Alles dat geplaatst werd door rorror
-
Hebben jullie ook een bloementuin? foto's....
-
Blad ziek?
Ik heb gister het zelfde gezien bij mijn aalbes, als je het rode blad op tilt zitten er luizen onder. Bloedblaarluis: https://wiki.groenkennisnet.nl/display/BEEL/Bloedblaarluis
-
Witte bes en Kiwibes Issai grote struiken in pot te koop (VERKOCHT)
Waren dan ook mooie grote planten. Dat geeft de koper meteen een goed aantaljaar voorsprong dan het kleine stekgoed van de winkel.
-
Pruimenboompjes vol met luizen
"Mooie" oplossing voor hun kant, maar jouw kant blijft 220, dus moeten ze alsnog 20cm er af halen. Zou even foto's maken ook van hun kant, nog voor het ophogen, om te laten zien dat die verhoging er in het verleden nooit was.
-
Klaagbank #4
@fre3ke Fijn dat de bollen toch niet gejat zijn, wel naar dat mensen je tuin in lopen. Is dat je voortuin, of lopen ze door een achterpoort ofzo de tuin in? Wordt tijd voor een lok pakketje glitter/poep val:
-
Varenrouwmug
Bij andere werkt diatomeeënaarde ook. Maar één van de belangrijkste redenen, bovenlaag droger houden. Zorgen dat als je vaste planten in huis hebt, b.v. een laagje basalt fijn split/grid er op. Zodat varenrouwmug daar geen eitjes kan afzetten en heel de winter in kan overleven, totdat je weer gaat zaaien en kweken, en dus al vroeg in het voorjaar een plaag hebt. Overal waar ik dat heb gedaan bij de huisplanten, heb ik geen varenrouwmug meer. De hele winter is het goed gegaan totdat het buiten beter weer werd, en waarschijnlijk één van buiten is gekomen naar de zaailingen. Als er dan toch mugjes komen, dan gele plak strips op hangen, en bij de zaailingen laagje zand of diatomeeënaarde op de aarde doen, zodat de mugjes geen plek hebben kunnen vinden om eitjes af te zetten. (Ik heb rond de 35kamerplanten, en zo'n 50 zaaisel/stek potten)
-
Pepers 2022
De peper bonsai onlangs goed in de bloei gehad en hangt nu vol met pepers. Water loopt me al in de mond 🤤
-
Pepers 2022
-
Pepers 2022
-
Pepers 2022
@Vinky Ik heb dit jaar ook 1 plant met één zo'n exact blad. Ben ook benieuwd wat dat veroorzaakt.
-
Identificatie: wat voor plant, struik of boom is dit? #2
@Arja Misschien "gebroken hartje".
-
Knoflook seizoen 2021-2022
@Charly Ik had vorig jaar van jouw een teen olifanten knoflook gehad. Vorig jaar was die nagenoeg niet boven de grond gekomen. Nu wel en bijna duim dikte. De gewone knoflook gaat ook goed. De violen groeien misschien wat te hard..
-
Aardbei-Project (bato bakken)
Doe je dan automatisch bewateren met voeding. Of geef je nog steeds handmatig water met voeding? Hou je dan ook PH en EC van het water in de gaten?
-
Welke vogels zie je in je tuin of op je balkon?
Kan met veel plezier vertellen, dat er jonge koolmeesjes in het kastje zitten. Wat kunnen die kleintjes al een hoop geluid maken. @fre3ke Ik ben best lang 1,93 huisje hangt op zo'n 2meter hoogte. Dus voor mijn gevoel is het al heel dichtbij.
-
Planten die de winter overleefd hebben en zaaimoeheid
De taxuskever is een nare gast in de moestuin. De eitjes ben ik zelf nog niet tegen gekomen. Zitten de eitjes echt in de grond, ik dacht dat ze ze dichtbij de wortelvoet werden afgezet. Ben een wiki pagina aan het schrijven erover, aangezien ik er zelf ook last van heb. Zie pissebed in verhouding tot de eitjes. Dit zijn bij jouw de eitjes? Maar ze lijken mij groter dan 0.7mm? Meststof bolletjes die kwekers gebruiken zijn iets van 2mm. Harde schil en kan een wittige vloeistof uitkomen als de grond nat is. Maar ik kan het fouthebben.
-
Varenrouwmug
Heb je de strips wel geplaatst bij de planten die het er meest last van hebben, zo dicht mogenlijk. Een halve meter van de plant vandaan kan al verschil maken waarom ze er niet op zitten.
-
Varenrouwmug
Ik heb deze eergister geplaatst nadat ik op een kameraam vliegjes zag vliegen. Tijdens het plaatsen, vloog de eerste er meteen op. Merkloos van aliexpress. Tijdens maken van foto geen losse vliegjes meer zien vliegen.
-
door de bomen het bos niet meer, meststof
@sasschel Epsonzout = magnesiumsulfaat. Helpt dus bij magnesium(MsO) gebreken. Kan zowel via de bodem of via bladbemesting gebruikt worden. Als je een universele zoekt, moet je even kijken of het inclusief magnesium + alle sporenellementen ( ook wel micronutrients genoemd) is. (v.b. hoe het dan op label staat N-P-K + MsO + sporenelementen ) Dan hoef je niet apart epsonzout te kopen. Behalve bij extreme gevallen.
-
Tuinbonen
Tuinbonen (vicia faba) worden ook wel labboon genoemd. Net als bij erwten zijn er vele verschillende rassen met diverse bloem en peul kleuren. Er zijn dwergrassen (30 cm), hogere rassen (1,5 m) en er zit verschil tussen de oogsttijd van de verschillende rassen. Tuinbonen groeien het beste bij temperaturen onder de 15 graden en kunnen tot -10 graden vorst verdragen. Zaaien van tuinbonenTuinbonen ontkiemen al bij lage temperaturen. In het voorjaar (vanaf februari – april) zaai je direct in de volle grond. De plantafstand bedraagt 10-15 cm tussen de zaden en op 60-90 cm tussen de (eventueel dubbele-) rijen. De zaaidiepte bedraagt 4-9 cm. In elk gaatje leggen we 1 boontje waarna we het gaatje weer dicht gooien en de grond wat aandrukken. Zaai evt. nog wat extra plantjes zodat je die later kunt planten naar waar de zaden niet opgekomen zijn. Voorzaaien in potjes (onder glas) kan ook, zaai dan in januari tot begin februari onder glas en plant ze na de vorst buiten uit. Over het algemeen plant je uit in maart. Zaai 2 zaden per pot (p-9 potjes). Verplant het gewas wanneer het 10-12 cm hoog is. Voor een vroege oogst kan men ook eens proberen in de herfst zaaien. Zolang de planten minimaal 2,5 cm hoog zijn en bij vorst beschermd worden onder plastic of fleeche kunnen ze een koude winter doorstaan. Zolang je niet op een natte en slecht doorlaatbare grond zit kun je eens een poging wagen. is het niet aan te raden om in de herfst te zaaien. Tip Vroeg zaaien van tuinbonen vermindert de kans op een aantasting van zwarte luis. Toppen van tuinbonenWanneer de eerste tuinboontjes zich voor men en de plant volledig in bloei staat knijp je de groeitoppen af. Dit is meestal na 6-8 trosjes met bloemen. Het toppen doet men om twee redenen: (1) Meer energie voor de ontwikkeling van de tuinbonen (2) minder aantrekkingskracht voor bladluizen. Bemesten van tuinbonenTuinbonen hebben een rijke bemesting nodig. Werk een ruime bemesting van compost of verteerde mest onder. Een bemesting met een mulch van compost is ook prima. Tuinbonen hebben weinig stikstof nodig, deze produceren ze gedeeltelijk zelf. Neem tuinbonen op in de wisselteelt (wiki: wisselteelplan) VerzorgingDe grotere rassen moeten ondersteund worden met draad, netten of stokken: wiki rijshout. Geef tuinbonen in droge periodes tijdens de bloei water. Pas op met schoffelen en harken, bonen wortelen oppervlakkig. Zie verder: toppen van tuinbonen. Oogsten van tuinbonenPluk tuinbonen als de peulen dik zijn van de opgezwollen bonen. Pluk ze voordat ze leerachtig worden, dit betekent dat ze niet te groot mogen worden. Hoe jonger je ze oogst hoe zoeter ze smaken. Regelmatig oogsten bevordert de groei. aan Tuinbonen kunnen goed ingevroren of gedroogd worden. De opbrengst is ongeveer 1,5 kg per m2. Tuinbonen kunnen ook in zijn geheel gegeten worden (met peul) als ze ongeveer net zo groot zijn als je pink. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Januari - februari (vroeg voorzaaien) Zaaien (direct buiten) Januari - april Uitplanten Maart - april (indien voorgezaaid) Plantafstand 10 - 15 cm Tussen rijen 60 - 90 cm Oogsten Mei - juli Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Voedselrijke, stevige, humusrijke en goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 18 °C Teeltduur 80 - 140 dagen Planthoogte 80 - 150 cm Ondersteuning Vaak niet nodig, maar kan bij hoge rassen nuttig zijn Peulvorming Dikke, vlezige peulen met grote bonen binnenin Oogstwijze Oogsten wanneer peulen goed gevuld maar nog jong en mals zijn Waterbehoefte Gemiddeld tot hoog; vooral tijdens bloei en peulvulling Winterhardheid Zeer goed; jonge planten verdragen lichte tot matige vorst Bijzonderheden Tuinbonen zijn vroege koelteminnende bonen die stikstof binden en de bodem verbeteren. Ze worden vaak als een van de eerste bonengewassen van het seizoen geteeld.
-
Sperziebonen
Sperziebonen (Phaseolus vulgarsi) worden ook wel prinsessenbonen, slabonen of heerenbonen genoemd. Er zijn twee hoofdtypen sperziebonen, stam / struik bonen en stokbonen. Stam of struikbonen zijn struikvormige plantjes die redelijk kort blijven en geen ondersteuning nodig hebben. Stokbonen kunnen wel een lengte van twee meter bereiken en hebben daarom steunmateriaal nodig. Zie ook wiki: snijbonen / pronkbonen. Bonen zijn gevoelig voor koud, nat en droog weer. Een te natte grond is af te raden. Optimaal is een zonnige en warme standplaats, die beschermt is tegen harde wind. De zaailingen kunnen niet tegen temperaturen onder de 10 graden Zaaien van sperziebonenSperziebonen kiemen bij een temperatuur van ongeveer 12 graden. Een oude teeltregel is dat bonen de meimaand niet zien mogen zien. Afhankelijk van de weersomstandigheden zaaien vanaf half mei tot juli. Zaai je in de volle grond dan moet je het zaaibed afdekken voor vogels. Zaai stam-sperziebonen voor in 5-10 cm potjes of direct in de volle grond. Leg 3 zaden per plantgat of potje. In de volle grond graaf je ondiepe plantgaten op 2 – 5 cm diepte en op zo’n 15-25 cm uit elkaar. Bedek de zaden met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. De afstand tussen de rijen bedraagt 20-25 cm. Deze vrij ruime plantafstand zorgt er voor dat het gewas goed en snel kan opdrogen om zo schimmels te voorkomen. Stok-sperziebonen zaai je tegen steunmateriaal (de stokken staan ongeveer op 60 cm afstand of gebruik netten) met daar rond 4-5 zaden. Bij een kleinere afstand tussen de stokken, bijvoorbeeld 30 cm tussen de stokken, dan zaai je slecht 1-2 zaden per stok. Tip Het is ook mogelijk om de bonen eerst voor te kiemen op vochtig keukenpapier en daarna voorzichtig te verplanten naar potjes om later in de volle grond uit te planten. Bemesten van sperziebonenSperziebonen doen het goed op de meeste gronden en hebben maar een beperkte bemesting nodig. Werk voor het planten een lichte bemesting van compost of stalmest in de grond. Sperziebonen hebben weinig stikstof nodig, deze produceren ze gedeeltelijk zelf. VerzorgingGeef sperziebonen in droge periodes tijdens de bloei water. Pas op met schoffelen en harken, bonen wortelen oppervlakkig. Steun stokbonen tegen staken. Oogsten van sperziebonenRauwe sperziebonen zijn licht giftig, eet sperziebonen nooit rauw maar kook ze eerst om de gifstoffen onschadelijk te maken. Pluk ze in een jong stadium zodat ze nog steeds mals zijn, in de zomer ongeveer 2-3 x per week, dit bevordert tevens de aanmaak van nieuwe bloemen. De opbrengst is ongeveer 1kg per m2 voor Stamsoorten en 1,5 kg voor stoksoorten. Pluk niet als de bladeren en bonen nat zijn om verspreiding van schimmels te voorkomen. Na twee tot drie keer oogsten kunnen struikboontjes verwijderd en/of vervangen worden, stokbonen gaan nog even door en kunnen blijven staan. Wat er mis kan gaanZie ziekten en plagen bij peulvruchten Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) April - mei Zaaien (direct buiten) Half mei - juli Uitplanten Mei – juni (na de laatste vorst) Plantafstand 12 - 25 cm Tussen rijen 20 - 25 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 18 - 25 °C Teeltduur 50 - 80 dagen Planthoogte 40 - 60 cm (struikbonen) / 200 - 300 cm (stambonen) Ondersteuning Niet nodig voor struikbonen; stambonen hebben rekken of stokken nodig Peulvorming Jonge, malse peulen worden geoogst vóór de zaadvorming volledig is ontwikkeld Oogstwijze Regelmatig plukken stimuleert nieuwe bloei en peulvorming Waterbehoefte Gemiddeld; extra water tijdens bloei en peulvorming Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor vorst Bijzonderheden Sperziebonen zijn stikstofbinders en groeien snel in warme grond. Te vroeg zaaien in koude grond kan leiden tot slechte kieming en plantuitval.
-
Pronk-Snijbonen
Pronkbonen kun je jong eten als sperzie– of snijboon. Oogst ze voor deze toepassing als ze 10 - 15 cm lang zijn. Laat je ze doorgroeien dan kunnen ze een lengte van 30 cm bereiken! De peulen zijn dan te vezelig om te eten, maar de gedopte bonen zijn wel smakelijk. De pronkboon heeft een meer uitgesproken smaak dan de snijboon. Zowel de snijboon als de pronkboon worden bijna altijd tegen staken geteeld. Zaaien van pronk-snijbonenPronk en snijbonen kiemen bij een temperatuur van ongeveer 12 graden. Een oude teeltregel is dat bonen de meimaand niet zien mogen zien. Afhankelijk van de weersomstandigheden zaaien vanaf half mei tot juni. Zaai je in de volle grond dan moet je het zaaibed afdekken voor vogels. Pronk en snijbonen zaai je tegen steunmateriaal (de stokken staan ongeveer op 60 cm afstand of gebruik netten) met daar rond 4 - 5 zaden of 3 - 4 planten. Heb je de afstand tussen de stokken op 30 cm dan zaai je slecht 1 - 2 zaden per stok. Pronk en snijbonen kunnen ook voorgezaaid worden in potjes om later uit te planten. Het is ook mogelijk om de bonen eerst voor te kiemen op vochtig keukenpapier en daarna voorzichtig te verplanten naar potjes om later in de volle grond uit te planten. Bonen zijn gevoelig voor koud, nat en droog weer. Een te natte grond is af te raden. Optimaal is een zonnige en warme standplaats, die beschermt is tegen harde wind. De zaailingen kunnen niet tegen temperaturen onder de 10 graden. Bemesten van pronk-snijbonenPronk en snijbonen doen het goed op de meeste gronden en hebben maar een beperkte bemesting nodig. Werk voor het planten een lichte bemesting van compost of stalmest in de grond. Pronk en snijbonen hebben weinig stikstof nodig, deze produceren ze gedeeltelijk zelf. VerzorgingGeef pronk en snijbonen in droge periodes tijdens de bloei water. Pas op met schoffelen en harken, bonen wortelen oppervlakkig. Steun pronk en snijbonen tegen staken. Oogsten van pronk en snijbonenPronk-snijbonen moeten jong gegeten worden, laat ze dus niet te groot worden. Soms moeten de draadjes van de peulen worden verwijderd voordat ze versneden worden. Als de oogst eenmaal begonnen is oogst je om de 2-3 dagen. Wat er mis kan gaanZie ziekten en plagen bij peulgroenten. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) April - mei Zaaien (direct buiten) Half mei - juni Uitplanten Mei - juni (na de laatste vorst) Plantafstand 60 cm Tussen rijen 90 - 100 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 18 - 25 °C Teeltduur 90 - 140 dagen Planthoogte 200 - 400 cm Ondersteuning Sterke klimsteunen, stokken of bonenrekken noodzakelijk Peulvorming Lange, platte peulen die jong worden geoogst Oogstwijze Regelmatig jonge peulen plukken voor maximale opbrengst Waterbehoefte Gemiddeld tot hoog; extra water tijdens bloei en peulvorming Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor vorst Bijzonderheden Pronk-snijbonen combineren de groeikracht van pronkbonen met de eetbare peulen van snijbonen. De planten bloeien rijk en trekken veel bestuivers aan.
-
Erwtenscheuten
Erwten worden in Nederland voornamelijk geteeld om hun peulen met zaden. Wat veel mensen niet weten is dat de jonge scheuten van erwten een zeer smakelijke groente zijn. De scheuten zijn de bovenste jonge blaadjes. De jonge scheuten hebben een verfijnd maar subtiel doperwtensmaakje. Anderen omschrijven ze als een milde, zoete en nootachtige smaak. Erwtenscheuten zijn in Nederland een nog weinig gekende lekkernij. In Engeland vind je de groente regelmatig op de lokale markt en ook in China is de groente gekend als Dau Miu. Erwtenschueten zijn ideaal voor salades en wokgerechten. Erwtenscheuten telenZaai erwten vrij dicht op elkaar in potgrond op 2,5 cm diepte in grote zaaibakken, bloembakken of potten met een diepte van minimaal 15 cm. Bedek met zaaigrond, zet ze op een warm plekje en zorg er voor dat de grond vochtig blijft. In de volle grond zaaien kan natuurlijk ook. Als de erwten eenmaal gekiemd zijn plaats je ze op een koele maar lichte plaats. Geef regelmatig water en start met het oogsten van de jonge scheuten als de plantjes 5 cm hoog zijn. Erwtenscheuten oogst je als ze nog heel jong zijn. Als de scheuten / ranken 3 weken oud zijn kun je ze oogsten. Pluk ze op een centimeter of 2 van de steel af. Als je een paar blaadjes laat staan per steel groeien er vanzelf weer nieuwe scheuten aan. Als zaaigoed kan je prima een pak erwten uit de supermarkt gebruiken. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Jaarrond Zaaien (direct buiten) Maart - september Uitplanten Niet van toepassing Plantafstand 2 - 5 cm Tussen rijen 10 - 15 cm Oogsten Jaarrond binnenshuis / April - oktober buiten Standplaats Volle zon tot halfschaduw Bodem Luchtige, humusrijke, vochtige maar goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10- 20 °C Teeltduur 10 - 30 dagen Planthoogte 10 - 25 cm Oogstwijze Jonge scheuten afknippen zodra ze 10 - 20 cm hoog zijn Herstelgroei Vaak 1 - 2 extra oogsten mogelijk na het knippen Waterbehoefte Regelmatig; grond licht vochtig houden Winterhardheid Niet relevant bij binnenteelt; buiten verdragen jonge planten lichte vorst Bijzonderheden Erwtenscheuten worden geteeld voor hun jonge, zoete scheuten en ranken. Ze groeien zeer snel en zijn populair voor salades, wokgerechten en garnering.
-
Erwten
Erwten (Pisum sativum) zijn groenten waarbij je echt duidelijk het verschil proeft met de in de winkel gekochte versie. Naast de welbekende peulen met kleine zaden (doperwten) kunnen ze ook alleen geteeld worden voor de smakelijke jonge blad toppen. Daarnaast maken wij op deze wiki onderscheidt tussen erwten (doperwten), peultjes (sluimererwten) (wiki: peultjes) en sugersnaps (suikererwten) (wiki: sugersnaps). Zaaien van erwtenErwten kunnen vanaf het vroege voorjaar (Februari) tot aan het begin van de zomer (begin Mei) gezaaid worden. Erwten kunnen ook in het najaar gezaaid worden voor een extra vroege oogst, zie hiervoor “erwten zaaien in september/oktober”. Er zijn twee hoofdtypes erwten: De gekreukelde zaden bevatten een hoog vochtgehalte wat leidt tot zoete erwten (hoog suikergehalte weinig zeteel). Kreukzadig betekent dat ze tijdens het drogen in elkaar schrompelen. De rondzadige erwten zijn op hun beurt beter bestand tegen kou (daardoor gebruikt om vroeg te zaaien) maar zijn over het algemeen minder zoet en wat droger/melig. De echte liefhebber zaait zowel de rondzadige (vroeg zaaien) als de kreukzadige (zoet) om lang te kunnen genieten van erwten. Zaai direct in de volle grond als de temperaturen rond de 10 graden schommelen en wanneer de grond niet te koud / nat is. Bij lagere temperaturen kiemen de zaden langzamer. Zorg er voor dat de zaden ongeveer 2-4 cm diep gezaaid worden met een plantafstand van 3-5cm tussen de erwten. Zaai direct tegen het rijshout aan dmv een dubbele rij op een afstand van ongeveer 30 cm (zie afbeelding). Tussen deze dubbele rijen houdt men 60-120 cm aan, afhankelijk van de hoogte van het ras. In het vroege voorjaar zaait met onder afdekplastic of fleece. Bescherm de zaailingen bij zware vorst. Vroeg in het seizoen als de grond nog nat en koud is raden we aan om in potjes of in een oude regengoot te zaaien (zie dit forumbericht). Zaai de zaden 2-3 cm diep op ongeveer 3-5 cm van elkaar. Als de zaailingen +- 8cm groot zijn en het warm genoeg is plant je ze buiten uit. Tip Voor een gespreide oogst zaai je elke twee weken of zaai je verschillende rassen. Winterzaai van erwtenBij in het najaar zo rond eind september-oktober winterharde, rondzadige, vroegrijpende rassen en laat ze overwinteren onder glas of onder fleeche. Pas op voor muizen. Oogsten van erwtenOogst erwten in een jong stadium. Vaak plukken heeft de voorkeur want laat je erweten te lang hangen dan worden de erwten minder mals, zoet en meer meelachtig.. Na de oogst knip je het loof af boven de grond, de wortels blijven in de grond om voor een extra stikstof bemesting te zorgen. Eet verse erwten vlak na het plukken zo snel mogelijk op. Na de oogst daalt het suikergehalte snel. Wat er mis kan gaanZie ziekten en plagen bij peulvruchten Bemesten van erwtenWerk een ruime bemesting van compost of verteerde mest onder. Erwten hebben weinig stikstof nodig, deze produceren ze gedeeltelijk zelf. Neem erwten op in de wisselteelt (wiki: wisselteelplan) Erwten steunen en verzorgingErwten moeten gesteund worden. Er zijn laagblijvende rassen (30-60 cm), halfhoge rassen (60-120 cm) en hoge rassen (120-200 cm). De ervaring leert dat ook de lagere rassen een beetje ondersteuning nodig hebben. Zorg voor een stevige opbouw van het steunmateriaal. Gebruik netten, gaas of draden. De hoogte van het steunmateriaal wordt aangepast aan de hoogte van het gebruikte ras. Om te ondersteunen zijn diverse mogelijkheden. Snoeihout kan gebruikt worden als steunmateriaal. Om de 20-30 cm plaats je takken in de grond. Bovenaan bindt je ze samen, onderaan plaats je ze op 20-30 cm. Zie ook wiki: rijshout De verdere verzoring bestaat uit het geven van water tijdens de bloei en het wieden van onkruid. Geef voor de bloei niet te veel water omdat dit leidt tot een extra productie van bladeren. Als de peultjes opzwellen kunnen de planten wel weer wat meer water gebruiken. Bescherm zaailingen na opkomst voor vogels (wiki: vogels) met netten. Haal de netten weg als de ranken zijn gevormd en plaats de steunen. StandplaatsErwten groeien het beste op een open, zonnige plek in de moestuin. De bodem moet vruchtbaar zijn, goed vocht vasthouden en goed gedraineerd zijn. Hoge temperaturen, een natte, tochtige en koude of een droge grond remmen de groei Licht is voor erwten een van de belangrijkste groeifactoren, hanteer dus de juiste plantafstand (zie zaaien). Erwten groeien het beste bij een temperatuur van 13-18 graden c en de bloemen en peulen kunnen niet tegen vorst. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - maart (optie) Zaaien (direct buiten) Februari - mei Uitplanten Maart - april Plantafstand 3 - 5 cm Tussen rijen 30 cm Oogsten Vanaf augustus Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Goed doorlatende, humusrijke grond met matige bemesting pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 10 - 20 °C Teeltduur 60 - 100 dagen Planthoogte 40 - 200 cm (afhankelijk van ras) Ondersteuning Lage rassen beperkt; hoge rassen hebben gaas, netten of stokken nodig Oogstwijze Regelmatig peulen plukken stimuleert verdere productie Waterbehoefte Gemiddeld; extra water tijdens bloei en peulvorming Winterhardheid Jonge planten verdragen lichte vorst tot ongeveer -5 °C Bijzonderheden Erwten zijn stikstofbinders en verbeteren de bodem. Er zijn verschillende typen zoals doperwten, peultjes en sugarsnaps, met vergelijkbare teelteisen.
-
Rabarber
Rabarber (Rheum rhabarbarum) is een doorlevende plant gekweekt om de bladstelen. De vlezige rode/groene stelen worden gegeten en hebben een licht zure smaak. De bladeren zijn giftig en zijn niet geschikt voor consumptie. Standplaats van rabarberRabarber groeit het beste in een goed bemeste vocht vasthoudende grond. Een te natte – slecht gedraineerde – grond in de winter, is af te raden in verband met het risico op rotting. Teel rabarber in dat geval op een verhoogd bed. Rabarber verdraagt goed schaduw maar voor een rijke oogst is een zonnige warme standplaats met vruchtbare grond aan te bevelen. Deze vaste groente kan wel tot 20 jaar op dezelfde plek blijven staan maar de oprengst loopt na enkele jaren terug. Elke plant kan wel tot 2 meter breed worden. Planten van rabarberRabarber plant je bij voorkeur voor de winter in oktober als de plant in ruste is. Planten in februari / maart kan ook nog maar de plant heeft meer tijd nodig om goed aan te slaan. Maak de grond goed los (min 35 cm diep) en werk voor het planten veel stalmest of compost in de grond. De plantafstand bedraagt ongeveer 1 meter. Plant de rabarber zo, dat de neuzen zich op de scheiding van grond-lucht bevinden: een vuistregel is 2,5-5cm boven de grond afhankelijk van een zware of lichte grondsoort. Zaaien van rabarberRabarberzaad geeft een grote verscheidenheid aan planten waardoor de kwaliteit van de uit zaad opgekweekte planten te veel varieert. Wil je het eens proberen? Zaai dan de zaden in de lente buiten op 2,5 cm diepte en op 30 cm van elkaar. Selecteer de sterkste zaailingen en plant deze in de herfst of in de volgende lente uit op de uiteindelijke plaats. In pot moet ook lukken maar laat de grond niet te veel uitdrogen. Rabarber scheurenHet scheuren van rabarber doe je om een stek te verkrijgen. Als planten al lange tijd op dezelfde plaatst staan (5-7 jaar) gaat de opbrengst achter uit. Dan is het aan te raden de planten te scheuren en te verplanten. Gebruik minimaal 3 jaar oude planten om te delen / scheuren. De beste tijd om te scheuren is oktober-november of februari-maart. Graaf de planten op en deelt ze. Steek daarvoor als de knoppen boven de grond uitsteken, de plant rondom op 15 cm afstand af. Til de kluit op en snijd hem in stukken. Zorg ervoor dat elk stuk minstens twee-drie zichtbare knoppen heeft met een worteldeel van zo’n 10cm. Zet de delen meteen weer terug in de grond. De aparte delen met een enkele knop kunnen ook los geplant worden. Zorg dat de aparte delen voorzien zijn van groeipunten en maak van de gelegenheid gebruik om extra voeding in de bodem te verwerken. Rabarber verlangt veel vocht en veel voedsel. Zie verder: planten van rabarber. In plaats van scheuren kun je ook een grote plant in tweeën splitsen en een deel uitgraven om te verplanten. Bemesten van rabarberGeef rabarber in het najaar een rijke bemesting van (half)verteerde mest of compost. Breng de mest aan als mulch op en rond de planten. Rabarber vraagt een zware bemesting. Oogsten van rabarberOogst rabarber door de steel af te trekken door deze eerst licht naar buiten te bewegen en daarna met een lichte draaibeweging los te trekken. Verwijder het blad. Probeer in het eerste jaar niet te oogsten zodat de plant zijn energie in de groei kan stoppen. In de herfst geplant kan rabarber het volgend jaar stelen leveren. Verplant men in het voorjaar dan is het beste het eerste jaar niet te oogsten. Het oogsten kan door gaan tot 24 juni. De belangrijkste reden hiervoor is om er voor te zorgen dat de plant weer op krachten kan komen (reserve opbouwen) voor de oogst van volgend jaar en komende winter. Daarnaast zou het gehalte oxaalzuur (afbraak van kalk in het lichaam) rond deze datum hoger worden. Met mate een maaltje oogsten mag natuurlijk (voor de plant maar ook voor jezelf in verband met het oxaalzuur). VerzorgingEenmaal aangeslagen vergt rabarber weinig verzorging. Geef ruim water op warme droge dagen. Verwijder de bloemstengel als deze verschijnt omdat het de plant te veel uitput. Het verschijnen van een bloemstengel bij rabarber is een teken van minder sterke vegetatieve groei. Hoe ouder de rabarber hoe sneller hij bloemen vormt. Ook gebrek aan voeding (geef jaarlijks compost en meststoffen) kan de bloei bevorderen. Of een slechte standplaats (nat tijdens de winter, slechte grondstructuur) kan de bloei bevorderen. Ook zijn sommige rassen makkelijker “vatbaar” voor bloei. Wat er mis kan gaatVooral watergebrek en slakken kunnen voor problemen zorgen. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Planten (kronen/wortelstokken) Oktober - november of februari - maart Zaaien Februari - mei (binnenshuis) Plantafstand 80 – 100 cm Tussen rijen 80 – 110 cm Oogsten April - juni (vanaf het 2e of 3e jaar na aanplant) Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Diepe, vruchtbare, humusrijke en vochtvasthoudende grond pH 6,0 – 7,0 Optimale temperatuur 15 – 24 °C Teeltduur Meerjarig gewas (productief gedurende 8–15 jaar) Hoogte ruggen Niet noodzakelijk; vlakke teelt Winterhardheid Zeer goed winterhard (tot circa -20 °C) Plantdiepte kroon Kroon net onder het grondoppervlak (2–5 cm) Ziekten, plagen en problemenRabarber is in de basis een sterke en vrij probleemloze plant, maar kan onder bepaalde omstandigheden toch worden aangetast door ziekten of plagen. De meest voorkomende schade wordt veroorzaakt door slakken, die vooral in het vroege voorjaar jonge scheuten kunnen aanvreten. Dit kan de groei tijdelijk vertragen of in ernstige gevallen zelfs nieuwe uitlopers beschadigen voordat ze zich goed hebben ontwikkeld. Een ander belangrijk risico is te natte bodem, vooral in de winter of op slecht gedraineerde grond. Dit kan leiden tot kroonrot, waarbij de wortelstok begint te verrotten en de plant uiteindelijk verzwakt of afsterft. Goede drainage is daarom essentieel om dit probleem te voorkomen. Daarnaast kunnen bij oudere of verzwakte planten bladvlekkenziekten optreden. Deze uiten zich in verkleurde of bruine plekken op het blad en komen vaker voor bij planten die onder stress staan, bijvoorbeeld door voedingstekort, slechte standplaats of langdurige vochtproblemen. Over het algemeen geldt dat een goede standplaats, voldoende voeding, juiste plantafstand en regelmatige verzorging de kans op problemen sterk verminderen en de plant gezond en productief houden. Teeltduur en groeiRabarber is een typisch meerjarig gewas dat jarenlang op dezelfde plek kan blijven staan zonder dat herbeplanting noodzakelijk is. Na aanplant heeft de plant doorgaans één tot twee jaar nodig om volledig te ontwikkelen en goed te wortelen. De eerste serieuze oogst wordt meestal vanaf het tweede of derde jaar verwacht. Vanaf dat moment bereikt rabarber zijn productieve fase, waarin jaarlijks een goede opbrengst kan worden geoogst. Deze periode kan vele jaren aanhouden, afhankelijk van standplaats, verzorging en bodemkwaliteit. Na verloop van tijd neemt de productiviteit echter geleidelijk af. De stelen kunnen dunner worden en de plant kan sneller geneigd zijn om te bloeien in plaats van bladstelen te vormen. Ondanks deze natuurlijke veroudering blijft rabarber een zeer duurzame teelt, omdat hij met minimale inspanning jarenlang opbrengst kan leveren. Dankzij zijn sterke winterhardheid overleeft hij koude winters probleemloos en start hij elk voorjaar opnieuw met krachtige groei. Rassen van rabarber (geschikt voor teelt in Nederland)In Nederland worden vooral rabarberrassen geteeld die goed bestand zijn tegen het gematigde, vochtige klimaat en de wisselende seizoenen. Belangrijke eigenschappen voor Nederlandse omstandigheden zijn winterhardheid, groeikracht en weerstand tegen natte bodems. Een veel geteeld en betrouwbaar ras is Victoria, dat goed is aangepast aan het Nederlandse klimaat. Dit ras is groen tot roodgroen van kleur en staat bekend om zijn sterke groei en stabiele opbrengst. Het is een klassiek ras dat in veel moestuinen voorkomt vanwege zijn eenvoud en betrouwbaarheid. Een ander geschikt ras is Timperley Early, dat vooral populair is vanwege de zeer vroege oogst. Dit ras is goed winterhard en kan in Nederland al vroeg in het voorjaar geoogst worden, vaak nog voordat andere rassen op gang komen. Hierdoor is het aantrekkelijk voor telers die een vroege productie willen. Ook Livingstone wordt in Nederland regelmatig geteeld. Dit is een sterk en productief ras dat goed bestand is tegen verschillende weersomstandigheden. Het levert doorgaans een hoge en stabiele opbrengst en kan goed omgaan met het wisselende Nederlandse klimaat. Over het algemeen worden in Nederland vooral rassen gekozen die goed winterhard zijn, een betrouwbare opbrengst geven en weinig gevoelig zijn voor natte of wisselende weersomstandigheden. De keuze voor een ras hangt daarnaast af van het gewenste oogstmoment en of men vooral vroege of juist langdurige productie wil realiseren. Forceren van rabarberRabarber kan op een speciale manier worden behandeld om een vroegere en zachtere oogst te verkrijgen, een techniek die bekendstaat als forceren. Hierbij wordt in de winter een plant afgedekt met een lichtdichte kap, zoals een traditionele rabarberpot of een omgekeerde emmer. Door het ontbreken van licht wordt de plant als het ware “gestimuleerd” om sneller te groeien in zijn zoektocht naar licht. Dit resulteert in lange, slanke stelen die vaak lichter van kleur zijn, variërend van lichtroze tot bleekgroen. Deze geforceerde stelen hebben een zachtere textuur en een mildere, minder zure smaak dan normaal geoogste rabarber. Het forceren zorgt ervoor dat de oogst enkele weken eerder kan beginnen dan bij onbeschermde planten. Dit is vooral interessant voor wie vroeg in het seizoen al rabarber wil oogsten, nog voordat de normale buitenteelt op gang komt. Rabarber in pot of containerRabarber kan ook succesvol worden geteeld in een grote pot of plantenbak, mits er voldoende ruimte wordt voorzien voor de ontwikkeling van het wortelstelsel. Omdat rabarber een krachtige en diep wortelende plant is, is een ruime container noodzakelijk, bij voorkeur met een inhoud van minimaal 40 tot 60 liter, maar groter is beter voor langdurige teelt en stabiele opbrengst. Het is belangrijk om te kiezen voor een voedzame en humusrijke potgrond die goed vocht vasthoudt maar tegelijkertijd voldoende drainage biedt om wortelrot te voorkomen. Onderaan de pot moeten altijd drainagegaten aanwezig zijn, eventueel aangevuld met een laag potscherven of hydrokorrels om overtollig water af te voeren. Omdat potten sneller opwarmen en uitdrogen dan volle grond, heeft rabarber in containerteelt een duidelijk hogere waterbehoefte. Regelmatige en gelijkmatige watergift is daarom essentieel, vooral tijdens warme en droge periodes. Het is beter om vaker kleine hoeveelheden water te geven dan af en toe veel, zodat de bodemvochtigheid stabiel blijft. Daarnaast vraagt rabarber in pot meer bemesting dan in de volle grond, omdat voedingsstoffen sneller uitspoelen. Regelmatige aanvulling met compost of organische meststoffen is nodig om de plant productief en gezond te houden. In pot blijft de groei meestal iets beperkter, maar met goede verzorging kan de plant toch een redelijke opbrengst leveren. Mulchen en onkruidbeheerMulchen is een belangrijke techniek bij de teelt van rabarber en heeft meerdere voordelen voor zowel de bodem als de plant zelf. Door een laag organisch materiaal, zoals compost, stro, grasresten of bladeren rond de plant aan te brengen, wordt de bodem beter beschermd tegen uitdroging en temperatuurschommelingen. Een mulchlaag helpt bovendien om de bodemstructuur te verbeteren doordat het organische materiaal langzaam wordt afgebroken en voedingsstoffen vrijgeeft. Dit draagt bij aan een vruchtbare en levende bodem, wat essentieel is voor een gewas als rabarber dat veel voeding nodig heeft om goed te kunnen groeien. Een ander belangrijk voordeel van mulchen is de onderdrukking van onkruidgroei. Onkruiden kunnen in de beginfase van de teelt concurrentie vormen voor water, licht en voedingsstoffen. Vooral jonge rabarberplanten zijn hier gevoelig voor. Door een goede mulchlaag blijft de bodem grotendeels bedekt, waardoor onkruiden minder kans krijgen om zich te ontwikkelen. Ondanks het gebruik van mulch blijft het in de eerste jaren na aanplant belangrijk om regelmatig handmatig te wieden. Dit zorgt ervoor dat de rabarber zich goed kan vestigen zonder concurrentie van sterke of diepwortelende onkruiden. Rabarber met stro mulch. Rabarber met worteldoek. Watergift en irrigatieRabarber heeft een relatief hoge waterbehoefte en is sterk afhankelijk van een gelijkmatige vochtvoorziening om goed te kunnen groeien. Vooral in het voorjaar, wanneer de plant in volle groei komt, en in de vroege zomer tijdens de blad- en stengelontwikkeling, is voldoende water essentieel voor een goede opbrengst en stevige stelen. Het is belangrijk om water niet oppervlakkig te geven, maar juist diep in de bodem te laten doordringen. Dit stimuleert de wortels om dieper te groeien, wat de plant weerbaarder maakt tegen droge periodes. Een diepe watergift is effectiever dan frequent kleine hoeveelheden aan het oppervlak. Schommelingen in bodemvocht kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de stelen. Bij droogtestress worden stelen vaak vezelig en taai, en kan de groei tijdelijk stilvallen. Dit heeft direct invloed op zowel de opbrengst als de eetkwaliteit. In langdurige droge periodes kan aanvullende irrigatie noodzakelijk zijn, vooral op lichtere gronden die minder water vasthouden. Door een stabiel vochtgehalte te behouden, blijft de rabarberproductie constant en wordt de kans op groeiproblemen aanzienlijk verminderd. WinterbeschermingRabarber is van nature een zeer winterharde plant die lage temperaturen doorgaans goed kan verdragen. Zelfs strenge vorst vormt meestal geen probleem voor de wortelstok, die diep in de grond beschermd ligt. Toch kan extra bescherming in de winter de plant helpen om sterker en gezonder de winter door te komen, vooral onder minder ideale bodemomstandigheden. Een veelgebruikte methode is het aanbrengen van een mulchlaag rondom de plant in de late herfst. Deze laag kan bestaan uit compost, stro, bladeren of goed verteerde mest. De mulch werkt als een isolerende deken die de kroon beschermt tegen plotselinge temperatuurschommelingen, extreme vorst en uitdroging door winterwind of een droge bodem. Vooral op lichtere zandgronden, waar vocht en warmte sneller verloren gaan, is deze bescherming extra waardevol. Naast bescherming biedt de mulchlaag ook een bijkomend voordeel: tijdens de winter en het vroege voorjaar wordt het organische materiaal langzaam afgebroken. Hierdoor komen voedingsstoffen vrij die direct door de plant kunnen worden opgenomen wanneer de groei weer op gang komt. In het voorjaar kan de resterende mulch eventueel licht worden ingewerkt in de bodem als natuurlijke bodemverbeteraar. Vruchtwisseling en standplaatswisselingRabarber is een meerjarig gewas dat uitstekend geschikt is om meerdere jaren op dezelfde plek te blijven staan. In veel tuinen kan de plant zonder problemen 8 tot 15 jaar of zelfs langer productief blijven. Na verloop van tijd neemt de opbrengst echter vaak geleidelijk af. De plant wordt dan minder krachtig, kan sneller gaan bloeien of produceert minder dikke stelen. Wanneer dit gebeurt, is het verstandig om de rabarber te verjongen door de plant te scheuren of te verplaatsen. Bij het kiezen van een nieuwe standplaats is het belangrijk om rekening te houden met vruchtwisseling. Rabarber hoort niet terug te keren op een plek waar eerder rabarber of andere langdurig op dezelfde plaats groeiende gewassen hebben gestaan, omdat dit de kans op bodemmoeheid en ziektedruk vergroot. Een nieuwe standplaats moet bij voorkeur goed worden voorbereid met een rijke, humusrijke bodem die diep is losgemaakt en voldoende organisch materiaal bevat. Zo krijgt de plant een goede start en kan hij opnieuw jarenlang productief blijven. Door regelmatig standplaatswisseling toe te passen, blijft de bodem gezond en wordt de kans op ophoping van bodemgebonden ziekten en plagen aanzienlijk verminderd. Bewaren en invriezenNa de oogst is rabarber beperkt houdbaar in verse vorm. De stelen kunnen in de koelkast meestal nog enkele dagen goed blijven, bij voorkeur verpakt in een vochtige doek of in een afgesloten plastic zak om uitdroging te voorkomen. Hoe verser de rabarber wordt gebruikt, hoe beter de smaak en textuur behouden blijven. Voor langere bewaring is invriezen een goede optie. De stelen worden eerst gewassen en vervolgens in stukken gesneden van ongeveer 1 tot 3 centimeter. Daarna kan de rabarber direct worden ingevroren, of eerst kort worden geblancheerd in kokend water. Dit blancheren is niet verplicht, maar helpt om kleur, structuur en smaak beter te behouden tijdens het invriezen en ontdooien. Ingevroren rabarber is meestal tot ongeveer een jaar houdbaar in de vriezer. Bij gebruik wordt de rabarber vaak direct verwerkt zonder volledig te ontdooien, bijvoorbeeld in compotes of gebak. Dit voorkomt dat de structuur te zacht of waterig wordt. Rabarber in de keukenRabarber is een veelzijdig ingrediënt dat vooral wordt gewaardeerd om zijn frisse, zure smaak. Omdat de stelen van nature vrij zuur zijn, wordt rabarber in de keuken vaak gecombineerd met suiker of andere zoete ingrediënten om een evenwichtige smaak te creëren. Het wordt veel gebruikt in klassieke bereidingen zoals compote, waarbij de rabarber zacht wordt gekookt met suiker tot een smeuïge massa. Daarnaast is het een populaire vulling voor taarten, crumbles en cakes, waar de friszure smaak goed contrasteert met zoete deegsoorten. Ook in jam en desserts zoals pudding of yoghurttoetjes komt rabarber goed tot zijn recht. Zie dit topic voor meer recepten. Een veelgebruikte combinatie is rabarber met aardbei, waarbij het zoete karakter van de aardbei de zuurgraad van de rabarber mooi in balans brengt. Deze combinatie wordt vaak gebruikt in jam, gebak en desserts. Belangrijk om te onthouden is dat alleen de stelen van rabarber eetbaar zijn. De bladeren bevatten oxaalzuur en andere stoffen die giftig zijn voor mensen en dieren en daarom altijd volledig verwijderd moeten worden voor gebruik in de keuken. Vermeerdering van rabarberRabarber kan op twee manieren worden vermeerderd: via zaad en via vegetatieve vermeerdering (scheuren van de plant). In de praktijk wordt vooral vegetatieve vermeerdering gebruikt, omdat dit de enige manier is om exact dezelfde eigenschappen van de moederplant te behouden. Bij vermeerdering via zaad is de uitkomst namelijk niet voorspelbaar. Rabarber is sterk kruisbestuivend, waardoor zaailingen onderling flink kunnen verschillen in kleur, groeikracht, smaak en opbrengst. Sommige planten kunnen bijvoorbeeld veel minder productief zijn of dunnere stelen vormen. Daarom wordt zaaien vooral toegepast door kwekers en veredelaars die nieuwe rassen willen ontwikkelen of variatie zoeken in eigenschappen. De meest gebruikte methode is scheuren (delen van de wortelstok). Hierbij wordt een bestaande, volwassen plant opgedeeld in meerdere stukken, waarbij elk deel minimaal één of meerdere groeiknoppen en voldoende wortel bevat. Deze methode heeft als groot voordeel dat de nieuwe planten genetisch identiek zijn aan de ouderplant. Daardoor blijft de raszuiverheid behouden en weet je precies welke eigenschappen je kunt verwachten, zoals kleur, smaak en opbrengst. Scheuren zorgt daarnaast vaak voor een verjonging van de plant. Oudere rabarberplanten kunnen na enkele jaren minder productief worden of sneller gaan bloeien. Door ze op te delen en opnieuw uit te planten, krijgen de afzonderlijke delen weer meer groeikracht en energie, wat leidt tot een betere opbrengst in de jaren erna. Kort samengevat is zaaien vooral interessant voor experimenten en nieuwe variëteiten, terwijl scheuren de standaardmethode is voor de moestuin vanwege de betrouwbaarheid, productiviteit en het behoud van raseigenschappen. CombinatieteeltRabarber is van nature een vrij dominante plant in de moestuin. Hij vormt grote bladeren en een breed wortelgestel, waardoor hij al snel veel ruimte inneemt en andere gewassen kan overgroeien. Daarom wordt rabarber meestal als solitair gewas geteeld, waarbij hij voldoende afstand heeft van andere vaste planten of groentesoorten. Toch is het mogelijk om in de eerste groeifase van het seizoen gebruik te maken van de ruimte rond jonge rabarberplanten. In het vroege voorjaar, wanneer de rabarber nog maar net uitloopt en de bladeren nog klein zijn, is er tijdelijk voldoende licht en open bodem beschikbaar tussen de planten. In deze periode kunnen snelgroeiende en laagblijvende gewassen worden gezaaid of geplant. Geschikte combinaties zijn bijvoorbeeld sla, spinazie, radijs of veldsla. Deze gewassen hebben een korte groeicyclus en worden geoogst voordat de rabarber volledig ontwikkeld is. Hierdoor maken ze optimaal gebruik van de beschikbare ruimte zonder de rabarber te hinderen in zijn groei. Zodra de rabarber echter volledig op gang komt, met grote bladeren en sterke bladstelen, ontstaat er veel schaduw. Op dat moment is de ondergroei meestal niet meer productief en stopt de groei van lichtminnende groenten. Daarom is combinatieteelt bij rabarber vooral een tijdelijke oplossing in het vroege seizoen en minder geschikt als permanente combinatie. Goed plannen is hierbij belangrijk: door rekening te houden met de groeisnelheid van zowel rabarber als de tussenbeplanting kan de moestuin efficiënter worden benut zonder dat de opbrengst van de rabarber zelf wordt beïnvloed. Gerelateerde forumtopicshttps://www.moestuinforum.nl/topic/52473-rabarber/ https://www.moestuinforum.nl/topic/25347-zijn-rabarber-bloemen-eetbaar/ https://www.moestuinforum.nl/topic/3991-rabarber-planten-in-pot-en-voeden/ https://www.moestuinforum.nl/topic/5882-rabarber-wecken/ https://www.moestuinforum.nl/topic/2235-wat-te-doen-met-rabarber-na-de-oogsttijd/ https://www.moestuinforum.nl/topic/21048-rabarber-probleem/ https://www.moestuinforum.nl/topic/40-rabarber-scheuren-en-planten/ https://www.moestuinforum.nl/topic/8379-rabarber-blijft-dat-eigenlijk-nieuwe-bladen-maken/ https://www.moestuinforum.nl/topic/15278-rabarber-verplanten/ https://www.moestuinforum.nl/topic/21657-rabarber-rot-weg/ https://www.moestuinforum.nl/topic/57969-rabarber-met-bollen-zijn-dit-bloemknoppen/ https://www.moestuinforum.nl/topic/1453-rabarber/ https://www.moestuinforum.nl/topic/9818-kleine-rabarber-soort-gezocht/ https://www.moestuinforum.nl/topic/1925-ouderwetse-zweedse-manier-bewaren-rabarber/ https://www.moestuinforum.nl/topic/15043-rabarber-bemesten/ https://www.moestuinforum.nl/topic/1255-zaadjes-rabarber-oogsten/ https://www.moestuinforum.nl/topic/24860-rabarber-schiet-door/
-
Kardoen
Kardoen (Cynara cardunculus) wordt om zijn vlezige bladstelen gekweekt. De Kardoen, die alleen door zaaiïng wordt verkregen, is nauw verwant aan de Artisjok. Deze zeer decoratieve plant wordt, anders dan artisjok, dus niet gekweekt voor de bloemknoppen. Voor ervaringen van leden lees dit topic. Zaaien en planten kardoenZaai kardoen eind Maart tot April onder glas / binnenhuis of vanaf mei direct in de volle grond of buiten in potjes. De zaaitemperatuur bedraagt 14 graden. Kardoen zaaien we meteen in individuele potjes omdat de planten slecht te verspenen zijn. Vul 10 cm (p-9) potjes met zaaigrond en druk licht aan. Leg dan 2-3 zaden per pot, bedek de zaden licht met grond en geef water. Zet de potjes weg waar het minimaal 14 graden is, bij voorkeur hoger. Na opkomst houdt je de sterkste zaailing over door de overtollige zaailingen die in hetzelfde potje groeien weg te knippen (ze mogen niet uitgetrokken worden). Na ijsheiligen (half mei), als de kans op vorst geweken is, plant men de kardoenzaailingen uit met een plantafstand van 1 meter (100cm) in alle richtingen. Zoek bij voorkeur een zonnig, beschut en warm plekje in de tuin uit. De bodem moet goed vocht vasthoudend, voedzaam en vruchtbaar zijn. Kardoen beschermen in de winterMits goed beschermd kan kardoen de winter overleven en in het voorjaar weer opnieuw uitlopen. Dek het hart van de planten af me stro en aard de planten aan. Kardoen bemesten en verzorgenGeef kardoen ruim van te voren een rijke basisbemesting met compost, verteerde mest, kippen of koemestkorrels. Geeft tijdens de groei om de zoveel weken een bemesting met een algemene (stikstof)meststof. Geef de jonge zaailingen goed water op warme dagen. Naarmate de planten groter worden zullen ze dieper wortelen en is water van een mindere zorg. Kardoen bleken en oogstenBleek kardoen omstreeks Augustus/September door de planten (als ze droog zijn) bijéén te binden en te omwikkelen met een jute zak. Aard de plant daarna aan tot zo’n 20-30 cm hoogte. Bij meerdere planten is het aan te raden om elke week één plant te bleken. Ongeveer 3 weken later kunnen de gebleekte stengels geoogst worden. De gebleekte stengels zijn enkele weken te bewaren op een koele plek. Je kan kardoen ook bleken om de stengels met iets in te pakken. b.v. met sto en jutendoek, zie meer in deze blog. Foto @appelvrouw Stengels inpakken met sto. Daarna afwinkelen met jutendoek. Kardoen is een meerjarige vaste plant, maar wordt in Noordwest-Europa vaak als eenjarige of tweejarige groente geteeld voor de bladstelen. De teeltwijze lijkt sterk op die van de verwante Artisjok. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari – april Zaaien (direct buiten) Maart – mei Uitplanten Mei – juli (na de laatste vorst) Plantafstand 80 – 100 cm Tussen rijen 100 – 120 cm Oogsten September – november (voor strenge vorst) Standplaats Volle zon Bodem Diepe, vruchtbare, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,5 – 7,5 Optimale temperatuur 18 – 25 °C Teeltduur 150 – 210 dagen Planthoogte 120 – 180 cm Bleken van stelen 2 – 4 weken vóór de oogst (optioneel voor mildere smaak) Waterbehoefte Regelmatig, vooral tijdens droge perioden Winterhardheid Licht vorstbestendig, maar bescherming aanbevolen bij strenge vorst Ziekten en plagenKardoen is over het algemeen een sterke plant die weinig last heeft van ziekten. Jonge planten kunnen echter worden aangevreten door slakken. Daarnaast kunnen bladluizen zich tijdens warme zomers op de bladeren vestigen. Een goede luchtcirculatie rond de planten helpt schimmelproblemen voorkomen. Verwijder aangetaste bladeren tijdig om verdere verspreiding tegen te gaan. Kardoen als sierplantDoor zijn grote grijsgroene bladeren en opvallende paarsblauwe bloemen is kardoen niet alleen een nuttige groente, maar ook een fraaie sierplant. De plant kan een hoogte bereiken van anderhalve tot twee meter en vormt een indrukwekkende blikvanger in de moestuin of siertuin. Laat je enkele planten doorschieten, dan trekken de bloemen bovendien veel bijen, hommels en vlinders aan. Zaden winnenWie zelf zaad wil winnen, kan enkele gezonde planten laten overwinteren en in het tweede jaar laten bloeien. Na de bloei vormen zich zaadhoofden die in de nazomer rijpen. Oogst de zaadhoofden zodra ze droog beginnen te worden en bewaar de zaden op een koele, droge plaats. Kardoenzaden blijven doorgaans drie tot vijf jaar kiemkrachtig. Teelt in potHoewel kardoen bij voorkeur in de volle grond wordt geteeld, is teelt in een ruime pot mogelijk. Gebruik een pot van minimaal 40 tot 50 liter inhoud en zorg voor een voedzame, vochtvasthoudende potgrond. Planten in pot vragen vaker water en bemesting dan planten in de volle grond. OpbrengstEen volwassen kardoenplant levert doorgaans 1 tot 2 kg bruikbare bladstelen op. Voor een gemiddeld gezin zijn twee tot vier planten meestal voldoende om gedurende het najaar meerdere keren van de oogst te genieten. Kardoen in de keukenDe gebleekte bladstelen van kardoen worden gegeten als groente. De smaak wordt vaak omschreven als een combinatie van artisjok en bleekselderij, met een licht bittere smaak. Voor gebruik moeten de stelen worden ontdaan van de draderige buitenkant. Vervolgens kunnen ze worden gekookt, gestoofd, gegratineerd of verwerkt in soepen en stoofschotels. Vooral in de mediterrane keuken is kardoen een traditionele wintergroente. Gerelateerde forumtopicshttps://www.moestuinforum.nl/topic/2951-kardoen-in-de-winter/ https://www.moestuinforum.nl/topic/14699-verschil-kardoen-en-artisjok/