rorror
Moderators
-
Registratiedatum
-
Laatst bezocht
-
Activiteit
Bekijkt de forumindex
Alles dat geplaatst werd door rorror
-
Bosui
Bosui (Allium cepa) wordt ook wel sla-ui genoemd. Het zijn eigenlijk jonge onvolgroeide uitjes. Verwerk ze door de salade, grill of roerbak ze. Bosuitjes of saladeuitjes zijn pittig van smaak, hebben stevig blad en vormen een klein bolltetje van 2-4 cm. Zaaien en planten van bosuiBosui kan het hele jaar door gezaaid worden. Het beste is om ze gespreid uit te zaaien zodat je het hele jaar over verse bosui beschikt. Zaai elke week een rijtje. Zaai vanaf het vroege voorjaar tot aan het begin van de herfst. Bosui kan de winter overleven net als prei. Zaai direct in de volle grond op rijen. De afstand tussen de zaadjes is ongeveer 1-2 cm en tussen de rijen 20-30 cm. Geef de zaailingen regelmatig water en verwijder onkruid om te voorkomen dat ze te grote bolletjes vormen. Oogsten bosuiOogst door de plantjes uit te dunnen zodat er uiteindelijk 2-3 cm tussen de uitjes zit. Oogst de rest naar behoefte of als ze 15 cm hoog zijn, ongeveer 2 maanden na zaaien. Hoe langer je ze laat staan hoe pittiger ze worden. Zie ook stengelui en prei. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - juni Zaaien (direct buiten) Maart - augustus Uitplanten April – juli (indien voorgezaaid) Plantafstand 2 - 5 cm Tussen rijen 20-30 cm Oogsten April - oktober Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Losse, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 12 - 22 °C Teeltduur 60 - 90 dagen Planthoogte 20 - 50 cm Bol-/stengelvorming Vormt geen echte bol; lange witte stengel met groen loof Oogstwijze Oogsten wanneer stengel dik genoeg is; kan jong en dun of wat groter gegeten worden Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid geeft malse stengels Winterhardheid Matig winterhard; kan milde vorst verdragen Bijzonderheden Bosui groeit snel en kan in opeenvolgende zaai worden geteeld voor een continue oogst gedurende het seizoen. Gerelateerde forumtopics- Bosui/lente-ui zaaien? - Groeien bosuitjes altijd zo traag? - Winteruien over -> bosui? - Bosuien inmaken? - Bosuitjes van drie weken? - Sla- bosui en prei, zaaien/kweken lukt niet. Voor meer topics over bosui, gebruik de zoekfunctie.
-
Bleekselderij
Bleekselderij (Apium graveolens dulce) zijn de jonge, lichtgroene stengels van de selderijplant. Er zijn zelfblekende en groenblijvende varianten. Bleekselderij zaaienZaai bleekselderij vanaf maart binnenshuis bij een temperatuur van 15-20 graden. Vul potjes, een zaaibakje of een zaaitray met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond. Bleekselderij is een lichtkiemer dus dek de zaadjes zeer dun af (1-2 mm). Het zeer dunne laagje zaaigrond mag niet uitdrogen tijdens het kiemen. Controleer dit regelmatig en bevochtig de grond met een vernevelaar indien nodig. Nadat de eerste echte blaadjes verschenen zijn (zien er anders uit dan de kiemblaadjes) kun je de plantjes verspenen indien nodig naar eigen individuele kleine potjes van rond de 5 cm. Het heeft de voorkeur om de zaadjes op een ruime tussenafstand te leggen bij het zaaien zodat ze heel de zaaiperiode in de kweekbak kunnen staan. Bleekselderij schiet namelijk sneller door na een groeistilstand. Probeer er tevens op te letten dat de temperatuur tijdens de opkweek niet onder de 10-15 graden komt. Planten schieten namelijk snel door als ze blootgesteld zijn aan temperaturen onder de 10 graden. Hard de plantjes af door de potjes overdag buiten te zetten (rond half april). Lees meer op de wiki: afharden. Plant de bleekselderij rond Mei – Juni uit als de kans op vorst geweken is. De plantafstand bedraagt 25-30 cm tussen de planten en 30-40 cm tussen de rijen. Bleekselderij blekenBleken van selderij gebeurt niet zo vaak meer. De bleekselderij die verkocht wordt bij de zaadhandel is vaak het zelf blekende type. Heb je wel een groenblijvende bleekselderij variant dan kun je deze bleken. Dit is niet noodzakelijk want ook de groene stengels kunnen gebruikt worden. Bleek de selderij door deze samen te binden en te omwikkelen met jute of karton. Bij zelf blekende rassen is dit niet nodig. Bleekselderij bemestenEen regelmatige groei is belangrijk bij de teelt van bleekselderij. Een flinke basisbemesting die ruim van voren is ondergewerkt is van belang. Geef goed verteerde mest, compost, kippen of koemestkorrel. Bleekselderij vraagt een iets minder zware bemesting dan knolselderij maar wel meer stikstof. Tijdens de groeiperiode geeft met in juli-augustus nog een extra gift met een samengestelde (kunst)meststof of compost. VerzorgingWiedt het onkruid en breng een mulche laag aan van verteerde compost om vocht vast te houden. Geef water op warme dagen. Wat er mis kan gaanBladvlekkenziekte Mineervlieg Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - mei Zaaien (direct buiten) April – mei Uitplanten Mei - juni Plantafstand 25 - 30 cm Tussen rijen 30 - 40 cm Oogsten Augustus - november Standplaats Volle zon tot halfschaduw Bodem Voedselrijke, humusrijke, vochtige en goed doorlatende grond pH 6,0 – 7,5 Optimale temperatuur 15 - 22 °C Teeltduur 120 - 150 dagen Planthoogte 40 - 70 cm Bleek-/stengelvorming Lange, dikke stengels die lichter worden door groei en eventueel bleken Bleken van stelen 2 - 3 weken voor oogst (door inpakken of aanaarden voor mildere smaak) Waterbehoefte Hoog; constant vochtige grond is belangrijk Winterhardheid Matig vorstgevoelig; kan lichte kou verdragen maar niet strenge vorst Bijzonderheden Bleekselderij vraagt een lange groeiperiode en veel water. Onvoldoende vocht geeft vezelige en bittere stelen.
-
Bieten
Bieten of kroten (Beta vulgaris esculenta) zijn lang niet altijd rood/paars. Tegenwoordig hebben de meeste zaadhandels ook rode, oranje, gele, witte en combinaties van kleuren als tekening in hun assortiment. Wat betreft de smaak is er bij bieten anders dan bij andere groenten een duidelijke scheiding tussen liefhebbers en tegenstanders. De bieten uit eigen tuin zijn ook voor de tegenstander het proberen waard, de smaak is vele malen anders dan de bieten uit de supermarkt. Zeker als je ook nog eens de juiste rassen kiest. Zaaien van bietenRode bieten kunnen vanaf Maart onder vliesdoek gezaaid worden. Er zijn meerdere manieren om (rode) bieten te zaaien. De meest gebruikte methode is gewoon direct in de volle grond zaaien. Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1,5-2,5 cm diepte en leg elke 5-7-10 cm een zaadje. De afstand tussen de zaaigeulen bedraagt ongeveer 25-30 cm. Hoe dichter je zaait hoe kleiner de bietjes blijven. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat de grond contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. Dun plantjes die te dicht op elkaar zijn gezaaid uit tot 7-10-15 cm. Knijp de bladeren af boven de grond wanneer ze 3 tot 4 bladeren hebben gevormd zodat je de sterkste plantjes kunt selecteren. Bieten kunnen ook prima in modulen en perspotjes worden opgekweekt om later uit te planten wanneer ze 5 cm hoog zijn. Let op bieten laten zich moeilijk verspenen, zaai dus in individuele modules of perspotjes en niet in een grote zaaibak om later te verspenen. Om zeker te zijn dat elke module gevuld is kun je 1- 2 zaden per module zaaien en later uitdunnen tot het sterkste plantje. Let op er zijn rassen waarvan de zaden zaadclusers uit twee of 3 zaden bestaan. Er zijn ook rassen waar dat niet het geval is, dun dus tijdig uit indien er meerdere plantjes uit de zaadcluster groeien. Daarnaast bestaat het risico bij te vroeg zaaien of onder ongunstie omstandigheden dat bieten snel doorschieten. Vooral oude rassen zijn hiervoor gevoelig, nieuwe en de gebruikelijke rassen zijn vaak resistent tegen doorschieten. Bemesting van bietenWerk een lichte bemesting compost of verteerde mest in de grond zoals bij wortelen. Doe dit bij voorkeur in de herfst en werk deze zeer goed door de grond. Omdat ze net iets meer bemesting vragen als wortel geef je bieten aan het begin van de teelt nog wat goed verteerde compost en een beetje patentkali. VerzorgingDun uit en houdt het bed onkruidvrij. Oogsten van bietenBieten kunnen op elk gewenst moment geoogst worden. Hoe jonger je ze oogst hoe malser ze zullen zijn. Trek de bieten gewoon uit de grond en laat het loof aan de plant tot bij gebruik. Oogst bieten in ieder geval voor de vorst. De jonge blaadjes kan men eten als sla of spinazie. Zie ook snijbiet. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Maart - Juli (optioneel) Zaaien (direct buiten) April - juli Uitplanten vanaf april (indien voorgezaaid) Plantafstand 5 - 10 cm Tussen rijen 25 - 30 cm Oogsten Vanaf mei Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Losse, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 15 - 25 °C Teeltduur 55 - 100 dagen Planthoogte 30 - 50 cm Knolvorming Vormt ronde, platte of langwerpige wortelknollen afhankelijk van het ras Uitdunnen Vaak nodig omdat één zaadklompje meerdere planten kan opleveren Oogstwijze Oogsten zodra de knollen de gewenste grootte hebben bereikt Waterbehoefte Gemiddeld; gelijkmatige vochtigheid voorkomt verhouting en scheuren Winterhardheid Niet winterhard; oogsten vóór langdurige strenge vorst Bijzonderheden Rode biet is eenvoudig te telen en goed bewaarbaar. Ook het jonge blad is eetbaar en kan als bladgroente worden gebruikt.
-
Aardperen
Aardperen (Helianthus tuberosus) zijn verre familie van de zonnebloem. Dat is nog goed te zien aan de hoogte en bloeiwijze. Kijken we naar de vorming van knollen dan lijkt de aardpeer weer op aardappelen. Aardpeer kan zowel rauw als gekookt gegeten worden. Aardperen horen tot de vaste groenten omdat ze opnieuw uitgroeien als er ook maar 1 kleine knol achterblijft. Eenmaal geplant raak je ze niet zomaar kwijt. Planten van aardpeerVan aardperen plant men de knollen. Plant de knollen in maart april op 10-15 cm diepte met de beste knop naar boven en op 45 cm tussen de knollen en eventueel 60-70 cm tussen de rijen Bedek voorzichtig met grond. Knollen zo groot als een ei worden in zijn geheel geplant, grotere knollen snijdt je eerst in stukken naar de grote van een ei maar zorg dat ze enkele knoppen hebben. Aardperen kunnen in bijna alle gronden geteeld worden, zijn winterhard en doen het erg goed in het Nederlandse klimaat. Ze zijn bovendien handig als windscherm om andere planten te beschermen. Een zure grond is echter niet aan te raden alsook een natte bodem. Tip Plant een ras met gladde knollen, dit vergemakkelijk het schillen. Verzorging aardperenAls de planten 30 cm hoog zijn worden ze aangeaard om ze extra te ondersteunen. Werk grond tegen de stengels tot ongeveer 15 cm bedekt is. Steun aardpeer indien ze hoger groeien en door hun hoogte dreigen om te waaien. Aan het eind van de zomer worden de stengels tot ongeveer 1,5 meter teruggesnoeid. Verwijder dan ook de bloemen zodat de energie naar de knolvorming kan gaan. De knollen groeien dan nog gewoon door. In de herfst, Wanneer de bladeren geel worden kunnen ze tot aan de grond worden teruggesnoeid. Geef regelmatig water. Bemesting van aardpeerAardperen verlangen een lichte organische bemesting van compost of verteerde mest. Werk de bemesting in bij planten of breng de bemesting bij gevestigde planten aan door middel van een mulche. Ze vragen een gemiddelde hoeveelheid stikstof. Oogsten van aardperenAardperen gaan pas echt redelijke knollen vormen in de herfst als het blad af gaat sterven, het heeft weinig zin om ze eerder op te graven omdat de knollen dan klein en minder zoet zijn. Oogsten vanaf November – Februari. Breek het verdorde loof af en graaf met een riek de knollen op. Aardperen blijven in de grond het beste vers behalve bij zeer strenge vorst, oost dus alleen wat je nodig hebt en laat de rest in de grond zitten. Laat eventueel de kleine knollen zitten, deze lopen volgend jaar weer uit en vormen nieuwe planten. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Voorkiemen Niet nodig Planten van knollen Maart - april Uitplanten Niet van toepassing Plantafstand 40 - 50 cm Tussen rijen 60-70 cm Oogsten Oktober - maart Standplaats Volle zon tot lichte halfschaduw Bodem Losse, goed doorlatende grond; groeit ook op minder vruchtbare gronden pH 5,5 - 7,5 Optimale temperatuur 15 - 25 °C Teeltduur 180 - 240 dagen Planthoogte 150 - 300 cm Knolvorming Vormt ondergrondse, onregelmatig gevormde eetbare knollen Groeiwijze Sterk groeiende, meerjarige plant uit de zonnebloemfamilie Oogstwijze Knollen rooien vanaf de herfst; kunnen gedurende de winter in de grond blijven Waterbehoefte Laag tot gemiddeld; goed droogtetolerant na vestiging Winterhardheid Zeer goed winterhard Bijzonderheden Aardpeer (Helianthus tuberosus) is een sterke, meerjarige groente die gemakkelijk verwildert. Achtergebleven knollen lopen vaak opnieuw uit, waardoor de plant jarenlang kan terugkomen.
-
Startpagina Wortel en Knolgroenten
Op de volgende pagina’s worden de teelbeschrijvingen van de categorie wortelgroenten besproken. Hieronder vallen knol, bol en stengel groenten als aardappels, prei, ui, wortels en bietjes (kroten). Aan bod komen vragen over hoe en wanneer zaaien, bemesten, planten, oogsten en over de verder opkweek. Aan de hand van berichten op het forum over bepaalde groente is een poging gedaan om de artikelen zo te schrijven dat de belangrijkste vragen behandeld worden. Veel leesplezier. Aardappels Aardperen Bieten Bleekselderij Bosui Knoflook Knolselderij Knolvenkel Pastinaak Plantuitjes kweken Prei Schorseneren Sjalot Stengelui Uien Winterui Witlof Wortel Zoete aardappel
-
Startpagina Vaste groenten
De meeste groenten groeien als eenjarige en moeten elk jaar opnieuw gezaaid worden. In deze categorie worden een aantal twee of meerjarige groente besproken. Eenmaal geplant en met de juiste verzorging produceren ze elk voorjaar weer nieuwe plantdelen en groei om in de winter zich weer terug te trekken. Op de volgende pagina’s worden de teelbeschrijvingen van de categorie vaste groenten besproken. Hieronder vallen o.a. rabarber, asperge, artisjok, kardoen, sprouting broccoli, etc. Aan bod komen vragen over hoe en wanneer zaaien, bemesten, planten, snoeien, oogsten en over de verder opkweek. Aan de hand van berichten op het forum over bepaalde groente is een poging gedaan om de artikelen zo te schrijven dat de belangrijkste vragen behandeld worden. Veel leesplezier. Kardoen Rabarber
-
Startpagina Peulgroenten
Bonen zijn historisch gezien een belangrijke bron van voedsel geweest doordat bonen uit de peulen perfect te bewaren zijn onder droge omstandigheden. Tegenwoordig zijn vooral erwten, sperziebonen, tuinbonen en snijbonen populair. Toch zijn de traditionele droogbonen weer in opkomst voor de moestuin, mede door hun prachtige bloemen en tekeningen op de bonen en peulen. Op de volgende pagina’s worden de teelbeschrijvingen van de categorie peulgroenten besproken. Hieronder vallen onder andere bonen, erwten, sperziebonen, etc. Aan bod komen vragen over hoe en wanneer zaaien, bemesten, planten, oogsten en over de verder opkweek. Aan de hand van berichten op het forum over bepaalde groente is een poging gedaan om de artikelen zo te schrijven dat de belangrijkste vragen behandeld worden. Veel leesplezier. Erwten Erwtenscheuten Pronk-Snijbonen Sperziebonen Tuinbonen
-
Startpagina Koolgroenten
De meeste koolsoorten groeien uit tot grote planten die pas na enkele maanden geoogst kunnen worden. Broccoli, bloemkool, palmkool, rode-witte kool, spruiten en spitskool zijn enkele populaire koolsoorten. Kool kan op zijn eigen manier mooi zijn, donker paarse bladkleur of juist helder groen tot zelfs broccoli die witte bloemhoofdjes vormt. Aan ras en soort keuze genoeg. Helaas zijn rupsen, knolvoet en witte vlieg verzot op kool en vormen zij de belangrijkste belagers van kool. Op de volgende pagina’s worden de teelbeschrijvingen van de categorie koolgroenten besproken. Aan bod komen vragen over hoe en wanneer zaaien, bemesten, planten, oogsten en over de verder opkweek. Aan de hand van berichten op het forum over bepaalde groente is een poging gedaan om de artikelen zo te schrijven dat de belangrijkste vragen behandeld worden. Veel leesplezier. Boerenkool Broccoli Chinese kool Koolrabi Paksoi Palmkool Rammenas, rettich en daikon Rode kool Spitskool Spruitkool / spruiten Witte kool
-
Paprika
Een teelt die de moeite waard is. Paprika’s zijn veelal makkelijker te telen dan tomaten en hebben bovendien minder last van ziekten en plagen. Zo is het een wijdverbreidt misverstand dat paprika’s (Capsicum annuum) het alleen goed doen in de kas. In ons klimaat behaal je prima resultaten door paprika’s gewoon buiten in de volle grond te telen. Zaaien van paprikaPaprika’s zijn trage groeiers en hebben een lang groeiseizoen nodig. Om ze voldoende tijd te geven om uit te groeien tot een sterke plant zaai je het beste rond februari - maart. Vul potjes of een zaaibakje met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond en bedek de zaden met een dun laagje zaaigrond. Onder de 20 graden zal het zaad moeilijk kiemen dus een plaats dicht bij een verwarming of in een warme kamer is ideaal om de zaadjes snel en goed te laten kiemen (20-28 graden). Na ongeveer twee tot drie weken zijn de zaadjes ontkiemd. Zet de zaailingen nu op een plaats met veel daglicht. De temperatuur mag naar beneden tot zo’n 20-22 graden. Als de zaailingen twee echte blaadjes ontwikkeld hebben (5-10 cm hoogte) verspeen je ze ieder individueel naar een 9 cm potje met verse potgrond. Deze potgrond laat je eerst op kamertemperatuur komen. Hoe het verdere verspenen in zijn werk gaat lees je hier. Planten van paprikaPaprika’s groeien het beste op een warme, beschutte en zonnige plaats in de de tuin. Planten in een tuinkas geeft wat meer betrouwbaarheid op een goede opbrengst. Paprika vraagt verder een voedzame grond die voldoende vocht kan vasthouden. Paprika’s plant je het beste uit als de meeste kans op vorst geweken is, meestal zo rond half mei. Begin ongeveer 2 weken voor uitplanten met het afharden van de planten. In de kas kan je enkele weken eerder planten, meestal zo rond begin mei. De plantafstand bedraagt 45-50 cm in alle richtingen. Paprika kan ook heel goed in potten of in bakken gekweekt worden. De potmaat voor de teelt van paprika’s in potten bedraagt ongeveer 10 liter. Gebruik altijd nieuwe potgrond. Bemesten van paprikaWerk ruim voor het planten een flinke hoeveelheid verteerde mest of compost. Houdt ongeveer een emmer per vierkante meter aan. Het onder werken van koe- of kippenmestkorrels behoort ook tot de mogelijkheden. Voor potten is nieuwe potgrond voldoende. De vorming van de eerste bloemen en vruchten is meestal het tijdstip om te beginnen met bijmesten. Geef elke twee weken een samengestelde meststof, bij voorkeur een (tomaten)meststof die rijk is aan kalium. Verzorging van paprika’sDe teelt van paprika’s is vrij zorgeloos. In tegenstelling tot tomaten moeten ze niet gediefd worden. Wel is het aan te raden de planten tijdig te ondersteunen met stokken. Geef ruim water en geef regelmatig een bemesting. Paprika’s zijn zelf bestuivend, tik elke dag tegen de takken of stam om de bestuiving te bevorderen of maak gebruik van een kwastje. Het is aan te raden om de eerste bloemen weg te nemen zodat de plant zijn energie kan steken in de ontwikkeling van een sterke plant. Vallen de bloemen en/of vruchten tijdens het groeiseizoen af zie dan bloemen vallen af, vruchten vallen af. Snoeien blijkt voor de hobbytuinder niet echt te leiden tot merkbare verschillen in oogst. Voor de experimentele moestuinier hebben we hier een poging gedaan het snoeien van paprika’s uit te leggen. Paprika overwinteren: ook hier bestaat een veelvoud aan meningen over. In principe is het vele malen makkelijker om elk jaar opnieuw te zaaien omdat het overwinteren nogal wat werk vraagt. Wil men een poging wagen om paprika planten te overwinteren, zie dan paprika en pepers overwinteren. Oogsten van paprikaOogst paprika’s zodra ze groot genoeg zijn. Knip de paprika af met een steel van minimaal 2 cm. Groene paprika’s zijn eetbaar maar zijn altijd de onrijpe variant van de geel of rood afrijpende variant. Groene paprika’s kunnen dus prima geoogst en geconsumeerd worden, dit is soms zelf aan te raden zodat de plant zijn energie kan steken in een tweede ronde of op het einde van het seizoen. Wel zijn wij van mening dat paprika’s helemaal aangerijpt aan de plant vele malen lekkerder zijn en vele malen meer vitaminen bevatten dan groene paprika’s. Dit vergt echter wel wat geduld, veel warmte en licht. Paprika’s rijpen slecht na indien ze nog helemaal groen zijn. Als ze al licht beginnen te kleuren is er meer kans op succes maar wij raden aan om de paprika’s zo snel mogelijk te consumeren. Wat er mis kan gaan- Ziektes en aandoeningen. - Insecten en plagen. - Gebreksverschijnselen. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Januari - maart Zaaien (direct buiten) Niet aanbevolen in NL klimaat Uitplanten Midden mei (na laatste vorst) Plantafstand 40 - 45 cm Tussen rijen 40 - 45 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon, warm en beschut (liefst kas) Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 20 - 30 °C Teeltduur 140 - 200 dagen Planthoogte 50 - 100 cm Groeiwijze Compacte, bossige plant met stevige vertakkingen Ondersteuning Aanbinden aanbevolen bij zware vruchtzetting Vruchtontwikkeling Grote, dikke vruchten die van groen naar geel, oranje, rood of paars kleuren Oogstwijze Oogsten groen of volledig rijp voor meer zoetheid Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid bevordert vruchtkwaliteit Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor kou Bijzonderheden Paprika's hebben een lang groeiseizoen en leveren in een kas doorgaans een hogere opbrengst en betere vruchtkwaliteit. Gerelateerde forumtopics- Paprika 2025. - Paprika 2024. - Paprika in 2023 🫑. - Paprika in 2022. - Peper en paprika topic 2021. - Peper en Paprika Topic 2020. Voor meer topics over paprika, gebruik de zoekfunctie.
-
Pepers
Waar de meeste mensen vooral de rode peper uit de supermarkt kennen is er voor de liefhebbers een keur aan rassen beschikbaar. Naar verluid zijn er ongeveer 3500 verschillende rassen beschikbaar, in vele kleuren, vormen en in mate van ‘heet heid’. Onder liefhebbers wordt dan ook wel gesproken van het chillipeper verzamel virus. Pepers groeien prima buiten in de volle grond of in pot. Ze zijn veel makkelijk te telen dan paprika’s en geven vaak massa’s pepers. Zaaien van pepersPepers hebben een relatief lang groeiseizoen nodig. Gebruik bij voorkeur vers zaad van maximaal 2 jaar oud. Zaai pepers van Februari tot Maart. Vul potjes of een zaaibakje met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond en bedek de zaden licht met zaaigrond zodat ze net niet meer zichtbaar zijn. Onder de 20 graden zal het zaad moeilijk kiemen dus een plaats dicht bij een verwarming of in een warme kamer is ideaal om de zaadjes snel en goed te laten kiemen (20-28 graden). Na ongeveer twee tot drie weken zijn de zaadjes ontkiemd. Zet de zaailingen nu op een plaats met veel daglicht. De temperatuur mag naar beneden tot zo’n 20-22 graden. Als de zaailingen twee echte blaadjes ontwikkeld hebben (5-10 cm hoogte) verspeen je ze ieder individueel naar een 9 cm potje met verse potgrond. Deze potgrond laat je eerst op kamertemperatuur komen. Hoe het verdere verspenen in zijn werk gaat lees je hier. Planten van pepersVoor het beste resultaat plant je pepers op een warme, beschutte en zonnige plaats in de de tuin. Planten in een tuinkas geeft wat meer betrouwbaarheid op een goede opbrengst. Pepers vragen verder een voedzame grond die voldoende vocht kan vasthouden. Pepers plant je uit als de meeste kans op vorst geweken is, meestal zo rond half mei. Begin ongeveer 2 weken voor uitplanten met het afharden van de planten. In de kas kan je enkele weken eerder planten, meestal zo rond begin mei. De plantafstand bedraagt 45-50 cm in alle richtingen. Voor sommige peper soorten kan dit nog wat dichter bij elkaar. Pepers kunnen ook heel goed in potten of in bakken gekweekt worden. De potmaat voor de teelt van pepers in potten bedraagt ongeveer 10 liter. Gebruik altijd nieuwe potgrond. Bemesten van pepersWerk ruim voor het planten een flinke hoeveelheid verteerde mest of compost. Houdt ongeveer een emmer per vierkante meter aan. Het onder werken van koe- of kippenmestkorrels behoort ook tot de mogelijkheden. Voor potten is nieuwe potgrond voldoende. De vorming van de eerste bloemen en vruchten is meestal het tijdstip om te beginnen met bijmesten. Geef elke twee weken een samengestelde meststof, bij voorkeur een (tomaten)meststof die rijk is aan kalium. Dagelijkse verzorgingSteun de plant met stokken en geef regelmatig water en voeding (zie hierboven).Bevorder de bestuiving door elke dag tegen de takken of stam te tikken of maak gebruik van een kwastje. Vallen de bloemen en/of vruchten tijdens het groeiseizoen af zie dan bloemen vallen af, vruchten vallen af. Pepers laten overwinteren: ook hier is een veelvoud aan meningen over. In principe is het vele malen makkelijker om elk jaar opnieuw te zaaien omdat het overwinteren nogal wat werk vraagt. Wil men een poging wagen om pepers te overwinteren, zie dan paprika en pepers overwinteren. Oogsten van pepersPepers kunnen in elk stadium geoogst worden, van groen tot rood/geel of andere kleuren. Bij voorkeur laat men ze volledig afrijpen zeker als ze gedroogd, ingemaakt of ingevroren worden. De smaak wordt heter naarmate de pepers ouder zijn. Zijn de pepers te heet dan haalt men de witte zaadlijsten en zaden weg. Oogst de pepers zodat er nog een steeltje aan zit. Wat er mis kan gaat- Ziektes en aandoeningen. - Insecten en plagen. - Gebreksverschijnselen. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Januari - maart Zaaien (direct buiten) Niet aanbevolen in NL klimaat Uitplanten Midden mei (na laatste vorst) Plantafstand 40 - 45 cm Tussen rijen 40 - 45 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon, warm en beschut (liefst kas) Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 22 - 32 °C Teeltduur 140 - 220 dagen Planthoogte 40 - 120 cm Groeiwijze Bossige plant met veel vertakkingen en vruchtzetting Ondersteuning Aanbinden aanbevolen bij grote of zwaar dragende rassen Vruchtontwikkeling Vruchten variëren sterk in vorm, grootte, kleur en scherpte Oogstwijze Oogsten zodra vruchten hun eindkleur bereiken of naar wens eerder Waterbehoefte Gemiddeld; iets drogere omstandigheden tijdens rijping kunnen de smaak versterken Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor vorst Bijzonderheden Pepers hebben doorgaans meer warmte nodig dan paprika's. De scherpte varieert van mild tot extreem heet, afhankelijk van soort en ras. Sommige planten kunnen vorstvrij worden overwinterd.
-
Tomaten
Tomaten (Lopersum esculentum) behoren tot één van de populairste groenten onder hobby tuinders. Dat komt niet alleen door de voortreffelijke smaak van eigen geteelde, zongerijpte, tomaten maar ook omdat er inmiddels een grote variëteit bestaat aan tomatenrassen met vele verschillende kleuren, smaken en vormen. Er zijn hybride F1 rassen en heirloom rassen, deze laatste zijn zaadvaste oude variëteiten. Er kunnen grofweg drie groeiwijzen onderscheiden worden: Stam, struik en dwerg tomaten. Stamtomaten kunnen zo hoog worden als 2,5 meter en worden daarom langs stokken omhoog geleid. De planten worden tijdens de teelt gediefd en getopt om de groei in te perken en zoveel mogelijk vruchten te laten rijpen. Struiktomaten blijven kleiner en groeien met vele zijtakken uit tot bossige struiken zonder duidelijke hoofdstam. Deze planten worden doorgaans niet gediefd of getopt. Zoals de naam doet vermoeden blijven dwergrassen klein en compact (zo’n 20 cm hoog) en zijn daarmee ideaal in pot of in de border. Ook deze planten worden doorgaans niet gediefd of getopt. Zaaien van tomatenZaai tomaten vanaf februari - maart in zaaibakken of potjes bij een temperatuur van ongeveer 20 graden. Vul potjes of een zaaibakje met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond en bedek de zaden licht met zaaigrond zodat ze net niet meer zichtbaar zijn. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar. De zaaigrond dient vochtig te blijven dus dek de potjes/zaaibakjes af met huishoudt folie waar enkele gaatjes in geprikt zijn. Zaaien in lege bakjes met deksel (bijv. boterkuipjes) of een zaaibakje met kap werken nog makkelijker. Na het ontkiemen plaats je de zaailingen op een lichte en warme plaats (18-21 graden). Na enkele weken hebben de zaailingen twee of drie echte blaadjes ontwikkeld en wordt het tijd om ze te verspenen. De kiemblaadjes (ovaalvormig) zien er anders uit dan de echte blaadjes. Bij voorkeur verplant je de zaailingen individueel in 5-9 cm potjes met nieuwe potgrond. Zet de potjes op een lichte en goed geventileerde plaats bij een temperatuur van 18-21 graden. De zaailingen mogen niet te warm staan want in combinatie met een gebrek aan licht in de eerste maanden van het jaar kan dit zorgen voor iele en langgerekte tomatenplantjes. De tomaten blijven in deze potjes staan totdat ze voldoende geworteld zijn, eventueel verpot je ze nog éénmaal over naar een grotere pot als de temperatuur uitplanten in de volle grond nog niet toestaat. Geef de zaailingen nog geen mest, verse potgrond bevat voor minimaal 6 weken voeding (eerste keer bemesten: zie paragraaf dagelijkse verzorging). Jarenlange ervaring van tomatenexperts laat zien dat het zaaien van tomaten in de eerste of tweede week van maart vroeg genoeg is om eind mei mooie planten te verkrijgen. Planten van tomatenTomaten kunnen buiten, in kassen of tunnels gekweekt worden en doen het zowel in pot als in de volle grond goed. Buiten kiest men bij voorkeur een warme, beschutte locatie met veel zonlicht. Tomaten wortelen diep en vragen een vruchtbare goed gedraineerde grondsoort. Prepareer de grond door verteerde mest of compost minimaal 20 cm onder te werken. Indien mogelijk past men wisselteelt toe. Het uitplanten van tomaten buiten in de volle grond gebeurd normaliter rond 11-12-13 mei (ijsheiligen). Het is van belang om de planten eerst af te harden, eerst alleen overdag wanneer de temperatuur het toelaat (+ 15 graden) en enkele dagen later ook ’s nachts (+/- 7 graden). Houdt er rekening mee dat het in mei nog kan vriezen, dek de planten dan af met fleece. In de kas kan men enkele weken eerder uitplanten. De plantafstand voor stamtomaten bedraagt ongeveer 40-45 cm. Struiktomaten plant men op 45-60 cm van elkaar en dwergtypen kunnen dichter bij elkaar geplant worden, op zo’n 25-35 cm. Plant men in rijen dan wordt doorgaans een rijafstand van minimaal 45 tot 90 cm aangehouden. Het loof dient elkaar niet tot zeer beperkt te raken zodat er voldoende luchtcirculatie rond de planten kan optreden. Houdt er bovendien rekening mee dat je makkelijk bij de planten moet kunnen om water te geven, te dieven en te oogsten. Tomaten kunnen ook prima in potten geteeld worden. Plant in minimaal een 20 cm/10 liter pot of groter, gevuld met nieuwe potgrond. De teelt is verder niet veel anders dan in de volle grond. Bemesten van tomatenTomaten hebben veel voedsel nodig. Een basisbemesting zoals beschreven bij ‘planten van tomaten’ biedt de planten een goede uitgangssituatie. Geef vervolgens pas mest wanneer de eerste bloemtrosjes of beter nog de vruchten gevormd zijn (het bloemetje is verschrompeld en er is een klein tomaatje zichtbaar). Geef elke week een meststof met een hoog gehalte aan kalium, bijvoorbeeld een speciale tomaten meststof te koop in de meeste tuincentra. Dagelijkse verzorgingGeef direct na het planten goed water. Daarna dient men goed naar de grond te kijken. In de praktijk betekent dit dat men afhankelijk van de temperatuur in de kas 2 tot 4 keer per week water geeft en buiten in de volle grond ongeveer 2 keer per week. Geef vaker water indien nodig. Laat de grond nooit volledig uitdrogen maar geef ook niet te veel water want dat kan de smaak beïnvloeden. Geef ook niet te weinig water omdat dit kan leiden tot neusrot. Tomaten in potten hebben uiteraard vaker water nodig, meestal dagelijks. Planten die hoger worden dan 40 cm moeten aangebonden worden, gebruik hiervoor stokken, tomatenspiralen of touw. Dief stamtomaten wekelijks door de in de bladoksels ontstane scheuten te verwijderen, top de planten aan het eind van het seizoen en verwijder indien nodig af en toe wat blad , zie paragraaf Dieven, Toppen en Bladsnoei. Struiktomaten vragen weinig aandacht, steun ze met stokken wanneer de vruchten zwaarder worden en verwijder alleen een aantal zijscheuten en/of bladeren wanneer de groei te uitbundig is. Oogsten van tomatenTomaten smaken het beste wanneer je ze aan de plant laat rijpen. Pluk ze daarom pas als ze rijp zijn (mooi gekleurd maar nog steeds stevig). Je oogst tomaten bij voorkeur met het steeltje er nog aan door op het verdikte gedeelte van het steeltje te drukken. Op het einde van de zomer kan je de groene tomaten eerder oogsten, laat ze binnen verder afrijpen. Vruchten van planten die zijn aangetast door phytopthora oogst je zo snel mogelijk. Meestal is de oogst verloren maar er is een kans dat de tomaten binnen gezond afrijpen. Tomaten zijn gepureerd goed in te vriezen. Ook drogen behoort tot de mogelijkheden. Dieven, Toppen en BladsnoeiBij de teelt van tomaten zijn dieven, toppen en bladsnoei belangrijke werkzaamheden die bijdragen aan een gezonde plant, een betere vruchtontwikkeling en een hogere opbrengst. Dieven is het verwijderen van de zijscheuten die ontstaan in de oksels tussen de hoofdstengel en een blad. Deze scheuten kunnen uitgroeien tot extra stengels die veel energie van de plant vragen. Vooral bij stamtomaten wordt daarom regelmatig gediefd, zodat de plant haar energie richt op de ontwikkeling van vruchten in plaats van op extra blad- en stengelgroei. Het dieven gebeurt bij voorkeur wekelijks, waarbij jonge scheuten eenvoudig met de vingers kunnen worden weggehaald. Wanneer dieven te groot worden, ontstaat bij verwijdering een grotere wond, waardoor de kans op infecties toeneemt. Toppen is het verwijderen van het groeipunt van de hoofdstengel. Deze handeling wordt meestal uitgevoerd aan het einde van het groeiseizoen of wanneer de plant de gewenste hoogte heeft bereikt. Door de top weg te nemen stopt de plant met het vormen van nieuwe bloemtrossen en richt zij haar beschikbare voedingsstoffen en energie op het afrijpen van de reeds aanwezige vruchten. In de vollegrond wordt vaak enkele weken voor het einde van het seizoen getopt, waarbij boven de laatste gewenste tros nog twee bladeren worden aangehouden. Deze bladeren blijven belangrijk voor de fotosynthese en ondersteunen de ontwikkeling van de laatste vruchten. Bladsnoei omvat het verwijderen van overtollige, beschadigde of oude bladeren. Vooral de onderste bladeren van de plant worden geleidelijk weggehaald zodra de eerste trossen beginnen af te rijpen. Hierdoor verbetert de luchtcirculatie rondom de plant, waardoor het gewas sneller opdroogt na regen of watergift en de kans op schimmelziekten zoals aardappel- en tomatenziekte afneemt. Daarnaast zorgt bladsnoei ervoor dat meer licht de vruchten bereikt, wat de rijping en kleurontwikkeling kan bevorderen. Het is echter belangrijk om niet te veel bladeren tegelijk te verwijderen, omdat bladeren essentieel zijn voor de fotosynthese en daarmee voor de productie van suikers die nodig zijn voor groei en vruchtvorming. Een geleidelijke aanpak, waarbij slechts enkele bladeren per keer worden weggehaald, geeft doorgaans de beste resultaten. Door dieven, toppen en bladsnoei op het juiste moment en op de juiste manier uit te voeren, ontstaat een evenwichtige tomatenplant met voldoende blad voor de fotosynthese, een goede luchtcirculatie en een optimale verdeling van energie naar de vruchten. Dit resulteert doorgaans in gezondere planten, een betere vruchtkwaliteit en een meer uniforme rijping van de tomaten. Wat er mis kan gaanEen hele reeks ziektes, plagen of omstandigheden kan tomatenplanten bedreigen. Een aantal voorbeelden van ziektes: - Kurkwortel - Oedema - Aardappelziekte bij tomaat - Alternaria Solani Tip Plant tomaten in de volle grond in potten van 20 cm waar de bodem is uitgeknipt. De wortels groeien zo extra diep, het water gaat recht omlaag en bij het hakken-schoffelen worden de wortels/plant niet beschadigd. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - maart Zaaien (direct buiten) Niet aanbevolen in NL klimaat Uitplanten Midden mei (na laatste vorst) Plantafstand 40 - 45 cm Tussen rijen 40 - 90 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon, warm en beschut (liefst kas of zonnige muur) Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,0 Optimale temperatuur 20 - 28 °C Teeltduur 120 - 180 dagen Planthoogte 50 - 300 cm (afhankelijk van ras) Groeiwijze Struikvormig (determinate) of klimmend (indeterminate) Ondersteuning Stokken, touw of tomatenspiralen aanbevolen; noodzakelijk voor klimmende rassen Dieven Regelmatig dieven bij klimmende rassen voor betere vruchtontwikkeling Vruchtontwikkeling Trossen met vruchten die geleidelijk afrijpen gedurende het seizoen Oogstwijze Oogsten zodra vruchten volledig op kleur zijn en licht meegeven bij druk Waterbehoefte Regelmatig; gelijkmatige vochtigheid voorkomt barsten en neusrot Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor kou en vorst Bijzonderheden Tomaten geven in Nederland de hoogste opbrengst in een kas, maar veel rassen doen het ook goed buiten op een warme, beschutte standplaats. Gerelateerde forumtopics- Tomatentopic 2025. - Tomatentopic 2024. - Tomatentopic 2023. - Tomatentopic 2022. - Tomaten Topic 2021. - Tomaten Topic 2020 - Tomatentopic 2019. - Tomaten teelt Topic 2018 - Tomaten 2017. - Tomatentopic 2016. Voor meer topics over tomaten, gebruik de zoekfunctie.
-
Suikermais
Mais (Zea mays var saccharata) behoort officieel tot de grassen en kan zo’n 1,5 m tot 2 meter hoog worden. Er zijn verschillende varianten waaronder voedermais (zetmeelrijk), decoratieve mais, mini-mais, suikermais en pofmais. Nieuwe varianten zijn vaak zoeter dan de oorspronkelijke rassen. Geheel onterecht heeft mais de reputatie van een in ons klimaat moeilijk te telen gewas. Zaaien van maisIn ons klimaat is het aan te raden om mais omstreeks April-Mei in potjes voor te zaaien. Gebruik bij voorkeur elk jaar vers zaad en het liefst en ras dat vroeg rijpt. Vul 7-9cm potjes of ruime plant-trays met potgrond en druk de grond licht aan. Leg in elk potje 1 of 2 zaadje(s) en bedek ze met ongeveer 2-3 cm zaaigrond. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar maar zorg er voor dat de potgrond niet te vochtig is waardoor de zaden gaan rotten. Om de zaden snel en goed te laten kiemen worden de potjes op een warme plaats gezet (20-27 graden). Direct in de volle grond zaaien kan ook. Zaaien in de volle grond doe je omstreeks half mei als de bodem zo’n 10 graden is. In de volle grond zaaien heeft echter het nadeel dat vogels en muizen er met de zaden van door gaan, dat de zaden niet kiemen en/of maar voor een deel opkomen. Na ongeveer twee weken zijn de zaden gekiemd. Zet de zaailingen nu op een lichte plaats, bijvoorbeeld voor het raam. Kies de sterkste van de twee zaailingen uit en knip de ander tot de grond af zodat er 1 plantje per pot overblijft. De temperatuur mag dalen naar zo’n 10 tot 18 graden. Deze temperatuur zal in de meeste kassen in het voorjaar geen probleem zijn. Planten van maisZon en warmte zijn onontbeerlijk om de maiskolven goed te laten rijpen. Kies daarom bij voorkeur voor een voor wind beschutte maar zonnige en warme standplaats. Mais wortelt niet diep dus zorg er voor dat de grond voldoende luchtig is (spitten). Probeer bovendien een te natte grond te voorkomen. Twee tot drie weken na zaaien/ontkiemen plant je de mais buiten uit als de grond temperatuur zo rond de 12-14 graden is en de planten 8 cm hoog zijn. De plantafstand bedraagt 25-36 cm tussen de planten en 75 cm tussen de rijen. Uit onderzoek komt 36 cm uit de bus als beste plantafstand. Kleine baby mais zet men dichter bij elkaar, op zo’n 15 cm. We raden aan om de mais in een blok of in ieder geval in ten minste een dubbele rij uit te planten om de bestuiving te bevorderen. Er moeten ongeveer 6-8 planten per m2 staan. Onder warme en droge omstandigheden verloopt de bestuiving slecht. Tip Gebruik mais als windscherm maar pas op met harde wind. Soms kan het nodig zijn de planten te steunen met stokken. Bemesten van maisBemest de standplaats ruim van te voren door een rijke gift verteerde mest of compost onder te werken. Houdt ongeveer een emmer per vierkante meter aan. Een bemesting met koemestkorrels kan natuurlijk ook. Mais vormt veel blad en heeft daarvoor ook stikstof nodig. Hark daarom enkele weken voor het zaaien/uitplanten een gemiddelde hoeveelheid kippenmestkorrel van 50-100 gram per m2 onder. Geef eventueel nog wat dolemietkalk om te voldoen aan de magnesiumbehoefte van mais. Soms kan het helpen om de planten later in het seizoen als de bloemen verschijnen nog enkele keer bij te mesten met een samengestelde meststof die veel kalium bevat (zoals een tomatenmeststof). Oogsten van maisSuikermais oogst men als de draden die van boven uit de groene schutbladen steken geheel uitgedroogd en bruin zijn (daarvoor zijn ze groen). Als tweede test haalt men de schutbladeren iets weg en drukt men met de duim in een maiskorrel. Als daar melkwit sap uitloopt zijn ze goed. De maiskorrel is geel en zacht. Verwerk de oogst snel want de suikers worden elke dag dat je wacht meer omgezet tot zetmeel. Tip Wil je de mais oogst spreiden. Zaai dan in de maanden april-mei elke keer een aantal zaden uit als de voorgaande zaden ontkiemt zijn en zo’n drie bladeren hebben. Verzorgen van maisEenmaal uitgegroeid vergt mais weinig aandacht. De plant wordt bijvoorbeeld zelden aangetast door ziekten en plagen. Wel is het aan te raden om bij droogte tijdens de bloei in juli-augustus voldoende water te geven. Ook het tijdig wieden van onkruid tussen jonge mais planten is aan te raden. Wat er mis kan gaanSlakken en vogels, frit fly en kruisbestuiving (Zie onder aan de pagina) Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) April - mei Zaaien (direct buiten) Mei - juni Uitplanten Midden mei - juni (na laatste vorst) Plantafstand 25 - 35 cm Tussen rijen 60 - 75 cm Oogsten Vanaf juli tot oktober Standplaats Volle zon, warm en beschut Bodem Voedselrijke, humusrijke, vochtige maar goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 18 - 27 °C Teeltduur 80 - 120 dagen Planthoogte 150 - 250 cm Bestuiving Windbestuiver; planten bij voorkeur in blokken van meerdere rijen zetten Kolfvorming Meestal 1 – 3 kolven per plant, afhankelijk van ras en groeiomstandigheden Oogstwijze Oogsten wanneer de korrels vol zijn en bij indrukken een melkachtig sap afgeven Waterbehoefte Gemiddeld tot hoog; vooral tijdens bloei en kolfvorming Winterhardheid Niet winterhard; gevoelig voor vorst Bijzonderheden Suikermaïs smaakt het zoetst direct na de oogst. Goede bestuiving is essentieel voor volledig gevulde kolven. Voor de beste opbrengst wordt maïs niet in één rij, maar in een blok geplant. Kruisbestuiving bij mais Mais wordt met behulp van de wind bevrucht door eigen mannelijke bloemen of die van de planten daarnaast. Door ze in blokken of dubbele rijen te zetten bevorder je kans op bevruchting aanzienlijk. Een vraag die regelmatig terugkomt op het forum is de kruisbestuiving tussen voedermais en suikermais. Risico van kruisbestuiving met voedermais is dat de suikermais zetmeel gaat aanmaken in plaats van suikers. Hierdoor verandert de smaak en textuur van de mais die je uiteindelijk oogst. In tegenstelling tot andere planten heeft kruisbestuiving bij mais dus directe gevolgen voor de smaak en textuur. De kruisbestuiving heeft daarnaast gevolgen voor het zaadgoed. Niet alleen voedermais vormt een risico. Het komt ook voor dat super zoete varianten bevrucht worden door normale mais waardoor deze minder zoet worden. Hoe kruisbestuiving voorkomen?Bij voorkeur worden de verschillende mais soorten dus niet naast elkaar geplant en ook niet in elkaars windrichting. Naast de afstand is het aan te raden om twee weken, of 8 bladeren tussen het eerste zaaisel, tussen het zaaien van zoete mais en voedermais aan te houden zodat kruisbestuiving door een verschil in bloeiperiode niet kan optreden.
-
Meloenpeer
Meloenpeer (Solanum muricatum) wordt ook wel pepino of appelmeloen genoemd. In een vorstvrije omgeving is het een overblijvende plant. De plant groeit struikvormig uit, tot wel 1.50 meter breed en 80 cm hoog. De bloemen lijken op die van aardappels. De oorspronkelijk uit Zuid-Amerika afkomstige plant kan net al paprika’s en pepers in Nederland en België gekweekt worden. In ons klimaat is het een eenjarige plant. Zaaien van meloenpeerMeloenpeer heeft net als paprika een lang groeiseizoen nodig om rijpe vrucht te produceren. Zaai eind Januari – Februari op een warme plaats (20-23 graden). Onder de 20 graden zal het zaad moeilijk kiemen dus een plaats dicht bij een verwarming of in een warme kamer is ideaal om de zaadjes snel en goed te laten kiemen (20-28 graden). Meer aandachtspunten voor het zaaien van meloenpeer lees je hier: zaaien. Na ongeveer twee tot drie weken zijn de zaadjes gekiemt. Zet de zaailingen nu op een lichte plaats, bijvoorbeeld voor het raam. De temperatuur mag nu weer iets naar beneden tot zo’n 18-20 graden. Als de zaailingen twee echte blaadjes ontwikkeld hebben verspeen je ze ieder individueel naar een 9 cm potje met verse potgrond. Deze potgrond laat je eerst op kamertemperatuur komen. Bij het verspenen is het van belang dat je alleen de sterkste zaailingen uitkiest. De plantjes mogen zo diep geplant worden dat de kiemblaadjes net boven de potgrond uitkomen. Planten van meloenpeerOmstreeks half mei kunnen de plantjes uitgeplant worden. Plant zeker niet te vroeg. Hard de planten af voor het uitplanten. In de kas kan je enkele weken eerder planten. Zoek een warme, beschutte en zonnige plaats uit in de de tuin. In de kas heeft meloenpeer de meeste kans van slagen maar in een warme zomer lukt de buiten teelt ook. Meloenpeer vraagt verder een voedzame grond die voldoende vocht kan vasthouden. Meloenpeer kan ook goed in potten of in bakken gekweekt worden. De plantafstand bedraagt ongeveer 60-90 cm. Geef voldoende water na planten en breng een mulch aan. Een uit zaad opgekweekte plant produceert na vier of vijf maanden bloemen, een stek zal eerder bloeien. Omdat meloenpeer niet zaadvast is wordt aangeraden om planten te vermeerderen door stekken te nemen. Meloenpeer snoeienMeloenpeer kan uitgroeien tot enorme bossige struiken. Om de vruchten goed te laten rijpen moeten ze ietwat in de zon hangen, zo krijgen ze hun karakteristieke paarse strepen. Vooral als planten aan draden of tegen een frame geplant worden moeten ze gesnoeid worden. Net als bij tomaat nijp je dan de dieven in de oksels uit. De takken ondersteun je met stokken of draden. Er moet een balans gevonden worden tussen vrucht en blad. Bemesting van meloenpeerWerk ruim voor het planten een flinke hoeveelheid verteerde mest of compost onder. Een bemesting met koemestkorrels behoort ook tot de mogelijkheden. Voor potten is nieuwe potgrond voldoende. Na de vorming van de eerste vruchten geeft met elke twee weken een samengestelde meststof, bij voorkeur (tomaten)meststof die rijk is aan kalium. Dagelijkse verzorgingLaat de grond niet uitdrogen, de planten wortelen zeer oppervlakkig. Ondersteun de takken en haal gele en zieke bladeren weg. Voor bemesting zie hierboven Meloenpeer stekkenNeem 7-12 cm lange stekken en laat 4-5 bladeren vanaf de bovenkant staan. Plaats de stekken in lichtvochtige potgrond. Plaats op een lichte vorstvrije plaats bij een niet al te hoge temperatuur (15-20 graden). Gestekte planten zullen het volgende jaar sneller bloemen vormen dan vers gezaaide pepino’s waardoor de kans op rijpe vruchten toeneemt. Oogsten van meloenpeerOogst meloenpeer pas als ze echt helemaal rijp, volledig gekleurd en ietwat zacht zijn. De ronde of ovale vruchten hebben een dunne schil die van geel-groen naar geel met roodbruine / paarse strepen afrijpt. Het lichtgele / oranje, zachte, zeer sappige, zoete vruchtvlees smaakt naar meloen en peer indien deze zeer goed is gerijpt. Wat er mis kan gaanZelfde ziektes als tomaat, paprika en aardappels. Pas op voor spint en bladluizen. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Januari - februari Zaaien (direct buiten) Niet aanbevolen in NL klimaat Uitplanten Midden mei Plantafstand 60 - 90 cm Tussen rijen 60 - 90 cm Oogsten Vanaf juli Standplaats Volle zon, warm en beschut (liefst kas) Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 18 - 28 °C Teeltduur 120 - 180 dagen Planthoogte 60 - 150 cm Groeiwijze Bossige, sterk vertakkende plant verwant aan tomaat en aardappel Ondersteuning Aanbinden aanbevolen vanwege het gewicht van de vruchten Vruchtontwikkeling Grote geel-crèmekleurige vruchten met paarse strepen Oogstwijze Oogsten wanneer de vrucht geel kleurt en licht meegeeft bij druk Waterbehoefte Gemiddeld tot hoog; gelijkmatige vochtigheid bevordert vruchtontwikkeling Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor vorst Bijzonderheden Meloenpeer (Pepino, Solanum muricatum) is een meerjarige plant die in Nederland meestal als eenjarige wordt geteeld. De zoete vruchten hebben een smaak die doet denken aan meloen en peer.
-
Courgette en Pattison
Courgette en patisson staan er om bekend dat ze met de juiste zorg een zeer rijke oogst geven. Het is bovendien een groente die vrij makkelijk te telen is. Meest bekend zijn de groene vruchten maar tegenwoordig zijn er ook gele, witte, bleke of zeer donkergroene rassen beschikbaar. Ook zijn er rassen met ronde vruchten en rassen die rankend zijn. Zaaien van courgetteCourgette wordt net als pompoen rond half april - half mei binnen / onder glas gezaaid. Vul potjes met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg in elk potje 1 of 2 zaden en bedek ze met zaaigrond. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar maar pas op dat de grond niet te nat is. De zaden rotten dan snel. Om de zaden snel en goed te laten kiemen worden de potjes op een warme plaats gezet (20 graden). Na ongeveer 10 dagen zijn de zaden gekiemt. Zet de zaailingen nu op een lichte plaats, bijvoorbeeld voor het raam. De temperatuur mag dalen tot 15 tot 18 graden. Indien je twee zaden in een potje hebt gezaaid, knip dan de zwakste zaailing af. Verspeen/verpot indien nodig. Zaai een maand later nogmaals omdat de kwaliteit van een oudere plant in het seizoen steeds verder afneemt. De nieuwe zaaisels kunnen dan de oude planten vervangen. Direct in de volle grond zaaien kan ook als de grondtemperatuur minimaal 14 graden is. Tip Leg de zaden op zijn kant (in de lengterichting) of zet ze rechtop, zo voorkom je rotting van de zaden. De zaaidiepte bedraagt ongeveer 1,5-2,5 cm in potgrond. Zorg er voor dat de potgrond niet te vochtig is waardoor de zaden gaan rotten. Planten van courgetteNet als andere vruchtgroenten is de beste standplaats voor courgette een warme, beschutte en zonnige plaats in de de tuin. Bij voorkeur is de grond vruchtbaar en houdt deze voldoende vocht vast. Courgette wordt omstreeks half mei tot juli uitgeplant als de kans op vorst geweken is. In een kas kan dit enkele weken eerder. Vuistregel is dat de planten klaar zijn voor uitplanten zijn als er twee bladeren gevormd zijn en het derde blad ook verschijnt. Hard de planten ongeveer twee weken voor het uitplanten af. De plantafstand bedraagt ongeveer 1 meter tussen de planten. Courgette kan ook in grote(!) potten gekweekt worden mits de planten voldoende voeding en vocht krijgen. Bemesting van courgetteBemest de plantplaats van courgette ruim van te voren door een rijke gift verteerde mest of compost onder te werken. Ongeveer één tot twee emmers per m2 is voldoende. Een bemesting met organische mestkorrels kan natuurlijk ook. Het zijn gulzige planten, zowel wat betreft voeding als vocht. Als de planten bloeien geef je als de planten voor een gezonde groei een samengestelde meststof zoals bijvoorbeeld een tomatenmeststof. Geef later in de zomer nogmaals een dosis als de groeikracht terug lijkt te lopen. VerzorgingGeef regelmatig water, zeker tijdens de bloei mag de bodem mag niet uitdrogen. Voor bemesting zie hierboven Mannelijke en vrouwelijke bloemenCourgettes produceren zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen aan een plant. De vrouwelijke bloem heeft een kleine verdikking (het vruchtbeginsel – mini courgette) de mannelijke bloem niet. Voor een goede oogst bij courgetteplanten is bestuiving van de bloemen nodig, het is aan te raden meerdere planten naast elkaar te zetten (meer kans op bestuiving). Courgettes bloeien ´s morgens vroeg en tegen de middag zijn alle bloemen verwelkt. Soms produceren planten overwegend mannelijke of vrouwelijke bloemen. Vooral vroeg in het seizoen komt het regelmatig voor dat er alleen mannelijke bloemen aan de plant zitten. Enkele weken later zullen dan ook de vrouwlijke bloemen ontwikkelen. Met de hand bestuiven kan ook, normaal gesproken doen insecten dat voor je. Zie hiervoor: http://www.moestuinforum.nl/topic/2123-courgette-bestuiven/ Oogsten van courgetteEenmaal bevrucht is de courgette na ongeveer 4-8 dagen klaar om te oogsten, controleer de plant daarom om de twee dagen. Oogst de vruchten regelmatig en als ze nog jong zijn. Dan zijn de vruchten het meest geschikt voor consumptie en wordt de plant gestimuleerd nieuwe vruchten aan te maken. Een gouden vuistregel is dan ook: hoe jonger hoe beter de smaak. Oogst courgette als ze ongeveer 10 cm groot zijn, liefst niet groter als 15-20 cm. Pattison oogst je ook klein bij zo’n 12-15 cm. Regelmatig oogsten bevordert de aanmaak van nieuwe bloemen. Courgette levert daarom behoorlijk wat kilo’s aan vruchten op. De bloemen zijn ook eetbaar. Wat er mis kan gaanDe bladeren van courgette planten hebben een wit-achtige soms zilverachtige tekening, daardoor ontstaat vaak verwarring met een Meeldauw aantasting. Het komt regelmatig voor dat het uiteinde van een courgette (waar de bloem heeft gezeten) begint te rotten. Mogelijke oorzaken hiervan zijn een slechte bevruchting of nat en vochtig weer waardoor de courgette begint te rotten waardoor uiteindelijk de vrucht zelf ook besmet raakt. Courgettes kruisen zeer makkelijk met pompoenen, pattisons, augurken, komkommers maar ook met sierkalebassen wat kan resulteren in oneetbare courgettes wanneer je deze zaden uitzaait. Zie verder ziekten en plagen bij de pompoenfamilie. Teeltfase / Kenmerk Courgette (Cucurbita pepo) Pattison (schijvenpompoen / patisson) Zaaien (binnenshuis) April - mei April - mei Zaaien (direct buiten) Mei - juni (na laatste vorst) Mei - juni (na laatste vorst) Uitplanten Midden mei Midden mei Plantafstand 80 - 100 cm 80 - 120 cm Tussen rijen 100 - 120 cm 100 - 150 cm Oogsten Juni - oktober Juli - oktober Standplaats Volle zon Volle zon Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende grond Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 18 - 30 °C 18 - 30 °C Teeltduur 50 - 80 dagen 60 - 90 dagen Planthoogte / groei 40 - 80 cm, breed uitgroeiend 40 - 80 cm, breed uitgroeiend Groeiwijze Sterk uitwaaierende plant met grote bladeren Sterk uitwaaierende plant met decoratieve, brede bladeren Vruchtontwikkeling Langwerpige, groene of gele vruchten Schotel-/schijfvormige vruchten in wit, geel of groen Oogstwijze Regelmatig jonge vruchten plukken voor continue productie Oogsten jong (± 8–15 cm) voor zachte structuur Waterbehoefte Hoog; gelijkmatig vochtig houden Hoog; gelijkmatig vochtig houden Winterhardheid Niet winterhard Niet winterhard Bijzonderheden Courgette is zeer productief en moet regelmatig geoogst worden om door te blijven produceren Pattison is een oude pompoensoort met sierlijke vruchten en dezelfde teelteisen als courgette, maar iets tragere groei
-
Komkommer
Komkommer (Cucumis sativus) is een eenjarige vruchtgroente die behoort tot de familie van de meloen en de courgette. Bij komkommers zijn er twee hoofd types te omschrijven: glaskomkommers en buitenkomkommers. Voor glaskomkommers spreekt de naam voor zich: ze groeien het beste onder glas. Deze rassen hebben vaak een wat gladdere schil, zijn zo’n 30 cm lang en de moderne rassen moeten niet bevrucht worden. Buitenkomkommers hebben vaker een wat ruwere schil, soms met stekels en zijn iets kleiner dan glaskomkommers. Zaaien van komkommersOmdat komkommers zich slecht laten verplanten zaai je direct één of twee zaden in een potje waar de planten enkele weken in kunnen blijven staan tot uitplanten. Vul 9-12cm potjes met potgrond en druk de grond licht aan. Leg in elk potje 1 of 2 zaden en bedek ze met zaaigrond. De zaaidiepte bedraagt ongeveer 1,5-2 cm in potgrond. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar maar zorg er voor dat de potgrond niet te vochtig is waardoor de zaden gaan rotten. Om de zaden snel en goed te laten kiemen worden de potjes op een warme plaats gezet (20 graden). Na ongeveer 10 dagen zijn de zaden gekiemt. Zet de zaailingen nu op een lichte plaats, bijvoorbeeld voor het raam. De temperatuur mag dalen tot 15 tot 18 graden en houdt de potgrond licht vochtig. Indien je twee zaden in een potje hebt gezaaid, behoud je na opkomst alleen de sterkste zaailingen. Steun de zaailingen met een stok naarmate ze groter groeien. Komkommers houden niet van verspenen. Direct in de volle grond zaaien kan ook maar pas na half mei als de meeste kans op vorst geweken is en de temperatuur hoog genoeg is. Zaai dan meerdere zaden per plantgat op de juiste plantafstand (zie hieronder) en dun later de zaailingen uit. Tip Net als bij courgette is het aan te raden om enkele weken na opkomst van de zaden nogmaals te zaaien zodat men groeikrachtige planten heeft tot in het najaar. Planten van komkommerPlant komkommer uit vanaf half Mei tot begin Juni als de kans op vorst geweken is en de plant minimaal vier tot zes echte bladeren hebben. Bij koude nachten afdekken met vlies doek. Onder glas kan je afhankelijk van het weer eerder uitplanten rond begin mei, maar de temperatuur mag niet onder de 16 graden komen. Komkommers kunnen ongeveer 4 weken na zaaien uitgeplant worden. Hard ze eventueel nog af voor uitplanten (wiki: Afharden). Komkomkommers zijn warmteminnende planten en groeien het beste bij een temperatuur van van 18-30 graden. Temperaturen onder de 10 graden zorgen voor schade. Plant komkommers op een beschutte plek met veel zon maar bescherm bij intense zonnestraling. Zorg voor een goed gedraineerde grond die toch nog voldoende vocht vasthoudt door compost onder te werken. Komkommer hebben maar een oppervlakkig wortelstelsel, ze hebben een grote hoeveelheid vocht nodig, laat de grond absoluut niet uitdrogen maar zorg er ook voor dat de plant niet te nat staat. Komkommers doen het ook goed in grote potten op een zonnig plekje in de tuin of tuinkas. De plantafstand bedraagt voor: Klimmende rassen: 40-45 cm Kruipende rassen: 55-75 cm. Leidt de klimmende rassen aan draden, wigwams of frames omhoog, ze doen dit maar beperkt zelf en hebben dus hulp nodig. Bemesten van komkommerBemest komkommers ruim voor het planten/zaaien met een rijke gift verteerde mest of compost. Een bemesting met koemestkorrels kan natuurlijk ook. Het zijn gulzige planten, zowel wat betreft voeding als vocht. Ideaal is een geprepareerd bed van 30cm breed en 30 cm diep per plant waar veel goed verteerde mest / compost door de grond wordt gewerkt. Tijdens en na de vruchtvorming wordt bijgemest met een samengestelde (kunst)meststof met veel kalium (tomatenmest) of een vergelijkbare organische bemesting. Doe dit ongeveer om de 2 weken, zeker in potten. Dagelijkse verzorgingGeef regelmatig water, de bodem mag niet uitdrogen, zeker niet in potten. Als de plant slap heeft gehangen duurt het even voordat deze hersteld is. Voor bemesting zie hierboven. Oudere rassen hebben zowel mannelijke en vrouwelijke bloemen. Als deze komkommers bestoven worden door de mannelijke bloem vormen ze bittere komkommers met veel zaad. Daarom verwijder je bij de oudere rassen de mannelijke bloemen zo snel mogelijk. De vrouwelijke bloem heeft een kleine verdikking (het vruchtbeginsel - mini komkommer) de mannelijke bloem niet. De meeste moderne rassen bloeien echter geheel met vrouwelijke bloem. Doordat er alleen vrouwelijke bloemen zijn is de kans op bestuiving veel kleiner. Ze kunnen nog wel bestoven worden door andere komkommerachtigen. Snoeien van komkommerAlleen bij klimmende glaskomkommers kan het nodig zijn om te snoeien. Het makkelijkst is om de planten op te kweken met één stengel en enkele kort uitgegroeide okselscheuten. Knijp de groeipunten van de okselscheuten af als er 6 bladeren zijn maar laat de vruchtbeginselen zitten. Laat één vrucht per bladoksel ontwikkelen of als de groei afneemt om en om (in de ene bladoksel wel een vrucht, bij de volgende uitnijpen, bij de daaropvolgende bladoksel weer wel, etc). Top de komkommerplant wanneer ze het dak van de kas heeft bereikt of laat enkele zijscheuten ontwikkelen tot een nieuwe hoofdscheut die naar beneden geleid kan worden. Oogsten van komkommerOogst regelmatig om de vruchtvorming te bevorderen. Laat komkommers niet te groot worden (niet zo groot als in de supermarkt). Wat er mis kan gaanSoms zijn komkommers bitter. De oorzaak is een plant die geen geleidelijke opkweek heeft gehad door onder andere te weinig water, hoge temperaturen of beperkte bemesting. Bitterheid is vaak ook ras afhankelijk. Verbeter de groeiomstandigheden en de nieuw gevormde komkommers zullen minder / niet meer bitter zijn. Als het een terugkomend probleem is probeer dan eens een ander ras (er zijn speciale rassen die minder snel bitter worden). Zie verder wiki: ziekten en plagen bij de pompoenfamilie. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) April - mei Zaaien (direct buiten) Mei - juni (alleen bij warm weer) Uitplanten Mei - juni (na laatste vorst) Plantafstand 40 - 45 cm Tussen rijen 40 - 45 cm Oogsten Vanaf Juli Standplaats Volle zon, warm en beschut (liefst kas) Bodem Voedselrijke, humusrijke, vochtige maar goed doorlatende grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 20 - 30 °C Teeltduur 60 - 90 dagen Planthoogte 150 - 300 cm (klimmend) Ondersteuning Klimrek, touw of gaas aanbevolen voor verticale teelt Vruchtontwikkeling Langwerpige vruchten die continu worden gevormd tijdens het groeiseizoen Oogstwijze Regelmatig jonge vruchten oogsten voor maximale productie Waterbehoefte Hoog; gelijkmatig vochtig houden, vooral tijdens vruchtvorming Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor kou en vorst Bijzonderheden Komkommer is een warmteminnend gewas dat in Nederland de hoogste opbrengsten geeft in een kas of op een zeer beschutte, zonnige plek. Zelf zaad winnenZelf zaad winnen van komkommer is een goede manier om sterke rassen te behouden en beter te begrijpen hoe de plant zich ontwikkelt. De komkommer (Cucumis sativus) is een eenhuizige plant met eenslachtige bloemen: op één plant komen zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen voor. Omdat komkommer relatief eenvoudig zaad vormt, is het een geschikte groente voor beginnende zaadtelers. Wel moet je rekening houden met kruisbestuiving tussen rassen en met de korte bloeitijd van de bloemen. Door gezonde planten te selecteren en goede isolatie toe te passen, blijft het ras zuiver. Bestuiving bij komkommerKomkommerplanten dragen twee soorten bloemen. De mannelijke bloemen groeien meestal eerst en staan op lange, dunne steeltjes. De vrouwelijke bloemen herken je aan het kleine verdikte vruchtbeginsel onder de bloem: dit lijkt op een mini-komkommer die na bestuiving uitgroeit. De bloemen leven maar één dag en moeten in die korte periode bestoven worden. Dat gebeurt meestal door insecten, vooral bijen en hommels. Hoewel zelfbestuiving binnen dezelfde plant mogelijk is, vindt in de praktijk vooral kruisbestuiving plaats via insecten. Alle rassen van Cucumis sativus kunnen onderling kruisen. Kruising met verwante soorten zoals meloen, watermeloen of pompoen komt niet voor. Isolatie en raszuiverheidOm ongewenste kruising tussen verschillende komkommerrassen te vermijden, is afstand belangrijk. In open teelt houd je idealiter ongeveer 1 kilometer afstand tussen twee rassen. Wanneer er een natuurlijke barrière aanwezig is, zoals een haag of bosrand, kan 500 meter soms voldoende zijn. In een tuinomgeving kan je ook andere methodes gebruiken: Een ras volledig afschermen met insectengaas en daaronder een hommelnest plaatsen voor bestuiving. Twee rassen afwisselend afschermen, zodat ze om de beurt door insecten bezocht worden. Handmatige bestuiving uitvoeren door mannelijke en vrouwelijke bloemen zelf te combineren (meer arbeidsintensief). Teeltcyclus en selectieDe teelt voor zaad verloopt grotendeels hetzelfde als bij komkommers voor consumptie. Belangrijk is dat je voldoende planten selecteert: minstens 6 zaaddragers, maar bij voorkeur een tiental of meer om genetische diversiteit te behouden. Kies alleen sterke, gezonde planten die goed voldoen aan de raskenmerken. Verwijder planten die ziek zijn of duidelijk afwijkende eigenschappen tonen. De vruchten worden normaal onrijp geoogst voor consumptie, maar voor zaadteelt laat je ze volledig uitrijpen. De komkommer wordt dan groter, de schil wordt harder en de kleur verandert. Je kan ze ook iets vroeger oogsten en verder laten narijpen op kamertemperatuur. Dit helpt vaak om beter zaad te verkrijgen. Zaad oogsten, fermenteren en reinigenWanneer de vruchten volledig rijp zijn voor zaadwinning, worden ze geoogst wanneer ze volledig uitgegroeid en overrijp zijn volgens consumptiestandaard. De komkommer heeft dan een gele tot geelbruine kleur, voelt hard en leerachtig aan en is niet meer geschikt om te eten. De vrucht wordt vervolgens in de lengte opengesneden. Het zaad met het omliggende vruchtvlees wordt eruit gelepeld en in een glazen pot of kom verzameld. Laat de pot tijdens de fermentatie losjes afgedekt staan (bijvoorbeeld met een doek of los deksel), zodat er lucht bij kan maar geen vuil of insecten in de pot komen. Laat het mengsel vervolgens 2 tot 4 dagen fermenteren bij kamertemperatuur (20–30 °C). Tijdens dit proces wordt de slijmlaag rond de zaden afgebroken, waardoor het zaad later beter kan worden schoongemaakt en een hogere kiemkracht krijgt. Roer het mengsel tijdens de fermentatie eventueel één keer per dag even door. Wanneer de zaden bij het roeren gemakkelijk loskomen van het vruchtvlees en vrij bewegen, is dit een duidelijke aanwijzing dat de fermentatie goed op gang is. De duur van het fermentatieproces hangt af van de temperatuur en van het suikergehalte van het vruchtvlees. Bij warm weer kan het proces al binnen 48 uur klaar zijn, terwijl het bij koelere omstandigheden iets langer duurt. Tijdens de fermentatie kan zich aan het oppervlak een dunne witte laag vormen. Dit is normaal en hoort bij het natuurlijke gistingsproces. Door af en toe te roeren voorkom je dat deze laag te dik wordt en zorg je voor een gelijkmatige fermentatie. Belangrijk is om de fermentatie niet te lang te laten doorgaan. Wanneer zaden hun slijmlaag hebben verloren en te lang in vocht blijven, kunnen ze soms al beginnen te kiemen, waardoor ze onbruikbaar worden voor bewaring. Belangrijk: de zaden moeten tijdens deze fase nat blijven en volledig ondergedompeld zijn in het vruchtvlees. Het is de bedoeling dat ze in dit natte mengsel fermenteren; ze mogen dus niet uitdrogen. Na de fermentatie wordt het mengsel met water verdund en goed omgeroerd. Daarna laat je het bezinken of giet je het voorzichtig af. Goed zaad zinkt meestal naar de bodem, terwijl lege of slechte zaden en drijvende resten boven blijven drijven en kunnen worden verwijderd. Wanneer de zaden duidelijk loskomen van het vruchtvlees en schoon in het water bewegen, en het grootste deel van de pulp zich heeft losgemaakt of boven komt drijven, is het fermentatieproces voltooid en kan het zaad worden schoongemaakt. Het zaad wordt vervolgens grondig gespoeld in een zeef onder stromend water tot alle resten van vruchtvlees en slijm verdwenen zijn. Belangrijk: vanaf dit moment mag het zaad niet meer nat blijven liggen of opnieuw gaan fermenteren. Het moet zo snel mogelijk worden gedroogd om schimmel en verlies van kiemkracht te voorkomen. Daarna wordt het zaad uitgespreid op een goed geventileerde, droge plek in de schaduw om te drogen. Regelmatig omroeren voorkomt klonteren en zorgt voor een gelijkmatige droging. Wanneer het zaad volledig droog is, voelt het hard aan en plakt het niet meer. Het kan eventueel nog losgewreven worden zodat zaden die aan elkaar kleven weer afzonderlijk komen te liggen. Bewaren van komkommerzaadBewaar het zaad in een goed afgesloten zakje of pot en voorzie het altijd van een label met soort, ras en oogstjaar. Opschriften kunnen vervagen, dus duidelijke labeling is belangrijk. Enkele dagen diepvriesopslag helpt om eventuele insecten of larven te doden zonder het zaad te beschadigen. Komkommerzaad blijft gemiddeld 6 jaar kiemkrachtig, en soms zelfs langer wanneer het koel en droog wordt bewaard. Eén gram bevat ongeveer 30 tot 40 zaden.
-
Aubergine
Aubergines (Solanum melongena) zijn er in vele soorten, maten en kleuren. Meest bekende is de cilindervormige glanzende donkerpaars getinte aubergine met bijna wit vruchtvlees. Andere soorten zijn wit, groen, rood, gespikkeld van kleur en in vorm variërend van een kippenei tot lang en dun. Aubergines groeien het beste bij hoge temperaturen en hebben baat bij een lang groeiseizoen. De teelt van aubergines in een kas heeft de meeste kans van slagen maar met de juiste rassen en met een warme zomer lukt de teelt buiten ook. Zaaien van aubergine Aubergine wordt vanaf Februari-Maart gezaaid. Voor een goede kieming kun je de zaadjes 24 uur voorweken in lauw water. Vul potjes of een zaaibakje met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond en bedek de zaden met een dun laagje zaaigrond. Meer aandachtspunten voor het zaaien van aubergine lees je hier: zaaien. Na ongeveer twee tot drie weken zijn de zaadjes ontkiemd. Zet de zaailingen nu op een plaats met veel daglicht. De temperatuur mag naar beneden tot zo’n 20-22 graden. Als de zaailingen twee echte blaadjes ontwikkeld hebben (5-10 cm hoogte) verspeen je ze ieder individueel naar een 9 cm potje met verse potgrond. Deze potgrond laat je eerst op kamertemperatuur komen. Hoe het verdere verspenen in zijn werk gaat lees je hier: verspenen. Planten van aubergine Plant aubergines buiten op een warme, beschutte en zonnige plaats in de tuin.In de kas heeft Aubergine de meeste kans van slagen maar in een warme zomer lukt de buiten teelt ook. Aubergine vraagt verder een voedzame grond die voldoende vocht kan vasthouden. Planten van Aubergine doe je omstreeks half Mei als de kans op vorst geweken is. Plant Aubergine zeker niet te vroeg. De plant kan slecht tegen koude waardoor het soms verstandiger is om nog een week (of 2) te wachten met planten tot het wat warmer is. Hard de planten af voor het uitplanten (zie: afharden). In de kas kan je enkele weken eerder planten. De plantafstand bedraagt 45-60 cm tussen de planten. Aubergine kan ook heel goed in potten of in bakken gekweekt worden. De ideale potmaat is: 17.5 – 25 cm (10-12 liter). Gebruik nieuwe potgrond, geef regelmatig water en bemest om de 10 dagen met een tomatenmeststof. De plantafstand bedraagt 45-60 cm tussen de planten. Verzorging aubergine Geef regelmatig water, doe dit alleen bij warm en droog weer. Voor bemesting zie hierboven ‘bemesting’. Het is verder van belang dat de bloemen worden bestoven want alleen deze bevruchte bloemetjes geven vruchten van een mooie consumptie grote. Net als bij paprika’s en pepers vallen de bloementjes af bij weinig licht, lagere temperaturen en te weinig / te veel water. Haal tevens de verdorde kroonblaadjes rond de vruchten weg omdat deze tot rotting van de vrucht kunnen leiden. Indien de struiken te dicht worden mag je wat blad weghalen om licht en lucht toe te laten.n nTip: Aubergine groeit het beste bij een hoge luchtvochtigheid. Plaats een bakje met water onder de planten zodat er een constante verdamping plaats kan vinden. Bemesten van Aubergine Werk ruim voor het planten een flinke hoeveelheid verteerde mest, compost of koemestkorrels onder. Voor potten is nieuwe potgrond voldoende. Bijmesten doe je pas na de vorming van de eerste vruchten. Geef vanaf dat moment elke 10 dagen tot twee weken een meststof die rijk is aan kalium, een tomatenmeststof is zeer goed geschikt. Aubergine toppenAubergine groeit met veel zijscheuten uit tot veelal bossige struiken. Er kunnen grofweg 2 methoden beschreven worden om de groei in goede banen te leiden. De eerste methode gaat er van uit dat de plant getopt wordt als de plant zo’n 30-40 cm hoog is. vervolgens laat je 2-3 okselscheuten per plant ontwikkelen. In de kas mogen dat er 3 tot 4 zijn. Steun de stengels, haal de overige en nieuwe okselscheuten (de zijscheuten op de stengels) weg. De tweede methode heeft onze voorkeur omdat die het telen op vele manieren makkelijker en overzichtelijker maakt. Daarbij wordt een zelfde V vorm met twee hoofdstengels gecreerd als bij paprika's. Wanneer het eerste bloemetje verschijnt zal er onder dat bloemetje zich een okselscheut bevinden. Deze scheut gaat de tweede hoofdstengel vormen. Vervolgens gaan we de hele plant dieven, net als bij tomaten. Steun de twee stengels, haal de overige en nieuwe okselscheuten (de zijscheuten op de stengels) weg. Tot aan de bloei van de eerste vier bloemen worden alle nieuw ontstane okselscheuten verwijderd. De zijscheuten die later ontstaan worden getopt op één tot twee bladeren. Oogsten van aubergineAubergines oogst men als ze gekleurd, glad en glanzend zijn. Als je wacht tot de vruchten hun glans verliezen en wat rimpelig worden dan is de smaak vaak al bitter. Probeer bij het oogsten. Oogst de aubergine zo dat 2,5 cm van de steel mee geoogst wordt. Wat er mis kan gaanZie ziekten en plagen bij aubergine. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - maart Zaaien (direct buiten) Niet aanbevolen in NL klimaat Uitplanten Mei - juni (na laatste vorst, kas of warm buiten) Plantafstand 40 - 60 cm Tussen rijen 40 - 60 cm Oogsten Vanaf Juli - oktober Standplaats Volle zon (liefst beschut of kas) Bodem Voedselrijke, humusrijke, goed doorlatende en warme grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 20 - 30 °C Teeltduur 120 - 180 dagen Planthoogte 60 - 120 cm Groeiwijze Bossige plant met stevige hoofdstengel en grote bladeren Vruchtontwikkeling Vlezige vrucht die groeit uit paarse bloem; meerdere vruchten per plant Oogstwijze Oogsten wanneer vrucht glanzend en stevig is, vóór zaden verharden Waterbehoefte Regelmatig en gelijkmatig; houdt van warme, vochtige maar niet natte grond Winterhardheid Niet winterhard; zeer gevoelig voor kou Bijzonderheden Aubergine is een warmteminnend gewas dat in Nederland het best in kas of zeer warme beschutte standplaats groeit.
-
Ananaskers
Ananaskers wordt ook wel Kaapse ananaskers, kaapse bes, Kaapse kruisbes of Goudbes genoemd. Het gaat in alle gevallen om de physalis peruviana. De teelt is vergelijkbaar met die van tomaat, de plant deelt verder ook dezelfde ziekten en plagen. Ananaskers is, in tegenstelling tot wat veel mensen verwachten, een half-winterharde plant. In Nederland is het makkelijker om de plant als eenjarig te telen omdat overwinteren nogal een gedoe is. Wij raden dan ook aan elk jaar opnieuw te zaaien, met als bijkomende reden dat tweejarige planten minder productief zijn. Ananaskers zaaien en plantenAnanaskers wordt in Februari - Maart op 5 mm diep gezaaid bij een temperatuur van minimaal 18-20 graden. Net als paprika en peper kiemt het zaad na ongeveer 10-14 dagen. Zet ze dan op een lichte plaats bij zo’n 18 graden. Verspeen de zaailingen naar een 9 cm potje wanneer ze 2-3 echte blaadjes hebben. Wanneer de kans op vorst geweken is plant men uit. Dit is meestal midden Mei - April. Ananaskers wordt bij voorkeur gekweekt op een beschutte warme plaats, op een zonnige/lichte plek. Ananaskers doet het goed in potten van minimaal 25 cm doorsnee. De plantafstand bedraagt 75 cm in alle richtingen. Bescherm de planten met vliesdoek tegen temperaturen onder de 10-15 graden. Ananaskers bemestenWerk ruim voor het planten een flinke hoeveelheid verteerde mest of compost onder. Een bemesting met koemestkorrels behoort ook tot de mogelijkheden. Voor potten is nieuwe potgrond voldoende. Na de vorming van de eerste vruchten geeft met elke twee weken een algemene meststof, bij voorkeur tomatenmest die rijk is aan kalium. VerzorgingOpbinden kan soms nodig zijn, steun de planten dmv stokken of aanbinden. Wanneer de planten 30 cm groot zijn nijpt men de top uit om zo een bossige struik te verkrijgen. Dieven is niet nodig. Daarna moet er niet meer gedund of getopt worden. Geef pas mest als de eerste bloemen verschenen zijn. Tomatenmeststof sluit aan op de behoefte van ananaskers. Tikken tegen de planten helpt net als bij tomaten om de bevruchting te bevorderen. Ananaskers oogstenDe vruchten hebben enige tijd nodig om te rijpen, de oogst valt meestal van half augustus-september. Oogst als de vruchten goudgeel zijn en de kelken drogen/ vlezig worden. De beste smaak krijgt men 2-3 weken na het oogsten. De bessen rijpen nog verder na als ze licht geel gekleurd zijn. Teeltfase / Kenmerk Periode / Afstand Zaaien (binnenshuis) Februari - maart Zaaien (direct buiten) April - juni Uitplanten Mei - juni (na laatste vorst) Plantafstand 75 cm Tussen rijen 75 cm Oogsten Vanaf september Standplaats Volle zon Bodem Luchtige, goed doorlatende, matig voedselrijke grond pH 6,0 - 7,5 Optimale temperatuur 18 - 25 °C Teeltduur 70 - 120 dagen Planthoogte 60 - 120 cm Groeiwijze Bossige, sterk vertakkende plant met lampionachtige omhulsels Vruchtontwikkeling Eetbare bessen in een papierachtig omhulsel (lampion) Oogstwijze Oogsten wanneer lampionnen geelbruin worden en loslaten Waterbehoefte Gemiddeld; goed doorlatende grond voorkomt wortelrot Winterhardheid Niet winterhard; sterft af bij vorst Bijzonderheden Ananaskers (Physalis pruinosa) produceert zoete, tropisch smakende vruchten die uit zichzelf van de plant vallen bij rijpheid.
-
Startpagina Groenten
Op de volgende pagina’s worden de teelbeschrijvingen van de meeste groenten besproken. Aan bod komen vragen over hoe en wanneer zaaien, bemesten, planten, oogsten en over de verder opkweek. Aan de hand van berichten op het forum over bepaalde groente is een poging gedaan om de artikelen zo te schrijven dat de belangrijkste vragen aan bod komen. Bladgroenten Koolgroenten Peulgroenten Vaste groenten Vruchtgroenten Wortel en Knolgroenten
-
Insecten: Foto's, verhalen en identificatie.
Vandaag de eerste wesp van 2022 gezien. Is ook meteen de eerste die gesneuveld is.
-
Olla potten
Ik moest googlen omdat ik niet wist wat "olla potten" waren. Voor andere die niet weten wat het is:
-
zwart wormpje in dichtgekruld perenblad
Zwart wormpje zal een rupsje zijn, die produceren spinsel om de bladeren dicht te vouwen. Ik vond er vandaag ook een paar. Maar weet de exacte naam er niet van. Het zwarte bultje, zal een dop/schildluis zijn.
-
Wit insect in buitenplant
Kunnen die witte vliegen? want dan zou dat witte vlieg kunnen zijn. Of wolluizen. Verder lijken er ook nog schild/dopluizen op te zitten.
-
April doet wat hij wil
@appelvrouw Na het lezen van de blog 10min gezocht naar slangen met dat uiterlijk. Ik kon niks vinden wat er op leek. Maar nu als ik hazelworm google dan zie ik zeker de gelijkenis erin. Denk dat je gelijk hebt.
-
Welke vogels zie je in je tuin of op je balkon?
Heel herkenbaar, op een aantal bonsai's heb ik mos begroeing zitten. Een paar weken terug kon ik elke dag vegen, omdat alle mos losgetrokken was. Heb vanmiddag een video gemaakt van hoe het vogeltje komt aanvliegen. Telefoon stond op de armleuning omhoog gericht. Ik zit dus precies onder de aanvlieg route. edit: Wegvliegen van koolmees ook op camera.
-
Wat heb je net gegeten, of ga je nog eten (uit eigen tuin) 2022
Gourmet gegeten met verschillende soorten peper en paprika uit de vriezer van de oogst van vorig jaar.