel met spiritus in water Een veelgebruikte methode in de moestuin is een zelfgemaakt spuitmiddel op basis van water, een beetje biologisch afwasmiddel en spiritus. Het afwasmiddel zorgt ervoor dat de bladluizen sneller uitdrogen doordat hun beschermende laag wordt aangetast, terwijl de spiritus helpt om ze te verzwakken en los te krijgen van het blad. Je maakt het meestal door ongeveer 1 liter water te mengen met een kleine hoeveelheid (bijvoorbeeld een paar milliliter) biologisch afwasmiddel en een scheutje spiritus. Dit mengsel wordt vervolgens in een plantenspuit gedaan en rechtstreeks op de bladluizen gespoten, vooral aan de onderkant van de bladeren waar ze vaak zitten. Het is belangrijk om dit zorgvuldig te doen: niet te sterk mengen (anders kan het de plant beschadigen) en bij voorkeur eerst op een klein stukje plant testen. Spuit ook niet in de volle zon, omdat bladeren dan gevoeliger zijn voor verbranding. Deze methode werkt vooral goed bij kleine tot middelgrote aantastingen, omdat je de luizen direct moet raken om effect te hebben. Bij grotere plagen kan het nodig zijn om het meerdere keren te herhalen of te combineren met andere natuurlijke bestrijdingsmethoden. Koop een kant en klaar product- b.v. spruzit, de werkzame stof in dit product is pyrethrum. Meer producten die pyrethrum bevatten. - Koop lieveheersbeestjes of larva of gaasvlieg larva. Natuurlijke vijandenNatuurlijke vijanden van bladluizen, dopluizen, schildluizen en andere plantenaantastingen zijn diverse natuurlijke roofdieren en parasieten die helpen de populaties in balans te houden. Enkele belangrijke natuurlijke vijanden zijn: Lieveheersbeestjes (Coccinellidae): Vooral de volwassen lieveheersbeestjes eten grote hoeveelheden bladluizen en dopluizen. Lieveheersbeestje-larven: Vooral de volwassen larven eten grote hoeveelheden bladluizen en dopluizen en zijn zeer effectief in het bestrijden van bladluizen. Roofmijten (Phytoseiidae): Kleine roofmijten eten schildluizen en andere mijtachtige plagen. Heidelibellen en libellen: De larven van libellen jagen op bladluizen en kleine insecten. Gaasvliegen (Syrphidae): De larven van zweefvliegen voeden zich met bladluizen. Microparasieten en parasitaire wespen (bijvoorbeeld Aphidius spp.): Deze wespen parasiteren op de bladluizen, waardoor ze uitgroeien tot mieren en andere roofdieren. Spinnen: Ook deze vormen een waardevolle aanvulling op natuurlijke bestrijding in de moestuin. Gerelateerde forumtopicsPreventief voorkomen van luizen De luizen willen maar niet weg Sla meegekregen, toch eetbaar? Nu al de zwarte bonen luis
  5. rorror plaatste een pagina in Fruit
    Aalbessen (ook wel rode bessen genoemd) behoren tot de meest dankbare fruitstruiken voor de moestuin. Ze zijn relatief eenvoudig te kweken, geven jaar na jaar een betrouwbare oogst en hebben weinig ruimte nodig. Toch komt er, als je echt goede opbrengst en smaak wilt, meer bij kijken dan simpelweg “een struik in de grond zetten”. Hieronder vind je een uitgebreide gids over alles wat komt kijken bij het kweken van aalbessen: van rassenkeuze tot snoei, van groeivormen tot oogst en verjonging. Wie aalbessen succesvol wil kweken, moet vooral denken in drie dingen: licht, verjonging en vocht. Een goed gesnoeide struik op een luchtige plek met regelmatige watervoorziening levert jarenlang betrouwbare oogst op, zonder veel ingewikkelde verzorging. Wat zijn aalbessen precies?Aalbessen zijn de vruchten van de struik Ribes rubrum (en verwante soorten zoals witte en roze varianten). Ze groeien in trossen en hebben een frisse, lichtzure smaak. De plant is winterhard, bladverliezend en kan in gematigde klimaten zoals Nederland uitstekend groeien zonder extreme verzorging. Foto door Artur Pawlak Standplaats en bodemAalbessen houden van een plek waar ze genoeg licht krijgen, maar niet constant in de brandende middagzon staan. Halfzon tot lichte zon is ideaal. In te veel schaduw krijg je minder en zuurdere bessen, terwijl volle hitte in droge zomers de plant kan stressen. De bodem is belangrijker dan vaak wordt gedacht. Ze groeien het best in een voedzame, licht vochtige maar goed doorlatende grond. Kleigrond is prima zolang die niet te nat blijft, terwijl zandgrond beter wordt met extra compost of organisch materiaal. Een pH rond neutraal tot licht zuur is ideaal. Een belangrijk detail: aalbessen hebben een vrij oppervlakkig wortelgestel. Dat betekent dat uitdroging in de zomer direct invloed heeft op de vruchtkwaliteit. Aanplanten en timingDe beste planttijd is in de herfst of het vroege voorjaar. Herfst heeft vaak de voorkeur, omdat de plant dan nog wortels kan vormen vóór het groeiseizoen begint. Bij het planten maak je een ruim plantgat en werk je compost of goed verteerde mest door de grond. De struik wordt iets dieper geplant dan hij in de pot stond, zodat hij steviger wortelt en nieuwe scheuten vanuit de basis kan vormen. Na het planten is goed water geven belangrijk, vooral in het eerste jaar. Groeivormen: meer dan alleen een struikAalbessen kun je op meerdere manieren kweken, en die keuze bepaalt veel van je onderhoud en opbrengst. Vrijstaande struikDit is de klassieke vorm. De struik groeit natuurlijk uit tot een bossige plant van ongeveer 1 tot 1,5 meter hoog en breed. Dit is de makkelijkste en meest robuuste methode. Spil of geleide struikHierbij leid je de plant langs een centrale stam of rek. Dit maakt plukken makkelijker en verbetert luchtcirculatie, waardoor ziektes minder kans krijgen. Leivorm tegen een muur of schuttingEen populaire methode in kleinere tuinen. De takken worden horizontaal geleid, waardoor je een “fruitmuur” krijgt. Dit geeft vaak grotere en beter toegankelijke trossen. Leiden als waaier De aalbes kun je prima leiden als een waaier (fan-vorm) langs een muur of rek. Het is zelfs een van de klassieke vormen voor bessenstruiken. Foto @Mai Pensato zie topic. Hoogstam / stamvormSoms worden aalbessen op een onderstam geënt en als kleine boom gekweekt. Dit ziet er decoratief uit en maakt onderhoud en oogst ergonomisch, maar vereist wel meer verzorging. Foto door Artur Pawlak Rassen en soortenEr zijn meerdere typen aalbessen, elk met hun eigen smaak, kleur en gebruik. Rode aalbesDe bekendste en meest geteelde aalbesvariant, herkenbaar aan de helderrode trossen met een frisse, lichtzure smaak. Rode aalbessen zijn veelzijdig in gebruik en zeer geschikt voor sap, jam, gelei, siroop en gebak. De struiken zijn productief, winterhard en leveren doorgaans een betrouwbare oogst. Populaire rassen zijn onder andere ‘Jonkheer van Tets’, een vroeg en rijkdragend ras, en ‘Rondom’, bekend om zijn sterke groei en regelmatige opbrengst. Foto door Hans Witte aalbesEen lichtgekleurde variant van de rode aalbes, met doorschijnende witgele vruchten. De smaak is zachter, iets zoeter en minder zuur dan die van rode aalbessen, waardoor de bessen bijzonder geschikt zijn voor verse consumptie. Daarnaast worden ze gebruikt in desserts, fruitsalades en lichte confituren. De struik is winterhard, productief en geeft een rijke oogst aan aantrekkelijke trossen. Foto door Radfotosonn Roze aalbesEen kleurvariant van de rode aalbes met doorschijnend roze vruchten en een milde, aromatische smaak. Minder zuur dan rode aalbessen en daardoor geliefd als dessertbes. De bessen zijn geschikt voor verse consumptie, maar ook voor desserts, salades en decoratieve toepassingen. De struik is productief, winterhard en draagt trossen met aantrekkelijke, lichtgekleurde vruchten. Kruisingen en moderne rassenSommige moderne rassen zijn geselecteerd op ziekteresistentie, grotere bessen of langere trossen, wat vooral handig is voor commerciële of intensieve teelt. Snoei: de sleutel tot een goede oogstAalbessen dragen vooral op twee- en driejarig hout. Dat betekent dat oude takken na verloop van tijd minder productief worden. Een goede snoei houdt de struik jong en productief. In de praktijk verwijder je elk jaar ongeveer een derde van de oudste takken tot aan de basis. Zo stimuleer je nieuwe scheuten die later vruchten gaan dragen. Daarnaast verwijder je zwakke, kruisende of naar binnen groeiende takken om lucht en licht in de struik te brengen. Een open structuur voorkomt schimmelproblemen en maakt plukken makkelijker. Water en voedingAalbessen hebben een constante vochtigheid nodig, vooral tijdens de vruchtvorming. Droogte kan leiden tot kleinere bessen en vroegtijdig afvallen. Qua voeding is minder vaak beter dan overbemesting. In het voorjaar is een organische meststof of compostlaag voldoende. Te veel stikstof zorgt vooral voor bladgroei, maar minder vruchten. Een mulchlaag van compost of houtsnippers helpt vocht vasthouden en verbetert de bodemstructuur. Ziekten en plagenHoewel aalbessen relatief sterk zijn, kunnen ze last krijgen van enkele problemen: Bladluizen veroorzaken gekrulde bladeren en groeivertraging, als deze bultjes rood worden is dit bloedblaar door de bloedblaarluis. Vogels: zijn vaak de grootste “plagen” tijdens rijping. Meeldauw: witte poederige schimmel op bladeren bij slechte ventilatie. Aalbessenbladwesplarven: kunnen bladeren snel kaalvreten. Een open snoeiwijze, goede luchtcirculatie en netten tegen vogels zijn meestal voldoende om schade te beperken. VermeerderingAalbessen zijn heel makkelijk te vermeerderen via stekken. In de winter neem je eenjarige houtige scheuten van ongeveer 20–30 cm en steek je die direct in de grond. Het slagingspercentage is hoog. Ook afleggen (een tak buigen en laten wortelen in de grond) werkt uitstekend. Oogst en gebruikDe oogstperiode ligt meestal in de zomer, afhankelijk van het ras. De bessen worden in trossen geplukt wanneer ze volledig gekleurd en zacht zuur zijn. Aalbessen zijn veelzijdig: ze worden gebruikt voor jam, gelei, sap, gebak en likeuren. Vers zijn ze fris en zuur, wat ze populair maakt als contrast in zoete gerechten. Kweken in pottenHoewel aalbessen van nature struiken zijn, kunnen ze ook in grote potten groeien. Kies dan een ruime pot (minimaal 30–40 liter) met goede drainage. Regelmatig water geven is cruciaal, omdat potten sneller uitdrogen. In potcultuur is snoei nog belangrijker om de plant compact en productief te houden. Verjongen van aalbessen – en waarom dat noodzakelijk isAalbessen (Ribes rubrum) hebben een eigenschap die cruciaal is om te begrijpen: ze dragen hun beste vruchten op jong hout. Na een paar jaar neemt de productiviteit van een tak sterk af, terwijl de plant zelf gewoon blijft groeien. Zonder ingrijpen krijg je dus een struik die steeds groter en houtiger wordt, maar minder en kleinere bessen geeft. Daarom is verjongen niet optioneel, maar eigenlijk de kern van een gezonde aalbessenteelt. Waarom verjonging nodig isElke tak van een aalbes heeft een soort “levenscyclus”. In de eerste jaren is de groei krachtig en worden er veel bloemknoppen gevormd. Rond het tweede en derde jaar zit de tak op zijn piek: je krijgt dan de grootste en best gevormde trossen. Daarna gebeurt er iets belangrijks: de tak wordt steeds dikker, houtiger en minder actief. Hij maakt minder jonge scheuten en de vruchtdracht verschuift naar de buitenkant. Het gevolg is: kleinere trossen minder bessen per tak meer schaduw binnenin de struik grotere kans op schimmel door slechte luchtcirculatie Zonder verjonging verandert een aalbes dus langzaam in een “oude houtmassa” die nog wel leeft, maar nauwelijks produceert. Hoe verjongen werkt in de praktijkVerjongen betekent simpel gezegd: oud hout weghalen zodat jong hout de ruimte krijgt. Bij aalbessen gebeurt dit meestal geleidelijk. Je haalt elk jaar een deel van de oudste takken volledig weg tot aan de basis. Daardoor ontstaat ruimte voor nieuwe scheuten die direct vanuit de voet van de plant opschieten. Dat is belangrijk, want juist die jonge scheuten worden de productieve takken van de komende jaren. Wat bereik je er mee?Door consequent te verjongen blijft de struik in een soort “cirkel van jeugd”. Je hebt altijd een mix van: jonge scheuten (toekomstige productie). middeloude takken (huidige piekproductie). en weinig oud hout. Dat zorgt voor een stabiele oogst elk jaar, in plaats van een piek en daarna terugval. Daarnaast blijft de struik open en luchtig, wat belangrijk is voor de gezondheid. Licht kan overal bij, regen droogt sneller op en ziektes krijgen minder kans. Wat er gebeurt als je niet verjongtEen niet-verjongde aalbes wordt vaak binnen enkele jaren: dicht en warrig. moeilijk te oogsten. vatbaarder voor meeldauw en bladproblemen. en vooral: steeds minder productief. In veel gevallen zie je dan dat mensen denken dat de plant “op” is, terwijl hij in werkelijkheid gewoon te oud hout bevat. BloemenDe bloemen van de aalbes zijn klein, maar groeien in opvallende, hangende trossen die in het voorjaar verschijnen, meestal in april of mei. Ze zijn groengeel tot lichtgroen van kleur en niet heel opvallend op het eerste gezicht, maar ze spelen een belangrijke rol in de vruchtvorming. Elke tros bestaat uit meerdere bloemetjes die samen zorgen voor de latere bessen. De bloemen worden voornamelijk bestoven door insecten, zoals bijen en hommels, die aangetrokken worden door de nectar. Hoewel ze niet spectaculair groot of kleurrijk zijn, vormen ze de basis voor de karakteristieke rode, witte of roze bessen die in de zomer volgen. Foto door Irina Gerelateerde forumtopicsAalbes kleine trosjes die ongelijk rijpen Aalbes leiden als waaier Aalbes weinig bessen per tros Stekken in water aalbes Rode bessen zonder bessen Wat is een goede tijd om aalbes te verplanten Giga slechte oogst van de rode bessen Kun je aalbesstruiken scheuren of door midden hakken Aalbes zoeter maken Aalbes word geel Witte aalbes komt niet in blad Verkleuring blad aalbes Dode takken aalbes afknippen of laten zitten Verwelkende bessenstruiken bessenbloedblaarluis Aalbes snoeien help Grondscheut bij rode aalbes op stam Aalbes hoe en wanneer snoeien
  6. rorror plaatste een pagina in Ziektes
    Bloedblaar op bessenstruikenEen bloedblaar op bessenstruiken (zoals rode bes of zwarte bes) is in de meeste gevallen geen echte wond of infectie, maar een reactie van de plant op insectenschade door de bloedblaarluis. Het komt vooral voor bij Ribes-soorten en ziet eruit als rode, opgezwollen blaasjes op het blad. Bloedblaarluis is een plaag dat bladeren aantast deze hebben rode vlekken, deze verschijning lijkt net alsof er bloedblaren op het blad zitten. Vandaar deze naam. Een grote plaag veroorzaakt sterke verkleuring en verschrompeling van het blad. De bloedblaarluis scheidt honingdauw af, waardoor er op de bessen en bladeren een plakkerige laag ontstaat. Die plakkerige laag kan uiteindelijk roetdauwschimmel worden. Hoe het ontstaatDe oorzaak is meestal de rode blaasluis. Deze kleine bladluizen zuigen aan het blad en veroorzaken daardoor een reactie in het plantenweefsel. De plant gaat lokaal extra weefsel aanmaken, waardoor de bekende blaasvormige, rood verkleurde plekken ontstaan. Aan de onderzijde van het blad zitten vaak de luizen zelf, die zich snel kunnen vermenigvuldigen in het voorjaar. Hoe je het herkentJe ziet vooral bladeren die bobbelig en rood tot paars verkleuren. Soms krullen de bladeren een beetje om en voelen ze dikker aan dan normaal. Bij zwaardere aantasting kan het blad vervormen of eerder afvallen, maar de struik blijft meestal wel leven. Bloedblaar op rode bessenstruik, veroorzaakt door de bloedblaarluis. Foto 2022 @Arja Foto 2022 @Arja Foto 2024 @Jasophoria Onderkant Blad. Gevolgen voor de plantHoewel het er heftig uitziet, is de schade vaak beperkt. De groei van jonge struiken kan wel tijdelijk achterblijven en bij herhaalde aantasting kan de opbrengst aan bessen iets verminderen. In de meeste tuinen is het dus vooral een esthetisch probleem. Wat je eraan kunt doenDe eenvoudigste aanpak is het weghalen van zwaar aangetaste bladeren zodra je ze ziet. Zo voorkom je dat de luizen zich verder verspreiden. In het voorjaar helpt het ook om de struik goed in de gaten te houden, omdat de eerste generatie luizen dan verschijnt. Natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes helpen vaak vanzelf mee om de populatie onder controle te houden. Als de aantasting toch sterk is, kan een milde, biologische bestrijding met bijvoorbeeld insectenzeep uitkomst bieden. Maar ook kun je de bloedblaarluis op de zelfde manier bestrijden als gewone luizen. VoorkomenEen luchtige struik met regelmatige snoei is minder aantrekkelijk voor luizen. Ook helpt het om niet te veel stikstofmest te gebruiken, omdat daardoor zacht, jong blad ontstaat waar luizen juist dol op zijn. Een zonnige en goed geventileerde standplaats verkleint de kans op herhaling. Voorkom zoveel mogelijk de aanwezigheid van kruidachtige planten in en om het perceel. Spaar en stimuleer natuurlijke vijanden, zoals gaasvliegen, lieveheersbeestjes, sluipwespen en zweefvliegen. In de winter of het vroege voorjaar kunnen, wanneer veel eieren op het hout voorkomen, deze gedood worden door een bespuiting met minerale olie. LevenswijzeDe bloedblaarluis overwintert als ei op de takken van bes. De stammoeders komen in maart uit het ei en produceren enkele generaties ongevleugelden op de onderkant van het bessenblad. In de zomer worden gevleugelde luizen geproduceerd die vervolgens migreren naar kruidachtige planten. In de zomer worden enkele generaties ongevleugelden gevormd op kruidachtige planten. In september migreert een gevleugelde generatie weer naar bes om daar na paring eieren af te zetten op de scheuten. Gerelateerde forumtopicsWat is er aan de hand met mijn rode bessen struik?
  7. rorror plaatste een pagina in Fruit
    Fruitgewassen behoren tot de meest geliefde planten in de moestuin en fruittuin. Van sappige aardbeien en frambozen tot appels, peren en bessen: er is voor iedere tuin en elk seizoen wel een geschikte fruitsoort te vinden. Sommige fruitgewassen zijn eenvoudig te telen en geven al snel een rijke oogst, terwijl andere wat meer tijd en verzorging vragen. Op de meeste grondsoorten is fruit goed te kweken, zowel in de volle grond als in potten of bakken. Op de volgende pagina’s worden de teeltbeschrijvingen van fruit besproken. Aan bod komen vragen over standplaats, planten, snoeien, bemesten, verzorgen en oogsten. Ook wordt aandacht besteed aan de opkweek en het gezond houden van de planten. Aan de hand van veelgestelde vragen en ervaringen van moestuiniers op dit forum is geprobeerd de artikelen zo te schrijven dat de belangrijkste onderwerpen behandeld worden. Veel leesplezier. Aalbes Aardbei
  8. Sinds van het weekend de eerste fuchsias in bloei.
  9. rorror reageerde op Arja's topic in Fruit en noten
    Ik heb gister het zelfde gezien bij mijn aalbes, als je het rode blad op tilt zitten er luizen onder. Bloedblaarluis: https://wiki.groenkennisnet.nl/display/BEEL/Bloedblaarluis
  10. Waren dan ook mooie grote planten. Dat geeft de koper meteen een goed aantaljaar voorsprong dan het kleine stekgoed van de winkel.
  11. "Mooie" oplossing voor hun kant, maar jouw kant blijft 220, dus moeten ze alsnog 20cm er af halen. Zou even foto's maken ook van hun kant, nog voor het ophogen, om te laten zien dat die verhoging er in het verleden nooit was.
  12. rorror reageerde op Erny's topic in Babbeltuin
    @fre3ke Fijn dat de bollen toch niet gejat zijn, wel naar dat mensen je tuin in lopen. Is dat je voortuin, of lopen ze door een achterpoort ofzo de tuin in? Wordt tijd voor een lok pakketje glitter/poep val:
  13. Bij andere werkt diatomeeënaarde ook. Maar één van de belangrijkste redenen, bovenlaag droger houden. Zorgen dat als je vaste planten in huis hebt, b.v. een laagje basalt fijn split/grid er op. Zodat varenrouwmug daar geen eitjes kan afzetten en heel de winter in kan overleven, totdat je weer gaat zaaien en kweken, en dus al vroeg in het voorjaar een plaag hebt. Overal waar ik dat heb gedaan bij de huisplanten, heb ik geen varenrouwmug meer. De hele winter is het goed gegaan totdat het buiten beter weer werd, en waarschijnlijk één van buiten is gekomen naar de zaailingen. Als er dan toch mugjes komen, dan gele plak strips op hangen, en bij de zaailingen laagje zand of diatomeeënaarde op de aarde doen, zodat de mugjes geen plek hebben kunnen vinden om eitjes af te zetten. (Ik heb rond de 35kamerplanten, en zo'n 50 zaaisel/stek potten)
  14. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    De peper bonsai onlangs goed in de bloei gehad en hangt nu vol met pepers. Water loopt me al in de mond 🤤
  15. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    Oedeem: Op de afbeelding klikken om te vergroten.
  16. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    Vandaag begonnen met afharden van de pepers. Dan over 14dagen volledig naar buiten.
  17. rorror reageerde op Jeanne heijmans's topic in Groente
    @Vinky Ik heb dit jaar ook 1 plant met één zo'n exact blad. Ben ook benieuwd wat dat veroorzaakt.
  18. rorror plaatste een pagina in Bodem
    Veengrond is een bodemtype dat voornamelijk bestaat uit vergaan organisch materiaal (veen), gevormd in natte, zuurstofarme omstandigheden zoals moerassen en laagveengebieden. In Nederland komt veengrond veel voor in laaggelegen gebieden zoals het Groene Hart. In tegenstelling tot zand- of leemgrond is veengrond dus geen minerale bodem, maar een organisch bodemtype met een zeer hoog koolstofgehalte. Eigenschappen van veengrondVeengrond is donker, sponsachtig en extreem rijk aan organische stof. De structuur kan variëren van vezelig en veerkrachtig (vers veen) tot fijn en kruimelig (meer afgebroken veen). Een belangrijk kenmerk is het zeer hoge waterhoudend vermogen. Veengrond kan enorme hoeveelheden water vasthouden, vaak meerdere malen zijn eigen gewicht. Hierdoor blijft de bodem langdurig nat en zacht. Daarnaast is veengrond vaak licht zuur tot sterk zuur (lage pH). Dit komt door organische zuren die vrijkomen bij afbraakprocessen. Voordelen van veengrond in de moestuinVeengrond heeft enkele unieke voordelen, vooral in de context van vruchtbaarheid en waterbuffering. Door het hoge organische stofgehalte is de bodem in staat om grote hoeveelheden voedingsstoffen vast te houden. Dit maakt veengrond in principe zeer vruchtbaar, mits goed beheerd. Daarnaast is de waterbuffer extreem hoog. Tijdens droge periodes blijft veengrond langer vochtig dan vrijwel alle andere grondsoorten, waardoor irrigatie minder vaak nodig is. Ook is de bodem in ongestoorde toestand relatief licht en makkelijk te bewerken, omdat hij weinig minerale verdichting kent. Nadelen van veengrondDe grootste problemen van veengrond ontstaan juist door de eigenschappen die hem uniek maken: waterretentie en organische rijkdom. Veengrond is vaak te nat en slecht doorlucht. Door de hoge waterverzadiging is er weinig zuurstof in de wortelzone, wat wortelgroei kan beperken en wortelrot kan veroorzaken. Daarnaast klinkt veengrond in wanneer hij wordt ontwaterd. Het organisch materiaal oxideert en breekt af, waardoor de bodem inklinkt en daalt. Een ander belangrijk nadeel is de zure pH, waardoor bepaalde voedingsstoffen minder beschikbaar zijn en sommige gewassen slecht groeien zonder bekalking. Waterhuishouding in veengrondIn veengronden speelt water een centrale rol. De bodem werkt als een soort spons die veel water kan vasthouden. Dat is gunstig voor de beschikbaarheid van vocht, maar het zorgt er ook voor dat de grond snel verzadigd raakt. Doordat overtollig water maar langzaam wordt afgevoerd, blijft de grond vaak langdurig nat. Dit kan leiden tot natte wortelzones waarin planten moeite hebben om goed te groeien. Daarnaast is er bij een hoge grondwaterstand weinig zuurstof in de bodem aanwezig, wat de wortelontwikkeling verder belemmert. In natte periodes kan dit resulteren in wateroverlast. In droge periodes gebeurt juist het tegenovergestelde: de bovenlaag droogt uit, waardoor de veengrond kan inklinken en krimpen. Voedingsstoffen en vruchtbaarheidVeengrond bevat van nature een grote hoeveelheid organisch materiaal en daarmee ook een relatief hoge voorraad aan voedingsstoffen. Toch betekent dit niet dat deze voedingsstoffen altijd direct beschikbaar zijn voor planten. Een deel van de voedingsstoffen is sterk gebonden aan de organische stof, waardoor ze niet zomaar worden opgenomen door gewassen. De beschikbaarheid hangt bovendien sterk af van de zuurgraad van de bodem; bij een ongunstige pH zijn vooral fosfaat en calcium minder goed beschikbaar. Daarnaast speelt de activiteit van micro-organismen een belangrijke rol. Zij zorgen voor de afbraak van organisch materiaal en het vrijkomen van voedingsstoffen. In veengrond kan dit proces echter traag verlopen, vooral omdat de bodem vaak zuur en nat is. Daardoor komt de nutriëntenvoorziening minder snel op gang. Oxidatie en bodemdalingEen belangrijk proces in veengronden is de oxidatie van organisch materiaal wanneer de bodem wordt ontwaterd. Zodra veen in contact komt met zuurstof, begint het organische materiaal af te breken. Tijdens dit proces komt koolstof vrij in de vorm van CO₂. Tegelijkertijd verliest de bodem geleidelijk zijn volume, omdat het veenmateriaal wordt afgebroken en compacter wordt. Dit leidt tot inklinking, oftewel bodemdaling. Dit proces is niet alleen van belang voor de landbouwkundige eigenschappen van de grond, maar heeft ook een duidelijke ecologische impact. De vrijgekomen CO₂ draagt namelijk bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Bodemstructuur en instabiliteitVeengrond heeft geen vaste minerale structuur zoals zand- of kleigronden. De opbouw wordt vrijwel volledig bepaald door organisch materiaal, waardoor de bodem relatief kwetsbaar is voor veranderingen. Wanneer de grond uitdroogt of intensief wordt bewerkt, kan de structuur sterk veranderen. In sommige gevallen wordt de bodem na uitdroging zelfs waterafstotend, een verschijnsel dat bekendstaat als hydrofobie. Hierdoor neemt de bodem slecht opnieuw water op. Ook het opnieuw bevochtigen van uitgedroogde veengrond kan lastig zijn. Het water dringt dan moeilijk in de bodem door, waardoor herstel van de oorspronkelijke toestand beperkt blijft. Dit maakt veengronden gevoelig voor blijvende veranderingen in structuur en functionaliteit. Zuurstoftekort (anaerobe omstandigheden)Veengrond is door de hoge waterverzadiging vaak arm aan zuurstof. Hierdoor ontstaan snel anaerobe omstandigheden, waarin andere typen micro-organismen de overhand krijgen dan in goed doorluchte bodems. Dit heeft verschillende gevolgen voor de groei van planten. De wortelontwikkeling verloopt trager, omdat wortels zuurstof nodig hebben voor hun groei en functioneren. Daarnaast kunnen onder deze omstandigheden schadelijke stoffen ontstaan, zoals methaan of sulfiden, die de bodemkwaliteit verder beïnvloeden. Ook de opname van voedingsstoffen door planten kan hierdoor afnemen. Dit effect wordt vooral sterk wanneer de grondwaterstand langdurig hoog blijft, waardoor het zuurstoftekort in de bodem aanhoudt. pH-dynamiek en verzuringVeengrond is van nature al zuur, maar de pH kan door biologische afbraakprocessen nog verder dalen. Dit maakt de bodemchemie relatief dynamisch en gevoelig voor veranderingen. Een lage pH heeft directe gevolgen voor de beschikbaarheid van voedingsstoffen. Zo wordt de opname van elementen zoals calcium, magnesium en fosfaat sterk geremd, waardoor planten tekorten kunnen ontwikkelen. In veel gevallen is daarom bekalking nodig, vooral bij moestuinteelt of intensief gebruik van de grond. Ondanks het hoge gehalte aan organische stof is het bufferend vermogen van veengrond vaak beperkt. Daardoor kan de zuurgraad sneller verschuiven dan in andere bodems. Dit maakt goed pH-management essentieel om een stabiele en vruchtbare bodemconditie te behouden. Krimp en scheurvorming bij uitdrogingWanneer veengrond uitdroogt, verandert de structuur sterk. De bodem krimpt aanzienlijk, waardoor er vaak grote scheuren ontstaan. Door deze vervorming kan het contact met de wortelzones verloren gaan, wat de opname van water en voedingsstoffen belemmert. Een bijkomend probleem is dat uitgedroogde veengrond water moeilijk opnieuw opneemt. Het water infiltreert slecht, waardoor herbevochtiging traag en ongelijkmatig verloopt. Dit kan ertoe leiden dat planten ook na regen of beregening nog steeds stress ervaren, omdat de wortelzone niet snel genoeg weer voldoende vocht beschikbaar heeft. Bodemdaling en langetermijnveranderingVeengrond is geen statisch systeem en verandert voortdurend onder invloed van beheer en gebruik. Vooral bij ontwatering en intensieve benutting treden geleidelijke maar blijvende veranderingen op. Een belangrijk gevolg is dat het bodemniveau jaar na jaar daalt door inklinking en oxidatie van organisch materiaal. Hierdoor wordt het waterbeheer steeds complexer, omdat het verschil tussen grond- en waterpeil kleiner wordt en de afvoer van water minder vanzelfsprekend verloopt. Op de lange termijn neemt daardoor ook de kans op overstromingen toe. Dit maakt veengrond niet alleen relevant vanuit een tuinbouwkundig perspectief, maar ook tot een belangrijke landschappelijke en ruimtelijke uitdaging. Effect van bewerkingBewerking van veengrond heeft een grote invloed op zowel de structuur als de afbraaksnelheid van het organisch materiaal. Door intensieve grondbewerking, zoals diep of vaak spitten, wordt meer zuurstof in de bodem gebracht, wat de oxidatie van organische stof versnelt. Tegelijkertijd kan veengrond ondanks zijn ogenschijnlijk zachte structuur toch verdichten, vooral bij belasting of onjuiste bewerking. Dit kan de doorlaatbaarheid en het bodemleven negatief beïnvloeden. Daarom is minimale of zorgvuldige bewerking vaak beter voor de stabiliteit van veengrond. Hierdoor blijft de bodemstructuur beter behouden en wordt verdere afbraak van het veen zoveel mogelijk beperkt. Vergelijking met zand- en leemgrondVeengrond onderscheidt zich duidelijk van minerale bodems zoals zand- en leemgrond. Het belangrijkste verschil is het veel hogere gehalte aan water en organische stof, waardoor de fysische eigenschappen sterk afwijken van meer minerale bodems. Waar zand- en leemgronden doorgaans een stabielere structuur hebben, is veengrond veel gevoeliger voor veranderingen in structuur. Factoren zoals ontwatering, bewerking en belasting kunnen hier sneller en ingrijpender effect hebben. Daarnaast is veengrond zonder gericht waterbeheer vaak minder stabiel op de lange termijn. Ondanks dat deze bodems in veel gevallen relatief vruchtbaar kunnen zijn, is het lastiger om ze te optimaliseren en hun eigenschappen consistent te houden in vergelijking met zand- en leemgrond. Kopfoto door Wälz
  19. rorror plaatste een pagina in Bodem
    Leemgrond is een mengbodem tussen zand, silt (leemdeeltjes) en een kleinere fractie klei. Het wordt vaak gezien als de “ideale” moestuingrond omdat het eigenschappen combineert van zowel zandgrond als kleigrond, zonder de extreme nadelen van beide. In Nederland komt leemgrond minder uniform voor dan zand- of kleigrond, maar vaak als overgangsbodem of lokaal variërende grondsoort. Eigenschappen van leemgrondLeemgrond heeft een fijnkorrelige, kruimelige structuur met een goede balans tussen lucht, water en voedingsstoffen. De bodem kan water vasthouden zonder snel te verzadigen en laat tegelijkertijd voldoende lucht door voor wortelontwikkeling. Door de aanwezigheid van silt en een beetje klei heeft leemgrond een veel betere nutriëntenbuffering dan zandgrond. Voedingsstoffen worden niet zo snel uitgespoeld en blijven langer beschikbaar voor plantenwortels. De structuur kan sterk variëren afhankelijk van het exacte aandeel zand, silt en klei, maar in de moestuin wordt leemgrond meestal herkend als een makkelijk bewerkbare, kruimelige en vruchtbare bodem. Voordelen van leemgrond in de moestuinLeemgrond wordt vaak beschouwd als de meest “vergevingsgezinde” grondsoort voor moestuinieren. De belangrijkste voordelen zijn een goede balans tussen waterretentie en drainage, en een relatief hoge natuurlijke vruchtbaarheid. Water blijft lang genoeg beschikbaar voor planten, maar overtollig water kan nog steeds wegzakken zonder dat de bodem verstikt raakt. Hierdoor is er een laag risico op zowel uitdroging als waterverzadiging. Daarnaast is leemgrond rijker aan nutriëntenbinding dan zandgrond. Meststoffen en mineralen worden beter vastgehouden, waardoor bemesting efficiënter werkt en minder vaak hoeft te worden herhaald. Ook is de bodem goed bewerkbaar. Hij is stevig genoeg om structuur te behouden, maar niet zo zwaar als kleigrond. Dit maakt spitten, frezen en planten relatief eenvoudig. Nadelen van leemgrondHoewel leemgrond vaak ideaal lijkt, heeft het ook enkele beperkingen. In natte periodes kan de bodem plakkerig en zwaar worden, vooral wanneer het kleideel relatief hoog is. Dit kan bewerken lastiger maken en bodemverdichting in de hand werken. Bij intensief gebruik zonder organische aanvulling kan de structuur langzaam verslechteren. Het kruimelige karakter verdwijnt dan, waardoor de grond dichter en minder luchtig wordt. Een ander nadeel is dat leemgrond gevoelig kan zijn voor korstvorming aan het oppervlak na zware regenval. Dit kan kieming van zaden belemmeren en de gasuitwisseling verminderen. Waterhuishouding in leemgrondLeemgrond heeft een vrij stabiele waterhuishouding, omdat de structuur van de bodem een goede balans biedt tussen het vasthouden en afvoeren van water. In de fijne poriën wordt water vastgehouden, waardoor het als het ware als een kleine voorraad dient voor planten. Tegelijkertijd zorgen de grotere poriën ervoor dat overtollig water kan wegzakken en dat er voldoende lucht in de bodem blijft circuleren. Daardoor droogt leemgrond minder snel uit dan zandgrond, maar raakt het ook minder snel verzadigd dan kleigrond. Voor planten betekent dit dat vocht beter beschikbaar blijft in de wortelzone, zonder dat de wortels langdurig in te natte omstandigheden staan. In droge periodes houdt de bodem dus langer vocht vast, terwijl bij regen het overtollige water niet blijft ophopen. Zo ontstaat er een evenwichtige omgeving waarin planten relatief stabiel kunnen groeien. Voedingsstoffen en vruchtbaarheidDoor de aanwezigheid van fijne bodemdeeltjes en de binding met organische stof heeft leemgrond een relatief hoge cationenuitwisselingscapaciteit (CEC). Dat klinkt technisch, maar in de praktijk betekent het vooral dat de bodem beter in staat is om voedingsstoffen vast te houden. Elementen zoals kalium, calcium en magnesium blijven daardoor niet snel wegspoelen, maar worden als het ware tijdelijk “vastgehouden” in de bodem totdat planten ze nodig hebben. Voor de plant betekent dit dat voeding gelijkmatiger en geleidelijker beschikbaar komt. In plaats van dat alle voedingsstoffen in één keer worden weggespoeld of snel worden opgenomen, komt er steeds een kleine, bruikbare hoeveelheid vrij. Daardoor is ook minder vaak bemesten nodig dan bij bijvoorbeeld zandgrond, waar voedingsstoffen veel sneller verdwijnen. Daarnaast zorgt deze eigenschap ervoor dat uitspoeling beperkt blijft, zeker in vergelijking met lichtere bodems. Organische stof speelt hierin een belangrijke versterkende rol: compost en mest verbeteren niet alleen de beschikbaarheid van voedingsstoffen, maar maken de bodem ook beter gestructureerd, waardoor de algehele vruchtbaarheid verder toeneemt. Structuurstabiliteit en kruimelvormingLeemgrond kan een zeer stabiele kruimelstructuur ontwikkelen, maar dit is sterk afhankelijk van bodemleven. Regenwormen, schimmels en bacteriën produceren stoffen die de bodemdeeltjes aan elkaar binden. Zonder voldoende organische input kan deze structuur echter snel afbreken, waardoor de grond compacter en minder luchtig wordt. Gevoeligheid voor verdichting bij vochtLeemgrond heeft een duidelijke kwetsbaarheid wanneer hij in natte toestand wordt bewerkt. Op dat moment worden de fijne bodemdeeltjes gemakkelijk samengedrukt door druk van machines of betreding. Hierdoor verdwijnen een deel van de poriën in de bodemstructuur, waardoor de bodem als het ware “dichtslibt”. Dat heeft direct gevolgen voor de groeiomstandigheden van planten. Wortels krijgen minder ruimte om zich te ontwikkelen en kunnen moeilijker de bodem binnendringen. Tegelijkertijd neemt de waterafvoer af, waardoor de drainage slechter wordt en water langer kan blijven staan. Ook de hoeveelheid lucht in de bodem vermindert, wat belangrijk is voor een gezonde wortelactiviteit. Juist daarom is het moment van bewerken bij leemgrond zo belangrijk. Wanneer de bodem te nat is, neemt het risico op verdichting sterk toe. In droge of licht vochtige omstandigheden blijft de structuur veel stabieler en kan schade aan de bodem worden voorkomen. TemperatuurbufferingLeemgrond heeft een duidelijke eigenschap die vaak wordt omschreven als temperatuurbuffering. Door de combinatie van fijne bodemdeeltjes en het relatief hoge watergehalte verandert de temperatuur in de bodem minder snel dan bij bijvoorbeeld zandgrond. Water en fijne structuren houden warmte langer vast en geven die ook langzamer weer af, waardoor de bodem als het ware gedempt reageert op temperatuurverschillen. In het voorjaar betekent dit dat leemgrond meestal wat trager opwarmt dan lichtere zandgronden. Waar zand snel opwarmt door de zon, blijft leem nog wat langer koel. Daar staat tegenover dat de bodem ’s nachts minder snel afkoelt, omdat de opgeslagen warmte geleidelijk wordt afgegeven. Voor planten resulteert dit in stabielere groeiomstandigheden, vooral voor jonge gewassen die gevoelig zijn voor plotselinge temperatuurschommelingen. De start van het groeiseizoen kan daardoor iets trager verlopen, maar de omstandigheden blijven op de langere termijn gelijkmatiger en voorspelbaarder. Biologische activiteitLeemgrond biedt doorgaans een gunstige omgeving voor een actief bodemleven, vooral wanneer er voldoende organische stof aanwezig is. De combinatie van een stabiel vochtgehalte, voldoende zuurstof en beschikbare voedingsstoffen maakt de bodem aantrekkelijk voor micro-organismen zoals bacteriën, schimmels en andere kleine bodemorganismen. Zij spelen een belangrijke rol in het afbreken en omzetten van organisch materiaal. Door deze activiteit wordt humus gevormd, wat weer bijdraagt aan de vruchtbaarheid van de bodem. Tegelijkertijd wordt de nutriëntenkringloop versterkt, omdat voedingsstoffen continu worden afgebroken, omgezet en opnieuw beschikbaar komen voor planten. Ook de bodemstructuur profiteert hiervan: biologische activiteit helpt bij het vormen van stabiele bodemaggregaten, waardoor de grond luchtiger en beter doorwortelbaar blijft. Wanneer er echter weinig organisch materiaal wordt toegevoegd, kan deze activiteit sterk afnemen. De bodem wordt dan minder levendig, waardoor zowel de vruchtbaarheid als de structuur op termijn achteruit kan gaan. OppervlaktekorstvormingNa zware regenval kan leemgrond aan het oppervlak een harde, compacte laag ontwikkelen. Dit gebeurt wanneer fijne bodemdeeltjes door de impact van regendruppels loskomen, zich verplaatsen en vervolgens weer samenklitten tijdens het opdrogen. Zo ontstaat er een soort dunne, maar stevige korst op de bovenlaag van de bodem. Die korst kan verschillende gevolgen hebben voor de groei van planten. Zaden die net zijn gezaaid hebben het moeilijk om door deze harde laag heen te breken, waardoor de kieming minder goed verloopt. Daarnaast wordt de uitwisseling van zuurstof tussen bodem en lucht beperkt, wat belangrijk is voor zowel wortels als bodemleven. Ook kan water minder goed in de bodem infiltreren, waardoor het sneller over het oppervlak wegstroomt in plaats van opgenomen te worden. Door maatregelen zoals mulchen en het verhogen van het organische stofgehalte kan dit effect sterk worden verminderd. De bodem blijft dan losser en beter beschermd tegen de directe impact van regen. Vergelijking met zand- en kleigrondLeemgrond wordt vaak gezien als een middenweg tussen de extremen van zand- en kleigrond, zowel ecologisch als agronomisch. Waar zandgrond snel water en voedingsstoffen verliest en kleigrond juist water lang vasthoudt en zwaar te bewerken is, combineert leemgrond eigenschappen van beide in een meer gebalanceerd geheel. Daardoor houdt leemgrond water en nutriënten beter vast dan zandgrond, zonder zo snel te verzadigen als kleigrond. Tegelijkertijd is de structuur doorgaans luchtiger en makkelijker te bewerken dan zware kleigrond, waardoor grondbewerkingen minder inspanning vereisen en planten makkelijker kunnen wortelen. Ook in extreme omstandigheden laat leemgrond zich stabieler gedragen: het is minder gevoelig voor langdurige droogte dan zandgrond en minder vatbaar voor waterverzadiging dan kleigrond. Juist die balans maakt dat leemgrond vaak wordt beschouwd als een van de meest geschikte en evenwichtige bodems voor moestuin- en landbouwtoepassingen. Kop foto door Harrison Haines
  20. rorror plaatste een pagina in Bemesting
    In een moestuin waar allerlei groenten, kruiden en fruitplanten worden gekweekt, is het essentieel om te begrijpen welke voedingsstoffen deze planten nodig hebben om gezond te groeien en optimale opbrengsten te leveren. Planten hebben een specifieke set van voedingsstoffen nodig, die vaak onderverdeeld worden in primaire, secundaire en micro-elementen. Het begrijpen van deze voedingsbehoeften helpt tuinders om te zorgen voor een vruchtbare bodem en een gezonde groeiomgeving. - Mest. - Drijfmest. - Stalmest. - Bladbemesting. - Houtas. - Micro-Elementen. - Kalken van de grond. - Patentkali. Kopfoto door jcomp
  21. @Arja Misschien "gebroken hartje".
  22. @Charly Ik had vorig jaar van jouw een teen olifanten knoflook gehad. Vorig jaar was die nagenoeg niet boven de grond gekomen. Nu wel en bijna duim dikte. De gewone knoflook gaat ook goed. De violen groeien misschien wat te hard..
  23. Doe je dan automatisch bewateren met voeding. Of geef je nog steeds handmatig water met voeding? Hou je dan ook PH en EC van het water in de gaten?
  24. Kan met veel plezier vertellen, dat er jonge koolmeesjes in het kastje zitten. Wat kunnen die kleintjes al een hoop geluid maken. @fre3ke Ik ben best lang 1,93 huisje hangt op zo'n 2meter hoogte. Dus voor mijn gevoel is het al heel dichtbij.
  25. De taxuskever is een nare gast in de moestuin. De eitjes ben ik zelf nog niet tegen gekomen. Zitten de eitjes echt in de grond, ik dacht dat ze ze dichtbij de wortelvoet werden afgezet. Ben een wiki pagina aan het schrijven erover, aangezien ik er zelf ook last van heb. Zie pissebed in verhouding tot de eitjes. Dit zijn bij jouw de eitjes? Maar ze lijken mij groter dan 0.7mm? Meststof bolletjes die kwekers gebruiken zijn iets van 2mm. Harde schil en kan een wittige vloeistof uitkomen als de grond nat is. Maar ik kan het fouthebben.

Account

Navigatie

Zoeken

Account

Navigatie

Zoeken

Zoeken

Browser pushmeldingen instellen in uw browser

Chrome (Android)
  1. Tik op het slotpictogram naast de adresbalk.
  2. Tik op Machtigingen → Meldingen.
  3. Pas uw voorkeuren aan.
Chrome (Desktop)
  1. Klik op het hangslotpictogram in de adresbalk.
  2. Selecteer Site-instellingen.
  3. Zoek Meldingen en pas uw voorkeuren aan.